
Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Met bijdragen van Sarah De Groof, Bram Delvaux, Veerle Colaert, Katrien Meuwissen, Jan Wouters, Leo Neels, Herman Nys, Ellen Vanermen, Anton Vedder, Yung Shin Van Der Sype, Katrien Hanoulle, Sophie Stijns, Flavie Vemander, Christiane Struyven, Frank Hendrickx, Annemarie Vanderpoorten, Tom Daems, Wouter Devroe, Bert Keirsbilck, Simon Troch, Koen Lenaerts, Elisabeth Adriaens, Sanderijn Duquet, Stefaan Callens, Laura Boddez, Kurt Willems, Els Kindt, Ilse Samoy, Eline Coutteel, Mark Eyskens

Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Met bijdragen van Sarah De Groof, Bram Delvaux, Veerle Colaert, Katrien Meuwissen, Jan Wouters, Leo Neels, Herman Nys, Ellen Vanermen, Anton Vedder, Yung Shin Van Der Sype, Katrien Hanoulle, Sophie Stijns, Flavie Vemander, Christiane Struyven, Frank Hendrickx, Annemarie Vanderpoorten, Tom Daems, Wouter Devroe, Bert Keirsbilck, Simon Troch, Koen Lenaerts, Elisabeth Adriaens, Sanderijn Duquet, Stefaan Callens, Laura Boddez, Kurt Willems, Els Kindt, Ilse Samoy, Eline Coutteel, Mark Eyskens
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.




Juridisch woordenboek Nederlands-Spaans (SC). Met register Spaans – Nederlands Diccionario Juridico Neerlandes-Espanol. Con indice alfabetico Espanol-Neerlandes (softcover)
Juridisch woordenboek Nederlands-Spaans (SC). Met register Spaans – Nederlands Diccionario Juridico Neerlandes-Espanol. Con indice alfabetico Espanol-Neerlandes (softcover)



Recherchemanagement. Sturen naar kwaliteitsvol opsporingswerk (Reeks Dienst voor het strafrechtelijk beleid, nr. 12)
Dit boek geeft beschrijft het recherchemanagement ná de politiehervorming, meer bepaald inzake het gespecialiseerde opsporingswerk dat verricht wordt in de gerechtelijke diensten van de arrondissementen (GDA’s) van de federale politie. Hierbij ligt de klemtoon op de kwaliteitskenmerken en de bewaking hiervan.
Recherchemanagement belangt alle actoren in de strafrechtsketen rechtstreeks aan. Voor hen is deze uitgave dan ook zonder meer een "eye-opener".

Recherchemanagement. Sturen naar kwaliteitsvol opsporingswerk (Reeks Dienst voor het strafrechtelijk beleid, nr. 12)
Dit boek geeft beschrijft het recherchemanagement ná de politiehervorming, meer bepaald inzake het gespecialiseerde opsporingswerk dat verricht wordt in de gerechtelijke diensten van de arrondissementen (GDA’s) van de federale politie. Hierbij ligt de klemtoon op de kwaliteitskenmerken en de bewaking hiervan.
Recherchemanagement belangt alle actoren in de strafrechtsketen rechtstreeks aan. Voor hen is deze uitgave dan ook zonder meer een "eye-opener".

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiek daarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader. De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".
De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiek daarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader. De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".
De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".

Politionele slachtofferbejegening (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe vervul je het best algemene taken zoals het doorverwijzen en het melden van onheilsberichten? Wat mag en wat kan van de politie worden verwacht in specifieke gevallen? Wat zeggen de richtlijnen van de gerechtelijke en administratieve overheden?
Deze uitgave is een praktische leidraad bij al deze en andere vragen.
Nelly Creten is werkzaam voor de Gerechtelijke Arrondissementele Dienst (GDA) Hasselt. Zij doceert aan het Opleidingscentrum voor politiepersoneel van de provincie Limburg (PLOT) onder meer het vak slachtofferbejegening.

Politionele slachtofferbejegening (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe vervul je het best algemene taken zoals het doorverwijzen en het melden van onheilsberichten? Wat mag en wat kan van de politie worden verwacht in specifieke gevallen? Wat zeggen de richtlijnen van de gerechtelijke en administratieve overheden?
Deze uitgave is een praktische leidraad bij al deze en andere vragen.
Nelly Creten is werkzaam voor de Gerechtelijke Arrondissementele Dienst (GDA) Hasselt. Zij doceert aan het Opleidingscentrum voor politiepersoneel van de provincie Limburg (PLOT) onder meer het vak slachtofferbejegening.

Politiestatistieken (Reeks Politie Praktijkboeken)
Dit boek biedt op een eenvoudige en begrijpbare wijze een beter inzicht in het aanwenden van politionele basismethoden en -toepassingen.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.

Politiestatistieken (Reeks Politie Praktijkboeken)
Dit boek biedt op een eenvoudige en begrijpbare wijze een beter inzicht in het aanwenden van politionele basismethoden en -toepassingen.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.

