Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR
€ 49,25
Internet has changed the way we do business, communicate, shop, travel, and learn. Technologies are already assisting people to solve their disputes. E-bay, alone, deals with more than 60 million disagreements per year using smart Online dispute resolution tools. In the Netherlands, some people already arrange their divorce using the advantages of online mediation.
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR
€ 49,25
Internet has changed the way we do business, communicate, shop, travel, and learn. Technologies are already assisting people to solve their disputes. E-bay, alone, deals with more than 60 million disagreements per year using smart Online dispute resolution tools. In the Netherlands, some people already arrange their divorce using the advantages of online mediation.
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk
€ 42,00
Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.
Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.
Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.
Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.
Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.
Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk
€ 42,00
Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.
Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.
Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.
Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.
Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.
Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht
€ 25,70
Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.
In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.
Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht
€ 25,70
Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.
In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.
Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)
€ 65,00
De invoering van de ‘Salduzwet’ betekent één van de grootste omwentelingen ooit in het Belgisch strafrechtsysteem, in het bijzonder voor politionele onderzoeken. Per 1 januari 2012 treedt deze wet in België in werking.
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)
€ 65,00
De invoering van de ‘Salduzwet’ betekent één van de grootste omwentelingen ooit in het Belgisch strafrechtsysteem, in het bijzonder voor politionele onderzoeken. Per 1 januari 2012 treedt deze wet in België in werking.
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)
€ 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische
wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd,
vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook
wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een
groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.
Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)
€ 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische
wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd,
vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook
wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een
groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
€ 61,40
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
€ 61,40
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)
€ 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)
€ 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)
€ 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle
of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences
or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in
the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the
instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of
detained persons’ social rehabilitation prospects.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)
€ 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle
of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences
or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in
the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the
instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of
detained persons’ social rehabilitation prospects.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.
€ 50,90
Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.
Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.
Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.
Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.
Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.
€ 50,90
Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.
Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.
Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.
Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.
Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
€ 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
€ 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
€ 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
€ 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
€ 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht.
De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag
naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht)
en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen
huwelijken.
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
€ 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht.
De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag
naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht)
en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen
huwelijken.
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR



