The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).

Het administratief beroep
Wanneer een administratieve overheid een beslissing neemt die een burger raakt, hoeft deze het daar niet altijd mee eens te zijn. Op grond van algemene beginselen en wetteksten heeft de burger de mogelijkheid om deze beslissingen te betwisten bij diezelfde of hogere overheden. Naargelang het beroep al dan niet is voorzien in een tekst spreekt men van georganiseerd of niet-georganiseerd beroep. Verder onderscheidt men willig en hiërarchisch beroep naargelang verhaal wordt gehaald bij dezelfde overheid of een hogere overheid. Dit administratief beroep is in België een belangrijke schakel in de rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van de overheid.
In dit boek bespreken de auteurs de mogelijkheden tot administratief beroep in de meest belangrijke en frequent voorkomende rechtsdomeinen. Na de uitwerking van deze inzichtelijke praktijkvoorbeelden, volgt een overkoepelende uitwerking van de algemene beginselen betreffende het administratief beroep.
Om de gebruikswaarde en –vriendelijkheid van dit handboek nog te verhogen, is het voorzien van een uitgebreide bibliografie en een exhaustief trefwoordenregister.
Met bijdragen van Jochen Anthierens, Elif Can, Wouter De Cock, Stefaan Desrumaux, Michiel Deweirdt, Koen Geelen, Elsbeth Loncke, Dirk Van de Sijpe, Kris Wauters en voorwoord van Prof. dr. Aube Wirtgen.
Kris Wauters is advocaat bij de balie te Hasselt, verbonden aan het kantoor Monard-D’Hulst en gespecialiseerd in het publiek recht. In het kader van het publiek recht behandelt hij zowel dossiers inzake staatsrecht als dossiers wat betreft administratief recht. Daarbij worden zowel overheidsinstanties, bedrijven en particulieren geadviseerd en verdedigd. Daarnaast is hij extern promovendus aan de Universiteit van Maastricht, waar hij een proefschrift voorbereidt rond de preventieve en voorlopige rechtsbescherming bij de gunning van overheidsovereenkomsten. Hij is auteur van verschillende publicaties in het publiek recht en specifiek in het aanbestedingsrecht.

Het administratief beroep
Wanneer een administratieve overheid een beslissing neemt die een burger raakt, hoeft deze het daar niet altijd mee eens te zijn. Op grond van algemene beginselen en wetteksten heeft de burger de mogelijkheid om deze beslissingen te betwisten bij diezelfde of hogere overheden. Naargelang het beroep al dan niet is voorzien in een tekst spreekt men van georganiseerd of niet-georganiseerd beroep. Verder onderscheidt men willig en hiërarchisch beroep naargelang verhaal wordt gehaald bij dezelfde overheid of een hogere overheid. Dit administratief beroep is in België een belangrijke schakel in de rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van de overheid.
In dit boek bespreken de auteurs de mogelijkheden tot administratief beroep in de meest belangrijke en frequent voorkomende rechtsdomeinen. Na de uitwerking van deze inzichtelijke praktijkvoorbeelden, volgt een overkoepelende uitwerking van de algemene beginselen betreffende het administratief beroep.
Om de gebruikswaarde en –vriendelijkheid van dit handboek nog te verhogen, is het voorzien van een uitgebreide bibliografie en een exhaustief trefwoordenregister.
Met bijdragen van Jochen Anthierens, Elif Can, Wouter De Cock, Stefaan Desrumaux, Michiel Deweirdt, Koen Geelen, Elsbeth Loncke, Dirk Van de Sijpe, Kris Wauters en voorwoord van Prof. dr. Aube Wirtgen.
Kris Wauters is advocaat bij de balie te Hasselt, verbonden aan het kantoor Monard-D’Hulst en gespecialiseerd in het publiek recht. In het kader van het publiek recht behandelt hij zowel dossiers inzake staatsrecht als dossiers wat betreft administratief recht. Daarbij worden zowel overheidsinstanties, bedrijven en particulieren geadviseerd en verdedigd. Daarnaast is hij extern promovendus aan de Universiteit van Maastricht, waar hij een proefschrift voorbereidt rond de preventieve en voorlopige rechtsbescherming bij de gunning van overheidsovereenkomsten. Hij is auteur van verschillende publicaties in het publiek recht en specifiek in het aanbestedingsrecht.

Oplichting en misbruik van vertrouwen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt het onderzoek naar gevallen van eenvoudige, niet georganiseerde fraude. Het biedt een praktische leidraad bij het uitvoeren van een onderzoek terzake. Bijzonder nuttig zijn in dat opzicht de voorbeelden van brieven en processen-verbaal.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.

Oplichting en misbruik van vertrouwen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt het onderzoek naar gevallen van eenvoudige, niet georganiseerde fraude. Het biedt een praktische leidraad bij het uitvoeren van een onderzoek terzake. Bijzonder nuttig zijn in dat opzicht de voorbeelden van brieven en processen-verbaal.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Strafbare dwang. Over het bestanddeel ‘dwingen’ en strafbaarstellingen van dwang, in het bijzonder art. 284 Sr
Daarnaast richt het onderzoek zich op de inhoud en strekking van de algemene dwangbepaling art. 284 Sr, waarbij de ook elders voorkomende dwangmiddelen ‘geweld’, ‘bedreiging’ en de ‘andere feitelijkheid’ uitvoerig worden belicht. Door de congruente structuur van de dwangdelicten worden vele daarvan bij de analyse betrokken (in het bijzonder verkrachting en aanranding) en gelden conclusies dikwijls voor de gehele delictscategorie. Dit boek besteedt aandacht aan het positiefrechtelijk kader en de knelpunten daarin. Daardoor is het interessant voor de rechtspraktijk, de wetgever en de wetenschap.
Kai Lindenberg is strafrechtjurist en als universitair docent verbonden aan de sectie Algemene Rechtswetenschap bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.Gedurende het onderzoek was hij werkzaam bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van dezelfde faculteit.
Strafbare dwang. Over het bestanddeel ‘dwingen’ en strafbaarstellingen van dwang, in het bijzonder art. 284 Sr
Daarnaast richt het onderzoek zich op de inhoud en strekking van de algemene dwangbepaling art. 284 Sr, waarbij de ook elders voorkomende dwangmiddelen ‘geweld’, ‘bedreiging’ en de ‘andere feitelijkheid’ uitvoerig worden belicht. Door de congruente structuur van de dwangdelicten worden vele daarvan bij de analyse betrokken (in het bijzonder verkrachting en aanranding) en gelden conclusies dikwijls voor de gehele delictscategorie. Dit boek besteedt aandacht aan het positiefrechtelijk kader en de knelpunten daarin. Daardoor is het interessant voor de rechtspraktijk, de wetgever en de wetenschap.
Kai Lindenberg is strafrechtjurist en als universitair docent verbonden aan de sectie Algemene Rechtswetenschap bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.Gedurende het onderzoek was hij werkzaam bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van dezelfde faculteit.
Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.
Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.
De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.
Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.
Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.
Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).
De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do
Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.
Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.
De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.
Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.
Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.
Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).
De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do

De nieuwe echtscheidingswet. Wet van 12 april 2007
Toch is er dringende nood aan een instrument om die wet, die zo diep ingrijpt in het leven van veel burgers, in de praktijk te kunnen toepassen. De emoties van een echtscheiding zorgen zo al voor genoeg verwarring voor de betrokken rechtsonderhorigen. Proberen helder te zien in de nieuwe echtscheidingswet is dus een noodzaak.
De aanpak van het boek is zowel praktisch – met modellen – als grondig. Het is nu al duidelijk dat er ernstige betwistingen zullen rijzen. Aan de hand van de voorbereidende werken en de algemene rechtsprincipes worden grondig onderbouwde oplossingen aangereikt.
Erratum
Jacques Tremmery is advocaat en plaatsvervangend vrederechter te Menen. Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat.
De problemen van het familierecht behoren tot zijn specialisaties waarin hij tientallen jaren praktijkervaring heeft. Van de auteur verschenen eerder bij Maklu de bestsellers “Onderhoudsgeld voor kinderen” en “Vereffening-verdeling tussen echtgenoten”.

De nieuwe echtscheidingswet. Wet van 12 april 2007
Toch is er dringende nood aan een instrument om die wet, die zo diep ingrijpt in het leven van veel burgers, in de praktijk te kunnen toepassen. De emoties van een echtscheiding zorgen zo al voor genoeg verwarring voor de betrokken rechtsonderhorigen. Proberen helder te zien in de nieuwe echtscheidingswet is dus een noodzaak.
De aanpak van het boek is zowel praktisch – met modellen – als grondig. Het is nu al duidelijk dat er ernstige betwistingen zullen rijzen. Aan de hand van de voorbereidende werken en de algemene rechtsprincipes worden grondig onderbouwde oplossingen aangereikt.
Erratum
Jacques Tremmery is advocaat en plaatsvervangend vrederechter te Menen. Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat.
De problemen van het familierecht behoren tot zijn specialisaties waarin hij tientallen jaren praktijkervaring heeft. Van de auteur verschenen eerder bij Maklu de bestsellers “Onderhoudsgeld voor kinderen” en “Vereffening-verdeling tussen echtgenoten”.

Grensoverschrijdend drugstoerisme. Nieuwe uitdagingen voor de Euregio’s (IRCP-reeks)
Deze drugsfenomenen hebben gevolgen voor drie landen (België, Nederland en Frankrijk)en de twee vermelde Euregio’s. De rijke samenwerkingstraditie in de beide Euregio’sbiedt echter perspectieven tot onderlinge dwarsverbindingen op verschillende vlakken:beleidsmatig, bestuurlijk, preventief, hulpverlening, justitieel en politioneel.
Twee fenomenen behoren in het bijzonder tot dit grensoverschrijdend drugstoerisme.Enerzijds is er het drugstoerisme vanuit België en Frankrijk, dat verbonden is aan deNederlandse coffeeshops. Anderzijds is er het relatief recente fenomeen van de illegaledrugspanden. Dit laatste fenomeen heeft zich sinds het begin van deze eeuw vanuitNederland naar een aantal Belgische grootsteden verplaatst.
Om de samenwerking en de beleidsafstemming rond het grensoverschrijdend drugstoerismete optimaliseren, organiseerden de provincies Oost- en West-Vlaanderen enZeeland, op 26 mei 2006 een symposium, in samenwerking met IRCP (Institute forInternational Research on Criminal Policy), de Oost-Vlaamse Politieacademie enVZW Drugbeleid 2000. Op basis van empirisch onderzoek over coffeeshoptoeristen endrugspanden, en met vier paneldiscussies werden de mogelijkheden en strategieën opvlak van het bestuur, beleid, politie, justitie en preventie/hulpverlening behandeld.
Dit boek vormt de neerslag van het symposium. De inhoud blijft brandend actueel voorbeleidsmakers, politiemensen, justitiemensen, preventiewerkers en hulpverleners die inhun praktijk te maken krijgen met het fenomeen van grensoverschrijdend drugstoerisme.

Grensoverschrijdend drugstoerisme. Nieuwe uitdagingen voor de Euregio’s (IRCP-reeks)
Deze drugsfenomenen hebben gevolgen voor drie landen (België, Nederland en Frankrijk)en de twee vermelde Euregio’s. De rijke samenwerkingstraditie in de beide Euregio’sbiedt echter perspectieven tot onderlinge dwarsverbindingen op verschillende vlakken:beleidsmatig, bestuurlijk, preventief, hulpverlening, justitieel en politioneel.
Twee fenomenen behoren in het bijzonder tot dit grensoverschrijdend drugstoerisme.Enerzijds is er het drugstoerisme vanuit België en Frankrijk, dat verbonden is aan deNederlandse coffeeshops. Anderzijds is er het relatief recente fenomeen van de illegaledrugspanden. Dit laatste fenomeen heeft zich sinds het begin van deze eeuw vanuitNederland naar een aantal Belgische grootsteden verplaatst.
Om de samenwerking en de beleidsafstemming rond het grensoverschrijdend drugstoerismete optimaliseren, organiseerden de provincies Oost- en West-Vlaanderen enZeeland, op 26 mei 2006 een symposium, in samenwerking met IRCP (Institute forInternational Research on Criminal Policy), de Oost-Vlaamse Politieacademie enVZW Drugbeleid 2000. Op basis van empirisch onderzoek over coffeeshoptoeristen endrugspanden, en met vier paneldiscussies werden de mogelijkheden en strategieën opvlak van het bestuur, beleid, politie, justitie en preventie/hulpverlening behandeld.
Dit boek vormt de neerslag van het symposium. De inhoud blijft brandend actueel voorbeleidsmakers, politiemensen, justitiemensen, preventiewerkers en hulpverleners die inhun praktijk te maken krijgen met het fenomeen van grensoverschrijdend drugstoerisme.

Groenboek nieuwe Belgische zeewet. Consultatiedocument ter voorbereiding van een nieuw Belgisch maritiem wetboek
Dit Groenboek bevat concrete hervormingsvoorstellen en dient als basis voor een brede publieke consultatie van de betrokken scheepvaart- en havensectoren en de maritiemjuridische dienstverleners. Deze consultatie zal mee de inhoud van de nieuwe belgische Zeewet bepalen.

Groenboek nieuwe Belgische zeewet. Consultatiedocument ter voorbereiding van een nieuw Belgisch maritiem wetboek
Dit Groenboek bevat concrete hervormingsvoorstellen en dient als basis voor een brede publieke consultatie van de betrokken scheepvaart- en havensectoren en de maritiemjuridische dienstverleners. Deze consultatie zal mee de inhoud van de nieuwe belgische Zeewet bepalen.

Teboekstelling en registratie van schepen
Er komen immers heel wat vragen bij kijken. Welke zijn de voorwaarden en modaliteiten voor de teboekstelling van een binnenschip of voor de registratie van een zeeschip in België? Welke documenten en formulieren moet een eigenaar of exploitant van een schip opmaken? Wat zijn de gevolgen van teboekstelling of registratie? Wat is de taak en de verantwoordelijkheid van de scheepshypotheekbewaarder? Hoe is de teboekstelling en registratie van schepen internationaal en Europees geregeld? Hoe gebeurt één en ander in de buurlanden? Hoe kan de weten regelgeving in België worden verbeterd?
Deze en vele andere vragen krijgen een antwoord in het voorliggende boek. Het is een waardevolle gids voor alle beroepsmensen die zich dagelijks met transacties rond schepen en scheepvaart bezighouden: reders, bankiers, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, makelaars,...;
Erratum
blz. 207: 9,04 EUR moet zijn: 29,04 EUR (zoals overal elders in de voorbeelden).
blz. 205 : onder punt 2°bis: het tarief is geen 1.000.000 EUR maar 1.000,00 EUR
Download hier een printvriendelijke versie.
Guido De Latte is sinds 1994 scheepshypotheekbewaarder te Antwerpen en als geen ander geplaatst om vanuit zijn dagelijkse praktijk deze materie te behandelen. Eerder verscheen van zijn hand het boek Zakelijke rechten en hypotheken op schepen.s

Teboekstelling en registratie van schepen
Er komen immers heel wat vragen bij kijken. Welke zijn de voorwaarden en modaliteiten voor de teboekstelling van een binnenschip of voor de registratie van een zeeschip in België? Welke documenten en formulieren moet een eigenaar of exploitant van een schip opmaken? Wat zijn de gevolgen van teboekstelling of registratie? Wat is de taak en de verantwoordelijkheid van de scheepshypotheekbewaarder? Hoe is de teboekstelling en registratie van schepen internationaal en Europees geregeld? Hoe gebeurt één en ander in de buurlanden? Hoe kan de weten regelgeving in België worden verbeterd?
Deze en vele andere vragen krijgen een antwoord in het voorliggende boek. Het is een waardevolle gids voor alle beroepsmensen die zich dagelijks met transacties rond schepen en scheepvaart bezighouden: reders, bankiers, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, makelaars,...;
Erratum
blz. 207: 9,04 EUR moet zijn: 29,04 EUR (zoals overal elders in de voorbeelden).
blz. 205 : onder punt 2°bis: het tarief is geen 1.000.000 EUR maar 1.000,00 EUR
Download hier een printvriendelijke versie.
Guido De Latte is sinds 1994 scheepshypotheekbewaarder te Antwerpen en als geen ander geplaatst om vanuit zijn dagelijkse praktijk deze materie te behandelen. Eerder verscheen van zijn hand het boek Zakelijke rechten en hypotheken op schepen.s

Recht in beweging. 14de VRG-Alumnidag 2007 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen.Nu de 14e op rij.
Op onze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het stuk van rechtsteevast op de agenda. Onze Alumni en in groeiende mate ook juristen, die aanandere universiteiten gevormd werden, kunnen er kiezen tussen door de bandniet minder dan 29 voordrachten, die door de collega''s van de faculteit of doordoorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven worden.Spijtig genoeg dient men een keuze te maken en kan men slechts een tweetalvan die voordrachten volgen. Vandaar de vraag van de Alumni om toch ook tekunnen beschikken over de basisinformatie betreffende al de topics die behandeldworden.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2007 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Recht in beweging. 14de VRG-Alumnidag 2007 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen.Nu de 14e op rij.
Op onze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het stuk van rechtsteevast op de agenda. Onze Alumni en in groeiende mate ook juristen, die aanandere universiteiten gevormd werden, kunnen er kiezen tussen door de bandniet minder dan 29 voordrachten, die door de collega''s van de faculteit of doordoorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven worden.Spijtig genoeg dient men een keuze te maken en kan men slechts een tweetalvan die voordrachten volgen. Vandaar de vraag van de Alumni om toch ook tekunnen beschikken over de basisinformatie betreffende al de topics die behandeldworden.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2007 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.
