Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde

 22,00
Een open relatie, zou jij dat kunnen?

De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.

De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.

Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.



Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.

openrelatie.nu

Quick View

Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde

 22,00
Een open relatie, zou jij dat kunnen?

De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.

De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.

Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.



Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.

openrelatie.nu

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Eén vrouw, vele gezichten

 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.

Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.

Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.

Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).

Quick View

Eén vrouw, vele gezichten

 21,50
Pas in 1948 mochten Belgische vrouwen gaan stemmen. Een jaar later publiceerde de Franse filosofe Simone de Beauvoir haar meesterwerk De Tweede Sekse. Ze kwam op voor de totale gelijkwaardigheid van man en vrouw. Het boek was de aanzet voor de tweede Feministische Golf, die uitgroeide tot internationale vrouwenbewegingen die streden tegen vrouwenonderdrukking, rolpatronen, stereotiepe vrouwenbeelden, opgelegde schoonheidsidealen, voor gelijk loon voor gelijk werk, seksuele bevrijding en ‘baas in eigen buik’ (recht op abortus). Na een korte stilte (+/- 1990-2010) waarbij men er gemakshalve van uitging dat vrouwen niet langer werden onderdrukt en feminisme overbodig was, bleek – helaas – maar al te duidelijk dat dit niet zo was. In deze lijn situeert zich dit boek. Eén vrouw, vele gezichten is geen eenzijdig feministisch pamflet maar een multipele insteek van vrouwenbeelden. Reeds in Genesis (Oud Testament) werd vrouwen een identiteit aangemeten en een keurslijf opgedrongen dat hun niet toebehoort. Een rijke greep uit de literatuur toont hoe vrouwen zelf daartegen in opstand kwamen en hun eigen plaats opeisten. Een fotokatern laat ons zien dat dé vrouw niet bestaat, wel vele vrouwen. Tegen deze achtergrond vertellen heel diverse vrouwen hoe zij naar vrouwen kijken of zich vrouw voelen.

Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.

Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.

Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wupke. De wereld op zijn kop

 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen. Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld. De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan. Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!

Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.

Quick View

Wupke. De wereld op zijn kop

 22,00
Wupke is een vrolijk uiltje met veel vriendjes. Maar wanneer zijn papa wordt opgenomen in het ziekenhuis, staat zijn wereld op zijn kop. Hij begrijpt het allemaal niet en denkt dat het zijn schuld is, dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Wanneer een ouder of familielid in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen is het niet eenvoudig om aan een kind uit te leggen wat er aan de hand is. Vooral bij heel jonge kinderen is er een drempel. Met dit prentenboek heeft de auteur getracht om via illustraties een antwoord te geven op alle mogelijke vragen die kinderen zich in deze complexe situatie zouden kunnen stellen. Elk familieverhaal is uniek en geeft de mogelijkheid om samen met het kind de antwoorden op zijn vragen te zoeken en die te vertalen naar zijn eigen leefwereld. De tekeningen zijn bewust neutraal gemaakt, zodat het over eender wie uit het gezin of de familie kan gaan. Het verhaal is in eerste instantie bedoeld om te gebruiken in een familiesituatie met een drugsproblematiek of een psychose, maar het kan ook in andere, moeilijke situaties die om een opname vragen, gebruikt worden. Maar ook zonder enige familieproblematiek is het gewoon een leuk voorleesboek!

Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie

 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?



Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.

  Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.

Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.

Quick View

Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie

 37,00
Wetenschapsfilosofie is kritische reflectie over wetenschap en wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek neemt uiteenlopende vormen aan en mondt ook uit in verschillende soorten resultaten. Die variatie leidt tot verschillende clusters van vragen die in dit boek aan bod komen, zoals: Wat zijn wetenschappelijke experimenten? Aan welke voorwaarden moeten ze voldoen om betrouwbare informatie te geven? Welke soort kennis kunnen ze opleveren? Evenzeer vragen als: Wat zijn wetenschappelijke theorieën? Hoe komen ze tot stand? Hoe kunnen we ze vergelijken en beoordelen? Daarnaast is er ook ruime aandacht voor vragen over wetenschap als geheel, over haar sociale en maatschappelijke rol en over haar relatie tot andere kennisvormen, bijvoorbeeld: Wat is het doel – of de doelen – van wetenschap? Hoe kan wetenschapsbeleid vormgegeven worden? Zijn er grenzen aan wetenschap? Hoe verhoudt wetenschap zich tot religie, ethiek of metafysica?



Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.

  Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.

Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen

 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.

Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.


Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.

Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.

Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.

Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.

Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.

Quick View

Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen

 37,00
Stierf de helft van de vondelingen voor hun vijftien jaar? Hoeveel duizenden kinderen werden er vanuit Antwerpen uitbesteed op het platteland? Hoe kwamen de wezen terecht in de schoolstrijd? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een razzia in het Meisjesweeshuis?
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.

Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.


Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.

Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.

Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.

Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.

Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs

 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.

Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.



Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.

Quick View

Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs

 26,00
Tussen idealen en dwalingen geeft een beeld hoe mooi en hoe moeilijk het docentschap is, waarom het onderwijs zo vaak onder vuur ligt (het ‘Piggelmeecomplex’) en waarom het zo moeilijk is om het onderwijs succesvol te veranderen. De inspiratie voor het boek is afkomstig uit boeken, essays en pamfetten die geschiedenis schreven. Ooit zei Euclides: ‘De meeste ideeën over onderwijs zijn niet nieuw, maar niet iedereen kent de oude ideeën’; na het verschijnen van dit boek kan niemand dit langer volhouden.

Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.



Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme

 59,00
Bij het ‘leren’ en ‘naar school gaan’ spelen waarnemen en denken voortdurend een rol. Je moet kennis kunnen verwerken, het leren kunnen organiseren en je moet heel wat sociale en communicatievaardigheden kunnen inzetten. Mensen met ASS hebben een typische manier van waarnemen en denken, die hen bijzondere kwaliteiten, maar ook veel onduidelijkheid en stress kan geven. Bovendien vragen de verwachtingen van de omgeving en de vele prikkels bij het ‘naar school gaan’ heel veel van deze jongeren. Zo kan ook het ‘aankunnen’ onder druk komen te staan. En zonder áánkunnen is er geen kunnen. Dit boek wil daarom inzicht geven in de complexiteit van ‘leren leren’ met autisme.
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.



Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.

Quick View

De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme

 59,00
Bij het ‘leren’ en ‘naar school gaan’ spelen waarnemen en denken voortdurend een rol. Je moet kennis kunnen verwerken, het leren kunnen organiseren en je moet heel wat sociale en communicatievaardigheden kunnen inzetten. Mensen met ASS hebben een typische manier van waarnemen en denken, die hen bijzondere kwaliteiten, maar ook veel onduidelijkheid en stress kan geven. Bovendien vragen de verwachtingen van de omgeving en de vele prikkels bij het ‘naar school gaan’ heel veel van deze jongeren. Zo kan ook het ‘aankunnen’ onder druk komen te staan. En zonder áánkunnen is er geen kunnen. Dit boek wil daarom inzicht geven in de complexiteit van ‘leren leren’ met autisme.
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.



Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy

 15,00
De inleiding op het feitelijke thema van deze speciale uitgave van Filosofie & Praktijk, volgt hierna in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Naast de leden van de themaredactie – Birgit Boogaard, Michael Eze en Cees Maris – wordt aan het nummer verder meegewerkt door, in alfabetische volgorde: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haeen, Wilfred Lajul, Stephnen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Korte informatie over de auteurs is aan het slot van dit nummer bijeen gebracht in “About the authors”.
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.


Geen voorraad
Quick View

Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy

 15,00
De inleiding op het feitelijke thema van deze speciale uitgave van Filosofie & Praktijk, volgt hierna in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Naast de leden van de themaredactie – Birgit Boogaard, Michael Eze en Cees Maris – wordt aan het nummer verder meegewerkt door, in alfabetische volgorde: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haeen, Wilfred Lajul, Stephnen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Korte informatie over de auteurs is aan het slot van dit nummer bijeen gebracht in “About the authors”.
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation

 24,00
Naoma is een oma uit duizenden. Ze is een superheld in aandacht geven en luisteren. Ze kijkt dwars door alles wat nep is en ziet wie je werkelijk bent achter je angst, boosheid of pijn. Harold en Maidy gaan graag met haar op stap. Ze leren van haar hoe ze moeten omgaan met de monsters die verdrietige mensen achtervolgen. Naoma laat hen zien hoe ze mensen kunnen helpen die in tijd en plaats verdwaald zijn.
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.


Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).

Quick View

Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation

 24,00
Naoma is een oma uit duizenden. Ze is een superheld in aandacht geven en luisteren. Ze kijkt dwars door alles wat nep is en ziet wie je werkelijk bent achter je angst, boosheid of pijn. Harold en Maidy gaan graag met haar op stap. Ze leren van haar hoe ze moeten omgaan met de monsters die verdrietige mensen achtervolgen. Naoma laat hen zien hoe ze mensen kunnen helpen die in tijd en plaats verdwaald zijn.
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.


Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)

 35,00
Hoewel Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) van Ferrara een merkwaardige en vooraanstaande arts-anatoom was in de zestiende eeuw, is hij heden veel minder gekend dan zijn tijdgenoten zoals Vesalius, Fallopio of Colombo. Sterker nog, zijn enig werk over de musculaire anatomie van het bovenste lidmaat Musculorum humani corporis picturata dissectio kan aanzien worden als een meesterwerk uit zijn tijd, even innovatief als Vesalius’ Fabrica. Niet enkel inhoudelijk is de Picturata dissectio revolutionair maar ook de koperetsen zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en nauwgezetheid. Dit is het resultaat van Canani’s veelvuldig dissectiewerk op mensenlijken, uitgevoerd met een uitzonderlijke zorg en gedreven om de anatomie tot in de kleinste details te ontdekken.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.

Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.


Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.

Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.

Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.

Quick View

Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)

 35,00
Hoewel Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) van Ferrara een merkwaardige en vooraanstaande arts-anatoom was in de zestiende eeuw, is hij heden veel minder gekend dan zijn tijdgenoten zoals Vesalius, Fallopio of Colombo. Sterker nog, zijn enig werk over de musculaire anatomie van het bovenste lidmaat Musculorum humani corporis picturata dissectio kan aanzien worden als een meesterwerk uit zijn tijd, even innovatief als Vesalius’ Fabrica. Niet enkel inhoudelijk is de Picturata dissectio revolutionair maar ook de koperetsen zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en nauwgezetheid. Dit is het resultaat van Canani’s veelvuldig dissectiewerk op mensenlijken, uitgevoerd met een uitzonderlijke zorg en gedreven om de anatomie tot in de kleinste details te ontdekken.
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.

Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.


Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.

Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.

Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio

 39,00
Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) from Ferrara was a remarkable and leading physician-anatomist in the sixteenth century, but he is far less well known today than his contemporaries such as Vesalius, Fallopio or Colombo. His only work on the muscular anatomy of the upper limb Musculorum humani corporis picturata dissectio can in fact be considered as a masterpiece of its time, no less innovative than Vesalius’ Fabrica. The Picturata dissectio is revolutionary in its content and contains copper etchings of exceptional quality and precision. This is the result of Canani’s extensive dissections of human corpses, performed meticulously and with a determination to discover the tiniest details of the human anatomy.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.

Pre-order this book now for 39 euro + shipping
Delivery Location
Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR


Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.

Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.

Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.

Quick View

Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio

 39,00
Giambattista Canani (1515-1579 n.s.) from Ferrara was a remarkable and leading physician-anatomist in the sixteenth century, but he is far less well known today than his contemporaries such as Vesalius, Fallopio or Colombo. His only work on the muscular anatomy of the upper limb Musculorum humani corporis picturata dissectio can in fact be considered as a masterpiece of its time, no less innovative than Vesalius’ Fabrica. The Picturata dissectio is revolutionary in its content and contains copper etchings of exceptional quality and precision. This is the result of Canani’s extensive dissections of human corpses, performed meticulously and with a determination to discover the tiniest details of the human anatomy.
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.

Pre-order this book now for 39 euro + shipping
Delivery Location
Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR


Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.

Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.

Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)

 23,00
De samenleving verwacht steeds meer van de school. Die vele en toenemende verwachtingen kunnen niet ingelost worden als leerkrachten in de beslotenheid van hun eigen leslokaal onderwijs geven zonder zich veel te bekommeren om wat de collega’s doen. Doorgaande leerlijnen, hoge opbrengsten en een goed en aangenaam leerklimaat vraagt de collectieve inspanning van het team. Goed onderwijs is – zo wordt steeds meer duidelijk – ook afhankelijk van de mate waarin leerkrachten als team samen werken en samen leren. Met andere woorden, goed onderwijs gedijt bij de ontwikkeling van scholen als professionele leergemeenschappen.

Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.

Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.



Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.

Quick View

Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)

 23,00
De samenleving verwacht steeds meer van de school. Die vele en toenemende verwachtingen kunnen niet ingelost worden als leerkrachten in de beslotenheid van hun eigen leslokaal onderwijs geven zonder zich veel te bekommeren om wat de collega’s doen. Doorgaande leerlijnen, hoge opbrengsten en een goed en aangenaam leerklimaat vraagt de collectieve inspanning van het team. Goed onderwijs is – zo wordt steeds meer duidelijk – ook afhankelijk van de mate waarin leerkrachten als team samen werken en samen leren. Met andere woorden, goed onderwijs gedijt bij de ontwikkeling van scholen als professionele leergemeenschappen.

Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.

Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.



Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    16
    Uw winkelwagen
    Plaatshouder
     4,70
    Plaatshouder
     5,90
    Plaatshouder
     17,00
    De LeertASS - Een methode voor leren leren met autisme
     59,00
    ×