Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Placeholder Image
Quick View

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Quick View

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Quick View

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

Quick View

Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuring van onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzake huishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur, de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”.

Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.

Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Quick View

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuring van onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzake huishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur, de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”.

Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.

Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)

 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.

De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:

• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks


Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.

Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :

• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Placeholder Image
Quick View

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)

 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.

De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:

• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks


Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.

Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :

• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne

 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular to the field of criminal law and criminology.

This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne

 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular to the field of criminal law and criminology.

This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)

 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een antwoord vragen.

In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.

Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.

Quick View

Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)

 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een antwoord vragen.

In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.

Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)

 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde desertiecampagne in de Oostkantons worden bestudeerd.

Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.

De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.

Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.

Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.

Quick View

Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)

 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde desertiecampagne in de Oostkantons worden bestudeerd.

Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.

De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.

Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.

Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)

 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging van het nieuwe wetboek.

Quick View

Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)

 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging van het nieuwe wetboek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Quick View

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×