Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Survivalkit voor leerkrachten. Oplossingsgericht werken op school (Fontys-OSO-Reeks, nr. 26)

 19,60
Dit is een boek boordevol bespiegelingen bij herkenbare situaties binnen een school en in de klas. Hoewel de titel het doet vermoeden is het geen werk vol kant-en-klare oplossingen. Het beoogt een boek te zijn dat bijdraagt aan het professioneel handelen van leerkrachten bij grote en kleine problemen in het hedendaagse onderwijs. Er wordt niet gefocust op problemen, maar het is een voortdurende zoektocht naar iets bruikbaars voor deze jongere in deze situatie. Het is het verschil tussen probleemgericht en oplossingsgericht werken. De eerste heeft als thema: Hoe werk je jezelf in de problemen? De andere: Hoe werk je jezelf uit de problemen?
Oplossingsgericht werken geeft een andere kijk op problemen en dat brengt de oplossing al meteen een stuk dichterbij.

Bij Oplossingsgericht Werken wordt er een beroep gedaan op krachten en sterktes van mensen. De psychotherapeut Milton Erickson sprak in het begin van de vorige eeuw al over de oplossingscapaciteiten van de mens. Hij leerde hen ook deze zelfgenezende capaciteiten te gebruiken.

Bij Oplossingsgericht Werken draagt de therapeut of de leerkracht geen recepten aan om uit de problemen te komen. Wel probeert deze de leerling te helpen om eigen oplossingen te ontdekken. De leerkracht gaat mee op zoek naar stukjes oplossingen die er al zijn voor het probleem. Oplossingsgerichte interventies lokken oplossingsgerichte reacties uit.

Het zet aan om op een opbouwende manier te leren omgaan met problemen, een andere manier van kijken met als gevolg een andere manier van doen. De wijze van Oplossingsgericht Werken zoals in dit boek beschreven, werd ontwikkeld binnen het Brugse model. Dit model ontstond in 1984 kort na de oprichting van het Korzybski-instituut.

Myriam Le Fevere de Ten Hove is kinder- en jeugdpsychiater en staflid van het Korzybski-Instituut in Brugge. Nadine Callens, maatschappelijk werker, is verbonden aan het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende. Tine Gheysen, psycholoog, werkt bij het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Menen. Wouter Maene is leerkracht aan het Medisch-Pedagogisch Instituut van het Gemeenschapsonderwijs 'De Oase' in Gent.

Quick View

Survivalkit voor leerkrachten. Oplossingsgericht werken op school (Fontys-OSO-Reeks, nr. 26)

 19,60
Dit is een boek boordevol bespiegelingen bij herkenbare situaties binnen een school en in de klas. Hoewel de titel het doet vermoeden is het geen werk vol kant-en-klare oplossingen. Het beoogt een boek te zijn dat bijdraagt aan het professioneel handelen van leerkrachten bij grote en kleine problemen in het hedendaagse onderwijs. Er wordt niet gefocust op problemen, maar het is een voortdurende zoektocht naar iets bruikbaars voor deze jongere in deze situatie. Het is het verschil tussen probleemgericht en oplossingsgericht werken. De eerste heeft als thema: Hoe werk je jezelf in de problemen? De andere: Hoe werk je jezelf uit de problemen?
Oplossingsgericht werken geeft een andere kijk op problemen en dat brengt de oplossing al meteen een stuk dichterbij.

Bij Oplossingsgericht Werken wordt er een beroep gedaan op krachten en sterktes van mensen. De psychotherapeut Milton Erickson sprak in het begin van de vorige eeuw al over de oplossingscapaciteiten van de mens. Hij leerde hen ook deze zelfgenezende capaciteiten te gebruiken.

Bij Oplossingsgericht Werken draagt de therapeut of de leerkracht geen recepten aan om uit de problemen te komen. Wel probeert deze de leerling te helpen om eigen oplossingen te ontdekken. De leerkracht gaat mee op zoek naar stukjes oplossingen die er al zijn voor het probleem. Oplossingsgerichte interventies lokken oplossingsgerichte reacties uit.

Het zet aan om op een opbouwende manier te leren omgaan met problemen, een andere manier van kijken met als gevolg een andere manier van doen. De wijze van Oplossingsgericht Werken zoals in dit boek beschreven, werd ontwikkeld binnen het Brugse model. Dit model ontstond in 1984 kort na de oprichting van het Korzybski-instituut.

Myriam Le Fevere de Ten Hove is kinder- en jeugdpsychiater en staflid van het Korzybski-Instituut in Brugge. Nadine Callens, maatschappelijk werker, is verbonden aan het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende. Tine Gheysen, psycholoog, werkt bij het Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Menen. Wouter Maene is leerkracht aan het Medisch-Pedagogisch Instituut van het Gemeenschapsonderwijs 'De Oase' in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezichten van de mens bij Paul Ricoeur

 16,90
De filosoof Paul Ricoeur kon steeds een ruim publiek aanspreken. Hij was uitzonderlijk vertrouwd met de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte en zijn gedachtegoed kwam precies tot stand in discussie met de wijsgerige stromingen van de voorbije eeuw. Hij legde in zijn oeuvre een lange weg af, en zei zelf dat hij in iedere nieuwe studie op een bepaald vermogen, een bepaald gezicht, van de mens is ingegaan. Het inzicht in deze vele gezichten vormt de fundamentele wijsgerige antropologie waar het Ricoeur steeds om te doen is geweest.

De auteur volgde zelf Ricoeurs colleges in Nanterre. In dit boek ontsluit hij als een tutor zijn gedachtegoed, op een nauwkeurige maar ook begrijpbare manier. Aan elk boek of ''gezicht van de mens'' van Ricoeur wijdt hij een hoofdstuk. Zelf besteedde Ricoeur in ieder van zijn studies veel aandacht aan de dialogen die hij voerde om tot zijn eigen inzichten te besluiten. Op de conclusies die hij hieruit trok wordt in dit boek eveneens het accent gelegd.
Ook de persoonlijke levensgeschiedenis van een filosoof is niet zonder belang om zijn intellectuele ontwikkeling te kunnen volgen. De auteur koppelt dan ook geregeld terug naar de persoonlijke en intellectuele biografie van Ricoeur.

Dit boek richt zich tot liefhebbers van Ricoeur, of mensen die met deze bijzondere filosoof kennis willen maken.

Koen Boey is emeritus-hoogleraar filosofie aan de Universiteit Antwerpen.

Quick View

Gezichten van de mens bij Paul Ricoeur

 16,90
De filosoof Paul Ricoeur kon steeds een ruim publiek aanspreken. Hij was uitzonderlijk vertrouwd met de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte en zijn gedachtegoed kwam precies tot stand in discussie met de wijsgerige stromingen van de voorbije eeuw. Hij legde in zijn oeuvre een lange weg af, en zei zelf dat hij in iedere nieuwe studie op een bepaald vermogen, een bepaald gezicht, van de mens is ingegaan. Het inzicht in deze vele gezichten vormt de fundamentele wijsgerige antropologie waar het Ricoeur steeds om te doen is geweest.

De auteur volgde zelf Ricoeurs colleges in Nanterre. In dit boek ontsluit hij als een tutor zijn gedachtegoed, op een nauwkeurige maar ook begrijpbare manier. Aan elk boek of ''gezicht van de mens'' van Ricoeur wijdt hij een hoofdstuk. Zelf besteedde Ricoeur in ieder van zijn studies veel aandacht aan de dialogen die hij voerde om tot zijn eigen inzichten te besluiten. Op de conclusies die hij hieruit trok wordt in dit boek eveneens het accent gelegd.
Ook de persoonlijke levensgeschiedenis van een filosoof is niet zonder belang om zijn intellectuele ontwikkeling te kunnen volgen. De auteur koppelt dan ook geregeld terug naar de persoonlijke en intellectuele biografie van Ricoeur.

Dit boek richt zich tot liefhebbers van Ricoeur, of mensen die met deze bijzondere filosoof kennis willen maken.

Koen Boey is emeritus-hoogleraar filosofie aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leren vanuit je passie. Praktijkonderwijs met de blik op de toekomst (Fontys Reeks Educatief, nr.8)

 16,00
Praktijkonderwijs Schijndel, onderdeel van het Brabantse Elde College, startte ruim twee jaar geleden, een onderwijsinnovatie, die is geïnspireerd door het in de Verenigde Staten ontwikkelde concept ‘One Kid at a Time’ dat in praktijk wordt gebracht in zogenaamde Big Picture-scholen, ook ‘MET-scholen’ genoemd. Bij Big Picture staat, net zoals in het Nederlandse praktijkonderwijs, de leerling nadrukkelijk centraal. Het onderwijs volgt de leerling en niet andersom. Door de principes van Big Picture te verbinden met de uitgangspunten van het praktijkonderwijs, wil de school elke leerling onderwijs bieden dat aansluit bij zijn passie en zijn persoonlijke kwaliteiten.
Praktijkonderwijs Schijndel en Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijs vonden elkaar in hun fascinatie voor Big Picture en sloegen de handen ineen om het gedachtegoed van Big Picture vorm te gaan geven.
Onder de naam ‘Met4Elde’ begon de school, met ondersteuning van Fontys OSO, een ingrijpend veranderingsproces. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen.

Doel daarvan is dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft, die hij, omdat hij uitstekend functioneert, tevens behoudt.

Quick View

Leren vanuit je passie. Praktijkonderwijs met de blik op de toekomst (Fontys Reeks Educatief, nr.8)

 16,00
Praktijkonderwijs Schijndel, onderdeel van het Brabantse Elde College, startte ruim twee jaar geleden, een onderwijsinnovatie, die is geïnspireerd door het in de Verenigde Staten ontwikkelde concept ‘One Kid at a Time’ dat in praktijk wordt gebracht in zogenaamde Big Picture-scholen, ook ‘MET-scholen’ genoemd. Bij Big Picture staat, net zoals in het Nederlandse praktijkonderwijs, de leerling nadrukkelijk centraal. Het onderwijs volgt de leerling en niet andersom. Door de principes van Big Picture te verbinden met de uitgangspunten van het praktijkonderwijs, wil de school elke leerling onderwijs bieden dat aansluit bij zijn passie en zijn persoonlijke kwaliteiten.
Praktijkonderwijs Schijndel en Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijs vonden elkaar in hun fascinatie voor Big Picture en sloegen de handen ineen om het gedachtegoed van Big Picture vorm te gaan geven.
Onder de naam ‘Met4Elde’ begon de school, met ondersteuning van Fontys OSO, een ingrijpend veranderingsproces. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen.

Doel daarvan is dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft, die hij, omdat hij uitstekend functioneert, tevens behoudt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderen beter leren communiceren. Therapieprogramma voor communicatieve functies

 60,70
Kinderen beter leren communiceren is een therapieprogramma dat zich richt op kinderen met een talige leeftijd vanaf twee jaar die moeite hebben met het verwoorden van hun intenties. Het is in eerste instantie ontwikkeld voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum, maar de beschreven werkwijze is ook geschikt voor andere kinderen met taalontwikkelingsstoornissen die problemen ondervinden bij het uiten van hun bedoelingen middels taal.

Het programma bestaat uit een theoretisch en praktisch deel. Het theoretische deel bevat een verantwoording van het programma, waarin theoretische achtergronden betreffende communicatieve functies beschreven worden en het gebruik van het programma wordt toegelicht. In het praktische deel worden situaties beschreven die de logopedist, maar ook leerkracht, begeleider en ouders helpen om de communicatieve mogelijkheden van het kind te optimaliseren. Aan de hand van een observatielijst kan in beeld worden gebracht met welke communicatieve functies een kind moeite heeft. De functies in deze observatielijst zijn in het therapieprogramma vertaald naar praktische situaties waarin de betreffende communicatieve functie kan worden gestimuleerd. Deze situaties werden uitgetekend, u vindt ze op de bijgevoegde cd-rom.
Voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum worden interventies beschreven die zinvol zijn gebleken om deze kinderen te helpen in het gebruik van het gewenste communicatieve gedrag. Om generalisatie naar de dagelijkse omgeving van het kind te bevorderen, zijn per communicatieve functie tevens adviezen voor overdracht naar de thuis- en klassensituatie opgenomen.

Freda Kingma-van den Hoogen, logopedist en psycholinguïst, is coördinator taal bij de afdeling Expertise van Regionaal Expertisecentrum Noord-Nederland en verzorgt cursussen op het gebied van autisme en taalontwikkelingsstoornissen.

Quick View

Kinderen beter leren communiceren. Therapieprogramma voor communicatieve functies

 60,70
Kinderen beter leren communiceren is een therapieprogramma dat zich richt op kinderen met een talige leeftijd vanaf twee jaar die moeite hebben met het verwoorden van hun intenties. Het is in eerste instantie ontwikkeld voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum, maar de beschreven werkwijze is ook geschikt voor andere kinderen met taalontwikkelingsstoornissen die problemen ondervinden bij het uiten van hun bedoelingen middels taal.

Het programma bestaat uit een theoretisch en praktisch deel. Het theoretische deel bevat een verantwoording van het programma, waarin theoretische achtergronden betreffende communicatieve functies beschreven worden en het gebruik van het programma wordt toegelicht. In het praktische deel worden situaties beschreven die de logopedist, maar ook leerkracht, begeleider en ouders helpen om de communicatieve mogelijkheden van het kind te optimaliseren. Aan de hand van een observatielijst kan in beeld worden gebracht met welke communicatieve functies een kind moeite heeft. De functies in deze observatielijst zijn in het therapieprogramma vertaald naar praktische situaties waarin de betreffende communicatieve functie kan worden gestimuleerd. Deze situaties werden uitgetekend, u vindt ze op de bijgevoegde cd-rom.
Voor kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum worden interventies beschreven die zinvol zijn gebleken om deze kinderen te helpen in het gebruik van het gewenste communicatieve gedrag. Om generalisatie naar de dagelijkse omgeving van het kind te bevorderen, zijn per communicatieve functie tevens adviezen voor overdracht naar de thuis- en klassensituatie opgenomen.

Freda Kingma-van den Hoogen, logopedist en psycholinguïst, is coördinator taal bij de afdeling Expertise van Regionaal Expertisecentrum Noord-Nederland en verzorgt cursussen op het gebied van autisme en taalontwikkelingsstoornissen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)

 15,40
‘Hoe bieden we leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum hulp bij het uitvoeren van open opdrachten?’ is de startvraag van het onderzoeksproject, dat leidde tot dit boek.
Beschreven wordt hoe Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, de Ambulante Dienst en het Steunpunt Autisme van REC Vierland samen met leerlingen, ouders, mentoren, docenten, zorgcoördinator en de schoolleiding van Havo Notre Dame des Anges deze vraag onderzoekend beantwoorden.
Dit onderzoek bracht een ontwikkelingsproces op gang naar een auti-vriendelijke school. De leerling zelf, de mentor, de vakdocent, de zorgcoördinator, de ambulant begeleider en de ouders als partners dragen ingrediënten aan die tezamen leiden tot een ‘Bijsluiter’, een persoonlijke handleiding van en voor de leerling.
De expertise rondom autisme wordt bij alle docenten vergroot. Dit leidt tot een visie op autisme. Door actieve ondersteuning van ASS-leerlingen wordt het onderwijs op Havo Notre Dame des Anges adaptiever. Leerlingen met - maar ook zonder ASS - ontvangen beter en meer op hun leerbehoeften afgestemd onderwijs.

In de Salamanca-verklaring van de UNESCO wordt gesteld dat reguliere scholen die bereid zijn leerlingen met speciale onderwijsbehoeftes op te nemen het meest effectief zijn in het bestrijden van discriminerende opvattingen, het bouwen aan een open gemeenschap, het creëren van een inclusieve maatschappij en het aanbieden van onderwijs voor iedereen. Bovendien voorzien zij in effectief onderwijs voor alle leerlingen (zonder speciale onderwijsbehoeften) en verbeteren zij de doelmatigheid van het gehele onderwijssysteem.

Dit boek is geschreven voor een ieder in het Voortgezet Onderwijs die leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum (ASSleerlingen) op een succesvolle manier wil begeleiden.

Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)
Quick View

Naar een auti-vriendelijke VO-school. Leerlingen met autisme en open opdrachten (Reeks Ervaringsdeskundigen en Professionals, nr. 3)

 15,40
‘Hoe bieden we leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum hulp bij het uitvoeren van open opdrachten?’ is de startvraag van het onderzoeksproject, dat leidde tot dit boek.
Beschreven wordt hoe Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, de Ambulante Dienst en het Steunpunt Autisme van REC Vierland samen met leerlingen, ouders, mentoren, docenten, zorgcoördinator en de schoolleiding van Havo Notre Dame des Anges deze vraag onderzoekend beantwoorden.
Dit onderzoek bracht een ontwikkelingsproces op gang naar een auti-vriendelijke school. De leerling zelf, de mentor, de vakdocent, de zorgcoördinator, de ambulant begeleider en de ouders als partners dragen ingrediënten aan die tezamen leiden tot een ‘Bijsluiter’, een persoonlijke handleiding van en voor de leerling.
De expertise rondom autisme wordt bij alle docenten vergroot. Dit leidt tot een visie op autisme. Door actieve ondersteuning van ASS-leerlingen wordt het onderwijs op Havo Notre Dame des Anges adaptiever. Leerlingen met - maar ook zonder ASS - ontvangen beter en meer op hun leerbehoeften afgestemd onderwijs.

In de Salamanca-verklaring van de UNESCO wordt gesteld dat reguliere scholen die bereid zijn leerlingen met speciale onderwijsbehoeftes op te nemen het meest effectief zijn in het bestrijden van discriminerende opvattingen, het bouwen aan een open gemeenschap, het creëren van een inclusieve maatschappij en het aanbieden van onderwijs voor iedereen. Bovendien voorzien zij in effectief onderwijs voor alle leerlingen (zonder speciale onderwijsbehoeften) en verbeteren zij de doelmatigheid van het gehele onderwijssysteem.

Dit boek is geschreven voor een ieder in het Voortgezet Onderwijs die leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum (ASSleerlingen) op een succesvolle manier wil begeleiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Redeneeropdrachten. Oefeningen voor cognitieve en talige training

 30,20
Susan Howell Brubaker is voor de meeste logopedisten die werken met patienten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) niet onbekend. Ze heeft bekendheid verworven als ''Director of the Speech and Language Pathology Department'' in het William Beaumont hospitaal in Michigan. Velen kennen het Workbook for Aphasia en het Sourcebook for Aphasia . Beide werken werden al vertaald en aangepast aan het Nederlands.

Dit boek is de vertaling van het Workbook for Reasoning Skills en is ontwikkeld als hulpmiddel bij het revalideren van mensen met talige en/of cognitieve disfuncties. De oefeningen bieden de mogelijkheid om de semantiek uit te breiden en proberen het taalgebruik maximaal te stimuleren, maar doen tegelijk een beroep op de actieve inzet en creativiteit van de persoon. De oefeningen stimuleren de aandacht, de concentratie, het probleemoplossend en flexibel denken en het geheugen.

Het werkboek vindt zijn toepassing in een ruime revalidatiesetting. De oefeningen kunnen gebruikt worden bij afasie en cognitieve problemen, maar ook bij kinderen met taal- en/of cognitieve problemen en bij personen die het Nederlands als tweede taal willen leren.

Redeneeropdrachten is verdeeld in zes onderdelen: conclusies trekken, probleemoplossend denken, opdrachten uitvoeren, visueel-logisch sequentiëren, hersenbrekers en cijfers en symbolen. Per onderdeel vindt men reeksen oefeningen terug die telkens vergezeld zijn van duidelijke instructies en voorbeelden.

Vera De Hert en Magda Jansen zijn beiden als logopedist werkzaam in ziekenhuisnetwerk ZNA Antwerpen, campus Stuivenberg. Hun werkveld bestrijkt hoofdzakelijk de behandeling van afasie en cognitieve problemen, van in de acute fase tot aan de patiëntenrevalidatie.

Quick View

Redeneeropdrachten. Oefeningen voor cognitieve en talige training

 30,20
Susan Howell Brubaker is voor de meeste logopedisten die werken met patienten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) niet onbekend. Ze heeft bekendheid verworven als ''Director of the Speech and Language Pathology Department'' in het William Beaumont hospitaal in Michigan. Velen kennen het Workbook for Aphasia en het Sourcebook for Aphasia . Beide werken werden al vertaald en aangepast aan het Nederlands.

Dit boek is de vertaling van het Workbook for Reasoning Skills en is ontwikkeld als hulpmiddel bij het revalideren van mensen met talige en/of cognitieve disfuncties. De oefeningen bieden de mogelijkheid om de semantiek uit te breiden en proberen het taalgebruik maximaal te stimuleren, maar doen tegelijk een beroep op de actieve inzet en creativiteit van de persoon. De oefeningen stimuleren de aandacht, de concentratie, het probleemoplossend en flexibel denken en het geheugen.

Het werkboek vindt zijn toepassing in een ruime revalidatiesetting. De oefeningen kunnen gebruikt worden bij afasie en cognitieve problemen, maar ook bij kinderen met taal- en/of cognitieve problemen en bij personen die het Nederlands als tweede taal willen leren.

Redeneeropdrachten is verdeeld in zes onderdelen: conclusies trekken, probleemoplossend denken, opdrachten uitvoeren, visueel-logisch sequentiëren, hersenbrekers en cijfers en symbolen. Per onderdeel vindt men reeksen oefeningen terug die telkens vergezeld zijn van duidelijke instructies en voorbeelden.

Vera De Hert en Magda Jansen zijn beiden als logopedist werkzaam in ziekenhuisnetwerk ZNA Antwerpen, campus Stuivenberg. Hun werkveld bestrijkt hoofdzakelijk de behandeling van afasie en cognitieve problemen, van in de acute fase tot aan de patiëntenrevalidatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Psychoanalyse en/van het systeem. Bij jongeren en hun gezin (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 7)

 23,60
Gezin en jongere zijn altijd enigszins elkaars symptoom. Het is voor de betrokkenen vaak verre van duidelijk wie wat veroorzaakt en hoe. De complexe, want niet-eenduidige en niet-lineaire oorzakelijkheid die hierin speelt, is groot. Wie speelt welke rol en waarom in het ontstaan en/of het voortbestaan van de problemen? En hoe kan hiermee psychotherapeutisch worden gewerkt?
Dit boek staat stil bij de integratie tussen psychoanalytische en systemische perspectieven in de psychiatrische en psychotherapeutische behandeling van jongeren. De psychoanalyse is goed geplaatst om dit te overzien: Wellicht beschikt zij over de meest uitgebreide kaart om het psycho(patho)logische gebied te beschrijven. Haar theorie laat ook toe het steeds complexe ontstaanskarakter van psychische stoornissen tot haar recht te laten komen.
Psychoanalytici, psychoanalytisch (kinder)psychotherapeuten en systeemtherapeuten met analytische affiniteiten zorgen voor multiculturele bijdragen vanuit diverse behandelvisies en -settings. Iedereen die betrokken is bij de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren en hun gezinnen zal in dit boek inspiratie vinden.

Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, in Pittem. Hij is ook voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Quick View

Psychoanalyse en/van het systeem. Bij jongeren en hun gezin (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 7)

 23,60
Gezin en jongere zijn altijd enigszins elkaars symptoom. Het is voor de betrokkenen vaak verre van duidelijk wie wat veroorzaakt en hoe. De complexe, want niet-eenduidige en niet-lineaire oorzakelijkheid die hierin speelt, is groot. Wie speelt welke rol en waarom in het ontstaan en/of het voortbestaan van de problemen? En hoe kan hiermee psychotherapeutisch worden gewerkt?
Dit boek staat stil bij de integratie tussen psychoanalytische en systemische perspectieven in de psychiatrische en psychotherapeutische behandeling van jongeren. De psychoanalyse is goed geplaatst om dit te overzien: Wellicht beschikt zij over de meest uitgebreide kaart om het psycho(patho)logische gebied te beschrijven. Haar theorie laat ook toe het steeds complexe ontstaanskarakter van psychische stoornissen tot haar recht te laten komen.
Psychoanalytici, psychoanalytisch (kinder)psychotherapeuten en systeemtherapeuten met analytische affiniteiten zorgen voor multiculturele bijdragen vanuit diverse behandelvisies en -settings. Iedereen die betrokken is bij de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren en hun gezinnen zal in dit boek inspiratie vinden.

Mark Kinet is hoofdgeneesheer van de Kliniek St-Jozef, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie, in Pittem. Hij is ook voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mythen, riten en hun toekomst

 19,90
Mythen en riten behoren tot de meest complexe en raadselachtige voortbrengselen van de mens. De moderne, sterk door de Verlichting getekende maatschappij is er in grote mate van overtuigd dat zij definitief met deze enigmatische producten van de cultuur heeft afgerekend. Ze zouden nutteloze overblijfsels zijn uit een voorbijgestreefde fase van de culturele evolutie. Toch blijven velen geïntrigeerd door de bevreemdende verhalen die men mythen noemt en de vormelijke en wijdingsvolle handelingen die bekend staan als riten. Wat zijn mythen en riten nu eigenlijk? Hoe verhouden zij zich tot elkaar? Wat kan men zeggen over hun toekomst en de toekomst van de godsdienst in het algemeen? Dit boek benadert mythen en riten vanuit een antropologisch-wetenschappelijk standpunt. Niet vanuit de vooronderstellingen van de gelovige of atheïst.

Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns-Amerika. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg, de K.U. Leuven en aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad.

Quick View

Mythen, riten en hun toekomst

 19,90
Mythen en riten behoren tot de meest complexe en raadselachtige voortbrengselen van de mens. De moderne, sterk door de Verlichting getekende maatschappij is er in grote mate van overtuigd dat zij definitief met deze enigmatische producten van de cultuur heeft afgerekend. Ze zouden nutteloze overblijfsels zijn uit een voorbijgestreefde fase van de culturele evolutie. Toch blijven velen geïntrigeerd door de bevreemdende verhalen die men mythen noemt en de vormelijke en wijdingsvolle handelingen die bekend staan als riten. Wat zijn mythen en riten nu eigenlijk? Hoe verhouden zij zich tot elkaar? Wat kan men zeggen over hun toekomst en de toekomst van de godsdienst in het algemeen? Dit boek benadert mythen en riten vanuit een antropologisch-wetenschappelijk standpunt. Niet vanuit de vooronderstellingen van de gelovige of atheïst.

Valeer Neckebrouck, doctor in de sociale en culturele antropologie en doctor in de theologie, deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns-Amerika. Hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg, de K.U. Leuven en aan de Universidad Intercontinental van Mexico-stad.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gedragsproblemen bij jongeren met psychiatrische stoornissen. Best practice handelingsplannen voor de praktijk van alledag

 30,80
Kinderen en jeugdigen met ernstige gedragsproblemen trekken een zware wissel op hun omgeving. Zowel ouders, leraren als hulpverleners in de jeugdzorg zitten geregeld met hun handen in het haar. Doorsnee pedagogische kwaliteiten blijken onvoldoende effect te hebben, zéker wanneer het jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met stevige gedragsproblemen betreft, waarbij de gezinsstructuur ernstig ontregeld is. Oorzaak en gevolg van de gedragsproblemen zijn dan vaak lastig te ontrafelen. De ontregelde omgevingsstructuur heeft vervolgens weer een negatief effect op de gedachten, gevoelens en relatiedefinitie van de jongere waardoor zijn negatieve visie op de omgeving dieper bevestigd raakt en de oppositie steeds heviger wordt. Een negatieve spiraal waar met de beste intenties maar moeizaam uit te komen is, en de prognoses niet zonnig blijken te zijn.

In dit boek wordt de uit onderzoek gebleken effectieve behandeling vertaald naar de alledaagse praktijk op groepen, in scholen en in samenwerking met de ouders. Per hoofdstuk worden ‘best practice’ handelingsplannen en beroepscompetenties gepresenteerd. Er wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur om de problematiek, de oorzakelijke factoren en de symptomatologie inzichtelijk te maken. De Rumba/Smart-eisen worden per behandelaanpak beschreven om de te bereiken zorgresultaten op professionele wijze te vertalen naar de praktijk van alledag. Ook wordt er gebruik gemaakt van het dialoogmodel om samen met de jongere (afhankelijk van leeftijd en problematiek), ouders, leraren en hulpverleners een eenduidige krachten- en probleemanalyse op te stellen als verklaring van de gedragsproblemen. Zo komt men tot een eenduidige empowerment-aanpak, zowel op de groep, op school als thuis. Een absolute voorwaarde in de behandeling/begeleiding van deze doelgroep.

Giel Vaessen werkte als verpleegkundige/groepswerker in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep te Heerlen. Hij werkt er nu als behandelcoördinator, gezinstherapeut en teamleider. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.

Quick View

Gedragsproblemen bij jongeren met psychiatrische stoornissen. Best practice handelingsplannen voor de praktijk van alledag

 30,80
Kinderen en jeugdigen met ernstige gedragsproblemen trekken een zware wissel op hun omgeving. Zowel ouders, leraren als hulpverleners in de jeugdzorg zitten geregeld met hun handen in het haar. Doorsnee pedagogische kwaliteiten blijken onvoldoende effect te hebben, zéker wanneer het jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met stevige gedragsproblemen betreft, waarbij de gezinsstructuur ernstig ontregeld is. Oorzaak en gevolg van de gedragsproblemen zijn dan vaak lastig te ontrafelen. De ontregelde omgevingsstructuur heeft vervolgens weer een negatief effect op de gedachten, gevoelens en relatiedefinitie van de jongere waardoor zijn negatieve visie op de omgeving dieper bevestigd raakt en de oppositie steeds heviger wordt. Een negatieve spiraal waar met de beste intenties maar moeizaam uit te komen is, en de prognoses niet zonnig blijken te zijn.

In dit boek wordt de uit onderzoek gebleken effectieve behandeling vertaald naar de alledaagse praktijk op groepen, in scholen en in samenwerking met de ouders. Per hoofdstuk worden ‘best practice’ handelingsplannen en beroepscompetenties gepresenteerd. Er wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur om de problematiek, de oorzakelijke factoren en de symptomatologie inzichtelijk te maken. De Rumba/Smart-eisen worden per behandelaanpak beschreven om de te bereiken zorgresultaten op professionele wijze te vertalen naar de praktijk van alledag. Ook wordt er gebruik gemaakt van het dialoogmodel om samen met de jongere (afhankelijk van leeftijd en problematiek), ouders, leraren en hulpverleners een eenduidige krachten- en probleemanalyse op te stellen als verklaring van de gedragsproblemen. Zo komt men tot een eenduidige empowerment-aanpak, zowel op de groep, op school als thuis. Een absolute voorwaarde in de behandeling/begeleiding van deze doelgroep.

Giel Vaessen werkte als verpleegkundige/groepswerker in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep te Heerlen. Hij werkt er nu als behandelcoördinator, gezinstherapeut en teamleider. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Bedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene drukBedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene druk
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene druk

 20,50
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar zijn in de hotelsector. Full-costing en Activity Based Costing worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het vlak van revenue management en worden de principes van break-even analyse in de hotelsector grondig uitgelegd.

Christian Holthof is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Plantijnhogeschool te Antwerpen.

Bedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene drukBedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene druk
Quick View

Bedrijfseconomie voor de hotelsector. Tweede, herziene druk

 20,50
De hotelsector is een internationale sector met een sterke interesse voor bedrijfseconomie. Hotelmanagers stellen kostenanalyses op, hebben inzicht in kostprijsberekeningen en doen vandaag aan revenue management.
Dit boek besteedt aandacht aan de kostenstructuur van een hotelonderneming en gaat in op de verschillende kostprijsmethodes die hanteerbaar zijn in de hotelsector. Full-costing en Activity Based Costing worden geïllustreerd met praktische hotelvoorbeelden. Ook wordt er een overzicht gegeven van de belangrijkste tendensen op het vlak van revenue management en worden de principes van break-even analyse in de hotelsector grondig uitgelegd.

Christian Holthof is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen, Master in Toerisme en Master of Business Administration (GGS). Hij nam meerdere malen deel aan het Professional Development Program van de Cornell University (School of Hotel Administration, Ithaca, USA). Thans doceert hij economische wetenschappen aan de opleiding hotelmanagement van de Plantijnhogeschool te Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Selfmade. Theater maken – Handleiding voor doe-het-zelvers (Opendoek-Reeks, nr. 1)

 59,00
Zelf theater maken, vertrekkend van het witte blad, de lege scène, het nog niet verwoorde idee. Onbegonnen werk? Een huzarenstuk? Dit boek bewijst het tegendeel en reikt de handvatten aan waarmee je snel en efficiënt de creativiteit in goede banen kunt leiden. Bij deze manier van werken hoort geen regisseur, wel een coach, maar je kunt het ook helemaal zelf doen. Ook geen ellenlange theatergeschiedenis, geen overzicht van allerlei soorten spots voor de belichting, geen nauwkeurige stappenplannen die al het initiatief uit handen nemen. Via een aantal creativiteitstimulerende hulpmiddelen realiseer je alles zelf: Elke deelnemer heeft een creativiteitsschijf die aangeeft in welke fase van het creatief proces hij zit. Het overlegbord geeft een overzicht wat er allemaal te gebeuren staat en wordt bij elke sessie opengevouwen. Een pion in de vorm van een voetje vertelt waar ieder op dat moment aan werkt. In een tekstenmap staat elk item uitgelegd dat op het bord voorkomt.
Deze methodiek haalt het beste naar boven in iedereen die zelf theater wil maken.

Karel Moons is kinderpsycholoog. Hij studeerde ook theater aan de Kleine Academie in Brussel. Hij is stafmedewerker bij De Veerman in Leuven.

Quick View

Selfmade. Theater maken – Handleiding voor doe-het-zelvers (Opendoek-Reeks, nr. 1)

 59,00
Zelf theater maken, vertrekkend van het witte blad, de lege scène, het nog niet verwoorde idee. Onbegonnen werk? Een huzarenstuk? Dit boek bewijst het tegendeel en reikt de handvatten aan waarmee je snel en efficiënt de creativiteit in goede banen kunt leiden. Bij deze manier van werken hoort geen regisseur, wel een coach, maar je kunt het ook helemaal zelf doen. Ook geen ellenlange theatergeschiedenis, geen overzicht van allerlei soorten spots voor de belichting, geen nauwkeurige stappenplannen die al het initiatief uit handen nemen. Via een aantal creativiteitstimulerende hulpmiddelen realiseer je alles zelf: Elke deelnemer heeft een creativiteitsschijf die aangeeft in welke fase van het creatief proces hij zit. Het overlegbord geeft een overzicht wat er allemaal te gebeuren staat en wordt bij elke sessie opengevouwen. Een pion in de vorm van een voetje vertelt waar ieder op dat moment aan werkt. In een tekstenmap staat elk item uitgelegd dat op het bord voorkomt.
Deze methodiek haalt het beste naar boven in iedereen die zelf theater wil maken.

Karel Moons is kinderpsycholoog. Hij studeerde ook theater aan de Kleine Academie in Brussel. Hij is stafmedewerker bij De Veerman in Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 2)

 15,00

Van januari 2005 tot april 2007 heeft de werkgroep Montessori leren gewerkt aan het schrijven van een nieuw basisstuk voor scholen voor voortgezet montessori-onderwijs (vmo-scholen). Vijftien jaar eerder was zo’n stuk ook al gemaakt, maar binnen de vmo-scholen bestond de behoefte om opnieuw vast te leggen wat men nu eigenlijk karakteristiek vindt aan voortgezet montessori-onderwijs.

Die behoefte werd mede gevoed door de resultaten van de eigen visitatie en door het verschijnen van de nota ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’, waarin de montessorivereniging als geheel haar uitgangspunten opnieuw had vastgelegd. Het werk van de werkgroep heeft geresulteerd in zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs. In april 2007 hebben de vmo-scholen deze karakteristieken als richtingggevend voor hun onderwijs bepaald.

In deze publicatie worden de karakteristieken voorzien van praktijkvoorbeelden. Deze laten zien op welke wijze scholen de karakteristieken in de praktijk brengen. Tegelijk laten de voorbeelden zien dat de uitwerkingen nog niet af zijn en dat er nog genoeg te vragen en te wensen overblijft.

Hopelijk biedt deze bundeling inspiratie aan vmo-docenten, schoolleiders en andere geïnteresseerden om op de eigen school de karakteristieken verder uit te werken.

Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessorionderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur.

Geen voorraad
Quick View

Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 2)

 15,00

Van januari 2005 tot april 2007 heeft de werkgroep Montessori leren gewerkt aan het schrijven van een nieuw basisstuk voor scholen voor voortgezet montessori-onderwijs (vmo-scholen). Vijftien jaar eerder was zo’n stuk ook al gemaakt, maar binnen de vmo-scholen bestond de behoefte om opnieuw vast te leggen wat men nu eigenlijk karakteristiek vindt aan voortgezet montessori-onderwijs.

Die behoefte werd mede gevoed door de resultaten van de eigen visitatie en door het verschijnen van de nota ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’, waarin de montessorivereniging als geheel haar uitgangspunten opnieuw had vastgelegd. Het werk van de werkgroep heeft geresulteerd in zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs. In april 2007 hebben de vmo-scholen deze karakteristieken als richtingggevend voor hun onderwijs bepaald.

In deze publicatie worden de karakteristieken voorzien van praktijkvoorbeelden. Deze laten zien op welke wijze scholen de karakteristieken in de praktijk brengen. Tegelijk laten de voorbeelden zien dat de uitwerkingen nog niet af zijn en dat er nog genoeg te vragen en te wensen overblijft.

Hopelijk biedt deze bundeling inspiratie aan vmo-docenten, schoolleiders en andere geïnteresseerden om op de eigen school de karakteristieken verder uit te werken.

Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessorionderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×