Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
€ 35,00
In dit boek worden de interrelaties tussen bedrijfskosten (B), verkoopvolumes (V) en bedrijfsresultaten (B) onder de loep genomen en dat met toepassing van de BVB-analysetechniek.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
€ 35,00
In dit boek worden de interrelaties tussen bedrijfskosten (B), verkoopvolumes (V) en bedrijfsresultaten (B) onder de loep genomen en dat met toepassing van de BVB-analysetechniek.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
€ 29,00
De concentratiekampen zijn gesloten. Auschwitz is voorbij. Elk jaar herdenken we en zeggen we dat we dit nooit meer willen. Maar waarom hebben we dan nog altijd systemen in onze Westerse samenleving waarin mensen in mensonterende omstandigheden zitten opgesloten? Is Auschwitz wel echt voorbij? Om hier een antwoord op te vinden, wordt in dit boek een vergelijking gemaakt tussen de kampstructuur van Auschwitz en de grondstructuur van het huidige detentiesysteem in de Verenigde Staten. Dit detentiesysteem herbergt 2.3 miljoen schuldige of onschuldige mensen in mensonterende omstandigheden. Wat is het verschil in menselijke waardigheid tussen Auschwitz en dit detentiesysteem als zij door dezelfde onderliggende structuur wordt vernietigd? In dit boek wordt onderzocht wat de universele kenmerken zijn van de grondstructuur van beide systemen. Inzicht in deze universele kenmerken kan leiden tot een letterlijk structurele verandering en aanzetten tot onderzoek naar andere onderliggende structuren, zoals het Nederlands detentiesysteem of vluchtelingencentrum Ter Apel. Kortom, inzicht in onderliggende structuren van uitsluitende systemen leidt tot werkelijke verandering, en daarmee tot herstel van de menselijke waardigheid.
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
€ 29,00
De concentratiekampen zijn gesloten. Auschwitz is voorbij. Elk jaar herdenken we en zeggen we dat we dit nooit meer willen. Maar waarom hebben we dan nog altijd systemen in onze Westerse samenleving waarin mensen in mensonterende omstandigheden zitten opgesloten? Is Auschwitz wel echt voorbij? Om hier een antwoord op te vinden, wordt in dit boek een vergelijking gemaakt tussen de kampstructuur van Auschwitz en de grondstructuur van het huidige detentiesysteem in de Verenigde Staten. Dit detentiesysteem herbergt 2.3 miljoen schuldige of onschuldige mensen in mensonterende omstandigheden. Wat is het verschil in menselijke waardigheid tussen Auschwitz en dit detentiesysteem als zij door dezelfde onderliggende structuur wordt vernietigd? In dit boek wordt onderzocht wat de universele kenmerken zijn van de grondstructuur van beide systemen. Inzicht in deze universele kenmerken kan leiden tot een letterlijk structurele verandering en aanzetten tot onderzoek naar andere onderliggende structuren, zoals het Nederlands detentiesysteem of vluchtelingencentrum Ter Apel. Kortom, inzicht in onderliggende structuren van uitsluitende systemen leidt tot werkelijke verandering, en daarmee tot herstel van de menselijke waardigheid.
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
€ 42,00
Duurzaamheidsverslaggeving wordt steeds relevanter om inzicht te krijgen in de waarde die een onderneming kan creëren voor zichzelf, haar stakeholders en de samenleving in het algemeen. Bedrijfsrevisoren zullen een cruciale rol spelen bij het ondersteunen van ondernemingen bij hun duurzame transitie, en deze zal in de toekomst ongetwijfeld toenemen.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
€ 42,00
Duurzaamheidsverslaggeving wordt steeds relevanter om inzicht te krijgen in de waarde die een onderneming kan creëren voor zichzelf, haar stakeholders en de samenleving in het algemeen. Bedrijfsrevisoren zullen een cruciale rol spelen bij het ondersteunen van ondernemingen bij hun duurzame transitie, en deze zal in de toekomst ongetwijfeld toenemen.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
€ 24,00
Discussies over pedofilie en pedoseksualiteit zijn vaak sterk gemediatiseerd, waarbij ook pedofilie resoluut wordt geassocieerd met seksueel kindermisbruik. Doorgaans is er weinig of geen aandacht voor niet-plegende pedofielen. Zij ervaren weliswaar een aantrekking tot jonge kinderen, maar proberen die actief te onderdrukken en bewust geen pedoseksuele feiten te plegen. Met psychosociale moeilijkheden gerelateerd aan hun geaardheid kunnen ze omwille van stigma moelijker terecht bij de traditionele hulpverlening, zodat sommigen zich wenden tot online steungroepen op peerniveau.
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
€ 24,00
Discussies over pedofilie en pedoseksualiteit zijn vaak sterk gemediatiseerd, waarbij ook pedofilie resoluut wordt geassocieerd met seksueel kindermisbruik. Doorgaans is er weinig of geen aandacht voor niet-plegende pedofielen. Zij ervaren weliswaar een aantrekking tot jonge kinderen, maar proberen die actief te onderdrukken en bewust geen pedoseksuele feiten te plegen. Met psychosociale moeilijkheden gerelateerd aan hun geaardheid kunnen ze omwille van stigma moelijker terecht bij de traditionele hulpverlening, zodat sommigen zich wenden tot online steungroepen op peerniveau.
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
€ 39,00
Hoe definieert men sport in het kader van de btw-vrijstellingen? Waarom kan voetbal vrijgesteld zijn en schaken niet?
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
€ 39,00
Hoe definieert men sport in het kader van de btw-vrijstellingen? Waarom kan voetbal vrijgesteld zijn en schaken niet?
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
€ 35,00
Hoewel Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) van Ferrara een merkwaardige en vooraanstaande arts-anatoom was in de zestiende eeuw, is hij heden veel minder gekend dan zijn tijdgenoten zoals Vesalius, Fallopio of Colombo. Sterker nog, zijn enig werk over de musculaire anatomie van het bovenste lidmaat Musculorum humani corporis picturata dissectio kan aanzien worden als een meesterwerk uit zijn tijd, even innovatief als Vesalius’ Fabrica. Niet enkel inhoudelijk is de Picturata dissectio revolutionair maar ook de koperetsen zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en nauwgezetheid. Dit is het resultaat van Canani’s veelvuldig dissectiewerk op mensenlijken, uitgevoerd met een uitzonderlijke zorg en gedreven om de anatomie tot in de kleinste details te ontdekken.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
€ 35,00
Hoewel Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) van Ferrara een merkwaardige en vooraanstaande arts-anatoom was in de zestiende eeuw, is hij heden veel minder gekend dan zijn tijdgenoten zoals Vesalius, Fallopio of Colombo. Sterker nog, zijn enig werk over de musculaire anatomie van het bovenste lidmaat Musculorum humani corporis picturata dissectio kan aanzien worden als een meesterwerk uit zijn tijd, even innovatief als Vesalius’ Fabrica. Niet enkel inhoudelijk is de Picturata dissectio revolutionair maar ook de koperetsen zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en nauwgezetheid. Dit is het resultaat van Canani’s veelvuldig dissectiewerk op mensenlijken, uitgevoerd met een uitzonderlijke zorg en gedreven om de anatomie tot in de kleinste details te ontdekken.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
€ 39,00
Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) from Ferrara was a remarkable and leading physician-anatomist in the sixteenth century, but he is far less well known today than his contemporaries such as Vesalius, Fallopio or Colombo. His only work on the muscular anatomy of the upper limb Musculorum humani corporis picturata dissectio can in fact be considered as a masterpiece of its time, no less innovative than Vesalius’ Fabrica. The Picturata dissectio is revolutionary in its content and contains copper etchings of exceptional quality and precision. This is the result of Canani’s extensive dissections of human corpses, performed meticulously and with a determination to
discover the tiniest details of the human anatomy.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
€ 39,00
Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) from Ferrara was a remarkable and leading physician-anatomist in the sixteenth century, but he is far less well known today than his contemporaries such as Vesalius, Fallopio or Colombo. His only work on the muscular anatomy of the upper limb Musculorum humani corporis picturata dissectio can in fact be considered as a masterpiece of its time, no less innovative than Vesalius’ Fabrica. The Picturata dissectio is revolutionary in its content and contains copper etchings of exceptional quality and precision. This is the result of Canani’s extensive dissections of human corpses, performed meticulously and with a determination to
discover the tiniest details of the human anatomy.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
€ 29,00
There are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant in their local regions. The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project has been to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop a deeper understanding of engagement. The project highlighted the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives in each of the participating universities. The examples provided range widely in their structure and intended outcomes. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities and communities is prioritised.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
€ 29,00
There are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant in their local regions. The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project has been to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop a deeper understanding of engagement. The project highlighted the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives in each of the participating universities. The examples provided range widely in their structure and intended outcomes. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities and communities is prioritised.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
€ 23,00
De samenleving verwacht steeds meer van de school. Die vele en toenemende verwachtingen kunnen niet ingelost worden als leerkrachten in de beslotenheid van hun eigen leslokaal onderwijs geven zonder zich veel te bekommeren om wat de collega’s doen. Doorgaande leerlijnen, hoge opbrengsten en een goed en aangenaam leerklimaat vraagt de collectieve inspanning van het team. Goed onderwijs is – zo wordt steeds meer duidelijk – ook afhankelijk van de mate waarin leerkrachten als team samen werken en samen leren. Met andere woorden, goed onderwijs gedijt bij de ontwikkeling van scholen als professionele leergemeenschappen.
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
€ 23,00
De samenleving verwacht steeds meer van de school. Die vele en toenemende verwachtingen kunnen niet ingelost worden als leerkrachten in de beslotenheid van hun eigen leslokaal onderwijs geven zonder zich veel te bekommeren om wat de collega’s doen. Doorgaande leerlijnen, hoge opbrengsten en een goed en aangenaam leerklimaat vraagt de collectieve inspanning van het team. Goed onderwijs is – zo wordt steeds meer duidelijk – ook afhankelijk van de mate waarin leerkrachten als team samen werken en samen leren. Met andere woorden, goed onderwijs gedijt bij de ontwikkeling van scholen als professionele leergemeenschappen.
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
€ 21,60
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
€ 21,60
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Subsidies en btw
€ 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Subsidies en btw
€ 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
€ 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
€ 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
€ 26,00
Elke marketeer zal binnen de onderneming waarin hij actief is, vanuit een analyse van de huidige en toekomstige situatie (zowel extern als intern) bepaalde marketingbeslissingen nemen. Het hanteren van een planmatige structuur geeft daarbij een houvast.
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
€ 26,00
Elke marketeer zal binnen de onderneming waarin hij actief is, vanuit een analyse van de huidige en toekomstige situatie (zowel extern als intern) bepaalde marketingbeslissingen nemen. Het hanteren van een planmatige structuur geeft daarbij een houvast.
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
€ 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
€ 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
€ 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
€ 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Btw-eetjes deel 21
€ 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 21
€ 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vzw en btw, 3e uitgave
€ 49,00
Vzw’s zijn in de regel btw-belastingplichtigen. Vele vzw’s verrichten echter vrijgestelde activiteiten bedoeld in art. 44 W.BTW. Ze moeten dan geen btw aanrekenen maar hebben ook geen recht op aftrek van de btw op de zelf aangekochte goederen en/of diensten.
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Vzw en btw, 3e uitgave
€ 49,00
Vzw’s zijn in de regel btw-belastingplichtigen. Vele vzw’s verrichten echter vrijgestelde activiteiten bedoeld in art. 44 W.BTW. Ze moeten dan geen btw aanrekenen maar hebben ook geen recht op aftrek van de btw op de zelf aangekochte goederen en/of diensten.
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
€ 29,00
When fellow countrymen win a medal at an international sports event the whole spectrum of positive and negative emotions is expressed, by athletes, spectators, even by the strongest sports-critics and sports-indifferent people. There are winners and losers, fans for and against, sadness and disillusionment, abuse and injustice, grief and pain but there is also fair play, empathy, integrity, joy and optimism. In this essay, I write about abuses, dangers and challenges in sport, what causes them and how we can manage them, but also about how we can better realise the positive potential of sport in the 21e century context. We can do better… Much better!
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
€ 29,00
When fellow countrymen win a medal at an international sports event the whole spectrum of positive and negative emotions is expressed, by athletes, spectators, even by the strongest sports-critics and sports-indifferent people. There are winners and losers, fans for and against, sadness and disillusionment, abuse and injustice, grief and pain but there is also fair play, empathy, integrity, joy and optimism. In this essay, I write about abuses, dangers and challenges in sport, what causes them and how we can manage them, but also about how we can better realise the positive potential of sport in the 21e century context. We can do better… Much better!
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
€ 16,00
Burgerschapseducatie is in Nederland en Vlaanderen een verplicht onderdeel van het primair en secundair onderwijs, en behelst méér dan kennis overdragen over de liberale democratie, het politiek systeem en de rechtsstaat. De eindtermen vermelden onder meer verdraagzaamheid, omgaan met diversiteit, en in dialoog gaan. In dit boek worden de in de eindtermen genoemde competenties samengevat onder tolerantie, morele vaardigheden, en kritisch denken.
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
€ 16,00
Burgerschapseducatie is in Nederland en Vlaanderen een verplicht onderdeel van het primair en secundair onderwijs, en behelst méér dan kennis overdragen over de liberale democratie, het politiek systeem en de rechtsstaat. De eindtermen vermelden onder meer verdraagzaamheid, omgaan met diversiteit, en in dialoog gaan. In dit boek worden de in de eindtermen genoemde competenties samengevat onder tolerantie, morele vaardigheden, en kritisch denken.
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
€ 42,50
Het Stuivenberggasthuis werd als tweede ziekenhuis in Antwerpen gebouwd tussen 1879 en 1884, en ontving haar eerste patiënt op 2 januari 1885. Architect Baeckelmans maakte de revolutionaire plannen voor een toentertijd hypermodern ziekenhuis, waardoor de modernste snufjes van luchtverversing en verwarming, verzorging en verpleging, doch korte tijd later ook elektrische verlichting, bacteriologisch onderzoek en radiologische beeldvorming, werkelijkheid werden.
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
€ 42,50
Het Stuivenberggasthuis werd als tweede ziekenhuis in Antwerpen gebouwd tussen 1879 en 1884, en ontving haar eerste patiënt op 2 januari 1885. Architect Baeckelmans maakte de revolutionaire plannen voor een toentertijd hypermodern ziekenhuis, waardoor de modernste snufjes van luchtverversing en verwarming, verzorging en verpleging, doch korte tijd later ook elektrische verlichting, bacteriologisch onderzoek en radiologische beeldvorming, werkelijkheid werden.
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
€ 27,00
Deze 43ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een
algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over
een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
€ 27,00
Deze 43ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een
algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over
een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
€ 15,00
Dit tweede nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk heeft twee actuele kwesties als thema: de discussie rond het Nederlandse slavernijverleden en de eventuele excuses daarvoor, naast de actualiteit van de Russische inval in Oekraïne. Om te beginnen buigt Menno Kamminga zich in zijn bijdrage “De morele betwistbaarheid van nationale slavernijexcuses” over een kwestie die Nederland duidelijk verdeelt: moeten er excuses komen voor het nationale slavernijverleden, of niet. De huidige premier Mark Rutte stelt slavernijexcuses begrijpelijk maar niet verstandig te vinden. Slachtoffers en daders zijn allang dood; huidige generaties zijn niet zomaar verantwoordelijk voor vroeger leed onder een ander staatsbestel; en excuses kunnen tot polarisatie leiden. Niettemin ijveren linkse politieke partijen en actievoerders ervoor dat de regering eindelijk excuses aanbiedt in 2023, wanneer 150 jaar afschaffing van de slavernij wordt herdacht.
Zoals de regering in januari 2020 excuses aanbood voor de overheidsrol bij de Holocaust, zou zij dat ook moeten doen voor de nationale betrokkenheid bij de gruweldaden van slavenhandel en slavernij. De druk op de regering neemt toe door de excuses die Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben aangeboden voor hun stedelijke slavernijverleden, en de plannen van andere steden hiertoe. Maar de maatschappelijke weerstand is groot. Op deze discussie komt F&P in een later nummer daarom nog eens terug.
In “Meten met meerdere maten? Een filosofische reflectie op Ruslands oorlog in Oekraïne” buigt Evert van der Zweerde zich vervolgens over die andere actuele kwestie, de oorlog in Oekraïne. Sinds de invasie van Oekraïne door het Russische leger op 24 februari 2022 staat de wereld bol van de analyses en verklaringen. Deze variëren van psychologische verklaringen van het ‘irrationele’ gedrag van Vladimir Poetin, via economische en geopolitiek-strategische, tot essentialistische duidingen van ‘Rusland’. Wat kan een filosofische reflectie hier nog aan toevoegen? Hetzelfde als altijd: kritische distantie en conceptuele helderheid, in de soms ijdele hoop dat die twee zaken enig verschil maken. Deze bijdrage richt zich op de complexe ‘casus’ van de huidige oorlog, door Rusland ontketend in vooral Oost-Oekraïne, en poogt drie elementen aan te dragen die genoemde kritische reflectie kunnen faciliteren: een historisch perspectief, een poging tot verplaatsing in de Russische situatie en een politiek-filosofische plaatsbepaling.
In zijn Minima Philosophica “Wereldhistorische beschouwingen. De actualiteit van de crisis-analyticus Jacob Burckhardt” illustreert Peter Claessens de relevantie van Burckhardt: “Toch is het weinig historici gegeven 150 jaar later nog zoveel actualiteit te bezitten”. In menig opzicht zijn parallellen te trekken tussen Burckhardts visie en de huidige actualiteit. Het meest in het oog springt daarbij – natuurlijk - de parallel tussen Burckhardts beschrijving van de ‘kwaadaardige macht’ en de actualiteit van de oorlog die nu in volle omvang in Oekraïne woedt: “Zwakkere buren worden onderworpen en geannexeerd of anderszins van hun onafhankelijkheid beroofd, niet om ervoor te zorgen dat ze zelf niet meer als
agressor optreden, want daarover maken ze zich nog het minst druk, maar om te voorkomen dat een andere staat zich er meester van maakt of ze politiek van zich afhankelijk maakt; het is ze erom te doen de mogelijke politieke bondgenoot van de vijand te onderwerpen. En zijn ze eenmaal deze weg ingeslagen, is er geen houden meer aan; voor alles is er een excuus.”
In zijn reviewartikel “Filosofie van menselijkheid. De droom van Johan Braeckman” gaat Floris van den Berg in op het interviewboek Een zoektocht naar menselijkheid. Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman (2021) door filosoof Dirk Verhofstadt. Na Op zoek naar waarheid, met Etienne Vermeersch (2019) en Op zoek naar harmonie met Paul Cliteur (2012), interviewt Verhofstadt nu Johan Braeckman. Paul van Tongeren zorgt in “Een prachtige nalatenschap” voor een bespreking van het boek van Erik Oger: Als in een honderdvoudige spiegel. Nietzsches perspectivische schrijven. Kalmhout: Pelckmans, 2022, 406 pp. En Jozef Keulartz bespreekt in “Vertel dat maar aan Alexei Navalny, Monsieur Latour!” van Arjen Kleinherenbrink De Constructie van de wereld. De filosofie van Bruno Latour. Amsterdam: Boom, 2022, 240 pp.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van dit nummer
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
€ 15,00
Dit tweede nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk heeft twee actuele kwesties als thema: de discussie rond het Nederlandse slavernijverleden en de eventuele excuses daarvoor, naast de actualiteit van de Russische inval in Oekraïne. Om te beginnen buigt Menno Kamminga zich in zijn bijdrage “De morele betwistbaarheid van nationale slavernijexcuses” over een kwestie die Nederland duidelijk verdeelt: moeten er excuses komen voor het nationale slavernijverleden, of niet. De huidige premier Mark Rutte stelt slavernijexcuses begrijpelijk maar niet verstandig te vinden. Slachtoffers en daders zijn allang dood; huidige generaties zijn niet zomaar verantwoordelijk voor vroeger leed onder een ander staatsbestel; en excuses kunnen tot polarisatie leiden. Niettemin ijveren linkse politieke partijen en actievoerders ervoor dat de regering eindelijk excuses aanbiedt in 2023, wanneer 150 jaar afschaffing van de slavernij wordt herdacht.
Zoals de regering in januari 2020 excuses aanbood voor de overheidsrol bij de Holocaust, zou zij dat ook moeten doen voor de nationale betrokkenheid bij de gruweldaden van slavenhandel en slavernij. De druk op de regering neemt toe door de excuses die Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben aangeboden voor hun stedelijke slavernijverleden, en de plannen van andere steden hiertoe. Maar de maatschappelijke weerstand is groot. Op deze discussie komt F&P in een later nummer daarom nog eens terug.
In “Meten met meerdere maten? Een filosofische reflectie op Ruslands oorlog in Oekraïne” buigt Evert van der Zweerde zich vervolgens over die andere actuele kwestie, de oorlog in Oekraïne. Sinds de invasie van Oekraïne door het Russische leger op 24 februari 2022 staat de wereld bol van de analyses en verklaringen. Deze variëren van psychologische verklaringen van het ‘irrationele’ gedrag van Vladimir Poetin, via economische en geopolitiek-strategische, tot essentialistische duidingen van ‘Rusland’. Wat kan een filosofische reflectie hier nog aan toevoegen? Hetzelfde als altijd: kritische distantie en conceptuele helderheid, in de soms ijdele hoop dat die twee zaken enig verschil maken. Deze bijdrage richt zich op de complexe ‘casus’ van de huidige oorlog, door Rusland ontketend in vooral Oost-Oekraïne, en poogt drie elementen aan te dragen die genoemde kritische reflectie kunnen faciliteren: een historisch perspectief, een poging tot verplaatsing in de Russische situatie en een politiek-filosofische plaatsbepaling.
In zijn Minima Philosophica “Wereldhistorische beschouwingen. De actualiteit van de crisis-analyticus Jacob Burckhardt” illustreert Peter Claessens de relevantie van Burckhardt: “Toch is het weinig historici gegeven 150 jaar later nog zoveel actualiteit te bezitten”. In menig opzicht zijn parallellen te trekken tussen Burckhardts visie en de huidige actualiteit. Het meest in het oog springt daarbij – natuurlijk - de parallel tussen Burckhardts beschrijving van de ‘kwaadaardige macht’ en de actualiteit van de oorlog die nu in volle omvang in Oekraïne woedt: “Zwakkere buren worden onderworpen en geannexeerd of anderszins van hun onafhankelijkheid beroofd, niet om ervoor te zorgen dat ze zelf niet meer als
agressor optreden, want daarover maken ze zich nog het minst druk, maar om te voorkomen dat een andere staat zich er meester van maakt of ze politiek van zich afhankelijk maakt; het is ze erom te doen de mogelijke politieke bondgenoot van de vijand te onderwerpen. En zijn ze eenmaal deze weg ingeslagen, is er geen houden meer aan; voor alles is er een excuus.”
In zijn reviewartikel “Filosofie van menselijkheid. De droom van Johan Braeckman” gaat Floris van den Berg in op het interviewboek Een zoektocht naar menselijkheid. Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman (2021) door filosoof Dirk Verhofstadt. Na Op zoek naar waarheid, met Etienne Vermeersch (2019) en Op zoek naar harmonie met Paul Cliteur (2012), interviewt Verhofstadt nu Johan Braeckman. Paul van Tongeren zorgt in “Een prachtige nalatenschap” voor een bespreking van het boek van Erik Oger: Als in een honderdvoudige spiegel. Nietzsches perspectivische schrijven. Kalmhout: Pelckmans, 2022, 406 pp. En Jozef Keulartz bespreekt in “Vertel dat maar aan Alexei Navalny, Monsieur Latour!” van Arjen Kleinherenbrink De Constructie van de wereld. De filosofie van Bruno Latour. Amsterdam: Boom, 2022, 240 pp.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van dit nummer
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
€ 33,00
Wat is online seksueel grensoverschrijdend gedrag? Is sexting ontwikkelingsadequaat? Wat is deepfake porno? Welke online seksuele grensoverschrijdende activiteiten plegen jongeren? Hoe moet je als hulpverlener jonge online plegers begeleiden? Wat kunnen ouders of andere zorgfiguren doen in de mediaopvoeding?
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
€ 33,00
Wat is online seksueel grensoverschrijdend gedrag? Is sexting ontwikkelingsadequaat? Wat is deepfake porno? Welke online seksuele grensoverschrijdende activiteiten plegen jongeren? Hoe moet je als hulpverlener jonge online plegers begeleiden? Wat kunnen ouders of andere zorgfiguren doen in de mediaopvoeding?
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
€ 21,50
Wat is gezondheid en gezond gedrag? Impliceert gezond gedrag ook gezondheidsgeletterdheid? Zijn we in staat om voor onze eigen gezondheid en die van anderen te zorgen? En hoe kan gezondheidspromotie en gezondheidseducatie het beste voorbereid en aangepakt worden?
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
€ 21,50
Wat is gezondheid en gezond gedrag? Impliceert gezond gedrag ook gezondheidsgeletterdheid? Zijn we in staat om voor onze eigen gezondheid en die van anderen te zorgen? En hoe kan gezondheidspromotie en gezondheidseducatie het beste voorbereid en aangepakt worden?
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.



