#HetGevoelGeadopteerd
€ 19,50
De cijfers van interlandelijke adoptie imploderen. En toch wachten honderden gezinnen op een adoptiekind. De druk op het beleid om op zoek te gaan naar kinderen voor ouders in nood, in plaats van omgekeerd, wordt hierdoor steeds groter. Meer dan ooit is er… meer
Op voorraad
De cijfers van interlandelijke adoptie imploderen. En toch wachten honderden gezinnen op een adoptiekind. De druk op het beleid om op zoek te gaan naar kinderen voor ouders in nood, in plaats van omgekeerd, wordt hierdoor steeds groter. Meer dan ooit is er in het adoptiedebat nood aan een ethisch kader, correcte informatie en uitwisseling van ervaringen, met geadopteerden in het centrum
van elk debat.
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage
zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector,
waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
Aanvullende informatie
| Afmetingen | 24 × 16 cm |
|---|
Boek informatie
Gerelateerde producten
Het filosofisch café in acht vragen
Maar deze praktijk roept ook zelf filosofische en andere vragen op: Hoe laagdrempelig is zo’n cafe? Hoe overbodig de gespreksleider? Wat maakt een gesprek filosofisch?... Acht moderatoren en organisatoren maakten de oefening. Ze formuleerden voor dit boek een eigen vraag en geven ook hun antwoorden. Daarbij vormen realistisch-verbeelde gespreksfragmenten het onderzoeksmateriaal, zodat de lezer een duidelijk beeld krijgt van hoe het er in een filosofisch café of filocafé aan toe gaat. Zijn dit goede antwoorden? Maakt de auteur de juiste overwegingen? De lezer wordt meteen uitgenodigd om kritisch te lezen en hier mee over na te denken.
Sandra Aerts, master in Nederlandse en Duitse taal- en letterkunde en bachelor filosofie, is moderator bij het filocafé in Antwerpen en geeft opleidingen voor moderatoren. Ze begeleidt ook Socratische gesprekken, onder andere bij Vormingplus, een organisatie met 30 regionale centra.
Het filosofisch café in acht vragen
Maar deze praktijk roept ook zelf filosofische en andere vragen op: Hoe laagdrempelig is zo’n cafe? Hoe overbodig de gespreksleider? Wat maakt een gesprek filosofisch?... Acht moderatoren en organisatoren maakten de oefening. Ze formuleerden voor dit boek een eigen vraag en geven ook hun antwoorden. Daarbij vormen realistisch-verbeelde gespreksfragmenten het onderzoeksmateriaal, zodat de lezer een duidelijk beeld krijgt van hoe het er in een filosofisch café of filocafé aan toe gaat. Zijn dit goede antwoorden? Maakt de auteur de juiste overwegingen? De lezer wordt meteen uitgenodigd om kritisch te lezen en hier mee over na te denken.
Sandra Aerts, master in Nederlandse en Duitse taal- en letterkunde en bachelor filosofie, is moderator bij het filocafé in Antwerpen en geeft opleidingen voor moderatoren. Ze begeleidt ook Socratische gesprekken, onder andere bij Vormingplus, een organisatie met 30 regionale centra.
Mama, mijn hoofd is zo vol. Jasper, kind vol onvoorspelbaarheden
Dit boek is het verhaal van een moeder over de opvoeding van haar zoon Jasper. Als blijkt dat deze andere manier van denken het leerproces en het gedrag van de jongen hypothekeert, gaan de ouders op zoek naar antwoorden bij leerkrachten, artsen en therapeuten.
Het is het realistische, maar hoopgevende verhaal van een lange queeste waarin de auteur niet alleen de antwoorden van de leerkrachten, hulpverleners en artsen opneemt, maar vooral haar verhaal over Jasper en haar kijk op ADHD. Ook Jasper zelf komt aan het woord.
Uit dit verhaal blijkt onder meer hoe moeilijk het is om ADHD te plaatsen binnen tal van andere stoornissen die ook betrekking hebben op hyperkinesie en concentratieproblemen. Om deze reden werd in het tweede deel een overzicht opgenomen van de meest voorkomende (leer)stoornissen met hun voornaamste symptomen, die vaak ook aan Jaspers problemen werden toegeschreven. Ook bevat dit deel een overzicht van therapieën met korte beschrijving, waarvan Jasper er een groot aantal heeft gevolgd.
In zekere zin kan het boek dienen als een leidraad of inspiratiebron voor elkeen die met een kind met ADHD of verwante problemen wordt geconfronteerd en door het bos de bomen niet meer ziet.
Fabianne Verdeyen studeerde regentaat Nederlands en werkt als voltijdse deskundige bij de personeelsdienst in het provinciebestuur van Limburg.
In de media:
Nieuwsbrief Gezondheidsbib CM Brugge
Mama, mijn hoofd is zo vol. Jasper, kind vol onvoorspelbaarheden
Dit boek is het verhaal van een moeder over de opvoeding van haar zoon Jasper. Als blijkt dat deze andere manier van denken het leerproces en het gedrag van de jongen hypothekeert, gaan de ouders op zoek naar antwoorden bij leerkrachten, artsen en therapeuten.
Het is het realistische, maar hoopgevende verhaal van een lange queeste waarin de auteur niet alleen de antwoorden van de leerkrachten, hulpverleners en artsen opneemt, maar vooral haar verhaal over Jasper en haar kijk op ADHD. Ook Jasper zelf komt aan het woord.
Uit dit verhaal blijkt onder meer hoe moeilijk het is om ADHD te plaatsen binnen tal van andere stoornissen die ook betrekking hebben op hyperkinesie en concentratieproblemen. Om deze reden werd in het tweede deel een overzicht opgenomen van de meest voorkomende (leer)stoornissen met hun voornaamste symptomen, die vaak ook aan Jaspers problemen werden toegeschreven. Ook bevat dit deel een overzicht van therapieën met korte beschrijving, waarvan Jasper er een groot aantal heeft gevolgd.
In zekere zin kan het boek dienen als een leidraad of inspiratiebron voor elkeen die met een kind met ADHD of verwante problemen wordt geconfronteerd en door het bos de bomen niet meer ziet.
Fabianne Verdeyen studeerde regentaat Nederlands en werkt als voltijdse deskundige bij de personeelsdienst in het provinciebestuur van Limburg.
In de media:
Nieuwsbrief Gezondheidsbib CM Brugge
Dit is mijn hoofd niet meer. Over-leven met een gekwetst brein.
Er is een leven vóór en een leven ná het hersenletsel. En die twee zijn heel verschillend. Je hele bestaan wordt overhoop gehaald. Je gaat aan de slag om te revalideren. Tijdens de eerste periode kun je op heel wat steun rekenen en je probeert andere manieren te vinden om nog te doen wat je graag doet. Maar het stopt niet na die eerste periode. Stilaan wordt duidelijk met welke beperkingen je moet leren leven. En dan begint ook het gevecht tegen onbegrip.
Wie zelf een hersenletsel opgelopen heeft, herkent wellicht de situaties die de auteur beschrijft. Wie in zijn omgeving te maken krijgt met iemand met een gekwetst brein, leest hoe belangrijk blijvend begrip en steun voor de patiënt zijn. Laat dit boek een inspiratie zijn, ook als je niemand kent met een hersenletsel, want kleine gebaren van begrip en uitzonderingen op de standaardprocedure kunnen voor sommigen een wereld van verschil maken.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Dit is mijn hoofd niet meer. Over-leven met een gekwetst brein.
Er is een leven vóór en een leven ná het hersenletsel. En die twee zijn heel verschillend. Je hele bestaan wordt overhoop gehaald. Je gaat aan de slag om te revalideren. Tijdens de eerste periode kun je op heel wat steun rekenen en je probeert andere manieren te vinden om nog te doen wat je graag doet. Maar het stopt niet na die eerste periode. Stilaan wordt duidelijk met welke beperkingen je moet leren leven. En dan begint ook het gevecht tegen onbegrip.
Wie zelf een hersenletsel opgelopen heeft, herkent wellicht de situaties die de auteur beschrijft. Wie in zijn omgeving te maken krijgt met iemand met een gekwetst brein, leest hoe belangrijk blijvend begrip en steun voor de patiënt zijn. Laat dit boek een inspiratie zijn, ook als je niemand kent met een hersenletsel, want kleine gebaren van begrip en uitzonderingen op de standaardprocedure kunnen voor sommigen een wereld van verschil maken.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Schrijven met dyslexie
Dyslexie hoeft ook geen belemmering te zijn om een passende positie te verwerven in de maatschappij. Als hart onder de riem verzamelt dit boek verhalen, gedichten en brieven die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie van 6 tot 16 jaar. De auteur wil ‘lotgenoten’, maar ook de maatschappij laten zien dat kinderen met dyslexie vaak juist wel in staat zijn om creatief te schrijven, ook al kunnen ze dit niet foutloos.
Waar het om gaat, is de aandacht te verleggen naar wat wel goed gaat: de inhoud.
Deze boeiende bundel brengt een selectie verhalen, gedichten en brieven, die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie in het kader van het project ‘Schrijven met dyslexie’.
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, was lange tijd orthoagogisch werker. Hij verricht nu zelfstandig onderzoek vanuit een eigen praktijk in Deventer en publiceert over dyslexie.
Schrijven met dyslexie
Dyslexie hoeft ook geen belemmering te zijn om een passende positie te verwerven in de maatschappij. Als hart onder de riem verzamelt dit boek verhalen, gedichten en brieven die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie van 6 tot 16 jaar. De auteur wil ‘lotgenoten’, maar ook de maatschappij laten zien dat kinderen met dyslexie vaak juist wel in staat zijn om creatief te schrijven, ook al kunnen ze dit niet foutloos.
Waar het om gaat, is de aandacht te verleggen naar wat wel goed gaat: de inhoud.
Deze boeiende bundel brengt een selectie verhalen, gedichten en brieven, die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie in het kader van het project ‘Schrijven met dyslexie’.
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, was lange tijd orthoagogisch werker. Hij verricht nu zelfstandig onderzoek vanuit een eigen praktijk in Deventer en publiceert over dyslexie.



