RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
€ 70,00
The role of corporations in criminal justice is expanding, both in a purely business context and beyond. Corporations may be suspected or accused of criminal or quasi-criminal wrongdoing; they may be required to produce information and evidence in furtherance of a criminal case, or be compelled to send a witness to trial; they may be the victim of crimes; and they may perform or assist with criminal investigations. This issue addresses these distinct roles of corporations in modern criminal justice, with a particular focus on the framework for prosecuting corporations, on double jeopardy protections, on internal investigations and compliance programs.
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
€ 70,00
The role of corporations in criminal justice is expanding, both in a purely business context and beyond. Corporations may be suspected or accused of criminal or quasi-criminal wrongdoing; they may be required to produce information and evidence in furtherance of a criminal case, or be compelled to send a witness to trial; they may be the victim of crimes; and they may perform or assist with criminal investigations. This issue addresses these distinct roles of corporations in modern criminal justice, with a particular focus on the framework for prosecuting corporations, on double jeopardy protections, on internal investigations and compliance programs.
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
€ 35,00
De sociale economie wordt soms de economie met emotie genoemd. Sociale initiatieven houden echter niet noodzakelijk in dat er geen btw verschuldigd is. Wél bestaan er talrijke vrijstellingen inzake btw en kan in een aantal gevallen genoten worden van verlaagde btw-tarieven.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
€ 35,00
De sociale economie wordt soms de economie met emotie genoemd. Sociale initiatieven houden echter niet noodzakelijk in dat er geen btw verschuldigd is. Wél bestaan er talrijke vrijstellingen inzake btw en kan in een aantal gevallen genoten worden van verlaagde btw-tarieven.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
€ 29,95
Tot voor kort was er geen duidelijk juridisch kader voor de huur van een pand in het kader van een pop-up. In de praktijk werd vaak de (in de rechtspraak ontwikkelde) rechtsfiguur van de “bezetting ter bede” gebruikt maar hierbij bestond het risico van herkwalificering naar een handelshuurovereenkomst. Pop-ups zijn uit hun aard evenwel tijdelijke handelszaken.
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
€ 29,95
Tot voor kort was er geen duidelijk juridisch kader voor de huur van een pand in het kader van een pop-up. In de praktijk werd vaak de (in de rechtspraak ontwikkelde) rechtsfiguur van de “bezetting ter bede” gebruikt maar hierbij bestond het risico van herkwalificering naar een handelshuurovereenkomst. Pop-ups zijn uit hun aard evenwel tijdelijke handelszaken.
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De commissaris en de andere organen of comites van de gecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
€ 49,00
De bedrijfsrevisor vervult een opdracht van algemeen belang en is onontbeerlijk voor de goede werking van de economie. Hij stelt zijn deskundigheid, zijn professionalisme en zijn waarden ten dienste van zijn klanten en van alle belanghebbende partijen (klanten, leveranciers, investeerders, bankiers, publieke overheden, personeel) om een onafhankelijke dienstverlening te bieden met hoogstaande toegevoegde waarde en van algemeen belang met het oog op een versterking van het noodzakelijk vertrouwen in een goed functionerend economisch stelsel.
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
De commissaris en de andere organen of comites van de gecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
€ 49,00
De bedrijfsrevisor vervult een opdracht van algemeen belang en is onontbeerlijk voor de goede werking van de economie. Hij stelt zijn deskundigheid, zijn professionalisme en zijn waarden ten dienste van zijn klanten en van alle belanghebbende partijen (klanten, leveranciers, investeerders, bankiers, publieke overheden, personeel) om een onafhankelijke dienstverlening te bieden met hoogstaande toegevoegde waarde en van algemeen belang met het oog op een versterking van het noodzakelijk vertrouwen in een goed functionerend economisch stelsel.
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
€ 35,00
De aftrekbaarheid van kosten geeft vaak aanleiding tot discussie. Wanneer komt een kost als reclamekost in aanmerking voor aftrek? Is de btw dan ook aftrekbaar? Wanneer is er een aftrekbeperking of aftrekuitsluiting? Hoe zit met de aftrek inzake inkomstenbelasting en kan dit doorgetrokken worden inzake btw?
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
€ 35,00
De aftrekbaarheid van kosten geeft vaak aanleiding tot discussie. Wanneer komt een kost als reclamekost in aanmerking voor aftrek? Is de btw dan ook aftrekbaar? Wanneer is er een aftrekbeperking of aftrekuitsluiting? Hoe zit met de aftrek inzake inkomstenbelasting en kan dit doorgetrokken worden inzake btw?
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
De blauwe kamer
€ 22,95
De blauwe kamer gaat over het plegen van de perfecte moord.
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
De blauwe kamer
€ 22,95
De blauwe kamer gaat over het plegen van de perfecte moord.
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
European integration through member states’ constitutional identity in EU law
€ 45,00
The present research aims to verify the nature and extent of the identity clause and to establish the role that art. 4, par. 2 TEU is called to perform in the management of the aforementioned conflicts. More specifically, it is of interest to verify whether the law has its own autonomy, what consequences may result its being violated in the light of CEU jurisprudence and what added value could have a consistent use of the identity clause in the context of the management of inter-order conflicts affecting the national identity of member states. To this end, it is essential to start from an examination of the reasons that led to the affirmation of respect for the national identity by the singular member states. To understand the legal value of art. 4, par. 2 TEUs must first reflect on the important developments in the matter of safeguarding the national identity of the Maastricht Treaty up to the Treaty of Nice and analyze them in correlation with other relevant provisions of primary law to protect state prerogatives but also to affirm a European identity founded on respect for values such as democracy and the rule of law as well as on the protection of fundamental rights. The analysis carried out in the first understanding focuses precisely on these aspects, trying to outline the path taken at the normative and jurisprudential level, not only in relation to the identity clause but also with respect to particular conceptions of fundamental rights as well as to cultural, linguistic and religious considered to be worthy of protection (as an expression of national specificity and capable of affecting the assessments of CJEU both on the admissibility of the exceptions to EU law, as well as in relation to their proportionality.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
European integration through member states’ constitutional identity in EU law
€ 45,00
The present research aims to verify the nature and extent of the identity clause and to establish the role that art. 4, par. 2 TEU is called to perform in the management of the aforementioned conflicts. More specifically, it is of interest to verify whether the law has its own autonomy, what consequences may result its being violated in the light of CEU jurisprudence and what added value could have a consistent use of the identity clause in the context of the management of inter-order conflicts affecting the national identity of member states. To this end, it is essential to start from an examination of the reasons that led to the affirmation of respect for the national identity by the singular member states. To understand the legal value of art. 4, par. 2 TEUs must first reflect on the important developments in the matter of safeguarding the national identity of the Maastricht Treaty up to the Treaty of Nice and analyze them in correlation with other relevant provisions of primary law to protect state prerogatives but also to affirm a European identity founded on respect for values such as democracy and the rule of law as well as on the protection of fundamental rights. The analysis carried out in the first understanding focuses precisely on these aspects, trying to outline the path taken at the normative and jurisprudential level, not only in relation to the identity clause but also with respect to particular conceptions of fundamental rights as well as to cultural, linguistic and religious considered to be worthy of protection (as an expression of national specificity and capable of affecting the assessments of CJEU both on the admissibility of the exceptions to EU law, as well as in relation to their proportionality.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Btw-eetjes deel 12
€ 44,00
Dit boek vormt reeds het twaalfde in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twaalfde deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 12
€ 44,00
Dit boek vormt reeds het twaalfde in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twaalfde deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
€ 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
€ 29,00
Dit boek behandelt het btw-statuut van de kunstenaar en zijn relatie tot tussenpersonen en kopers van kunstwerken.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Werk in onroerende staat.
€ 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werk in onroerende staat.
€ 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
€ 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
€ 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
€ 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
€ 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
