Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?
Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan
In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.
In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?
mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan
In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.
In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?
mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Interculturele mediation
Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.
Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.
Interculturele mediation
Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.
Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)
NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.
Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.
Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.
Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.
En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)
NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.
Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.
Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.
Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.
En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.
De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei
Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.
De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei
Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.



