Praktijkboek beroepsgeheim en informatieverstrekking in de zorg (Nederlands Recht)
Mw. Mr. Dr. W.L.J.M. (Wilma) Duijst studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechten aan de Open Universiteit Nederland. In 2005 promoveerde zij op het proefschrift ‘Boeven in het ziekenhuis, Een juridische beschouwing over de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en de opsporing van strafbare feiten’. Zij doceert strafrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en is onder meer betrokken bij de opleiding voor huisartsen, kinderartsen en justitiële geneeskundigen. Daarnaast is zij forensisch geneeskundige in de regio Ijsselland en is plaatsvervangend (straf ) rechter bij de rechtbank Arnhem.
Praktijkboek beroepsgeheim en informatieverstrekking in de zorg (Nederlands Recht)
Mw. Mr. Dr. W.L.J.M. (Wilma) Duijst studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechten aan de Open Universiteit Nederland. In 2005 promoveerde zij op het proefschrift ‘Boeven in het ziekenhuis, Een juridische beschouwing over de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en de opsporing van strafbare feiten’. Zij doceert strafrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en is onder meer betrokken bij de opleiding voor huisartsen, kinderartsen en justitiële geneeskundigen. Daarnaast is zij forensisch geneeskundige in de regio Ijsselland en is plaatsvervangend (straf ) rechter bij de rechtbank Arnhem.
Rechten en plichten van de ambtenaar (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 2) (Nederlands Recht)
Aan de aanstelling, arbeidsduur, werktijden, vakantieverlof, buitengewoon verlof, plichtsverzuim en ontslag - om slechts een aantal te noemen - worden in de verschillende reglementen afzonderlijke hoofdstukken gewijd.
Naast die uitgewerkte onderwerpen heeft de ambtenaar echter nog een relatief groot aantal andere rechten en plichten. Vaak wordt daar slechts één artikel aan gewijd en in sommige gevallen is zelfs volstaan met één artikellid. En een aantal – en beslist niet de onbelangrijkste - rechten treffen we helemaal niet aan in het betreffende rechtspositiereglement, namelijk de grondrechten. De ambtenaar is primair burger en geniet om die reden dezelfde rechten als ieder ander; dus ook hij kan zo nodig een beroep doen op zijn grondrechten.
Dit tweede boekdeel in de reeks Integraal Ambtenarenrecht gaat allereerst in op een aantal grondrechten die voor de ambtenaar als zodanig van belang zijn. Vervolgens wordt de rechtspositie van de ambtenaar onder de loep genomen.
Het boek sluit af met de onderwerpen die in de reglementen worden aangeduid als de “overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar”.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus ( 1969) is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg. Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs). Drs. Paul J.J.M. van der Heijden ( 1966) studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Rechten en plichten van de ambtenaar (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 2) (Nederlands Recht)
Aan de aanstelling, arbeidsduur, werktijden, vakantieverlof, buitengewoon verlof, plichtsverzuim en ontslag - om slechts een aantal te noemen - worden in de verschillende reglementen afzonderlijke hoofdstukken gewijd.
Naast die uitgewerkte onderwerpen heeft de ambtenaar echter nog een relatief groot aantal andere rechten en plichten. Vaak wordt daar slechts één artikel aan gewijd en in sommige gevallen is zelfs volstaan met één artikellid. En een aantal – en beslist niet de onbelangrijkste - rechten treffen we helemaal niet aan in het betreffende rechtspositiereglement, namelijk de grondrechten. De ambtenaar is primair burger en geniet om die reden dezelfde rechten als ieder ander; dus ook hij kan zo nodig een beroep doen op zijn grondrechten.
Dit tweede boekdeel in de reeks Integraal Ambtenarenrecht gaat allereerst in op een aantal grondrechten die voor de ambtenaar als zodanig van belang zijn. Vervolgens wordt de rechtspositie van de ambtenaar onder de loep genomen.
Het boek sluit af met de onderwerpen die in de reglementen worden aangeduid als de “overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar”.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus ( 1969) is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg. Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs). Drs. Paul J.J.M. van der Heijden ( 1966) studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Ambtenaarschap, sollicitatie en aanstelling (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 1) (Nederlands Recht)
Dit boek kan echter ook van dienst zijn in andere sectoren, omdat waar nodig verwezen wordt naar andere rechtspositiereglementen dan het ARAR en de CAR/UWO.
Daarnaast hebben de auteurs ernaar gestreefd een gedegen handboek samen te stellen door middel van een uitvoerige bespreking van de toepasselijke regelgeving, jurisprudentie en parlementaire stukken. Hierbij is steeds de praktische toepasbaarheid voor ogen gehouden.
Dit eerste deel in deze reeks is daarmee een onmisbaar naslagwerk geworden voor overheidsjuristen en personeelsfunctionarissen, maar ook voor advocaten en andere rechtshulpverleners.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg.
Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs).
Drs. Paul J.J.M. van der Heijden studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Ambtenaarschap, sollicitatie en aanstelling (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 1) (Nederlands Recht)
Dit boek kan echter ook van dienst zijn in andere sectoren, omdat waar nodig verwezen wordt naar andere rechtspositiereglementen dan het ARAR en de CAR/UWO.
Daarnaast hebben de auteurs ernaar gestreefd een gedegen handboek samen te stellen door middel van een uitvoerige bespreking van de toepasselijke regelgeving, jurisprudentie en parlementaire stukken. Hierbij is steeds de praktische toepasbaarheid voor ogen gehouden.
Dit eerste deel in deze reeks is daarmee een onmisbaar naslagwerk geworden voor overheidsjuristen en personeelsfunctionarissen, maar ook voor advocaten en andere rechtshulpverleners.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg.
Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs).
Drs. Paul J.J.M. van der Heijden studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.
Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.



Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
