Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual

 13,00
Indicators used in the international development debate on children''s wellbeing typically use ''rough-and-ready'' measurements such as Infant Mortality Rate (IMR) and Under-Five Mortality rate (U5MR) for their physical health, and notions such as ''Height-for-Age'' and ''Weight-for-Height'' for their nutritional status. Indicators that give an impression of the psychosocial wellbeing of young boys and girls are usually lacking. Sometimes, data about school attendance or drop out are presented to this end. But they tell more about the quality of the educational system in a particular location than about the children. The result is that policies and programmes give only piecemeal attention to the psychosocial comfort and security of children, if at all.

The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
  • To get a more holistic insight into the well-being of young girls and boys in any given population;
  • To track changes over time, and to make comparisons between child populations;
  • To give more prominence to the psychosocial needs and requirements of young children in policy making and programming.


  • UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.

    This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.

    Quick View

    Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual

     13,00
    Indicators used in the international development debate on children''s wellbeing typically use ''rough-and-ready'' measurements such as Infant Mortality Rate (IMR) and Under-Five Mortality rate (U5MR) for their physical health, and notions such as ''Height-for-Age'' and ''Weight-for-Height'' for their nutritional status. Indicators that give an impression of the psychosocial wellbeing of young boys and girls are usually lacking. Sometimes, data about school attendance or drop out are presented to this end. But they tell more about the quality of the educational system in a particular location than about the children. The result is that policies and programmes give only piecemeal attention to the psychosocial comfort and security of children, if at all.

    The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
  • To get a more holistic insight into the well-being of young girls and boys in any given population;
  • To track changes over time, and to make comparisons between child populations;
  • To give more prominence to the psychosocial needs and requirements of young children in policy making and programming.


  • UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.

    This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Oud, niet out. Over ouderen met beperkingen en inclusie

     31,90

    Onze samenleving telt meer en meer ouderwordende personen met een verstandelijke beperking. Tegelijk met de relatief onbekende zorgvraag van ouderen met beperkingen en de handelingsverlegenheid die hieruit voortvloeit, wordt van iedereen die verantwoordelijk is of instaat voor de dagelijkse ondersteuning, verwacht – op grond van volwaardig burgerschap en kwaliteit van bestaan – een inclusief beleid te voeren.

    Het boek brengt Europese, Amerikaanse en Vlaamse bijdragen samen, die vanuit verschillende perspectieven (overheid, voorzieningen uit de gehandicaptenzorg en reguliere diensten, gebruiker, academische wereld) inzoomen op kwaliteit van bestaan, beleidsopties, samenwerkingsverbanden, knelpunten en uitdagingen.

    Het bevat voorbeelden van goede praktijken, uitdagingen en aanzetten tot antwoorden op tal van vragen.
  • Wat betekent inclusie voor elke stakeholder?
  • Welke visies leven in de betrokken sectoren?
  • Voldoet het huidige aanbod aan voorzieningen en diensten om mensen met een beperking ouder te laten worden op de plaats die ze zelf kiezen?
  • Welke competenties zijn nodig om de zorgvraag van ouderen met beperkingen te beantwoorden?
  • Moet de gehandicaptenzorg deze competenties verwerven, inzetten en aparte eenheden opzetten?
  • Of brengt deze sector de noodzakelijke competenties binnen in de reguliere sector (woon- en zorgcentra, gezinshulp, thuisverplegingsdiensten,…)?




  • De redacteuren zijn verbonden aan vzw Den Achtkanter, een dienstverleningscentrum voor volwassenen met verstandelijke beperkingen of met een niet-aangeboren hersenletsel in Kortrijk.

    Johan Warnez, psycholoog, is er agogisch directeur. Hij is coauteur van diverse boeken. Nathalie Schepens, die een lerarenopleiding volgde, is er als stuurgroeplid verantwoordelijk voor de residentiële woonondersteuning. Caren Seynaeve, orthopedagoge, is er lid van de kwaliteitsunit.

    Quick View

    Oud, niet out. Over ouderen met beperkingen en inclusie

     31,90

    Onze samenleving telt meer en meer ouderwordende personen met een verstandelijke beperking. Tegelijk met de relatief onbekende zorgvraag van ouderen met beperkingen en de handelingsverlegenheid die hieruit voortvloeit, wordt van iedereen die verantwoordelijk is of instaat voor de dagelijkse ondersteuning, verwacht – op grond van volwaardig burgerschap en kwaliteit van bestaan – een inclusief beleid te voeren.

    Het boek brengt Europese, Amerikaanse en Vlaamse bijdragen samen, die vanuit verschillende perspectieven (overheid, voorzieningen uit de gehandicaptenzorg en reguliere diensten, gebruiker, academische wereld) inzoomen op kwaliteit van bestaan, beleidsopties, samenwerkingsverbanden, knelpunten en uitdagingen.

    Het bevat voorbeelden van goede praktijken, uitdagingen en aanzetten tot antwoorden op tal van vragen.
  • Wat betekent inclusie voor elke stakeholder?
  • Welke visies leven in de betrokken sectoren?
  • Voldoet het huidige aanbod aan voorzieningen en diensten om mensen met een beperking ouder te laten worden op de plaats die ze zelf kiezen?
  • Welke competenties zijn nodig om de zorgvraag van ouderen met beperkingen te beantwoorden?
  • Moet de gehandicaptenzorg deze competenties verwerven, inzetten en aparte eenheden opzetten?
  • Of brengt deze sector de noodzakelijke competenties binnen in de reguliere sector (woon- en zorgcentra, gezinshulp, thuisverplegingsdiensten,…)?




  • De redacteuren zijn verbonden aan vzw Den Achtkanter, een dienstverleningscentrum voor volwassenen met verstandelijke beperkingen of met een niet-aangeboren hersenletsel in Kortrijk.

    Johan Warnez, psycholoog, is er agogisch directeur. Hij is coauteur van diverse boeken. Nathalie Schepens, die een lerarenopleiding volgde, is er als stuurgroeplid verantwoordelijk voor de residentiële woonondersteuning. Caren Seynaeve, orthopedagoge, is er lid van de kwaliteitsunit.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Sensopathisch spel

     17,60

    Kinderen kliederen graag met zand, water, verf, klei,… Ze zijn immers erg op hun zintuigen gericht. Ze willen bekijken, horen, proeven, ruiken en vooral ook betasten.

    Dit boek gaat over het zintuiglijke beleven van alledaagse materialen op een speelse manier, d.i. het sensopathisch spel. Het wordt te weinig aangeboden aan jonge kinderen, omdat ze wel eens ‘rommel’ maken. Jammer, want kinderen leren veel van dat kliederen.

    Het eerste deel legt uit wat sensopathisch spel inhoudt en wat de functie ervan is voor kinderen en wat ze ermee kunnen leren. Het tweede deel geeft aan hoe je het in de praktijk doet en biedt tal van voorbeelden van daadwerkelijk spel.

    Iedereen die met kinderen speelt, vindt hier originele inspiratie.

    Sharon Vleugel-Ruissen is opgeleid tot leerkracht basisonderwijs. Ze werkt bij diverse scholen. Zij volgde ook een opleiding voor spelbegeleidster en ze was actief in de zorg voor kinderen met een beperking.

    "aantrekkelijk en praktisch boek"
    Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 37)

    Geen voorraad
    Quick View

    Sensopathisch spel

     17,60

    Kinderen kliederen graag met zand, water, verf, klei,… Ze zijn immers erg op hun zintuigen gericht. Ze willen bekijken, horen, proeven, ruiken en vooral ook betasten.

    Dit boek gaat over het zintuiglijke beleven van alledaagse materialen op een speelse manier, d.i. het sensopathisch spel. Het wordt te weinig aangeboden aan jonge kinderen, omdat ze wel eens ‘rommel’ maken. Jammer, want kinderen leren veel van dat kliederen.

    Het eerste deel legt uit wat sensopathisch spel inhoudt en wat de functie ervan is voor kinderen en wat ze ermee kunnen leren. Het tweede deel geeft aan hoe je het in de praktijk doet en biedt tal van voorbeelden van daadwerkelijk spel.

    Iedereen die met kinderen speelt, vindt hier originele inspiratie.

    Sharon Vleugel-Ruissen is opgeleid tot leerkracht basisonderwijs. Ze werkt bij diverse scholen. Zij volgde ook een opleiding voor spelbegeleidster en ze was actief in de zorg voor kinderen met een beperking.

    "aantrekkelijk en praktisch boek"
    Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 37)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    [Af]studeren met een functiebeperking

     22,90
    Deze publicatie brengt het verhaal van een student met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Het gaat over keuzes maken, stappen zetten en beslissingen nemen. Het is ook een verhaal over de vraag om ‘gewoon student’ te mogen zijn en het liefst even onopvallend als andere studenten. Tegelijk komt hier de behoefte aan voldoende begrip en ondersteuning naar voren.

    Het fictieve verhaal van deze student leidt de lezer door de belangrijkste bevindingen van het onderzoeksproject ‘Af/studeren met een functiebeperking in het onderwijs’, uitgevoerd door de Hogeschool Gent. Samen met de onderzoeksresultaten bieden de praktische aanbevelingen na elk hoofdstuk inspiratie voor een kwaliteitsvolle begeleiding van studenten en werknemers met een functiebeperking.

    Op de bijgeleverde cd-rom staat de volledige tekst van het boek zonder opmaak, zodat het ook hanteerbaar is voor personen met een functiebeperking die ondersteunende software gebruiken.

    Lieven Vernaeve, Master in de Orthopedagogische Wetenschappen (Universiteit Gent, 1989), begeleidde jarenlang teams in het Centrum Algemeen Welzijnswerk Artevelde te Gent en werkt als projectcoördinator in internationale medische en humanitaire missies bij Artsen Zonder Grenzen. In het kader van het onderzoek naar ‘Inclusief Hoger Onderwijs’ was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hogeschool Gent.

    Sara Drieghe behaalde de master in de Moraalwetenschap en de Specifieke Lerarenopleiding Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze begon haar professionele carrière als lesgever en werd daarna (studie) trajectbegeleider aan de Hogeschool Gent. Vanuit deze ervaring werkte ze als wetenschappelijk medewerker aan het onderzoek naar de realisatie van inclusief hoger onderwijs. Sinds 2011 coördineert zij als vertrouwenspersoon voor de personeelsleden het psychosociaal welzijnsbeleid van de UGent.

    Quick View

    [Af]studeren met een functiebeperking

     22,90
    Deze publicatie brengt het verhaal van een student met een functiebeperking in het hoger onderwijs. Het gaat over keuzes maken, stappen zetten en beslissingen nemen. Het is ook een verhaal over de vraag om ‘gewoon student’ te mogen zijn en het liefst even onopvallend als andere studenten. Tegelijk komt hier de behoefte aan voldoende begrip en ondersteuning naar voren.

    Het fictieve verhaal van deze student leidt de lezer door de belangrijkste bevindingen van het onderzoeksproject ‘Af/studeren met een functiebeperking in het onderwijs’, uitgevoerd door de Hogeschool Gent. Samen met de onderzoeksresultaten bieden de praktische aanbevelingen na elk hoofdstuk inspiratie voor een kwaliteitsvolle begeleiding van studenten en werknemers met een functiebeperking.

    Op de bijgeleverde cd-rom staat de volledige tekst van het boek zonder opmaak, zodat het ook hanteerbaar is voor personen met een functiebeperking die ondersteunende software gebruiken.

    Lieven Vernaeve, Master in de Orthopedagogische Wetenschappen (Universiteit Gent, 1989), begeleidde jarenlang teams in het Centrum Algemeen Welzijnswerk Artevelde te Gent en werkt als projectcoördinator in internationale medische en humanitaire missies bij Artsen Zonder Grenzen. In het kader van het onderzoek naar ‘Inclusief Hoger Onderwijs’ was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hogeschool Gent.

    Sara Drieghe behaalde de master in de Moraalwetenschap en de Specifieke Lerarenopleiding Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze begon haar professionele carrière als lesgever en werd daarna (studie) trajectbegeleider aan de Hogeschool Gent. Vanuit deze ervaring werkte ze als wetenschappelijk medewerker aan het onderzoek naar de realisatie van inclusief hoger onderwijs. Sinds 2011 coördineert zij als vertrouwenspersoon voor de personeelsleden het psychosociaal welzijnsbeleid van de UGent.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterieNaar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie

     21,00
    Omtrent de traditionele eschatologische thema’s heerst vandaag in catechese en pastoraal een ooverdovende stilte. Dat is op eminente wijze het geval met de problematiek van de hel. Welke predikant waagt het nog over dat onderwerp, al is het een fundamenteel gegeven in het Nieuwe Testament, ook maar met één woord te reppen? Ook theologen, zelfs kerkelijke gezagsdragers, houden zich op de vlakte en hullen zich in wolken van vaagheid en omzeilend taalgebruik.

    De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.

    De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.

    Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.

    Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterieNaar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
    Quick View

    Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie

     21,00
    Omtrent de traditionele eschatologische thema’s heerst vandaag in catechese en pastoraal een ooverdovende stilte. Dat is op eminente wijze het geval met de problematiek van de hel. Welke predikant waagt het nog over dat onderwerp, al is het een fundamenteel gegeven in het Nieuwe Testament, ook maar met één woord te reppen? Ook theologen, zelfs kerkelijke gezagsdragers, houden zich op de vlakte en hullen zich in wolken van vaagheid en omzeilend taalgebruik.

    De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.

    De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.

    Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Het bijdehandboekHet bijdehandboek
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Het bijdehandboek

     32,90

    Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.

    Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.


    Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.

    Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.

    Het bijdehandboekHet bijdehandboek
    Quick View

    Het bijdehandboek

     32,90

    Dit boek is geschreven voor iedereen in het onderwijs die geïnteresseerd is in hoe mensen leren, in de werking van de hersenen en wat dat betekent voor de lessen. De auteurs hebben hun kennis vanuit diverse leertheorieën en hun ervaring in het voortgezet en beroepsonderwijs getoetst aan de nieuwe inzichten uit de hersenwetenschap. Het resultaat is een praktisch boek dat docenten zal inspireren.

    Dit alles is samengevat in 7 principes van het onderwijs. Bij ieder principe is uitgebreid aandacht besteed aan de theoretische achtergrond en in ieder hoofdstuk zijn werkvormen en tips opgenomen.


    Henriëtte Coppes was docent beeldende vorming, schoolleider en senior-adviseur bij KPC Groep, waar ze zich vooral richtte op het primaire proces in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs.

    Marlies Rikhof-van Eijck heeft ervaring als adviseur, trainer en teamleider bij CINOP en als senior-adviseur bij KPC Groep. Haar specialiteiten zijn het begeleiden van scholen bij de invoering van e-learning, curriculumontwikkeling, flexibilisering en loopbaanleren.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)

     39,90
    Lange tijd werd het onderzoek naar invloeden in de literatuurwetenschap verketterd: hoe kun je immers de impact van de ene schrijver op de andere nagaan? Een echte methodologie bestond daarvoor niet en vaak waren invloedenstudies psychologiserend.

    In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.

    Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.

    "Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
    Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)

    "Het resultaat is een prachtig boek."
    De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)

    "knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
    Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Quick View

    Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)

     39,90
    Lange tijd werd het onderzoek naar invloeden in de literatuurwetenschap verketterd: hoe kun je immers de impact van de ene schrijver op de andere nagaan? Een echte methodologie bestond daarvoor niet en vaak waren invloedenstudies psychologiserend.

    In dit boek wordt op basis van de theorieën van Gérard Genette, Michel Riffaterre en Harold Bloom een handig model ontwikkeld waarmee invloed beschreven wordt enkel uitgaande van tekstueel materiaal. Het vertrekpunt is steeds een intertekstuele relatie die de aanzet vormt om ook andere teksten van een auteur te toetsen aan het werk waaruit de intertekstuele link afkomstig is.

    Met behulp van die leesstrategie onderzoekt de auteur de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie. Celan, één van de belangrijkste moderne dichters van de twintigste eeuw, wordt door vele Nederlandstalige dichters een voorbeeld genoemd, maar tot nu toe werd die voorbeeldfunctie nooit grondig onderzocht. Dit boek bevat casestudies over Boudewijn Büch, Mustafa Stitou, Louis Ferron, Jan Kuijper, Huub Beurskens, Peter Nijmeijer, J. Bernlef, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Hugues Catharin, Jacques Hamelink, Michel Bartosik, Leonard Nolens, C.O. Jellema, Hans Tentije, Stefan Hertmans, Willy Roggeman en Jan Lauwereyns. Het beschrijft niet alleen hoe Celan functioneert binnen het oeuvre van deze auteurs, maar gaat ook na welke aspecten van de Duitstalige dichter dominant zijn in de creatieve receptie.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Carl De Strycker is assistent moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Daarvoor was hij verbonden aan de Universität Wien. Hij is redacteur van Internationale Neerlandistiek en Poëziekrant.

    "Deze studie is oprecht stimulerend en geeft een hoogwaardige bijdrage aan het debat over poëzie, geschreven door iemand die weet hoe gedichten werken."
    Vooys (jrg. 30, nr. 4, blz. 75-78)

    "Het resultaat is een prachtig boek."
    De Leeswolf (jrg. 18, nr. 8, blz. 532)

    "knap, erudiet, zeer leesbaar boek"
    Streven (jrg. 80, nr. 3, blz. 270-274)

    Reeks Academisch Literair

    1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
      K. Rymenants
    2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
      M. Kemperink
    3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
      L. Bernaerts
    4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
      L. Vermeer
    5. Het discours van de kritiek
      P. Verstraeten
    6. Celan auseinandergeschrieben
      C. De Strycker
    7. Lezer, er zijn ook Belgen
      F. Van Renssen
    8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
      E. Ibsch

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Jockari. Verblijfskalender 2012

     20,00
    Vele kinderen wonen of verblijven op diverse plaatsen. Vooral echtscheiding en kinderen is vaak geen gemakkelijke combinatie, niet voor de ouders, zeker ook niet voor de kinderen. Het organiseren van praktische afspraken kan vervelende situaties opleveren. Ook emotioneel kan er heel wat verwarring ontstaan. Misschien loopt het daarentegen allemaal best vlot. Maar ook dan moet de noodzakelijke communicatie goed geregeld worden.

    De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.

    Hij bevat:

  • Plaats voor activiteiten en verblijfsregeling van max. 4 kinderen op 1 kalender
  • 300 stickertjes voor mama en 300 stickertjes voor papa
  • Overzicht van alle schoolvakanties en stickertjes om deze aan te duiden
  • Hoes voor briefjes, uitnodigingen, voorschriften,…
  • Ruimte achter elke maand voor pendelboodschappen
  • Plaats voor alle belangrijke telefoonnummers


  • De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.

    Quick View

    Jockari. Verblijfskalender 2012

     20,00
    Vele kinderen wonen of verblijven op diverse plaatsen. Vooral echtscheiding en kinderen is vaak geen gemakkelijke combinatie, niet voor de ouders, zeker ook niet voor de kinderen. Het organiseren van praktische afspraken kan vervelende situaties opleveren. Ook emotioneel kan er heel wat verwarring ontstaan. Misschien loopt het daarentegen allemaal best vlot. Maar ook dan moet de noodzakelijke communicatie goed geregeld worden.

    De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.

    Hij bevat:

  • Plaats voor activiteiten en verblijfsregeling van max. 4 kinderen op 1 kalender
  • 300 stickertjes voor mama en 300 stickertjes voor papa
  • Overzicht van alle schoolvakanties en stickertjes om deze aan te duiden
  • Hoes voor briefjes, uitnodigingen, voorschriften,…
  • Ruimte achter elke maand voor pendelboodschappen
  • Plaats voor alle belangrijke telefoonnummers


  • De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Ruimte, logistiek en multimodaliteit

     25,90
    De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

    Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

    Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

    Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

    Quick View

    Ruimte, logistiek en multimodaliteit

     25,90
    De ligging van Vlaanderen en de aanwezigheid van havens, luchthavens en een fijnmazig infrastructuurnetwerk heeft ertoe geleid dat TDL – Transport, Distributie en Logistiek – een belangrijk aandeel in de economie heeft verworven. De transportsector groeit zelfs sneller dan gemiddeld, maar meer TDL-activiteit leidt tot meer vrachtwagens op de wegen, meer uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen, meer ongevallen en congestie. Logistieke activiteiten vragen bovendien heel wat ruimte, een schaars goed in Vlaanderen.

    Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.

    Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.

    Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

     40,00
    Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaar te maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan het andere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aan een objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalen wat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingen van kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaar een kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of fouten het maakt.

    Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

    Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.

    Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

    Quick View

    PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek

     40,00
    Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaar te maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan het andere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aan een objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalen wat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingen van kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaar een kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of fouten het maakt.

    Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.

    Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.

    Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Vleermuisouders

     34,00
    Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

    Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

    Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

    Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

    Quick View

    Vleermuisouders

     34,00
    Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

    Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

    Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

    Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

     10,75

    Themanummer ''Conflicthantering'':
    • Omgaan met conflicten op school
    • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
    • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
    • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
    • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
    • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
    Ten Geleide


    Over School-en klaspraktijk:

    SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

    Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.

    Doelgroep:
    Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

    Abonnement:
    School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
    Een gewoon abonnement kost €32,-.
    Een studentenabonnement kost € 25,50.
    Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

    Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    School- en klaspraktijk – nr. 210(juni.- juli. – augustus. 2011). Themanummer Conflicthantering

     10,75

    Themanummer ''Conflicthantering'':
    • Omgaan met conflicten op school
    • Maatschappij en conflict, bemiddeling, leerlingenbemiddeling
    • Spanning, conflict en geweld op school. Een ethische uitdaging
    • Filosoferen als routekaart bij conflictbeheersing binnen schoolteams
    • Conflicthantering vanuit de context Rots en Water. Een psycho-fysieke competentietraining
    • Het proberen waard: het speelhuisje, de axenroos, de steenbokhoekjes
    Ten Geleide


    Over School-en klaspraktijk:

    SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.

    Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.

    Doelgroep:
    Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.

    Abonnement:
    School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
    Een gewoon abonnement kost €32,-.
    Een studentenabonnement kost € 25,50.
    Een groepsabonnement (minimaal 10 exemplaren) kost € 16,-.

    Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      1
      Uw winkelwagen
      Celan auseinandergeschrieben (Academisch Literair, nr. 6)
       39,90
      ×