Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst

 31,00
Denken en taal zijn met elkaar verbonden als de lijnen in de tekening van een haas die eruitziet als een eend of van een eend die eruitziet als een haas, afankelijk van hoe je ze bekijkt. Soms lijkt taal denken. Soms lijkt denken taal. Voor wie aandachtig kijkt vallen zij nooit samen.

Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.

De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).



Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.

Quick View

Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst

 31,00
Denken en taal zijn met elkaar verbonden als de lijnen in de tekening van een haas die eruitziet als een eend of van een eend die eruitziet als een haas, afankelijk van hoe je ze bekijkt. Soms lijkt taal denken. Soms lijkt denken taal. Voor wie aandachtig kijkt vallen zij nooit samen.

Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.

De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).



Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective

 35,00
Age of consent refers to the age below which it is prohibited to engage in sexual activities with a child. The legislators always need to keep a balance between protecting children from sexual abuse and respecting their sexual autonomy while setting the age boundary. In addition, as a legal concept, age of consent is closely related with the construction of childhood and once set, it affects the age at which children engage in sex.

The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.

Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.

Quick View

Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective

 35,00
Age of consent refers to the age below which it is prohibited to engage in sexual activities with a child. The legislators always need to keep a balance between protecting children from sexual abuse and respecting their sexual autonomy while setting the age boundary. In addition, as a legal concept, age of consent is closely related with the construction of childhood and once set, it affects the age at which children engage in sex.

The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.

Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?

 29,00
Artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek werd met ingang van 16.12.2017 gewijzigd. Niet alleen de tekst werd herschreven maar ook het toepassingsgebied werd gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de Btw-richtlijn.

De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.

Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.

Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.

De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.

Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Geen voorraad
Quick View

Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?

 29,00
Artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek werd met ingang van 16.12.2017 gewijzigd. Niet alleen de tekst werd herschreven maar ook het toepassingsgebied werd gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de Btw-richtlijn.

De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.

Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.

Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.

De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.

Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.

 31,00
Sociaal werkers maken voortdurend agogische keuzes, gebaseerd op vooronderstellingen en beelden over wat waar is en wat niet, over wie de mens is, over hoe een goede samenleving eruitziet, over wat goed handelen is en over wie de ander is die ik ontmoet. Wat een sociaal werker schrijft, zegt of welke acties hij onderneemt, is nooit het onbetwistbare resultaat van een wetenschappelijke formule of een objectieve berekening. Hij wordt voortdurend uitgedaagd om kritische vragen te stellen, zeker ook over zijn eigen overtuigingen. Hij zal moeten filosoferen.

Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.



Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.

Quick View

Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.

 31,00
Sociaal werkers maken voortdurend agogische keuzes, gebaseerd op vooronderstellingen en beelden over wat waar is en wat niet, over wie de mens is, over hoe een goede samenleving eruitziet, over wat goed handelen is en over wie de ander is die ik ontmoet. Wat een sociaal werker schrijft, zegt of welke acties hij onderneemt, is nooit het onbetwistbare resultaat van een wetenschappelijke formule of een objectieve berekening. Hij wordt voortdurend uitgedaagd om kritische vragen te stellen, zeker ook over zijn eigen overtuigingen. Hij zal moeten filosoferen.

Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.



Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)

 45,00
De controle van het uitgeoefende recht op aftrek vormt een belangrijk onderdeel van een btw-controle. Wat is het verband tussen de opeisbaarheid van de btw en het recht op aftrek? Was de uitgeoefende aftrek terecht of onterecht? Werden de aftrekbeperkingen en -uitsluitingen gerespecteerd? Is er al dan niet verjaring ingetreden? Wat is het verschil tussen verjaring en verval van het recht op aftrek? Wanneer is er een onttrekking van toepassing en wanneer is er sprake van een herziening?

In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.

Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.

Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.

Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)

 45,00
De controle van het uitgeoefende recht op aftrek vormt een belangrijk onderdeel van een btw-controle. Wat is het verband tussen de opeisbaarheid van de btw en het recht op aftrek? Was de uitgeoefende aftrek terecht of onterecht? Werden de aftrekbeperkingen en -uitsluitingen gerespecteerd? Is er al dan niet verjaring ingetreden? Wat is het verschil tussen verjaring en verval van het recht op aftrek? Wanneer is er een onttrekking van toepassing en wanneer is er sprake van een herziening?

In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.

Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.

Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.

Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover

 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.

Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.

De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen

met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen

Quick View

Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover

 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.

Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.

De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen

met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ken je innerlijke goden en godinnen

 23,00
Ken jij je innerlijke goden en godinnen? In dit boek laat Jan Van der Vurst elk van de 12 Olympische godinnen en goden de revue passeren: hun betekenis in de Griekse mythes, maar vooral de rol die ze spelen in ons dagelijks leven. Elk van hen is de belichaming van een oerkracht, is onvervangbaar en speelt zijn eigen rol, in iedere vrouw, in iedere man. Geen van hen is echt een lieverdje, maar wel houden ze elkaar in evenwicht.

Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.



Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.

Quick View

Ken je innerlijke goden en godinnen

 23,00
Ken jij je innerlijke goden en godinnen? In dit boek laat Jan Van der Vurst elk van de 12 Olympische godinnen en goden de revue passeren: hun betekenis in de Griekse mythes, maar vooral de rol die ze spelen in ons dagelijks leven. Elk van hen is de belichaming van een oerkracht, is onvervangbaar en speelt zijn eigen rol, in iedere vrouw, in iedere man. Geen van hen is echt een lieverdje, maar wel houden ze elkaar in evenwicht.

Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.



Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave

 29,50
Deze uitgave vormt een goede basis voor eenieder die zich wil oriënteren in het aansprakelijkheidsrecht. Het biedt een antwoord op de volgende vragen:
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?

Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.

Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.

Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.

Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.

Quick View

Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave

 29,50
Deze uitgave vormt een goede basis voor eenieder die zich wil oriënteren in het aansprakelijkheidsrecht. Het biedt een antwoord op de volgende vragen:
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?

Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.

Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.

Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.

Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration

 19,50
Cet ouvrage unique présente les principales conclusions d’une étude de cinq ans sur la démence et sa prise en charge chez les personnes âgées issues de l’immigration en Belgique. Pour la première fois, cette thématique est examinée sous trois angles : celui des travailleurs migrants âgés, celui de leurs aidants proches et celui des soignants professionnels.

S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.

La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.

Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.



Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.

Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.

Quick View

Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration

 19,50
Cet ouvrage unique présente les principales conclusions d’une étude de cinq ans sur la démence et sa prise en charge chez les personnes âgées issues de l’immigration en Belgique. Pour la première fois, cette thématique est examinée sous trois angles : celui des travailleurs migrants âgés, celui de leurs aidants proches et celui des soignants professionnels.

S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.

La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.

Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.



Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.

Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie

 22,50
De impact van kanker is bijna niet onder woorden te brengen.
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.

Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.

Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.



Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.

Quick View

Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie

 22,50
De impact van kanker is bijna niet onder woorden te brengen.
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.

Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.

Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.



Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave

 37,00
Onroerende verhuur is in de regel vrijgesteld van btw. Hierop bestaan echter een aantal wettelijke uitzonderingen. Sommige hiervan gelden voor alle lidstaten en zijn van communautaire aard. Andere zijn dan weer specifiek ingevoerd in België.

In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?

Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.

Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Quick View

Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave

 37,00
Onroerende verhuur is in de regel vrijgesteld van btw. Hierop bestaan echter een aantal wettelijke uitzonderingen. Sommige hiervan gelden voor alle lidstaten en zijn van communautaire aard. Andere zijn dan weer specifiek ingevoerd in België.

In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?

Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.

Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5

 35,00
The ‘Evaluation and Mentoring of the Multi-Agency approach to violent radicalization’ (EMMA) project was established (1) to evaluate the multi-agency working approach and (2) to mentor peer-to-peer assessment and exchange best practices among local practitioners. The EMMA project tried to fill this gap in evaluation research by developing a self-evaluation tool for local multi-agency working practitioners that will be widely applicable across different multi-agency working approaches in Europe. This book provides indicators of good multi-agency working practices and concrete recommendations for practitioners and policy-makers.

Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.

Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.

Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).

Geen voorraad
Quick View

Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5

 35,00
The ‘Evaluation and Mentoring of the Multi-Agency approach to violent radicalization’ (EMMA) project was established (1) to evaluate the multi-agency working approach and (2) to mentor peer-to-peer assessment and exchange best practices among local practitioners. The EMMA project tried to fill this gap in evaluation research by developing a self-evaluation tool for local multi-agency working practitioners that will be widely applicable across different multi-agency working approaches in Europe. This book provides indicators of good multi-agency working practices and concrete recommendations for practitioners and policy-makers.

Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.

Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.

Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice

 70,00
The system of international criminal justice was established in response to gross human rights violations committed during World War II. Despite its development over the past seven decades, challenges and critiques remain unresolved or have subsequently emerged, particularly in the context of the International Criminal Court (ICC). Key issues include amnesties, immunities, controversial acquittals, non-cooperation, interpretative fragmentation, and cultural clashes. Criticism emerged as a reaction to the perception of impunity and the system’s underachievement. It is important to reflect on the extent to which such challenges are inherent to the system and whether they can be overcome. What is the state of international criminal justice today? What impact have these challenges had on the system’s integrity, currency, and credibility? To what extent can we prevent or remedy them?

This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.

Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.

Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.

Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.

Quick View

RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice

 70,00
The system of international criminal justice was established in response to gross human rights violations committed during World War II. Despite its development over the past seven decades, challenges and critiques remain unresolved or have subsequently emerged, particularly in the context of the International Criminal Court (ICC). Key issues include amnesties, immunities, controversial acquittals, non-cooperation, interpretative fragmentation, and cultural clashes. Criticism emerged as a reaction to the perception of impunity and the system’s underachievement. It is important to reflect on the extent to which such challenges are inherent to the system and whether they can be overcome. What is the state of international criminal justice today? What impact have these challenges had on the system’s integrity, currency, and credibility? To what extent can we prevent or remedy them?

This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.

Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.

Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.

Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges

 70,00
Until the end of the 1990s, EU integration in the area of criminal law centred primarily around the regional deepening of traditional judicial cooperation in criminal matters and the development of law enforcement cooperation (including the setting up of Europol as a support agency). By the end of the 1990s respectively 2000s, the EU also gained (limited) supranational competence in the areas of substantive respectively procedural criminal law. Both judicial and law enforcement cooperation were furthered over the years via the principles of mutual recognition respectively availability, and through the setting up (and development) of Eurojust, the establishment of a European Public Prosecutor’s Office and the further development of Europol. After three decennia, the EU criminal law corpus is impressive – a core component of the EU’s ‘Area of Freedom, Security and Justice’, building on and adding to (both real and presumed) trust between the Member States.

No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.

This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.

Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.

Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.

Quick View

RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges

 70,00
Until the end of the 1990s, EU integration in the area of criminal law centred primarily around the regional deepening of traditional judicial cooperation in criminal matters and the development of law enforcement cooperation (including the setting up of Europol as a support agency). By the end of the 1990s respectively 2000s, the EU also gained (limited) supranational competence in the areas of substantive respectively procedural criminal law. Both judicial and law enforcement cooperation were furthered over the years via the principles of mutual recognition respectively availability, and through the setting up (and development) of Eurojust, the establishment of a European Public Prosecutor’s Office and the further development of Europol. After three decennia, the EU criminal law corpus is impressive – a core component of the EU’s ‘Area of Freedom, Security and Justice’, building on and adding to (both real and presumed) trust between the Member States.

No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.

This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.

Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.

Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verpleegkundige als organisator van zorg

 26,50
Verpleegkunde is een beroep dat volop in beweging is. De huidige coronacrisis maakt dat het beroep weer volop in de kijker staat. De sterkten en zwakten van het huidige profiel doet de verpleegkundige vandaag bijzonder kwaliteitsvol werken en tegelijk bijna barsten onder de (maatschappelijke) druk.

Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?

Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.

Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.

Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.



Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.

Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.

Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.

Quick View

De verpleegkundige als organisator van zorg

 26,50
Verpleegkunde is een beroep dat volop in beweging is. De huidige coronacrisis maakt dat het beroep weer volop in de kijker staat. De sterkten en zwakten van het huidige profiel doet de verpleegkundige vandaag bijzonder kwaliteitsvol werken en tegelijk bijna barsten onder de (maatschappelijke) druk.

Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?

Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.

Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.

Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.



Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.

Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.

Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?

 38,00
Dient mijn contract van onroerende verhuur, of een soortgelijk contract waar ik gebruiksrechten verleen op een onroerend goed, belast te worden mét of zonder btw? De vraag is eenvoudig, het antwoord veel genuanceerder. Het belasten van de verhuurovereenkomst heeft in de praktijk namelijk vooral een financieel doel: recht op aftrek verkrijgen van de voorbelasting.

De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:

1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.

2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.

Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?

En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Geen voorraad
Quick View

Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?

 38,00
Dient mijn contract van onroerende verhuur, of een soortgelijk contract waar ik gebruiksrechten verleen op een onroerend goed, belast te worden mét of zonder btw? De vraag is eenvoudig, het antwoord veel genuanceerder. Het belasten van de verhuurovereenkomst heeft in de praktijk namelijk vooral een financieel doel: recht op aftrek verkrijgen van de voorbelasting.

De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:

1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.

2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.

Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?

En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.


Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.

Quick View

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.


Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De opgroeidriehoek

 14,00
Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, komen duidelijk omhoog aan de hand van de uitspraken van de kinderen.

Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.

Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.

Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.



Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.

Quick View

De opgroeidriehoek

 14,00
Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, komen duidelijk omhoog aan de hand van de uitspraken van de kinderen.

Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.

Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.

Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.



Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme

 29,00
Het ganse spectrum van positieve en negatieve emoties wordt geuit voor, tijdens en na competities, bij sporters en toeschouwers; zelfs bij de sterkste sportcritici en onverschilligen wanneer landgenoten op een internationaal sportevenement een medaille behalen. Winnaars en verliezers, supporters voor en tegen, jubel, euforie versus balen en ontgoocheling; misbruik en onrecht, verdriet en pijn maar ook fairplay, empathie, integriteit, vreugde en optimisme. In dit werk heb ik het over misbruiken, gevaren en uitdagingen in de sport, wat hiervan de oorzaken zijn en hoe we ze kunnen managen, maar ook over hoe we de positieve mogelijkheden van de sport in de huidige context beter kunnen realiseren. We kunnen beter. Veel beter!

"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)

Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.

Geen voorraad
Quick View

Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme

 29,00
Het ganse spectrum van positieve en negatieve emoties wordt geuit voor, tijdens en na competities, bij sporters en toeschouwers; zelfs bij de sterkste sportcritici en onverschilligen wanneer landgenoten op een internationaal sportevenement een medaille behalen. Winnaars en verliezers, supporters voor en tegen, jubel, euforie versus balen en ontgoocheling; misbruik en onrecht, verdriet en pijn maar ook fairplay, empathie, integriteit, vreugde en optimisme. In dit werk heb ik het over misbruiken, gevaren en uitdagingen in de sport, wat hiervan de oorzaken zijn en hoe we ze kunnen managen, maar ook over hoe we de positieve mogelijkheden van de sport in de huidige context beter kunnen realiseren. We kunnen beter. Veel beter!

"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)

Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk

 19,00
De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) hield zich intensief bezig met de klassieke filosofie. Hij was ook jarenlang leraar op een school voor voortgezet onderwijs en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bovendien was hij een begenadigd schrijver van prikkelende essays. Daaronder zijn er vele die gaan over het onderwijs. De waardigheid van het vak van leraar ging hem zeer ter harte.

De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.

Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.

Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.

Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18

Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl

Een interview met de auteur in Trouw

Een recensie van het boek in Pedagogiek

Joop Berding in Tjipcast



Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.

De website van de auteur

Quick View

Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk

 19,00
De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) hield zich intensief bezig met de klassieke filosofie. Hij was ook jarenlang leraar op een school voor voortgezet onderwijs en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bovendien was hij een begenadigd schrijver van prikkelende essays. Daaronder zijn er vele die gaan over het onderwijs. De waardigheid van het vak van leraar ging hem zeer ter harte.

De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.

Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.

Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.

Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18

Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl

Een interview met de auteur in Trouw

Een recensie van het boek in Pedagogiek

Joop Berding in Tjipcast



Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.

De website van de auteur

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten

 29,99
Alle vrouwen en mannen met een kinderwens hopen op een gezonde baby. De allereerste weken van de zwangerschap zijn daarvoor al heel belangrijk. De zorg voor je kindje begint daarom niet pas bij een positieve zwangerschapstest, maar al vóór de zwangerschap, vóór de bevruchting: preconceptiezorg. Dan al kun je ervoor zorgen dat alles gedaan is om zo goed mogelijk van start te gaan. En dat kun je zelf doen. Met goede informatie ga je aan het werk op de manier die bij jullie past. Moeder of vader worden doe je op die manier al voordat je zwanger bent. In dit boek lees je daar alles over.

Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).



Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.

Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.

Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.

Quick View

Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten

 29,99
Alle vrouwen en mannen met een kinderwens hopen op een gezonde baby. De allereerste weken van de zwangerschap zijn daarvoor al heel belangrijk. De zorg voor je kindje begint daarom niet pas bij een positieve zwangerschapstest, maar al vóór de zwangerschap, vóór de bevruchting: preconceptiezorg. Dan al kun je ervoor zorgen dat alles gedaan is om zo goed mogelijk van start te gaan. En dat kun je zelf doen. Met goede informatie ga je aan het werk op de manier die bij jullie past. Moeder of vader worden doe je op die manier al voordat je zwanger bent. In dit boek lees je daar alles over.

Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).



Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.

Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.

Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De zorgsector en de btw, 3e uitgave

 45,00
Ziekenhuizen en andere zorgcentra verrichten niet alleen vrijgestelde handelingen inzake btw. In de praktijk gaat het om gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.

Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.

Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.

Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

De zorgsector en de btw, 3e uitgave

 45,00
Ziekenhuizen en andere zorgcentra verrichten niet alleen vrijgestelde handelingen inzake btw. In de praktijk gaat het om gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.

Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.

Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.

Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld

 37,50
Oudere mensen en fysiek geweld zijn een dagelijks probleem. Toch zijn de berichtgeving en de info hieromtrent eerder karig in vergelijking met die over jongeren. Ouderen zijn meestal het slachtoffer van geweld, maar steeds vaker zijn ze ook de dader. Ouderenmishandeling gebeurt veelal nog stiekem, zowel in de thuiszorg als in zorginstellingen. Maar wie is die ‘lastige’ oudere?

Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.

De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.



Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.

Quick View

Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld

 37,50
Oudere mensen en fysiek geweld zijn een dagelijks probleem. Toch zijn de berichtgeving en de info hieromtrent eerder karig in vergelijking met die over jongeren. Ouderen zijn meestal het slachtoffer van geweld, maar steeds vaker zijn ze ook de dader. Ouderenmishandeling gebeurt veelal nog stiekem, zowel in de thuiszorg als in zorginstellingen. Maar wie is die ‘lastige’ oudere?

Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.

De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.



Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    19
    Uw winkelwagen
    Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
     32,50
    Bedrijfskunde - de essentie (4e gewijzigde ed.)
     70,00
    Ken je innerlijke goden en godinnen
    Ken je innerlijke goden en godinnen
    Aantal: 1
    Prijs: 23,00
     23,00
    ×