Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
