Geen voorraad

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
€ 24,80
Het traditionele denken over mensen met een verstandelijke beperking legaliseert
terughoudendheid bij het aanbieden van normaal wonen en leven, zeker wanneer
het gaat om intramurale 24-uurszorg. Gedachten over integratie zoals die in de
vorige eeuw zijn ontstaan om het inrichtingsleven te ontvluchten, hebben niet
veel meer gebracht dan dat mensen met een verstandelijke beperking alleen
mogen meedoen als het uitkomt.
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
Geen voorraad

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
€ 24,80
Het traditionele denken over mensen met een verstandelijke beperking legaliseert
terughoudendheid bij het aanbieden van normaal wonen en leven, zeker wanneer
het gaat om intramurale 24-uurszorg. Gedachten over integratie zoals die in de
vorige eeuw zijn ontstaan om het inrichtingsleven te ontvluchten, hebben niet
veel meer gebracht dan dat mensen met een verstandelijke beperking alleen
mogen meedoen als het uitkomt.
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
€ 23,20
Wat is de band tussen taal en ‘culturele identiteit’? Hoe gaan literaire vertalers om
met ‘culturele identiteit’, en hoe dragen zij bij tot de perceptie van ‘culturele identiteit’
buiten de taalgemeenschap van de vertaalde tekst?
Hierover reflecteert deze publicatie door in te zoomen op het werk van Erwin Mortier.
Zijn debuutroman Marcel is te situeren in een bij uitstek ‘Vlaamse’, meer bepaald Vlaamsnationalistische
context.
De titel van deze bundel, De aarde heeft kamers genoeg, is de voor deze gelegenheid
programmatisch te lezen slotzin van Marcel. Centraal staat een rondetafelgesprek
tussen Erwin Mortier en enkele van zijn vertalers. De thema’s die zij aanraken, worden in
de bundel vanuit verschillende invalshoeken nader belicht en aangevuld in de bijdragen
van Erwin Mortier zelf en vele anderen.
Het boek is ontstaan uit het colloquium De aarde heeft kamers genoeg. Marcel van Erwin
Mortier. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit (Gent, 10 april 2008).
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
€ 23,20
Wat is de band tussen taal en ‘culturele identiteit’? Hoe gaan literaire vertalers om
met ‘culturele identiteit’, en hoe dragen zij bij tot de perceptie van ‘culturele identiteit’
buiten de taalgemeenschap van de vertaalde tekst?
Hierover reflecteert deze publicatie door in te zoomen op het werk van Erwin Mortier.
Zijn debuutroman Marcel is te situeren in een bij uitstek ‘Vlaamse’, meer bepaald Vlaamsnationalistische
context.
De titel van deze bundel, De aarde heeft kamers genoeg, is de voor deze gelegenheid
programmatisch te lezen slotzin van Marcel. Centraal staat een rondetafelgesprek
tussen Erwin Mortier en enkele van zijn vertalers. De thema’s die zij aanraken, worden in
de bundel vanuit verschillende invalshoeken nader belicht en aangevuld in de bijdragen
van Erwin Mortier zelf en vele anderen.
Het boek is ontstaan uit het colloquium De aarde heeft kamers genoeg. Marcel van Erwin
Mortier. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit (Gent, 10 april 2008).
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
€ 14,90
‘Omgaan met diversiteit, met het vreemde in de ander’ is een thema dat volop in
de kijker staat. De confrontatie met het vreemde, met wat anders is dan we gewoon
zijn, stelt ons maatschappelijk gezien immers voor heel wat uitdagingen. Ook voor
hulpverleners die werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen, zijn deze
uitdagingen talrijk. Hoe organiseer je bijvoorbeeld een ondersteuning die voldoende is
afgestemd op de behoeften van deze jongeren?
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
€ 14,90
‘Omgaan met diversiteit, met het vreemde in de ander’ is een thema dat volop in
de kijker staat. De confrontatie met het vreemde, met wat anders is dan we gewoon
zijn, stelt ons maatschappelijk gezien immers voor heel wat uitdagingen. Ook voor
hulpverleners die werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen, zijn deze
uitdagingen talrijk. Hoe organiseer je bijvoorbeeld een ondersteuning die voldoende is
afgestemd op de behoeften van deze jongeren?
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Advertising research. Message, Medium and Context
€ 59,80
In the first part, important aspects of advertising messages that influence
advertising effectiveness are discussed, with contributions on advertising
strategies and branding, advertising creativity, emotional and informational
advertising strategies, effective arguments in advertising and the
use of celebrity endorsers. In the medium part, a number of studies
on advertising in new media such as internet advertising, advertising
in computer games (advergames), and the usage of new media by
different target groups, are collected. In the final part on context,
the contributions elaborate among others on product placement,
the impact of cultural differences on advertising effectiveness,
how men and women differ in their reactions to advertising, the
connection between advertising and human values, and advertising
aimed at children.
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
Advertising research. Message, Medium and Context
€ 59,80
In the first part, important aspects of advertising messages that influence
advertising effectiveness are discussed, with contributions on advertising
strategies and branding, advertising creativity, emotional and informational
advertising strategies, effective arguments in advertising and the
use of celebrity endorsers. In the medium part, a number of studies
on advertising in new media such as internet advertising, advertising
in computer games (advergames), and the usage of new media by
different target groups, are collected. In the final part on context,
the contributions elaborate among others on product placement,
the impact of cultural differences on advertising effectiveness,
how men and women differ in their reactions to advertising, the
connection between advertising and human values, and advertising
aimed at children.
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t
€ 33,40
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t
€ 33,40
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen
€ 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen
€ 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.
Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.
Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.
Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.
De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.
Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
€ 21,50
Luisteren en kijken zijn essentiële bouwstenen van het psychoanalytisch werk rondom baby’s en hun
vroegste interacties. Psychoanalytisch werk met volwassenen is sterk gecentreerd rondom het woord
en rond de bewuste en onbewuste inhouden en dynamieken die in woorden tot uitdrukking komen. In
psychoanalytische therapie met baby’s zijn kijken naar de non-verbale communicaties en luisteren naar
de verbale communicaties als basis voor de betekenisverlening van even groot belang. ‘Horen, zien en
spreken’ is dan ook een statement dat een essentieel aspect vat van het werk van de psychoanalytisch
kindertherapeut met jonge kinderen en hun ouders en vormt de rode draad door de diverse bijdragen.
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
€ 21,50
Luisteren en kijken zijn essentiële bouwstenen van het psychoanalytisch werk rondom baby’s en hun
vroegste interacties. Psychoanalytisch werk met volwassenen is sterk gecentreerd rondom het woord
en rond de bewuste en onbewuste inhouden en dynamieken die in woorden tot uitdrukking komen. In
psychoanalytische therapie met baby’s zijn kijken naar de non-verbale communicaties en luisteren naar
de verbale communicaties als basis voor de betekenisverlening van even groot belang. ‘Horen, zien en
spreken’ is dan ook een statement dat een essentieel aspect vat van het werk van de psychoanalytisch
kindertherapeut met jonge kinderen en hun ouders en vormt de rode draad door de diverse bijdragen.
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.
Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.
Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.
Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.
Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.
Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
€ 29,00
Zelfsturing in de loopbaan wordt steeds belangrijker. Daarom
investeren scholen veel in (studie)loopbaanbegeleiding. Tot nu
toe valt het resultaat echter tegen. Komt dat omdat het brein
van leerlingen wordt overvraagd, zoals velen op basis van recent
hersenonderzoek suggereren? Of is het gebruik van instrumenten
als Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) en portfolio onvoldoende
om refl ectie en zelfsturing te stimuleren? Wordt er wellicht
onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de leermogelijk heden
en –behoeften van verschillende groepen van leerlingen? Zijn
de docenten in het huidige onderwijs wel bereid én in staat om
de beschikbare loopbaaninstrumenten optimaal te gebruiken?
En is– last but not least – het onderwijs als organisatie in staat
een goede omgeving te creëren voor loopbaanleren? De auteurs
gaan op een indringende wijze op deze vragen in, waarbij zij
gebruik maken van recente onderzoeksgegevens en theoretische
inzichten. Tezamen geven zij een inspirerend beeld van de
mogelijkheden en de grenzen van loopbaanleren in het huidige
onderwijs.
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
€ 29,00
Zelfsturing in de loopbaan wordt steeds belangrijker. Daarom
investeren scholen veel in (studie)loopbaanbegeleiding. Tot nu
toe valt het resultaat echter tegen. Komt dat omdat het brein
van leerlingen wordt overvraagd, zoals velen op basis van recent
hersenonderzoek suggereren? Of is het gebruik van instrumenten
als Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) en portfolio onvoldoende
om refl ectie en zelfsturing te stimuleren? Wordt er wellicht
onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de leermogelijk heden
en –behoeften van verschillende groepen van leerlingen? Zijn
de docenten in het huidige onderwijs wel bereid én in staat om
de beschikbare loopbaaninstrumenten optimaal te gebruiken?
En is– last but not least – het onderwijs als organisatie in staat
een goede omgeving te creëren voor loopbaanleren? De auteurs
gaan op een indringende wijze op deze vragen in, waarbij zij
gebruik maken van recente onderzoeksgegevens en theoretische
inzichten. Tezamen geven zij een inspirerend beeld van de
mogelijkheden en de grenzen van loopbaanleren in het huidige
onderwijs.
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.
Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
€ 12,00
Wat vinden leerkrachten van inclusief onderwijs?
Welke percepties hebben leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie?
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.
Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
€ 12,00
Wat vinden leerkrachten van inclusief onderwijs?
Welke percepties hebben leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie?
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.
Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.
Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
€ 21,90
De laatste jaren wordt steeds meer gesproken over de school als een organisatie
die kan leren, als een ‘lerende school’. Lerende scholen zijn scholen (organisaties)
waar iedereen – de leerling, de student, de leraar, de directie – zich ontwikkelt en professionaliseert.
En dat allemaal binnen een bepaalde visie op leren en ontwikkelen.
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
€ 21,90
De laatste jaren wordt steeds meer gesproken over de school als een organisatie
die kan leren, als een ‘lerende school’. Lerende scholen zijn scholen (organisaties)
waar iedereen – de leerling, de student, de leraar, de directie – zich ontwikkelt en professionaliseert.
En dat allemaal binnen een bepaalde visie op leren en ontwikkelen.
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar
€ 60,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar
€ 60,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.
Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)
€ 13,90
Er is veel veranderd in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Arduin heeft daarin een bijzondere rol vervuld. Zo heeft de focus van Arduin
zich uitdrukkelijk gericht op individuele ondersteuning van de cliënten en het
realiseren van een goede Kwaliteit van Bestaan voor de cliënten.
De afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van een Persoonsgerichte
Ondersteuningsmethodiek, waarin naast de SIS – Supports Intensity Scale de
recent gecreëerde POS – Personal Outcomes Scale een belangrijke rol speelt.
Hieruit ontstaat ook een nieuwe opzet voor een ISP – Individual Support Plan.
Dit boek schetst de achtergronden van deze ontwikkelingen en de
toekomstmogelijkheden ervan, mede dankzij de POS, het nieuwe meetinstrument
voor de Kwaliteit van Bestaan.
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.
Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)
€ 13,90
Er is veel veranderd in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Arduin heeft daarin een bijzondere rol vervuld. Zo heeft de focus van Arduin
zich uitdrukkelijk gericht op individuele ondersteuning van de cliënten en het
realiseren van een goede Kwaliteit van Bestaan voor de cliënten.
De afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van een Persoonsgerichte
Ondersteuningsmethodiek, waarin naast de SIS – Supports Intensity Scale de
recent gecreëerde POS – Personal Outcomes Scale een belangrijke rol speelt.
Hieruit ontstaat ook een nieuwe opzet voor een ISP – Individual Support Plan.
Dit boek schetst de achtergronden van deze ontwikkelingen en de
toekomstmogelijkheden ervan, mede dankzij de POS, het nieuwe meetinstrument
voor de Kwaliteit van Bestaan.
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.
Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.



