Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Subsidies en btw

 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.

In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.


Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Subsidies en btw

 29,00
Subsidies bestaan onder allerlei benamingen en vormen. De cruciale vragen in de praktijk zijn of subsidies aan de btw onderworpen zijn en in welke mate ze een invloed hebben op het recht op aftrek van de voorbelasting.

In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.


Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave

 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.

Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.

Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?

Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.

Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.


Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave

 32,50
Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur (DLB) laat een ruime externe verzelfstandiging toe voor gemeenten.

Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.

Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?

Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.

Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.


Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw

 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?

Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.

Geen voorraad
Quick View

Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw

 42,00
In dit boek wordt het bouwen en verbouwen aan de hand van een aantal veel in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer er sprake is van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?

Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu

 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.

Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!

De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”


Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.

Geen voorraad
Quick View

Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu

 39,00
Interne audits hier, interne audits daar... altijd maar meer audits, maar leveren ze wel iets op? Zijn we goed bezig bij het intern auditeren, dat is de vraag die ik me graag stel. Maar bij het stellen van deze vraag, moet je in je organisatie ook mogelijkheden hebben om interne audits anders en beter uit te voeren. Deze mogelijkheden wil ik graag in dit boek met u delen. Mogelijkheden om het intern auditproces te verbeteren, bespreek ik door vooral aandacht te geven aan de interne kwaliteits-, veiligheids- en milieuaudits. Maar ook andere interne audits op het gebied van bv. informatieveiligheid, voedselveiligheid of risicomanagement kunnen anders worden georganiseerd in uw organisatie. Met ‘anders interne audits organiseren’ bedoel ik zo organiseren dat deze interne audits meer meerwaarde geven. De tips die ik in dit boek hierbij geef, zijn zeer praktisch en gebaseerd op mijn jarenlange ervaring in het auditvak. Een meer wetenschappelijke benadering van het auditproces publiceer ik graag in een gespecialiseerd tijdschrift zoals het Tijdschrift voor Toegepaste Arbowetenschap.

Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!

De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”


Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Btw-eetjes deel 21

 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.

Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.

Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.

Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.


Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Btw-eetjes deel 21

 45,00
Dit boek vormt intussen reeds het eenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken BTW-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit eenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.

Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.

Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.

Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.


Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vzw en btw, 3e uitgave

 49,00
Vzw’s zijn in de regel btw-belastingplichtigen. Vele vzw’s verrichten echter vrijgestelde activiteiten bedoeld in art. 44 W.BTW. Ze moeten dan geen btw aanrekenen maar hebben ook geen recht op aftrek van de btw op de zelf aangekochte goederen en/of diensten.

Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.

Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.

In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.

Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?

Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.

Derde, volledig herziene uitgave


Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.

Quick View

Vzw en btw, 3e uitgave

 49,00
Vzw’s zijn in de regel btw-belastingplichtigen. Vele vzw’s verrichten echter vrijgestelde activiteiten bedoeld in art. 44 W.BTW. Ze moeten dan geen btw aanrekenen maar hebben ook geen recht op aftrek van de btw op de zelf aangekochte goederen en/of diensten.

Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.

Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.

In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.

Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?

Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.

Derde, volledig herziene uitgave


Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism

 29,00
When fellow countrymen win a medal at an international sports event the whole spectrum of positive and negative emotions is expressed, by athletes, spectators, even by the strongest sports-critics and sports-indifferent people. There are winners and losers, fans for and against, sadness and disillusionment, abuse and injustice, grief and pain but there is also fair play, empathy, integrity, joy and optimism. In this essay, I write about abuses, dangers and challenges in sport, what causes them and how we can manage them, but also about how we can better realise the positive potential of sport in the 21e century context. We can do better… Much better!

"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)

"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)


Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.

Geen voorraad
Quick View

Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism

 29,00
When fellow countrymen win a medal at an international sports event the whole spectrum of positive and negative emotions is expressed, by athletes, spectators, even by the strongest sports-critics and sports-indifferent people. There are winners and losers, fans for and against, sadness and disillusionment, abuse and injustice, grief and pain but there is also fair play, empathy, integrity, joy and optimism. In this essay, I write about abuses, dangers and challenges in sport, what causes them and how we can manage them, but also about how we can better realise the positive potential of sport in the 21e century context. We can do better… Much better!

"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)

"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)


Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022

 27,00
Deze 43ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.

Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.

Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.


Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.

Quick View

Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022

 27,00
Deze 43ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.

Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.

Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.


Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective

 35,00
Age of consent refers to the age below which it is prohibited to engage in sexual activities with a child. The legislators always need to keep a balance between protecting children from sexual abuse and respecting their sexual autonomy while setting the age boundary. In addition, as a legal concept, age of consent is closely related with the construction of childhood and once set, it affects the age at which children engage in sex.

The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.

Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.

Quick View

Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective

 35,00
Age of consent refers to the age below which it is prohibited to engage in sexual activities with a child. The legislators always need to keep a balance between protecting children from sexual abuse and respecting their sexual autonomy while setting the age boundary. In addition, as a legal concept, age of consent is closely related with the construction of childhood and once set, it affects the age at which children engage in sex.

The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.

Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?

 29,00
Artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek werd met ingang van 16.12.2017 gewijzigd. Niet alleen de tekst werd herschreven maar ook het toepassingsgebied werd gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de Btw-richtlijn.

De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.

Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.

Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.

De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.

Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Geen voorraad
Quick View

Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?

 29,00
Artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek werd met ingang van 16.12.2017 gewijzigd. Niet alleen de tekst werd herschreven maar ook het toepassingsgebied werd gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de Btw-richtlijn.

De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.

Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.

Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.

De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.

Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.

Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)

 45,00
De controle van het uitgeoefende recht op aftrek vormt een belangrijk onderdeel van een btw-controle. Wat is het verband tussen de opeisbaarheid van de btw en het recht op aftrek? Was de uitgeoefende aftrek terecht of onterecht? Werden de aftrekbeperkingen en -uitsluitingen gerespecteerd? Is er al dan niet verjaring ingetreden? Wat is het verschil tussen verjaring en verval van het recht op aftrek? Wanneer is er een onttrekking van toepassing en wanneer is er sprake van een herziening?

In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.

Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.

Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.

Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)

 45,00
De controle van het uitgeoefende recht op aftrek vormt een belangrijk onderdeel van een btw-controle. Wat is het verband tussen de opeisbaarheid van de btw en het recht op aftrek? Was de uitgeoefende aftrek terecht of onterecht? Werden de aftrekbeperkingen en -uitsluitingen gerespecteerd? Is er al dan niet verjaring ingetreden? Wat is het verschil tussen verjaring en verval van het recht op aftrek? Wanneer is er een onttrekking van toepassing en wanneer is er sprake van een herziening?

In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.

Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.

Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.

Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover

 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.

Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.

De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen

met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen

Quick View

Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover

 195,00
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd. De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema's.

Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.

De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.


Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen

met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Ziekenwerk. Een kleine sociologie van alledaags ziekenleven
     13,50
    ×