Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Culturele normen en religieuze waarden. Een sociaal-culturele analyse van en onderzoeksmodel voor cultuurverschillen
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen
Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.
Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.
Wat heet dan gelukkig zijn? Geluk, welvaart en welzijn van de Belgen
Het blijft niet enkel bij theorie. Een grootschalige en representatieve enquête bij meer dan 3000 volwassenen uit ruim 2000 Belgische gezinnen liet toe de verschillende aspecten van het individuele welzijn van de Belgen in kaart te brengen. Origineel is dat ruim aandacht besteed wordt aan de ongelijke verdeling van deze verschillende welzijnsaspecten binnen gezinnen. Uit de enquête blijkt dat sommige Belgen vaker lijden aan opgestapelde achterstand in meerdere welzijns dimensies. Het boek beschrijft vervolgens welke mensen er in de samenleving het slechtst aan toe zijn volgens de nieuwe methode. Zij verdienen volgens de auteurs de grootste aandacht van de beleidsmakers. En dat zijn niet noodzakelijk enkel diegenen met een laag inkomen, of diegenen die zich ongelukkig voelen.
Bart Capéau, Laurens Cherchye, Koen Decancq, André Decoster, Bram De Rock, François Maniquet, Annemie Nys, Guillaume Périlleux, Eve Ramaekers, Zoé Rongé, Annemie Nys Erik Schokkaert en Frederic Vermeulen vormen een consortium van onderzoekers die werken aan de KU Leuven, de Université catholique de Louvain, de Université libre de Bruxelles en de Universiteit Antwerpen. Het onderzoek waarop dit boek gebaseerd is, werd gefinancierd door de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).
Bij dit boek hoort ook een website die meer informatie bevat over het achterliggende wetenschappelijke project en de verzamelde data:
https://sites.google.com/view/meqin.
Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag
Wildlife. Evolutie, ecologie, gevangenschap en gedrag
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Tijdgenoten uit de leefwereld van Andreas Vesalius (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 11)
Vele Europese wetenschappers hebben sedertdien verder onderzoek verricht met betrekking tot het leven en werk van onze befaamde landgenoot, die terecht als Vader der Anatomie wordt geduid.
Deze interesse leidde tot vele nieuwe initiatieven, waaronder dit nieuwe Vesaliusboek. Het leeuwendeel is van de hand van de befaamde Vlaamse Vesalius-kenners Maurits Biesbrouck, Omer Steeno en Theo Goddeeris, samen door Theo Dirix bestempeld als ‘Cerberus’ van Vesalius. Werkten naast dit viertal ook mee aan deze bundel: Robrecht Van Hee, Francis Van Glabbeek en Jacqueline Vons, die allen internationaal zeer gewaardeerd worden. Zij zijn er samen in geslaagd om hier wederom, net als in 2014, een fraaie bundeling van onuitgegeven en boeiend nieuw materiaal over Vesalius bij mekaar te brengen. De bijdragen beschrijven het medische denken van Vesalius en zijn tijdgenoten. De artikelen werden chronologisch samengesteld, zodat de leefwereld van Andries van Wesel vanaf zijn opleiding tot aan zijn dood ten volle tot uitdrukking kon worden gebracht.
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Robrecht Van Hee studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hierna bekwaamde hij zich tot chirurg in Breda en Nijmegen, waar hij promoveerde tot doctor in de Geneeskunde. Als hoogleraar Chirurgie en Medische geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen, was hij vooral werkzaam in de Transplantatie- en Endocriene heelkunde. Daarnaast wijdde hij zich aan medisch-historisch onderzoek, in het bijzonder van de Lage Landen in de 16de eeuw. Hij is auteur van meer dan 400 publicaties en redacteur van meerdere tijdschriften.
Dr. Maurits Biesbrouck, geboren in 1946 te Roeselare, was als geneesheer diensthoofd klinischebiologie in het Stedelijk Ziekenhuis van die stad en adjunct-hoofdgeneesheer-directeur van de Dienst voor het Bloed. Hij heeft een levenslange belangstelling voor Vesalius en publiceerde recent een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 en een jaarlijks bijgewerkte Vesaliusbibliografie.
Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus
Het kleine Europa. Landkaart van een estheticus
Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren
In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven
de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en
onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken
heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door
te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid
veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans
tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken
niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het
onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk
zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden.
Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk
toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van
hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders.
Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van
open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school
krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag,
zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen
een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde
Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator
aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren
In dit boek voor gevorderden in de thematiek hoogbegaafdheid geven
de auteurs bijzondere aanwijzingen voor het succesvol opvoeden en
onderwijzen van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Zij doorprikken
heel wat misverstanden rond hoogbegaafdheid en proberen door
te dringen tot de kern van de zaak. Zij ontdekten daarbij dat hoogbegaafdheid
veelal te maken heeft met het vinden van een goede balans
tussen twee tegenstrijdige kenmerken. Deze balansproblemen raken
niet alleen de hoogbegaafde persoon zelf, maar komen ook terug in het
onderwijs en de opvoeding van deze kinderen.
Dit boek verschaft de lezer de theoretische achtergronden die noodzakelijk
zijn om hoogbegaafde kinderen of leerlingen succesvol te begeleiden.
Bovendien worden honderden praktische tips gegeven die onmiddellijk
toepasbaar zijn in de praktijk.
De auteurs hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van
hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders.
Zij pleiten voor opvoeding tot zelfdiscipline en het creëren van
open communicatie met deze kinderen. Geheugeneconomie op school
krijgt een extra accent. Ook de uitgebreide bijlagen rond uitstelgedrag,
zelfvertrouwen, perfectionisme, vlijt, zelfspraak en beloning verschaffen
een bijzonder inzicht in deze kernthema’s van hoogbegaafdheid.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA vzw – Begaafde
Kinderen en Adolescenten.
Hilde Van Rossen, master in de psychologie, was opleidingscoördinator
aan de Hogeschool VIVES, voorheen Katho.
Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs
Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk
In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen
Inspiratie tot innovatie in jeugdhuizen, jongerencentra, jeugdcentra en jeugdclubs
Dit boek bespreekt in het eerste hoofdstuk de doelstellingen, effecten en functies van (open)-jeugdwerk, die door onderzoek in het buitenland werden vastgesteld. Deze informatie blijkt jeugdhuiswerkers te kunnen inspireren bij het (her)formuleren van doelstellingen en het programmeren van activiteiten in hun jeugdhuis. Jeugdconsulenten, gemeentelijke jeugdambtenaren, schepenen voor de jeugd en beleidscritici vragen zich soms af welke jeugdhuisinitiatieven in aanmerking moeten komen voor subsidiering, en welke verbeteringen in het jeugdhuiswerk moeten worden gestimuleerd e.d. Dit boek reikt materiaal aan voor een gesprek met jeugdhuiswerkers én jongeren over hoe de vrijetijdsbeleving en de ontwikkeling van jongeren kan worden bevorderd door jeugdhuiswerk
In een tweede hoofdstuk wordt besproken, hoe een activiteitenprogramma ontmoetingen met leeftijdgenoten, deelname aan vrijetijdsactiviteiten mogelijk kan maken, jongeren kan uitdagen en stimuleren om zich verder te ontwikkelen en initiatief te nemen en plezier te beleven. In jeugdhuizen werken talrijke vrijwilligers en beroepskrachten. Participatie van die medewerkers in het beleid van hun organisatie blijkt in de realiteit niet altijd zo eenvoudig te realiseren. In het laatste hoofdstuk bespreekt het boek twee methodes om een participatief beleidsvormingsproces te ondersteunen
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2018 – Vol.18 1/2. Continuities and discontinuities in family foster care
Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.
De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam.
Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich
lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek,
Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar
wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze
‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina
of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun
29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun
openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van
nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat
we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar
moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs
en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu
de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen
vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop
maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is
een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor
iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.
Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit
Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze,
schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke
vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de
Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker
bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool
Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs.
Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.
Die droom heb ik nog steeds. Schoolloopbanen en levensverhalen van jongeren in een diverse samenleving.
De in dit boek beschreven studie is om diverse redenen zeldzaam, belangrijk en leerzaam.
Uit de literatuur kennen we het genre van de ‘Bildungsroman’. Dit boek laat zich
lezen als de wetenschappelijke variant daarvan.
Prof. dr. H.J.M. (Bert) van Oers, Hoogleraar Cultuurhistorische Onderwijspedagogiek,
Vrije Universiteit, Amsterdam.
Vele jongeren zijn opgevoed met het idee dat ze ‘alles kunnen worden’. Maar
wat is er van hun idealen terechtgekomen als eind-twintigers? Hebben deze
‘millennials’ hun droom gerealiseerd? En maakt het een verschil of je Yasmina
of Marjolein heet?
De auteurs volgen deze jongeren met toetsen en interviews van hun 10e tot hun
29e jaar, misschien wel de meest ingrijpende jaren in een mensenleven. Hun
openhartige verhalen bieden een inkijk in de leefwereld van de jongeren van
nu. Deze studie is zeldzaam, niet alleen gelet op de looptijd, maar ook omdat
we achter de façade van de sociale media kijken. We zien sommigen schijnbaar
moeiteloos doorstromen, terwijl anderen struikelen in de hordeloop van onderwijs
en samenleving. Sommige jongeren kijken met spijt en boosheid terug, nu
de consequenties van hun ‘keuzen’ steeds duidelijker worden. Anderen vertellen
vol trots over hun baan of dat ze vader of moeder zijn geworden. Er is hoop
maar ook kwetsbaarheid. Wat bepaalt succes of falen in de levensloop? En is
een ‘succesvolle’ levensloop ook ‘betekenisvol’? Dit boek is geschreven voor
iedereen die betrokken is bij onderwijs, onderzoek en begeleiding van jongeren.
Jan Terwel is emeritus hoogleraar Onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit
Amsterdam. Hij doet onderzoek naar curriculum & instructie, schoolkeuze,
schoolloopbaan & levensloop.
Danielle van de Koot-Dees studeerde onderwijspedagogiek en levensbeschouwelijke
vorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze promoveerde aan de
Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en werkt als docent-onderzoeker
bij de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).
Rosa Rodrigues studeerde onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze is docent onderwijskunde/pedagogiek aan de pabo Hogeschool
Rotterdam en doet onderzoek naar de overgang basisschool-voortgezet onderwijs.
Haar expertise ligt vooral bij de grote stadsproblematiek.
Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs
Mantle of the expert.Handleiding voor beginners. Drama als leermiddel in het lager onderwijs
De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)
Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.
De fonograaf en de grammofoon in de Nederlandstalige literatuur. (1877-1935). Een media-archeologisch onderzoek (Academisch Literair, nr. 11)
Tom Willaert behaalde een doctoraat in de literatuur aan de KU Leuven, waar hij momenteel actief is in het domein van digital humanities en data-analyse.



