Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch rechtdoor een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en devoorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de moderniseringvan het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfslevenvan 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkteomvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschapvan de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgenvan de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak vanaudit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot dewaarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden.Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden.Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droitbelge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupationspréalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptableainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sontdiscutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande– ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PMEbelges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerneessentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société.Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu demodifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation.Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présentouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch rechtdoor een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en devoorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de moderniseringvan het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfslevenvan 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkteomvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschapvan de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgenvan de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak vanaudit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot dewaarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden.Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden.Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droitbelge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupationspréalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptableainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sontdiscutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande– ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PMEbelges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerneessentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société.Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu demodifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation.Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présentouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+pw-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+pw
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+pw-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+pw
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan500 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan500 juristen beluisterd en besproken werden.
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.






