Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Care for the caregivers

 20,00
Care for the caregivers means to assist, guide and encourage people that help those infected with and affected by HIV and AIDS. This is based on practical experiences of ICAN members with HIV and AIDS, on the overburdening effects of this pandemic across the world.

This manual promotes the idea that attention for the well-being of caregivers is essential in this difficult area. It provides practical guidelines and examples of how to do so. It is foremost a working document with practical techniques, that aims to help take care of the well-being of all actual caregivers.

ICAN produced this manual to support programmes that care for the caregivers: people working in hospices caring for the dying, family members caring for their sick and dying relatives, homebased caregivers, grandparents caring for orphans and other vulnerable children, heads of child-headed households, and many others.

Suggestions, practical ideas or concepts from others to improve this manual are always welcome and can be sent to: info[@]icannetwork.org.

The International Christian AIDS Network (ICAN) seeks to promote a non-judgmental approach towards and – by also involving churches - acts as an advocate for those infected with and affected by HIV or AIDS (www.icannetwork.org).

Ricus Dullaert, Executive Director of ICAN, is a HIV and AIDS consultant in St. Joseph’s care and Support’s Care and Support Centre at Sizanani, South Africa.

Quick View

Care for the caregivers

 20,00
Care for the caregivers means to assist, guide and encourage people that help those infected with and affected by HIV and AIDS. This is based on practical experiences of ICAN members with HIV and AIDS, on the overburdening effects of this pandemic across the world.

This manual promotes the idea that attention for the well-being of caregivers is essential in this difficult area. It provides practical guidelines and examples of how to do so. It is foremost a working document with practical techniques, that aims to help take care of the well-being of all actual caregivers.

ICAN produced this manual to support programmes that care for the caregivers: people working in hospices caring for the dying, family members caring for their sick and dying relatives, homebased caregivers, grandparents caring for orphans and other vulnerable children, heads of child-headed households, and many others.

Suggestions, practical ideas or concepts from others to improve this manual are always welcome and can be sent to: info[@]icannetwork.org.

The International Christian AIDS Network (ICAN) seeks to promote a non-judgmental approach towards and – by also involving churches - acts as an advocate for those infected with and affected by HIV or AIDS (www.icannetwork.org).

Ricus Dullaert, Executive Director of ICAN, is a HIV and AIDS consultant in St. Joseph’s care and Support’s Care and Support Centre at Sizanani, South Africa.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Streetchildren in Bangalore (India). Their dreams and their future

 20,00
Numerous studies have been written about street children. Many have addressed the problems of children in the street, both in the West and in the South. As a result, there are many pages full of descriptions of the living and working conditions of these children, their psychological and physical situations, their backgrounds, and the strategies they use to survive.

Patricia Nieuwenhuizen is a trained nurse and an anthropologist. She lives and works in Utrecht (the Netherlands) with Forum, Centre for multicultural development.

Quick View

Streetchildren in Bangalore (India). Their dreams and their future

 20,00
Numerous studies have been written about street children. Many have addressed the problems of children in the street, both in the West and in the South. As a result, there are many pages full of descriptions of the living and working conditions of these children, their psychological and physical situations, their backgrounds, and the strategies they use to survive.

Patricia Nieuwenhuizen is a trained nurse and an anthropologist. She lives and works in Utrecht (the Netherlands) with Forum, Centre for multicultural development.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Liefde op maat. Partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongeren

 17,50
De meerderheid van de kinderen van de voormalige Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, jongeren die in Nederland zijn opgegroeid, trouwt met iemand uit het land van hun ouders. Zowel jongens als meisjes halen hun partner van daar. Turken meer dan Marokkanen. Verschillende belangenorganisaties van Turkse en Marokkaanse moslims hebben problemen met de populariteit van dit soort huwelijken. Zij hebben opdracht gegeven voor het hier gepresenteerde onderzoek Liefde op maat om de kwestie in de eigen gelederen aan de orde te stellen. Zij zien de voortdurende instroom van nieuwkomers als mogelijke rem op de sociale mobiliteit van de gevestigde gemeenschap. Nieuwkomers betekenen steeds weer opnieuw aanpassingsproblemen en taalachterstand, ook voor de kinderen uit deze huwelijken. Niet alleen de integratie van de nieuwkomer staat op het spel maar ook die van de kinderen. Bovendien, zo laten deze organisaties weten, worden zij vaak geconfronteerd met de persoonlijke dramatiek van transnationale huwelijken: veel echtscheidingen met ingrijpende gevolgen voor hele families en het sociale isolement van importbruiden.

Socioloog Leen Sterckx en antropoloog Carolien Bouw gingen na wat er schuil gaat achter het transnationale trouwen. Waarom komen jonge Turken en Marokkanen op zoek naar een levenspartner tot nu toe vaker uit in het land van herkomst dan in Nederland? Hoe verloopt dat proces van partnerkeuze, welke trends zijn daarin te ontdekken? Zij ontrafelen dat complexe proces, komen tot een typologie van huwelijken en signaleren trends.

Quick View

Liefde op maat. Partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongeren

 17,50
De meerderheid van de kinderen van de voormalige Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, jongeren die in Nederland zijn opgegroeid, trouwt met iemand uit het land van hun ouders. Zowel jongens als meisjes halen hun partner van daar. Turken meer dan Marokkanen. Verschillende belangenorganisaties van Turkse en Marokkaanse moslims hebben problemen met de populariteit van dit soort huwelijken. Zij hebben opdracht gegeven voor het hier gepresenteerde onderzoek Liefde op maat om de kwestie in de eigen gelederen aan de orde te stellen. Zij zien de voortdurende instroom van nieuwkomers als mogelijke rem op de sociale mobiliteit van de gevestigde gemeenschap. Nieuwkomers betekenen steeds weer opnieuw aanpassingsproblemen en taalachterstand, ook voor de kinderen uit deze huwelijken. Niet alleen de integratie van de nieuwkomer staat op het spel maar ook die van de kinderen. Bovendien, zo laten deze organisaties weten, worden zij vaak geconfronteerd met de persoonlijke dramatiek van transnationale huwelijken: veel echtscheidingen met ingrijpende gevolgen voor hele families en het sociale isolement van importbruiden.

Socioloog Leen Sterckx en antropoloog Carolien Bouw gingen na wat er schuil gaat achter het transnationale trouwen. Waarom komen jonge Turken en Marokkanen op zoek naar een levenspartner tot nu toe vaker uit in het land van herkomst dan in Nederland? Hoe verloopt dat proces van partnerkeuze, welke trends zijn daarin te ontdekken? Zij ontrafelen dat complexe proces, komen tot een typologie van huwelijken en signaleren trends.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

En boven de polder de hemel. Een antropologische studie van een Nederlands dorp 1850-1971

 21,50
"Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen. In deze oude Nederlandse volkswijsheid is een belangrijk aspect van het samenleven van mensen met verschillende geloofsopvattingen vastgelegd. Kerkelijke tegenstellingen hebben het leven van veel Nederlanders en hun onderlinge relaties bepaald. Er zijn huwelijken door verhinderd, families uiteengevallen en politieke partijen ontstaan. Dit boek gaat over zulke tegenstellingen. Het behandelt de samenhang tussen de ontwikkeling van kerkgenootschappen in een dorp en de ontwikkeling van de dorpsgemeenschap als geheel.
De volgende vragen staan daarbij centraal: Waarom ontstond in de tweede helft van de 19de eeuw een nieuwe godsdienstige groepering in een protestants veetelersdorp en welke gevolgen had dit voor de sociale verhoudingen binnen dat dorp? Hoe ontwikkelden zich daarna die nieuwe groepering, de oude waaruit zij voortkwam en de dorpsfiguratie als geheel?"

Er is geen betere omschrijving voor deze nieuwe, op de spelling na ongewijzigde herdruk van een ‘klassieker’ uit de Nederlandse antropologie en de Nederlandse geschiedschrijving over godsdienstige relaties in de Alblasserwaard uit 1977, dan deze eerste alinea’s uit het boek.
Deze studie stond (en staat) model voor talrijke andere studies over de relatie tussen de godsdienstige en de politieke en economische ontwikkelingen in een regio, en over de gevolgen van de toenemende integratie van een dorp in een groter - nationaal - verband.

De studie heeft in de loop van de tijd niets aan kwaliteit en charme ingeboet.



Jojada Verrips is antropoloog en hoogleraar-emeritus aan de afdeling sociologie en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.

De Wikipediapagina van de auteur

Quick View

En boven de polder de hemel. Een antropologische studie van een Nederlands dorp 1850-1971

 21,50
"Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen. In deze oude Nederlandse volkswijsheid is een belangrijk aspect van het samenleven van mensen met verschillende geloofsopvattingen vastgelegd. Kerkelijke tegenstellingen hebben het leven van veel Nederlanders en hun onderlinge relaties bepaald. Er zijn huwelijken door verhinderd, families uiteengevallen en politieke partijen ontstaan. Dit boek gaat over zulke tegenstellingen. Het behandelt de samenhang tussen de ontwikkeling van kerkgenootschappen in een dorp en de ontwikkeling van de dorpsgemeenschap als geheel.
De volgende vragen staan daarbij centraal: Waarom ontstond in de tweede helft van de 19de eeuw een nieuwe godsdienstige groepering in een protestants veetelersdorp en welke gevolgen had dit voor de sociale verhoudingen binnen dat dorp? Hoe ontwikkelden zich daarna die nieuwe groepering, de oude waaruit zij voortkwam en de dorpsfiguratie als geheel?"

Er is geen betere omschrijving voor deze nieuwe, op de spelling na ongewijzigde herdruk van een ‘klassieker’ uit de Nederlandse antropologie en de Nederlandse geschiedschrijving over godsdienstige relaties in de Alblasserwaard uit 1977, dan deze eerste alinea’s uit het boek.
Deze studie stond (en staat) model voor talrijke andere studies over de relatie tussen de godsdienstige en de politieke en economische ontwikkelingen in een regio, en over de gevolgen van de toenemende integratie van een dorp in een groter - nationaal - verband.

De studie heeft in de loop van de tijd niets aan kwaliteit en charme ingeboet.



Jojada Verrips is antropoloog en hoogleraar-emeritus aan de afdeling sociologie en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.

De Wikipediapagina van de auteur

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Broken limbs, broken lives. Ethnography of a hospital ward in Bangladesh. (Studes in Medical Anthropology & Sociology, nr. 13)

 35,00
This study represents a trend in anthropology to shift its attention to places of modern technology and bureaucracy. Shahaduz Zaman carried out anthropological fieldwork in an orthopaedic ward in a large government teaching hospital of Bangladesh. The study shows that in contrast to the assumed universalism in biomedicine, biomedical practice is in fact a product of particular social conditions. The hospital reflects the features of its society.

Behind the injuries and broken limbs in the ward are stories of violence, crime and intolerance, occuring in a society where masses of people fight over limited resources. In the ward people interact in an extremely hierarchical manner. The patients, who are mainly from poor economic backgrounds, remain at the bottom of the hierarchy. Doctors and other staff members are often professionally frustrated. Strikes related to various professional demands made by hospital staff members, hamper the regular flow of work in the ward. Family members are engaged in nursing and provide and provide various kinds of support to their hospitalised relatives. Patients give small bribes to ward boys and cleaners to obtain their day-to-day necessities. Patients joke with each other and mock senior doctors. Thus they neutralise their powerlessness and drive away the monotony of their stay.

This shocking and humorous study shows how medical practice takes shape in an under-staffed, under-resourced and under-financed hospital of a low-income country, characterised by daily physical and structural violence.



Shahaduz Zaman is a medical doctor, medical anthropologist and literary writer. He obtained a PhD in social sciences at the University of Amsterdam and now teaches at the James P. Grant School of Public Health at BRAC University in Dhaka, Bangladesh.

----- Vertaling Deze studie laat zien dat de biomedische praktijk in tegenstelling tot het vermeende universalisme een product is van de lokale sociale condities. In de orthopedische afdeling van een ziekenhuis wordt de omringende samenleving weerspiegeld, omdat achter de verwondingen en de gebroken ledematen de verhalen van geweld, misdaad en intolerantie liggen uit een samenleving waar massa''s mensen vechten om de beperkte hulpbronnen. Deze shockerende maar ook humoristische studie laat zien hoe de dagelijkse medische praktijk is in een ziekenhuis in een ontwikkelingsland dat moet werken met te weinig staf, weinig middelen en bijna geen geld. Shahaduz Zaman is arts, medisch antropoloog en schrijver. Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en geeft nu les aan de James P. Grant School of Public Health at BRAC University in Dhaka, Bangladesh.

Quick View

Broken limbs, broken lives. Ethnography of a hospital ward in Bangladesh. (Studes in Medical Anthropology & Sociology, nr. 13)

 35,00
This study represents a trend in anthropology to shift its attention to places of modern technology and bureaucracy. Shahaduz Zaman carried out anthropological fieldwork in an orthopaedic ward in a large government teaching hospital of Bangladesh. The study shows that in contrast to the assumed universalism in biomedicine, biomedical practice is in fact a product of particular social conditions. The hospital reflects the features of its society.

Behind the injuries and broken limbs in the ward are stories of violence, crime and intolerance, occuring in a society where masses of people fight over limited resources. In the ward people interact in an extremely hierarchical manner. The patients, who are mainly from poor economic backgrounds, remain at the bottom of the hierarchy. Doctors and other staff members are often professionally frustrated. Strikes related to various professional demands made by hospital staff members, hamper the regular flow of work in the ward. Family members are engaged in nursing and provide and provide various kinds of support to their hospitalised relatives. Patients give small bribes to ward boys and cleaners to obtain their day-to-day necessities. Patients joke with each other and mock senior doctors. Thus they neutralise their powerlessness and drive away the monotony of their stay.

This shocking and humorous study shows how medical practice takes shape in an under-staffed, under-resourced and under-financed hospital of a low-income country, characterised by daily physical and structural violence.



Shahaduz Zaman is a medical doctor, medical anthropologist and literary writer. He obtained a PhD in social sciences at the University of Amsterdam and now teaches at the James P. Grant School of Public Health at BRAC University in Dhaka, Bangladesh.

----- Vertaling Deze studie laat zien dat de biomedische praktijk in tegenstelling tot het vermeende universalisme een product is van de lokale sociale condities. In de orthopedische afdeling van een ziekenhuis wordt de omringende samenleving weerspiegeld, omdat achter de verwondingen en de gebroken ledematen de verhalen van geweld, misdaad en intolerantie liggen uit een samenleving waar massa''s mensen vechten om de beperkte hulpbronnen. Deze shockerende maar ook humoristische studie laat zien hoe de dagelijkse medische praktijk is in een ziekenhuis in een ontwikkelingsland dat moet werken met te weinig staf, weinig middelen en bijna geen geld. Shahaduz Zaman is arts, medisch antropoloog en schrijver. Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en geeft nu les aan de James P. Grant School of Public Health at BRAC University in Dhaka, Bangladesh.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Muslim Tribesmen and the Colonial Encounter in Fiction and on Film

 20,50
The bulk of the average Westerner’s infinitesimal knowledge of Islam and of Middle Eastern Muslim societies is derived from an image which not only film and television industries portray but also daily and weekly publications as well as the media in general. This knowledge of these Muslim societies which are tribally organized appears to be totally restricted to images of violence and terrorism that we associate with the Middle East. In David Hart’s view all of this represents the grossest possible misrepresentation. He has singled out a small number of films and works of fiction, directed and written both by Westerners as well as by Muslims. They tend to show tribesmen as one admittedly small but nonetheless striking segment of the overall Middle Eastern Muslim population, in a more favorable light. Just before the publication of this book David Montgomery Hart (1927-2001) left us. It gives this book a rather sad and nostalgic dimension, because it marks the end of an impressive series of publications on Morocco and the broader Islamic world over a period of nearly half a century.

Quick View

Muslim Tribesmen and the Colonial Encounter in Fiction and on Film

 20,50
The bulk of the average Westerner’s infinitesimal knowledge of Islam and of Middle Eastern Muslim societies is derived from an image which not only film and television industries portray but also daily and weekly publications as well as the media in general. This knowledge of these Muslim societies which are tribally organized appears to be totally restricted to images of violence and terrorism that we associate with the Middle East. In David Hart’s view all of this represents the grossest possible misrepresentation. He has singled out a small number of films and works of fiction, directed and written both by Westerners as well as by Muslims. They tend to show tribesmen as one admittedly small but nonetheless striking segment of the overall Middle Eastern Muslim population, in a more favorable light. Just before the publication of this book David Montgomery Hart (1927-2001) left us. It gives this book a rather sad and nostalgic dimension, because it marks the end of an impressive series of publications on Morocco and the broader Islamic world over a period of nearly half a century.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

International cooperation between politics and practice. How Dutch-Indonesian cooperation changed remarkably little after a diplomatic rupture

 29,50
This study questions how political decisions concerning foreign policy are actually implemented. Bilateral policy between Indonesia and the Netherlands provides the empirical data for the study. Mei Li Vos suggests that non-governmental actors have an influential role in the policy process, putting new ideas on the political agenda or removing some objectives that should not have been on the agenda at all. The fact that the shopfloor of the policy process has an initiating role does not necessarily lead to anarchy or undesired political effects. In this case of bilateral cooperation between the Netherlands and Indonesia, policy did reflect the aspirations of citizens. These aspirations were not realized because government included them into policy objectives, but because there were opportunities in the policy process for the non-government actors to realise their own aspirations. Foreign policy, despite its hierarchic and state-centric connotations, is herein presented within the context of a bottom-up approach to policy making. This book contains a thorough analysis of ‘sub-politics in practice’, which contributes to a rethinking on state-society relations and the structure of foreign policymaking. This book is therefore of interest for academics in political science, public administration, development studies, and those involved in foreign policy.

Mei Li Vos is a political scientist and a lecturer at the Faculty of Social and Behavioural Sciences at the University of Amsterdam. She is currently engaged in research on ‘Good Governance’. She is also assigned to Infodrome, the government thinktank for the study on the implications of ICT for society and government.

Quick View

International cooperation between politics and practice. How Dutch-Indonesian cooperation changed remarkably little after a diplomatic rupture

 29,50
This study questions how political decisions concerning foreign policy are actually implemented. Bilateral policy between Indonesia and the Netherlands provides the empirical data for the study. Mei Li Vos suggests that non-governmental actors have an influential role in the policy process, putting new ideas on the political agenda or removing some objectives that should not have been on the agenda at all. The fact that the shopfloor of the policy process has an initiating role does not necessarily lead to anarchy or undesired political effects. In this case of bilateral cooperation between the Netherlands and Indonesia, policy did reflect the aspirations of citizens. These aspirations were not realized because government included them into policy objectives, but because there were opportunities in the policy process for the non-government actors to realise their own aspirations. Foreign policy, despite its hierarchic and state-centric connotations, is herein presented within the context of a bottom-up approach to policy making. This book contains a thorough analysis of ‘sub-politics in practice’, which contributes to a rethinking on state-society relations and the structure of foreign policymaking. This book is therefore of interest for academics in political science, public administration, development studies, and those involved in foreign policy.

Mei Li Vos is a political scientist and a lecturer at the Faculty of Social and Behavioural Sciences at the University of Amsterdam. She is currently engaged in research on ‘Good Governance’. She is also assigned to Infodrome, the government thinktank for the study on the implications of ICT for society and government.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Die tijd komt nooit meer terug. De arbeidsmarkt aan het eind van de eeuw

 13,40
''Die tijd komt nooit meer terug'' verzuchtte premier Den Uyl ooit naar aanleiding van de eerste oliecrisis. Jan Godschalk zegt het hem na en pats het toe in deze bundel op de arbeidsmarkt in Nederland op de rand van een nieuw millennium. Ook de overige auteurs - allen hoog aangeschreven vakspecialisten - maken de balans op van het poldermodel. Aan de orde komen de veranderingen in het arbeidsbestel, de waarde van het onderwijs en de daaraan verbonden diploma''s, de toenemende ongelijke inkomensverdeling, de positie van vrouwen, de rol immigranten, de opvatting van de vakbonden over de flexibilisering van de arbeid, en een optimistische kijk op de ''onderkant'' van de arbeidsmarkt. Velen houden zich bezig op de deelterreinen die in deze bundel aan de orde komen. Daardoor is dit brede overzicht van op de arbeidsmarkt een welkome, zo niet onmisbare, basisstudie voor allen die werken, studeren of op andere wijze betrokken zijn bij het sociale en economische welzijn van Nederland. Jan Godschalk is socioloog en verbonden aan de afdeling Sociologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Die tijd komt nooit meer terug. De arbeidsmarkt aan het eind van de eeuw

 13,40
''Die tijd komt nooit meer terug'' verzuchtte premier Den Uyl ooit naar aanleiding van de eerste oliecrisis. Jan Godschalk zegt het hem na en pats het toe in deze bundel op de arbeidsmarkt in Nederland op de rand van een nieuw millennium. Ook de overige auteurs - allen hoog aangeschreven vakspecialisten - maken de balans op van het poldermodel. Aan de orde komen de veranderingen in het arbeidsbestel, de waarde van het onderwijs en de daaraan verbonden diploma''s, de toenemende ongelijke inkomensverdeling, de positie van vrouwen, de rol immigranten, de opvatting van de vakbonden over de flexibilisering van de arbeid, en een optimistische kijk op de ''onderkant'' van de arbeidsmarkt. Velen houden zich bezig op de deelterreinen die in deze bundel aan de orde komen. Daardoor is dit brede overzicht van op de arbeidsmarkt een welkome, zo niet onmisbare, basisstudie voor allen die werken, studeren of op andere wijze betrokken zijn bij het sociale en economische welzijn van Nederland. Jan Godschalk is socioloog en verbonden aan de afdeling Sociologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

In een stad waar niemand je kent, kun je doen wat je wilt. Noord-Afrikaanse jongeren in een Amsterdamse coffeeshop

 15,90
Negen maanden lang stond Ingrid Viskil achter de bar van ‘De Palm’, een coffeeshop in de Amsterdamse binnenstad. Op deze plek won zij het vertrouwen van een dertigtal Noord-Afrikaanse migranten, jongeren uit Marokko, Algerije en Tunesië. Ieder vertelde haar zijn levensverhaal. Aan de hand van deze verhalen beschrijft de auteur de grote diversiteit die deze groep kenmerkt. Beland in de marge van de Nederlandse samenleving, ontwikkelden zij onmaatschappelijk gedrag. De meesten willen ver van hun moederland maar één ding: overleven. De coffeeshop speelt een belangrijke rol in hun dagelijkse, actieve leven; daar leggen ze contacten en ontmoeten ze vrienden. Zij zijn op zoek naar gezelligheid, maar in ‘De Palm’ draait het vooral om vertrouwen. Uiteindelijk redt ieder zijn eigen hachje, desnoods ten koste van anderen. Of, zoals een van de bezoekers van de coffeeshop het typeert: ‘He is my very best friend, but when I turn, he fucks me!’ In dit boek geeft Ingrid Viskil een levensechte beschrijving van het bestaan binnen zo’n microkosmos, die niet voor niets is bekroond door Het Parool en de Universiteit van Amsterdam. Ingrid Viskil is antropologe en verbonden aan het Amsterdams Centrum Buitenlanders.

Quick View

In een stad waar niemand je kent, kun je doen wat je wilt. Noord-Afrikaanse jongeren in een Amsterdamse coffeeshop

 15,90
Negen maanden lang stond Ingrid Viskil achter de bar van ‘De Palm’, een coffeeshop in de Amsterdamse binnenstad. Op deze plek won zij het vertrouwen van een dertigtal Noord-Afrikaanse migranten, jongeren uit Marokko, Algerije en Tunesië. Ieder vertelde haar zijn levensverhaal. Aan de hand van deze verhalen beschrijft de auteur de grote diversiteit die deze groep kenmerkt. Beland in de marge van de Nederlandse samenleving, ontwikkelden zij onmaatschappelijk gedrag. De meesten willen ver van hun moederland maar één ding: overleven. De coffeeshop speelt een belangrijke rol in hun dagelijkse, actieve leven; daar leggen ze contacten en ontmoeten ze vrienden. Zij zijn op zoek naar gezelligheid, maar in ‘De Palm’ draait het vooral om vertrouwen. Uiteindelijk redt ieder zijn eigen hachje, desnoods ten koste van anderen. Of, zoals een van de bezoekers van de coffeeshop het typeert: ‘He is my very best friend, but when I turn, he fucks me!’ In dit boek geeft Ingrid Viskil een levensechte beschrijving van het bestaan binnen zo’n microkosmos, die niet voor niets is bekroond door Het Parool en de Universiteit van Amsterdam. Ingrid Viskil is antropologe en verbonden aan het Amsterdams Centrum Buitenlanders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het raadsel van de studeerbaarheid

 7,44
RAADSEL VAN DE STUDEERBAARHEID

Quick View

Het raadsel van de studeerbaarheid

 7,44
RAADSEL VAN DE STUDEERBAARHEID

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Morgen bloeit het diabaas. De Antilliaanse volksklasse in de Nederlandse samenleving

 20,40
Van Antilliaanse immigranten werd verwacht dat zij weinig problemen zouden hebben zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving, maar niets bleek minder waar. De slechte aansluiting tussen de Antilliaanse en de Nederlandse samenleving kan als een van de diepingrijpende oorzaken voor de problemen van veel Antillianen in Nederland worden beschouwd.
Hans van Hulst heeft in deze studie voor het ministerie van V.W.S. die verschillen nauwgezet in kaart gebracht


Hans van Hulst is antropoloog en momenteel als zelfstandig onderzoeker verbonden aan Onderzoek- en Adviesbureau OKU.

Quick View

Morgen bloeit het diabaas. De Antilliaanse volksklasse in de Nederlandse samenleving

 20,40
Van Antilliaanse immigranten werd verwacht dat zij weinig problemen zouden hebben zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving, maar niets bleek minder waar. De slechte aansluiting tussen de Antilliaanse en de Nederlandse samenleving kan als een van de diepingrijpende oorzaken voor de problemen van veel Antillianen in Nederland worden beschouwd.
Hans van Hulst heeft in deze studie voor het ministerie van V.W.S. die verschillen nauwgezet in kaart gebracht


Hans van Hulst is antropoloog en momenteel als zelfstandig onderzoeker verbonden aan Onderzoek- en Adviesbureau OKU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nederland en zijn islam. Een ontzuilende samenleving reageert op het ontstaan van een geloofsgemeenschap.

 18,15
Met de komst van immigranten uit Turkije, Marokko, Suriname, Indonesië en andere landen is ook het aantal moslims in Nederland gegroeid. Zij hebben inmiddels talrijke instellingen op islamitische grondslag in het leven geroepen: van gebedsruimten tot scholen, van slagerijen tot omroeporganisaties. Langzaam maar zeker worden de contouren zichtbaar van een islamitische geloofsgemeenschap. Sommigen gaan zelfs zover te spreken van een `islamitische zuil''. In het publieke debat over deze ontwikkelingen keren vrijwel steeds dezelfde thema''s terug: de scheiding van kerk en staat, de voortschrijdende ontzuiling in Nederland, de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en het gelijkheidsbeginsel. Maar dit debat wordt gehinderd door het feit dat er geen systematisch overzicht van de stand van zaken beschikbaar is. Dit boek vult die leemte. Het Instituut voor Rechtssociologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam hebben geïnventariseerd welke instituties in de loop van de jaren zijn opgericht, welke (nationale en lokale) partijen zich daarin hebben geroerd en welke politieke en ideologische posities zij hebben ingenomen. De uitkomsten zijn vergeleken met de situatie in België en Groot-Brittannië. Aldus verschaft Nederland en zijn islam een verhelderend en ontnuchterend inzicht in de mate waarin de Nederlandse samenleving ruimte biedt (en heeft geboden) voor de islam als `nieuwe'' geloofsgemeenschap. Jan Rath, Rinus Penninx en Astrid Meyer zijn verbonden aan het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies (UvA), Kees Groenendijk aan het Instituut voor Rechtssociologie (KUN)

Quick View

Nederland en zijn islam. Een ontzuilende samenleving reageert op het ontstaan van een geloofsgemeenschap.

 18,15
Met de komst van immigranten uit Turkije, Marokko, Suriname, Indonesië en andere landen is ook het aantal moslims in Nederland gegroeid. Zij hebben inmiddels talrijke instellingen op islamitische grondslag in het leven geroepen: van gebedsruimten tot scholen, van slagerijen tot omroeporganisaties. Langzaam maar zeker worden de contouren zichtbaar van een islamitische geloofsgemeenschap. Sommigen gaan zelfs zover te spreken van een `islamitische zuil''. In het publieke debat over deze ontwikkelingen keren vrijwel steeds dezelfde thema''s terug: de scheiding van kerk en staat, de voortschrijdende ontzuiling in Nederland, de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en het gelijkheidsbeginsel. Maar dit debat wordt gehinderd door het feit dat er geen systematisch overzicht van de stand van zaken beschikbaar is. Dit boek vult die leemte. Het Instituut voor Rechtssociologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam hebben geïnventariseerd welke instituties in de loop van de jaren zijn opgericht, welke (nationale en lokale) partijen zich daarin hebben geroerd en welke politieke en ideologische posities zij hebben ingenomen. De uitkomsten zijn vergeleken met de situatie in België en Groot-Brittannië. Aldus verschaft Nederland en zijn islam een verhelderend en ontnuchterend inzicht in de mate waarin de Nederlandse samenleving ruimte biedt (en heeft geboden) voor de islam als `nieuwe'' geloofsgemeenschap. Jan Rath, Rinus Penninx en Astrid Meyer zijn verbonden aan het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies (UvA), Kees Groenendijk aan het Instituut voor Rechtssociologie (KUN)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geven rond Sinterklaas – Een ritueel als spiegel van veranderende relaties

 13,39
Waarom geven mensen elkaar geschenken? Omdat ze het 'gewoon leuk' vinden, zoals ze zelf zeggen? Of omdat ze daar op termijn beter van hopen te worden? Doen ze het puur omdat ze plezier beleven aan het plezier van anderen? Of hopen ze dat de gelukkige door het geschenk bij de gever in het krijt komt te staan? Vragen als deze krijgen meestal een antwoord dat is afgeleid van een meer of minder zonnige visie op wat 'in wezen' de menselijke aard is.
Mirjam van Leer belicht ze aan de hand van de ontwikkeling van het geven bij het sinterklaasfeest. Zij laat zien dat er vanaf de Middeleeuwen tot aan de dag van vandaag heel wat veranderd is in de ongeschreven regels van dit rituele spel.
Op overzichtelijke wijze brengt zij die veranderingen in verband met verschuivingen in de verhouding tussen mannen, vrouwen en kinderen. Na lezing van deze studie zal men met andere ogen naar dit volksfeest kijken.



Mirjam van Leer is sociologe en thans verbonden aan de Onderzoeksschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch bestuur van de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Geen voorraad
Quick View

Geven rond Sinterklaas – Een ritueel als spiegel van veranderende relaties

 13,39
Waarom geven mensen elkaar geschenken? Omdat ze het 'gewoon leuk' vinden, zoals ze zelf zeggen? Of omdat ze daar op termijn beter van hopen te worden? Doen ze het puur omdat ze plezier beleven aan het plezier van anderen? Of hopen ze dat de gelukkige door het geschenk bij de gever in het krijt komt te staan? Vragen als deze krijgen meestal een antwoord dat is afgeleid van een meer of minder zonnige visie op wat 'in wezen' de menselijke aard is.
Mirjam van Leer belicht ze aan de hand van de ontwikkeling van het geven bij het sinterklaasfeest. Zij laat zien dat er vanaf de Middeleeuwen tot aan de dag van vandaag heel wat veranderd is in de ongeschreven regels van dit rituele spel.
Op overzichtelijke wijze brengt zij die veranderingen in verband met verschuivingen in de verhouding tussen mannen, vrouwen en kinderen. Na lezing van deze studie zal men met andere ogen naar dit volksfeest kijken.



Mirjam van Leer is sociologe en thans verbonden aan de Onderzoeksschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch bestuur van de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .

 27,50
Vanaf het ontstaan van de westerse cultuur houdt men zich bezig met de vraag wat er op school geleerd moet worden. De antwoorden verschillen nogal door de geschiedenis heen. Deze studie beschrijft hoe humanistische en realistische vorming in Duitsland in de loop van de moderne tijd naar voren zijn geschoven als verschillende antwoorden op de vraag wat er geleerd moet worden en dat er een strijd tussen de twee ontstond, waarin humanistische vorming triomfeerde. Humanistische vorming was de vorming die de in ieder individu in aanleg aanwezige menselijkheid verwezenlijkte. Realistische vorming was vorming die draaide om praktische voorbereiding van de mens op beroepsleven en burgerschap. De strijd spitste zich vanaf toen toe op de schooltypen: de vormingsburgerij associeerde zich met het prestigieuze gymnasium, de bezitsburgerij moest het stellen met de lager gewaardeerde Realschule. Pas aan het einde van de 19de eeuw werden realistische vorming en de Realschule weer respectabele zaken. De 19de-eeuwse voorliefde voor humanistische vorming heeft het denken over vorming en de praktijk van het onderwijs in Duitsland nog lang bepaald - tot op de dag van vandaag. Lechner belicht aan het einde van zijn studie het verband met de geschiedenis van humanistische en realistische vorming in Nederland, waar in 1863 het belangrijkste kenmerk van het Duitse onderwijssysteem, de tweedeling tussen gymnasium en h.b.s., overgenomen werd. Zonder de invloed van de 19de-eeuwse Duitse onderwijsgeschiedenis waren er in Nederland waarschijnlijk geen gymnasium en h.b.s. ingevoerd. De opvolgers havo en v.w.o. hadden dan wellicht ook nooit bestaan. In plaats daarvan was er dan waarschijnlijk - net als in de Verenigde Staten - één schooltype voor voortgezet onderwijs geweest. Daniël Lechner is historisch pedagoog en verbonden aan de faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen van de RijksUniversiteit Groningen.

Quick View

Bildung macht frei. Humanistische en realistische vorming in Duitsland 1600-1860 .

 27,50
Vanaf het ontstaan van de westerse cultuur houdt men zich bezig met de vraag wat er op school geleerd moet worden. De antwoorden verschillen nogal door de geschiedenis heen. Deze studie beschrijft hoe humanistische en realistische vorming in Duitsland in de loop van de moderne tijd naar voren zijn geschoven als verschillende antwoorden op de vraag wat er geleerd moet worden en dat er een strijd tussen de twee ontstond, waarin humanistische vorming triomfeerde. Humanistische vorming was de vorming die de in ieder individu in aanleg aanwezige menselijkheid verwezenlijkte. Realistische vorming was vorming die draaide om praktische voorbereiding van de mens op beroepsleven en burgerschap. De strijd spitste zich vanaf toen toe op de schooltypen: de vormingsburgerij associeerde zich met het prestigieuze gymnasium, de bezitsburgerij moest het stellen met de lager gewaardeerde Realschule. Pas aan het einde van de 19de eeuw werden realistische vorming en de Realschule weer respectabele zaken. De 19de-eeuwse voorliefde voor humanistische vorming heeft het denken over vorming en de praktijk van het onderwijs in Duitsland nog lang bepaald - tot op de dag van vandaag. Lechner belicht aan het einde van zijn studie het verband met de geschiedenis van humanistische en realistische vorming in Nederland, waar in 1863 het belangrijkste kenmerk van het Duitse onderwijssysteem, de tweedeling tussen gymnasium en h.b.s., overgenomen werd. Zonder de invloed van de 19de-eeuwse Duitse onderwijsgeschiedenis waren er in Nederland waarschijnlijk geen gymnasium en h.b.s. ingevoerd. De opvolgers havo en v.w.o. hadden dan wellicht ook nooit bestaan. In plaats daarvan was er dan waarschijnlijk - net als in de Verenigde Staten - één schooltype voor voortgezet onderwijs geweest. Daniël Lechner is historisch pedagoog en verbonden aan de faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen van de RijksUniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.

 14,50
De Grieken hadden in hun godenwereld een plaats ingeruimd voor een god van de wijn: Bacchus, daarmee aangevend hoe belangrijk wijn in het toenmalige dagelijkse leven was. Zij verscheepten wijn in grote amforen over de Middellandse Zee naar hun afnemers. Tegenwoordig gaat wijn in roestvrije stalen containers en in flessen over de wereld. Wijn is daarmee al eeuwenlang een exportptroduct bij uitstek aan de hand waarvan men de globalisering uitstekend kan documenteren. Hoe internationaal die markt is kon men hier in Nederland merken toen in 1995 vanwege de atoomproeven op Mururoa een consumentenboycot kwam van de Franse wijn en hoe snel toen het ‘gat in de markt’ werd gevuld door wijnen uit Chili, Argentinië, Australië en Zuid-Afrika.

Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Bacchus Internationaal. De mondialisering van de wijnsector.

 14,50
De Grieken hadden in hun godenwereld een plaats ingeruimd voor een god van de wijn: Bacchus, daarmee aangevend hoe belangrijk wijn in het toenmalige dagelijkse leven was. Zij verscheepten wijn in grote amforen over de Middellandse Zee naar hun afnemers. Tegenwoordig gaat wijn in roestvrije stalen containers en in flessen over de wereld. Wijn is daarmee al eeuwenlang een exportptroduct bij uitstek aan de hand waarvan men de globalisering uitstekend kan documenteren. Hoe internationaal die markt is kon men hier in Nederland merken toen in 1995 vanwege de atoomproeven op Mururoa een consumentenboycot kwam van de Franse wijn en hoe snel toen het ‘gat in de markt’ werd gevuld door wijnen uit Chili, Argentinië, Australië en Zuid-Afrika.

Ingelise de Boer is politicoloog en nu als assistent verbonden aan de PvdA-fractie in het Europarlement in Brussel. Paulien van den Tempel is politicoloog en verbonden aan het C.M. Kan-Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.

 14,50
Mariavereringen trekken nog steeds duizenden gelovigen. ‘Verschijningen’ van de Vrouwe houdt eveneens duizenden in de ban. Maar wie is deze vrouw die in deze tijden van secularisering en ontkerkelijking zoveel gelovigen in binnen- en buitenland op de been weet te krijgen. De antropologe Ester Kruk, zelf opgegroeid in een protestants milieu, nam als vrijwilligster deel aan de organisatie van gebedsdagen en sprak uitgebreid met bezoekers van zulke manifestaties en veel andere betrokkenen, en probeert dit mysterie te ontrafelen.

Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Quick View

Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen. De hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe aller Volkeren.

 14,50
Mariavereringen trekken nog steeds duizenden gelovigen. ‘Verschijningen’ van de Vrouwe houdt eveneens duizenden in de ban. Maar wie is deze vrouw die in deze tijden van secularisering en ontkerkelijking zoveel gelovigen in binnen- en buitenland op de been weet te krijgen. De antropologe Ester Kruk, zelf opgegroeid in een protestants milieu, nam als vrijwilligster deel aan de organisatie van gebedsdagen en sprak uitgebreid met bezoekers van zulke manifestaties en veel andere betrokkenen, en probeert dit mysterie te ontrafelen.

Ester Kruk is antropoloog en verbonden aan de afdeling Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal. Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden. Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen. Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.

Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Quick View

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal. Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden. Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen. Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.

Marianne Grünell is socioloog en verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe. Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen: - Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden? - Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden? - Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit? - In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?

Quick View

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe. Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen: - Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden? - Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden? - Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit? - In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Body Politics. The Social Production of Difference in the Dutch Kizomba Dance Scene

 20,10

Kizomba dancing originated in Angola, Africa but has been gaining in popularity in the Netherlands since 2011. Curious how this cultural transmission affects white Dutch notions regarding self and other, this book examines the socio-cultural production of difference among white Dutch in the Dutch kizomba scene, primarily in relation to people of African and African diasporic descent. Tying into existing literature regarding the paradoxical state of contemporary Dutch society regarding gender, race and ethnicity, the author explores the balancing act between freedoms and restrictions that shape, guide, and inform peoples behaviour. She thereby illustrates various performative mechanisms through which difference is reproduced. This is relevant in a time characterized by racial ignorance on the one hand, and xenophobia and heated debate concerning Dutchness and Otherness on the other.

Taking the body as point of departure through which gender, sexuality, race, ethnicity and nationality are analysed, the author demonstrates how the micro-politics of small, embodied movements connect to larger transnational mobilities and their macro-political contexts. The fine-grained ethnographic descriptions navigate the reader through a highly sensitive topic in the Netherlands and contribute to social and academic debates in contemporary Dutch society.



Ine Beljaars studeerde cum laude af aan de opleiding culturele antropologie en ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden in 2014. Na haar studie was zij o.a. werkzaam bij Amnesty for Women en Plan International in Duitsland. Momenteel schrijft ze haar promotie-onderzoeksvoorstel voor dieper onderzoek van de sociale productie van verschil binnen verschillende salsa en kizomba culturen in Europa. Daarnaast werkt ze met Evelyn Koster en Kristjan Järvi aan een zelfstandig onderzoeksproject naar culturele producties van gelijkheid binnen klassieke muziekculturen.

Geen voorraad
Quick View

Body Politics. The Social Production of Difference in the Dutch Kizomba Dance Scene

 20,10

Kizomba dancing originated in Angola, Africa but has been gaining in popularity in the Netherlands since 2011. Curious how this cultural transmission affects white Dutch notions regarding self and other, this book examines the socio-cultural production of difference among white Dutch in the Dutch kizomba scene, primarily in relation to people of African and African diasporic descent. Tying into existing literature regarding the paradoxical state of contemporary Dutch society regarding gender, race and ethnicity, the author explores the balancing act between freedoms and restrictions that shape, guide, and inform peoples behaviour. She thereby illustrates various performative mechanisms through which difference is reproduced. This is relevant in a time characterized by racial ignorance on the one hand, and xenophobia and heated debate concerning Dutchness and Otherness on the other.

Taking the body as point of departure through which gender, sexuality, race, ethnicity and nationality are analysed, the author demonstrates how the micro-politics of small, embodied movements connect to larger transnational mobilities and their macro-political contexts. The fine-grained ethnographic descriptions navigate the reader through a highly sensitive topic in the Netherlands and contribute to social and academic debates in contemporary Dutch society.



Ine Beljaars studeerde cum laude af aan de opleiding culturele antropologie en ontwikkelingssociologie aan de Universiteit Leiden in 2014. Na haar studie was zij o.a. werkzaam bij Amnesty for Women en Plan International in Duitsland. Momenteel schrijft ze haar promotie-onderzoeksvoorstel voor dieper onderzoek van de sociale productie van verschil binnen verschillende salsa en kizomba culturen in Europa. Daarnaast werkt ze met Evelyn Koster en Kristjan Järvi aan een zelfstandig onderzoeksproject naar culturele producties van gelijkheid binnen klassieke muziekculturen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Made to order. Sex/gender in a transsexual perspective

 7,94

Onderzocht is wat er gebeurt met de effectiviteit van sekse als ordeningsprincipe als lichaam en identiteit het vanzelfsprekende ter discussie stellen, zoals in het geval van transseksualiteit. Deze vraag wordt beantwoord door de voorgeschiedenis en het verloop van de Nederlandse wetgeving voor transseksuelen te bestuderen. Daarnaast wordt gezocht naar een manier waarop transseksualiteit als fenomeen een zinvol perspectief kan zijn voor feministische theorievorming. Bevat een samenvatting in het Nederlands.



Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Made to order. Sex/gender in a transsexual perspective

 7,94

Onderzocht is wat er gebeurt met de effectiviteit van sekse als ordeningsprincipe als lichaam en identiteit het vanzelfsprekende ter discussie stellen, zoals in het geval van transseksualiteit. Deze vraag wordt beantwoord door de voorgeschiedenis en het verloop van de Nederlandse wetgeving voor transseksuelen te bestuderen. Daarnaast wordt gezocht naar een manier waarop transseksualiteit als fenomeen een zinvol perspectief kan zijn voor feministische theorievorming. Bevat een samenvatting in het Nederlands.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wereldorde en machtspolitiek. Visies op de internationale betrekkingen van Dante tot Fukuyama

 24,50
Dit boek geeft een overzicht van de theorie over internationale politiek van Dante''s kritiek op de macht van de paus tot aan Fukuyama''s fantasie over het einde van de geschiedenis. Het boek gaat door tot de val van de Sovjet-Unie, de laatste wereldmacht die de hegenomie van het westen in de weg stond. Alle in dit boek behandelde auteurs worden geplaatst binnen de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen waarin ze schreven, vanuit de gedachte dat de geschiedenis van het denken de sleutel verschaft tot de geschiedenis in haar geheel. Kees van der Pijl laat zien dat een van de belangrijkste inzichten van de moderne Leer der Internationale Betrekkingen is dat ook het streven naar wereldorde een vorm van machtspolitiek is. De auteur levert met dit boek een basis voor een ieder die de hedendaagse internationale politiek wil begrijpen.

Kees van der Pijl is een political econoom. Hij doceerde aan de UvA en is emeritus-hoogleraar International relations aan de Universiteit van Sussex. Hij is auteur van o.a. 'Flight MH17, Ukraine and the New Cold War. Prism of Disaster' (2018), 'Modes of Foreign Relations and Political Economy' (2007, 2010, 2014); 'Global Rivalries from the Cold War to Iraq' (2006) en 'The making of an Atlantic ruling Class'. Daarnaast publiceert hij verhalen, romans en is actief als politiek commentator op sociale media (o.a. twitter en, Cafe Weltschmerz)

Quick View

Wereldorde en machtspolitiek. Visies op de internationale betrekkingen van Dante tot Fukuyama

 24,50
Dit boek geeft een overzicht van de theorie over internationale politiek van Dante''s kritiek op de macht van de paus tot aan Fukuyama''s fantasie over het einde van de geschiedenis. Het boek gaat door tot de val van de Sovjet-Unie, de laatste wereldmacht die de hegenomie van het westen in de weg stond. Alle in dit boek behandelde auteurs worden geplaatst binnen de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen waarin ze schreven, vanuit de gedachte dat de geschiedenis van het denken de sleutel verschaft tot de geschiedenis in haar geheel. Kees van der Pijl laat zien dat een van de belangrijkste inzichten van de moderne Leer der Internationale Betrekkingen is dat ook het streven naar wereldorde een vorm van machtspolitiek is. De auteur levert met dit boek een basis voor een ieder die de hedendaagse internationale politiek wil begrijpen.

Kees van der Pijl is een political econoom. Hij doceerde aan de UvA en is emeritus-hoogleraar International relations aan de Universiteit van Sussex. Hij is auteur van o.a. 'Flight MH17, Ukraine and the New Cold War. Prism of Disaster' (2018), 'Modes of Foreign Relations and Political Economy' (2007, 2010, 2014); 'Global Rivalries from the Cold War to Iraq' (2006) en 'The making of an Atlantic ruling Class'. Daarnaast publiceert hij verhalen, romans en is actief als politiek commentator op sociale media (o.a. twitter en, Cafe Weltschmerz)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hangen boven de oceaan. Het gewone overleven van Creoolse jongeren in Paramaribo

 11,10
Op zeer sprekende wijze wordt in deze bundel verhaal gedaan van de wijze waarop Creoolse jongeren in Paramaribo de eindjes aan elkaar trachten te knopen. Middels een levendige beschrijving van het dagelijkse leven van enkele jongeren worden vormen van h hosselen'' besproken. Deze activiteiten in de marge worden door de jongeren beschouwd als tijdelijk: ze zijn sterk gericht op het, in hun ogen, moderne Westen, met name de Verenigde Staten en Nederland. Vijftien jaar na de onafhankelijkheid is de westerse stedelijke cultuur dichterbij dan ooit. Los van de werkelijke emigratieaantallen is het de droom van migratie die het leven bepaalt. Ook al is men nog nooit in Nederland of de Verenigde Staten geweest, men "hangt al boven de oceaan" Sansone (Palermo, 1956) studeerde sociologie in Rome en culturele antropologie in Amsterdam. Vanaf 1992 werkt hij bij het Centro de Recursos Humanos van de Federale Universiteit van Bahia (Salvador, Brazilië).

Placeholder Image
Quick View

Hangen boven de oceaan. Het gewone overleven van Creoolse jongeren in Paramaribo

 11,10
Op zeer sprekende wijze wordt in deze bundel verhaal gedaan van de wijze waarop Creoolse jongeren in Paramaribo de eindjes aan elkaar trachten te knopen. Middels een levendige beschrijving van het dagelijkse leven van enkele jongeren worden vormen van h hosselen'' besproken. Deze activiteiten in de marge worden door de jongeren beschouwd als tijdelijk: ze zijn sterk gericht op het, in hun ogen, moderne Westen, met name de Verenigde Staten en Nederland. Vijftien jaar na de onafhankelijkheid is de westerse stedelijke cultuur dichterbij dan ooit. Los van de werkelijke emigratieaantallen is het de droom van migratie die het leven bepaalt. Ook al is men nog nooit in Nederland of de Verenigde Staten geweest, men "hangt al boven de oceaan" Sansone (Palermo, 1956) studeerde sociologie in Rome en culturele antropologie in Amsterdam. Vanaf 1992 werkt hij bij het Centro de Recursos Humanos van de Federale Universiteit van Bahia (Salvador, Brazilië).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Provision

 14,75


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832

 33,50

Het onderwerp van deze publicatie is de opiniejournalistiek in de historische context van een kritische periode in de politieke geschiedenis van het huidige Nederland en het buurland België: de jaren 1828 tot en met 1832.
De scheiding van Noord en Zuid was de uitkomst van een chaotisch verlopen proces met een dramatische afloop voor de hoofdrolspeler koning Willem I.
Daarom dringt de vraag zich op, of de crisis in de verhouding van Noord en Zuid een impuls heeft gegeven aan de nog maar zwak ontwikkelde opiniërende journalistiek. Dat dit het geval geweest kan zijn is niet zo vanzelfsprekend, want vooral de uitgevers en redacteuren van persorganen met een opiniërende functie werden geconfronteerd met een ingrijpende restrictieve en repressieve opstelling van de overheid.
Om de toestand beknopt samen te vatten: oppositionele bladen werden pijnlijk nauwkeurig gecontroleerd en regeringsgezinde titels royaal gesubsidieerd.



C.J.M. Breunesse studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en was docent geschiedenis in het voortgezet onderwijs.

Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832
Quick View

Losgemaakt uit de verdrukking. Opiniejournalistiek rond de scheiding van Noord en Zuid 1828-1832

 33,50

Het onderwerp van deze publicatie is de opiniejournalistiek in de historische context van een kritische periode in de politieke geschiedenis van het huidige Nederland en het buurland België: de jaren 1828 tot en met 1832.
De scheiding van Noord en Zuid was de uitkomst van een chaotisch verlopen proces met een dramatische afloop voor de hoofdrolspeler koning Willem I.
Daarom dringt de vraag zich op, of de crisis in de verhouding van Noord en Zuid een impuls heeft gegeven aan de nog maar zwak ontwikkelde opiniërende journalistiek. Dat dit het geval geweest kan zijn is niet zo vanzelfsprekend, want vooral de uitgevers en redacteuren van persorganen met een opiniërende functie werden geconfronteerd met een ingrijpende restrictieve en repressieve opstelling van de overheid.
Om de toestand beknopt samen te vatten: oppositionele bladen werden pijnlijk nauwkeurig gecontroleerd en regeringsgezinde titels royaal gesubsidieerd.



C.J.M. Breunesse studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en was docent geschiedenis in het voortgezet onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    ×