Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en de btw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerende leasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraal staat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt van elke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investeren
buiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaal
geen addertjes onder het gras?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften.
Donald Rigolle is adviseur bij de FOD Financiën (Dienst Voorafgaande Beslissingen – Contactpunt Regularisaties). Optimalisatie van btw-aftrek bij openbare besturen en de btw-aspecten van DBFM-contracten behoren tot zijn bijzondere interesse.

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en de btw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerende leasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraal staat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt van elke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investeren
buiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaal
geen addertjes onder het gras?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften.
Donald Rigolle is adviseur bij de FOD Financiën (Dienst Voorafgaande Beslissingen – Contactpunt Regularisaties). Optimalisatie van btw-aftrek bij openbare besturen en de btw-aspecten van DBFM-contracten behoren tot zijn bijzondere interesse.
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.
Frédéric Dopagne, Senior Associate bij het advocatenkantoor Lorenz, doceert aan de universiteiten van Louvain (UCL), Luik (ULg) en Rijsel (UCL).
Sanderijn Duquet is Aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO) en doctoraal onderzoeker aan het Leuven Centre for Global Governance Studies en het Instituut voor Internationaal Recht, KU Leuven.
Bertold F. Theeuwes (ed.) is advocaat aan de Balie van Brussel en is Managing Partner bij het advocatenkantoor Lorenz waar hij aan het hoofd staat van de afdeling ‘Internationaal publiekrecht en diplomatiek recht’.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.
Frédéric Dopagne, Senior Associate bij het advocatenkantoor Lorenz, doceert aan de universiteiten van Louvain (UCL), Luik (ULg) en Rijsel (UCL).
Sanderijn Duquet is Aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO) en doctoraal onderzoeker aan het Leuven Centre for Global Governance Studies en het Instituut voor Internationaal Recht, KU Leuven.
Bertold F. Theeuwes (ed.) is advocaat aan de Balie van Brussel en is Managing Partner bij het advocatenkantoor Lorenz waar hij aan het hoofd staat van de afdeling ‘Internationaal publiekrecht en diplomatiek recht’.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie
Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)
Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.
Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.
Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)
Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.
Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.






