European integration through member states’ constitutional identity in EU law
€ 45,00
The present research aims to verify the nature and extent of the identity clause and to establish the role that art. 4, par. 2 TEU is called to perform in the management of the aforementioned conflicts. More specifically, it is of interest to verify whether the law has its own autonomy, what consequences may result its being violated in the light of CEU jurisprudence and what added value could have a consistent use of the identity clause in the context of the management of inter-order conflicts affecting the national identity of member states. To this end, it is essential to start from an examination of the reasons that led to the affirmation of respect for the national identity by the singular member states. To understand the legal value of art. 4, par. 2 TEUs must first reflect on the important developments in the matter of safeguarding the national identity of the Maastricht Treaty up to the Treaty of Nice and analyze them in correlation with other relevant provisions of primary law to protect state prerogatives but also to affirm a European identity founded on respect for values such as democracy and the rule of law as well as on the protection of fundamental rights. The analysis carried out in the first understanding focuses precisely on these aspects, trying to outline the path taken at the normative and jurisprudential level, not only in relation to the identity clause but also with respect to particular conceptions of fundamental rights as well as to cultural, linguistic and religious considered to be worthy of protection (as an expression of national specificity and capable of affecting the assessments of CJEU both on the admissibility of the exceptions to EU law, as well as in relation to their proportionality.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
European integration through member states’ constitutional identity in EU law
€ 45,00
The present research aims to verify the nature and extent of the identity clause and to establish the role that art. 4, par. 2 TEU is called to perform in the management of the aforementioned conflicts. More specifically, it is of interest to verify whether the law has its own autonomy, what consequences may result its being violated in the light of CEU jurisprudence and what added value could have a consistent use of the identity clause in the context of the management of inter-order conflicts affecting the national identity of member states. To this end, it is essential to start from an examination of the reasons that led to the affirmation of respect for the national identity by the singular member states. To understand the legal value of art. 4, par. 2 TEUs must first reflect on the important developments in the matter of safeguarding the national identity of the Maastricht Treaty up to the Treaty of Nice and analyze them in correlation with other relevant provisions of primary law to protect state prerogatives but also to affirm a European identity founded on respect for values such as democracy and the rule of law as well as on the protection of fundamental rights. The analysis carried out in the first understanding focuses precisely on these aspects, trying to outline the path taken at the normative and jurisprudential level, not only in relation to the identity clause but also with respect to particular conceptions of fundamental rights as well as to cultural, linguistic and religious considered to be worthy of protection (as an expression of national specificity and capable of affecting the assessments of CJEU both on the admissibility of the exceptions to EU law, as well as in relation to their proportionality.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Btw-eetjes deel 12
€ 44,00
Dit boek vormt reeds het twaalfde in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twaalfde deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 12
€ 44,00
Dit boek vormt reeds het twaalfde in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twaalfde deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
€ 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
€ 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Werk in onroerende staat.
€ 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werk in onroerende staat.
€ 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
€ 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
€ 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
€ 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
€ 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
€ 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
€ 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
€ 49,00
Kasstroomcalculaties zijn een belangrijke managementtechniek die financiële directies van ondernemingen helpen om de juiste beleidsbeslissingen te nemen, ter maximalisatie van de waarde van hun onderneming.
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
€ 49,00
Kasstroomcalculaties zijn een belangrijke managementtechniek die financiële directies van ondernemingen helpen om de juiste beleidsbeslissingen te nemen, ter maximalisatie van de waarde van hun onderneming.
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
€ 45,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
€ 45,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
€ 43,00
In de vastgoedwereld is onderhandelen een dagdagelijkse bezigheid. De makelaar, de aannemer, de architect, ... allen moeten ze onderhandelen over prijs, voorwaarden, tijdstippen, boetes. Onder professionals worden elke dag deals gesloten. Ze moeten samen werken, maar evengoed ontstaan er conflicten.
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
€ 43,00
In de vastgoedwereld is onderhandelen een dagdagelijkse bezigheid. De makelaar, de aannemer, de architect, ... allen moeten ze onderhandelen over prijs, voorwaarden, tijdstippen, boetes. Onder professionals worden elke dag deals gesloten. Ze moeten samen werken, maar evengoed ontstaan er conflicten.
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
€ 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
€ 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Transport en aanverwante diensten
€ 27,00
Dit boek legt de btw-regeling uit zoals die van toepassing is in de sector van het goederenvervoer en de hiermee samenhangende diensten. De logistieke sector staat centraal.
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Transport en aanverwante diensten
€ 27,00
Dit boek legt de btw-regeling uit zoals die van toepassing is in de sector van het goederenvervoer en de hiermee samenhangende diensten. De logistieke sector staat centraal.
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

