Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.
Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.
Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.
Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.
Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw
Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.
Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.
In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne
arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap
in internationale verhoudingen
Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw
Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.
Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.
In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne
arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap
in internationale verhoudingen
Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.
Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.
Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.
Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.
Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en de btw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerende leasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraal staat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt van elke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investeren
buiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaal
geen addertjes onder het gras?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften.
Donald Rigolle is adviseur bij de FOD Financiën (Dienst Voorafgaande Beslissingen – Contactpunt Regularisaties). Optimalisatie van btw-aftrek bij openbare besturen en de btw-aspecten van DBFM-contracten behoren tot zijn bijzondere interesse.

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en de btw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerende leasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraal staat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt van elke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investeren
buiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaal
geen addertjes onder het gras?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften.
Donald Rigolle is adviseur bij de FOD Financiën (Dienst Voorafgaande Beslissingen – Contactpunt Regularisaties). Optimalisatie van btw-aftrek bij openbare besturen en de btw-aspecten van DBFM-contracten behoren tot zijn bijzondere interesse.
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.


