Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatredécennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart desiècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire aprèspresque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatredécennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart desiècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire aprèspresque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du RéseauHunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder deloep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligencestrategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaarVeiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent duréseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du RéseauHunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder deloep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligencestrategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaarVeiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent duréseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel ende voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangiftevan de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van devoorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van hetbtw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van devoorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid vande btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden methet verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen enconcrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bodkomen.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel ende voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangiftevan de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van devoorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van hetbtw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van devoorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid vande btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden methet verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen enconcrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bodkomen.