De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?