Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
€ 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone
jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.
Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan
starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in
hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,
kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over
minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een
minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de
sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert
ook de kansen van hun kinderen.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Wit krijt schrijft beter
Gekleurd door het leven
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
€ 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone
jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.
Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan
starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in
hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,
kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over
minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een
minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de
sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert
ook de kansen van hun kinderen.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Wit krijt schrijft beter
Gekleurd door het leven
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
€ 13,40
Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor de
opleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm van
professionalisering om de pedagogische en didactische rol
binnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnen
geven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorg
brengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
De leerwerkplaats handelingsgericht werken om competent te blijven. Een balans in diagnostiek en begeleiding – LEOZ Deelproject 9
€ 13,40
Is een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding voor de
opleiders in speciale onderwijszorg een krachtige vorm van
professionalisering om de pedagogische en didactische rol
binnen de HBO-masteropleiding adequaat vorm te kunnen
geven?’ Een aantal instellingen voor speciale onderwijszorg
brengen verslag uit van hoe het bij hen werkt.
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
De context en positionering van de leerwerkplaats en het handelingsgericht werken waren hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Bij professionalisering middels een leerwerkplaats diagnostiek en begeleiding werden vier spanningsvelden onderscheiden: handelingsgericht werken en handelingsgerichte diagnostiek, praktijknabij en praktijkveraf, programma- en vraaggericht, opleiden en zakelijke dienstverlening. Ook de ontwikkelingen van passend onderwijs en inclusie vragen om een herbezinning van de veranderende rol van de opleider. Zonder praktijkleren is het onmogelijk om bij te dragen aan de onderwijsvraagstukken uit het veld en om bij te blijven in de nieuwe ontwikkelingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Gyan Akveld, begeleidingskundige, is programmamanager professionalisering van het Deltioncollege in Zwolle.
Ad Donkers, orthopedagoog, is hogeschooldocent aan Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Bob Schoorel is docent, trainer en consultant bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Thieu Dollevoet, agoog, is stafmedewerker bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg, en secretaris van WOSO.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
€ 17,40
Spelen en leren, beide begrippen lijken
in het leven tegenover elkaar te staan.
Spelen is er om te ontspannen, leren
betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft
echter niet zo te zijn. Niet enkel op de
werkvloer lijkt het spelelement aan belang
te winnen, het spel is voor kinderen één
van de voornaamste manieren om zich
te ontwikkelen en de wereld rondom te
leren kennen. Dit boek pleit voor een
herwaardering van en een vernieuwde
aandacht voor de rol van het spelen bij
de ontwikkeling van het kind. In het
hedendaagse ontwikkelingspsychologische
en pedagogische onderzoek wordt de factor
‘spel’ immers vaak buiten beschouwing
gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Spelenderwijs wijzer worden. Spel, speelgoed en het opgroeiende kind
€ 17,40
Spelen en leren, beide begrippen lijken
in het leven tegenover elkaar te staan.
Spelen is er om te ontspannen, leren
betekent inspanning en arbeid. Dat hoeft
echter niet zo te zijn. Niet enkel op de
werkvloer lijkt het spelelement aan belang
te winnen, het spel is voor kinderen één
van de voornaamste manieren om zich
te ontwikkelen en de wereld rondom te
leren kennen. Dit boek pleit voor een
herwaardering van en een vernieuwde
aandacht voor de rol van het spelen bij
de ontwikkeling van het kind. In het
hedendaagse ontwikkelingspsychologische
en pedagogische onderzoek wordt de factor
‘spel’ immers vaak buiten beschouwing
gelaten, wegens ‘niet ernstig genoeg’.
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
De auteur denkt daar anders over. Het spel vormt volgens hem één van de beste – zo niet de beste – vorm van leren voor het leven. Het zorgt voor een vlotte kennismaking met de wereld rondom, het stimuleert creativiteit en zelfredzaamheid, en het is bovendien een belangrijke motor van de sociale interactie; allerlei vaardigheden die in het latere leven van pas komen. Spelen is echter ook niet vrijblijvend. Het is iets dat door ouders, opvoeders en de schoolomgeving op de juiste wijze gestimuleerd dient te worden. Daarom worden hier ook duidelijke richtlijnen aangereikt, die iedereen in staat stellen om de heilzaamheid van het spelen voor de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Roel de Groot, orthopedagoog, was verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van de Nationale Speelraad en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
€ 16,70
Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderende
wereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijk
én duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegde
waarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het ons
lukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomen
we verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij als
samenleving een attitude voor life-long learning?
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
€ 16,70
Hoe bekwaam ben je om je te handhaven in een snel veranderende
wereld? Hoe creëer je nieuwe producten en diensten die aantrekkelijk
én duurzaam zijn? Hoe ontwikkel je je talenten tot een toegevoegde
waarde voor jezelf en de samenleving? Hoe gaat het ons
lukken het maximale uit onze kinderen te halen? Hoe voorkomen
we verlies van talent door schooluitval? En hoe scheppen wij als
samenleving een attitude voor life-long learning?
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
€ 16,90
This book wishes to contribute to the development of
Interprofessional Education (IPE) in health and social care
programmes in higher education institutions where IPE is not yet
deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not
underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been
produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional
Education Network, with financial support from the European
Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant
policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools
and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader
about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
€ 16,90
This book wishes to contribute to the development of
Interprofessional Education (IPE) in health and social care
programmes in higher education institutions where IPE is not yet
deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not
underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been
produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional
Education Network, with financial support from the European
Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant
policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools
and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader
about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
€ 20,50
“Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar wat
is dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Wat
is nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten,
dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’
of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
€ 20,50
“Leerlingen zijn niet gemotiveerd om te leren” is een veelgehoorde verzuchting. Maar wat
is dat – een gemotiveerde leerling? Welke kenmerken schrijven we toe aan motivatie? Wat
is nodig om je gemotiveerd te voelen? Stel je deze vragen aan leerlingen en leerkrachten,
dan omschrijven zij motivatie dikwijls in termen van ‘lekker bezig zijn’, ‘ingespannen werken’
of ‘iets doen om een bepaald doel te bereiken’.
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
€ 19,00
Leerkrachten, schoolopbouwwerkers en directies; straathoek-,
integratie- en opbouwwerkers; vrijwilligers en beroepskrachten…
al meer dan tien jaar zijn er vele tientallen basismensen aan de
slag met Roma. Heel geëngageerd, heel creatief en vaak ook heel
alleen. Maar ze boeken wel resultaat, zeker in de toeleiding van
Romakinderen en -jongeren naar het onderwijs.
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
€ 19,00
Leerkrachten, schoolopbouwwerkers en directies; straathoek-,
integratie- en opbouwwerkers; vrijwilligers en beroepskrachten…
al meer dan tien jaar zijn er vele tientallen basismensen aan de
slag met Roma. Heel geëngageerd, heel creatief en vaak ook heel
alleen. Maar ze boeken wel resultaat, zeker in de toeleiding van
Romakinderen en -jongeren naar het onderwijs.
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
€ 17,40
Dit boek is een methodische, geordende ‘survival toolbox’ voor ambulante
gezinsbegeleiders in de jeugdzorg die werken met multi-probleemgezinnen.
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
€ 17,40
Dit boek is een methodische, geordende ‘survival toolbox’ voor ambulante
gezinsbegeleiders in de jeugdzorg die werken met multi-probleemgezinnen.
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
€ 39,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het
traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben
een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf
het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels
multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende
eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel
gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben
doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures
onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld
van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van
het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden,
vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd
tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
€ 39,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het
traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben
een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf
het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels
multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende
eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel
gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben
doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures
onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld
van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van
het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden,
vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd
tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
€ 18,00
Wat betekent ethiek in het zorgen voor anderen? Vanuit een kader dat een lans breekt
voor een kritische filosofische benadering, biedt dit boek relevante antwoorden op
terechte vragen uit het verzorgende werkveld. Specifiek gaat het daarbij in op een
brandend actuele kwestie, namelijk de ethische begeleiding bij de levensbeëindiging.
De auteur onderzoekt welke ethische en juridische implicaties indirecte, passieve
en ongevraagde levensverkorting, alsook euthanasie en palliatieve sedatie, met zich
meebrengen. Dit geldt zowel voor meerder- en minderjarigen als voor mensen in een
persisterende vegetatieve toestand.
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
€ 18,00
Wat betekent ethiek in het zorgen voor anderen? Vanuit een kader dat een lans breekt
voor een kritische filosofische benadering, biedt dit boek relevante antwoorden op
terechte vragen uit het verzorgende werkveld. Specifiek gaat het daarbij in op een
brandend actuele kwestie, namelijk de ethische begeleiding bij de levensbeëindiging.
De auteur onderzoekt welke ethische en juridische implicaties indirecte, passieve
en ongevraagde levensverkorting, alsook euthanasie en palliatieve sedatie, met zich
meebrengen. Dit geldt zowel voor meerder- en minderjarigen als voor mensen in een
persisterende vegetatieve toestand.
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
€ 21,00
Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er
nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en
relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt
bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende
of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in
staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en
bespreekbaar te maken.
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
€ 21,00
Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er
nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en
relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt
bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende
of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in
staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en
bespreekbaar te maken.
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
€ 51,40
Het Japanse schrift bestaat uit drie verschillende soorten schriften:
hiragana, katakana (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Dit boek reikt een eenvoudige zelfstudiemethode aan om
de schrijfwijze en de betekenis van kanji te onthouden. Daarvoor
wordt de complexiteit van de kanji herleid tot basiselementen, ook
wel primitieven genoemd, en krijgt de lezer manieren aangeboden
om op basis daarvan betekenissen te reconstrueren. Hierbij wordt
een beroep gedaan op het verbeeldingsgeheugen.
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
€ 51,40
Het Japanse schrift bestaat uit drie verschillende soorten schriften:
hiragana, katakana (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Dit boek reikt een eenvoudige zelfstudiemethode aan om
de schrijfwijze en de betekenis van kanji te onthouden. Daarvoor
wordt de complexiteit van de kanji herleid tot basiselementen, ook
wel primitieven genoemd, en krijgt de lezer manieren aangeboden
om op basis daarvan betekenissen te reconstrueren. Hierbij wordt
een beroep gedaan op het verbeeldingsgeheugen.
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.

