Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 12 (2014-2015), nr. 47 – Themanummer Dyscalculie
Inhoudsopgave - Editoriaal
<!-- Artikels
-->
Meer info over Zorgbreed

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 12 (2014-2015), nr. 47 – Themanummer Dyscalculie
Inhoudsopgave - Editoriaal
<!-- Artikels
-->
Meer info over Zorgbreed


Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 3 (2015-2016), nr. 1 – Themanummer Straten en pleinen
op de Europese literatuur (poëzie, proza, essay). Het
houdt een vinger aan de pols van de Europese letterkundige
en literair-historische wereld en zijn ontwikkelingen.
Tegelijk is er oog voor de manieren waarop
cultuur wordt beïnvloed door literatuur in het algemeen,
en bepaalde trends en auteurs in het bijzonder.
Passage verschijnt onder de vorm van themanummers.
Een cultureel of cultuurhistorisch relevant thema
dient als uitgangspunt om essays te bundelen over auteurs
en hun werk.

Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 3 (2015-2016), nr. 1 – Themanummer Straten en pleinen
op de Europese literatuur (poëzie, proza, essay). Het
houdt een vinger aan de pols van de Europese letterkundige
en literair-historische wereld en zijn ontwikkelingen.
Tegelijk is er oog voor de manieren waarop
cultuur wordt beïnvloed door literatuur in het algemeen,
en bepaalde trends en auteurs in het bijzonder.
Passage verschijnt onder de vorm van themanummers.
Een cultureel of cultuurhistorisch relevant thema
dient als uitgangspunt om essays te bundelen over auteurs
en hun werk.

Vragenlijst Ouders Over Opvoeding – VOOO
De Vragenlijst Ouders over Opvoeding (VOOO) is een zelfrapportage- instrument dat in kaart brengt welke inzet een ouder levert ten aanzien van de opvoeding van een bepaald kind, hoe hij/zij dit beleeft, of zich hierbij moeilijkheden voordoen en waar deze moeilijkheden mee te maken kunnen hebben. Zo kan een globaal beeld gevormd worden van het verloop van de opvoeding tijdens het afgelopen jaar bij een bepaalde ouder en kind. De VOOO helpt zo de toenemende vraag te beantwoorden naar de mogelijkheid om op systematische en efficiënte wijze informatie over de gezinsopvoeding vanuit een insidersperspectief te leveren. Samen met andere instrumenten, die bijvoorbeeld het outsidersperspectief in kaart brengen, kan een genuanceerd beeld ten behoeve van diagnostiek en onderzoek worden gevormd.
De vragenlijst is zo kort mogelijk gehouden en de vragen zijn niet- confronterend geformuleerd, zonder de betrouwbaarheid en validiteit aan te tasten. Er zijn vier leeftijdsversies, waardoor de VOOO geschikt is voor ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar. Er zijn aparte normen voor vaders en moeders. Een opvoeder kan de VOOO zowel digitaal als op papier invullen. Normscores worden via een online applicatie automatisch berekend, waarna de gebruiker per e-mail een rapport ontvangt.
Dit boek bevat in deel 1 een handleiding met alle informatie over de afname en interpretatie. Deel 2 is een wetenschappelijke verantwoording, met uitgebreide toelichtingen op de uitgangspunten, normering en schaling, betrouwbaarheid en validiteit van de VOOO.
Bij deze handleiding is toegang tot de online applicatie op www.vooo.nl en verwerking van één ingevulde vragenlijst inbegrepen, zodat u kennis kunt nemen van VOOO en de bijbehorende systematiek.
Daphne van Loon was als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de
Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs
op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek en toetsconstructie.
Zij was verantwoordelijk voor het VOOO-normeringsonderzoek en hield zich
bezig met de normering en schaalconstructie.
Bieuwe van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling
Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding
van het chronisch zieke kind. Hij werkte aan de normering en schaalconstructie van de
VOOO.
Rieke van Lokven was – tot haar pensionering – werkzaam als orthopedagoog bij het Leger
des Heils te Groningen en de Stichting JSL te Bedum. Zij ontwierp samen met Ko Rink de
inhoud van de VOOO, namens de Stichting JSL.
Margo Jansen was tot 2012 als UHD verbonden aan de afdeling Onderwijskunde van de
Rijksuniversiteit Groningen. Haar specialismen zijn statistiek en methodologie in de sociale
wetenschappen. Zij publiceert over schaaltechnieken, i.h.b. IRT-technieken. Zij leverde
statistisch advies en hielp bij de analyses ten behoeve van schaalconstructie en het berekenen
van de normscores.
Vragenlijst Ouders Over Opvoeding – VOOO
De Vragenlijst Ouders over Opvoeding (VOOO) is een zelfrapportage- instrument dat in kaart brengt welke inzet een ouder levert ten aanzien van de opvoeding van een bepaald kind, hoe hij/zij dit beleeft, of zich hierbij moeilijkheden voordoen en waar deze moeilijkheden mee te maken kunnen hebben. Zo kan een globaal beeld gevormd worden van het verloop van de opvoeding tijdens het afgelopen jaar bij een bepaalde ouder en kind. De VOOO helpt zo de toenemende vraag te beantwoorden naar de mogelijkheid om op systematische en efficiënte wijze informatie over de gezinsopvoeding vanuit een insidersperspectief te leveren. Samen met andere instrumenten, die bijvoorbeeld het outsidersperspectief in kaart brengen, kan een genuanceerd beeld ten behoeve van diagnostiek en onderzoek worden gevormd.
De vragenlijst is zo kort mogelijk gehouden en de vragen zijn niet- confronterend geformuleerd, zonder de betrouwbaarheid en validiteit aan te tasten. Er zijn vier leeftijdsversies, waardoor de VOOO geschikt is voor ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar. Er zijn aparte normen voor vaders en moeders. Een opvoeder kan de VOOO zowel digitaal als op papier invullen. Normscores worden via een online applicatie automatisch berekend, waarna de gebruiker per e-mail een rapport ontvangt.
Dit boek bevat in deel 1 een handleiding met alle informatie over de afname en interpretatie. Deel 2 is een wetenschappelijke verantwoording, met uitgebreide toelichtingen op de uitgangspunten, normering en schaling, betrouwbaarheid en validiteit van de VOOO.
Bij deze handleiding is toegang tot de online applicatie op www.vooo.nl en verwerking van één ingevulde vragenlijst inbegrepen, zodat u kennis kunt nemen van VOOO en de bijbehorende systematiek.
Daphne van Loon was als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de
Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs
op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek en toetsconstructie.
Zij was verantwoordelijk voor het VOOO-normeringsonderzoek en hield zich
bezig met de normering en schaalconstructie.
Bieuwe van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling
Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding
van het chronisch zieke kind. Hij werkte aan de normering en schaalconstructie van de
VOOO.
Rieke van Lokven was – tot haar pensionering – werkzaam als orthopedagoog bij het Leger
des Heils te Groningen en de Stichting JSL te Bedum. Zij ontwierp samen met Ko Rink de
inhoud van de VOOO, namens de Stichting JSL.
Margo Jansen was tot 2012 als UHD verbonden aan de afdeling Onderwijskunde van de
Rijksuniversiteit Groningen. Haar specialismen zijn statistiek en methodologie in de sociale
wetenschappen. Zij publiceert over schaaltechnieken, i.h.b. IRT-technieken. Zij leverde
statistisch advies en hielp bij de analyses ten behoeve van schaalconstructie en het berekenen
van de normscores.

School- en klaspraktijk – nr. 225 (jrg 56) (maart- april – mei 2014-2015). – Themanummer Filosoferen? Meer horen, zien en … zeggen
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 225 (jrg 56) (maart- april – mei 2014-2015). – Themanummer Filosoferen? Meer horen, zien en … zeggen
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Interprofessional education in Europe: Policy and practice
Interprofessional education (IPE) is acknowledged as a need in higher education based on societal demands. The impact of interprofessional collaboration on the quality of care and on the quality of human health is substantial. A continuous effort is needed to underpin interprofessional learning and teaching with evidence and to support it with tools created by research and development.
This book is written by scholars from various European countries, all members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). It contains two chapters on policy issues and six chapters with concrete examples of programme reforms or successful interprofessional courses in health and social care. The examples of good practice show elements which have to be taken into account when developing and implementing interprofessional courses, course units, or study programmes.
This book may contribute to the development of IPE in higher education institutions where IPE is not yet deployed, but also in institutions where IPE is present but not fully developed. It may encourage other people, professionals as well as academics and policymakers, to engage themselves in fostering the further development of this domain.
Andre Vyt (Artevelde University College and University of Ghent, Belgium), Majda Pahor (University of Ljubljana, Slovenia), and Tiina Tervaskanto- Maentausta (Oulu University of Applied Sciences and University or Oulu, Finland) are Executive Office Members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). They have chaired and hosted European Conferences on IPE.
Interprofessional education in Europe: Policy and practice
Interprofessional education (IPE) is acknowledged as a need in higher education based on societal demands. The impact of interprofessional collaboration on the quality of care and on the quality of human health is substantial. A continuous effort is needed to underpin interprofessional learning and teaching with evidence and to support it with tools created by research and development.
This book is written by scholars from various European countries, all members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). It contains two chapters on policy issues and six chapters with concrete examples of programme reforms or successful interprofessional courses in health and social care. The examples of good practice show elements which have to be taken into account when developing and implementing interprofessional courses, course units, or study programmes.
This book may contribute to the development of IPE in higher education institutions where IPE is not yet deployed, but also in institutions where IPE is present but not fully developed. It may encourage other people, professionals as well as academics and policymakers, to engage themselves in fostering the further development of this domain.
Andre Vyt (Artevelde University College and University of Ghent, Belgium), Majda Pahor (University of Ljubljana, Slovenia), and Tiina Tervaskanto- Maentausta (Oulu University of Applied Sciences and University or Oulu, Finland) are Executive Office Members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). They have chaired and hosted European Conferences on IPE.

School- en klaspraktijk – nr. 223 (jrg 56) (sept- okt – nov 2014-2015)
Dit nummer van SKP bevat:
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert -
Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels -
Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode -
Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert -
Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 223 (jrg 56) (sept- okt – nov 2014-2015)
Dit nummer van SKP bevat:
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert -
Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels -
Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode -
Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert -
Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
