Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Ik wil ook. Leren in kinderdagcentra
Kinderen met een meervoud aan beperkingen ervaren belemmeringen om zichzelf en de eigen, meegebrachte mogelijkheden zonder meer zichtbaar te maken voor hun omgeving.
Dit boek is een leidraad voor de begeleiding en ondersteuning van deze kinderen in een kinderdagcentrum. Het leerprogramma wordt groepsgewijs aangeboden en voor ieder kind individueel uitgewerkt. Ondanks de diversiteit en de uiteenlopende vragen die deze kinderen stellen, is het uitgangspunt dat zij de wil hebben zich te ontwikkelen. Dat betekent dat zij zich met hun lichaam willen verbinden, met de wereld en met de mensen om hen heen en hierop invloed willen uitoefenen.
‘(...) het is geweldig dat het Astrid van Zon gelukt is dit therapeutisch leerprogramma te ontwikkelen en vast te leggen. (...) vanwege de duidelijke opzet en het goed uitgewerkte dagprogramma biedt het niet alleen houvast aan de praktijk, maar kan het ook van belang zijn voor wetenschappers en beleidsmakers.’
Prof.dr. Carla Vlaskamp
Astrid van Zon studeerde pedagogie en theologie en was werkzaam in diverse functies bij de ondersteuning en ontwikkeling van kinderen met een of meer beperkingen en hun ouders. Momenteel is zij verbonden aan Rozemarijn, een kinderdagcentrum voor kinderen met meervoudige beperkingen in Haarlem en Heemstede, waarvan zij medeoprichtster en momenteel directeur is. Rozemarijn is onderdeel van de Raphaëlstichting.
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, is de onderwijspsycholoog
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Behouden en veranderen. Leren en ontwikkelen van ervaren docenten
Frits Achterberg is trainer, coach, adviseur en docent aan het IVLOS – Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht.
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.
Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.
Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Transcendentie in immanentie. Goddelijke hoogtes en laagtes met Heidegger, Deleuze en Derrida
Goddelijke transcendentie wordt al lang niet meer gedacht als een ‘bovennatuur’, als een andere, betere wereld die tegenover dit aardse tranendal staat. Zulke voorstellingen behoren tot het zogenaamde ‘representatiedenken’, een denken dat haar object probeert te vangen en te beheersen in voorstellingen. En net met God of het goddelijke lijkt dat niet zo goed te lukken: God transcendeert ons immers ‘per definitie’. Hoe kunnen we het overstijgende karakter van God dan denken? Aan de hand van het werk van drie hedendaagse filosofen – Martin Heidegger, Gilles Deleuze en Jacques Derrida – onderzoekt de auteur de mogelijkheden om het ongrijpbare karakter van God, de niet-representeerbare kern van elke religieuze traditie (waarnaar ook de mystiek verwijst), onder woorden te brengen. Dat dit thema geen louter abstracte denkoefening is, bewijst de politieke inzet die – naast de mystieke affiniteiten – bij zowel Heidegger als Deleuze en Derrida op het spel staat.
Kristien Justaert studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de KU Leuven, waar zij momenteel postdoctoraal onderzoeker is aan de faculteit theologie. Zij werkt vooral rond wijsgerige theologie, spiritualiteit en politieke theologie.
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Leren vanuit je passie: het vervolg! (Fontys Reeks Educatief, nr.12)
Op een MET-school hebben leerlingen de mogelijkheid om vanuit hun passie een persoonlijk leerproces te plannen en vorm te geven. De talenten en mogelijkheden van leerlingen worden expliciet gemaakt en leerlingen worden gestimuleerd deze verder te ontwikkelen door deze te koppelen aan reguliere vakken maar ook aan leerervaringen (stages en projecten) in de echte wereld.
Ook op de praktijkschool Schijndel kijkt men niet zozeer naar de onderwijsbelemmeringen maar vooral naar de mogelijkheden van de leerlingen. De leerlingen worden gevormd tot jongeren die graag willen leren, hun eigen passie durven en weten te volgen en bereid zijn om daartoe eigen wegen te ontdekken en te kiezen.
Vanaf september 2009 wordt in de gehele school gewerkt volgens het ‘MET4ELDE’ gedachtegoed. De inspanningen zijn erop gericht meer maatwerk voor de leerling te realiseren en een betere doorstroom naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Met als uiteindelijk doel dat elke leerling een passende plaats op de arbeidsmarkt verwerft en behoudt.
In dit boekje wordt de werkwijze van zowel leerlingen, ouders, team, directie en de begeleidingsinzet van het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen beschreven.
Leren vanuit je passie: het vervolg! is bedoeld als inspiratiebron om onderwijs meer op de leerling af te stemmen en daarmee het onderwijsaanbod voor te bereiden op passend onderwijs. De zorgvuldige en doortastende aanpak op de praktijkschool in Schijndel bewijst dat goede begeleiding van zorgleerlingen een goede garantie is voor een passende leer- of arbeidsplek in de buurt!
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Nieuwe kleren voor de werkstad. Sociale geschiedenis en ruimtelijke planning in de Antwerpse stationsomgeving. Wandeling door Garant- en Maklu-buurt
De Antwerpse stationsbuurt vertelt, scherper dan ons lief is, hoe het echt met deze stad gaat. Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat de stationswijk ''beter'' wordt? Is die verbetering duurzaam, past zij bij de sociale en culturele eigenheid van deze wijk? Wat leren we uit de investeringen van vorige generaties, uit de actuele routines en inspanningen van burgers, boekhandelaars en arbeidsbemiddelaars? Stationsbuurten zijn als spiegels. Je kunt er de hele wereld zien, de schokgolven van verwaarlozing en dualisering maar net zo goed de investeringen en de doorgaans tragere jaarringen van stedelijke groei en sociale vernieuwing.
Door middel van meervoudige stadsanalyse komt de auteur tot een aantal ontwerp- en beleidsvoorstellen. "Nu de achterkant van het station wat meer voorkant wordt, komen de generaties die de werkstad hebben opgebouwd, extra onder druk te staan. Een verantwoordelijke overheid weet dan wat haar te doen staat. (...) Een stad wordt niet beter van kijkarchitectuur als het stedelijk en gemengd wonen zelf onderuit gaat." (p. 29)
Kijkt en wandelt u mee, door deze stationswijk, door haar geschiedenis, door de stedelijke cultuur. Dit is de wijk waarin de Uitgeverscombinatie Maklu | Garant | Het Spinhuis, op 19-20 september 2009 Het Boekenpodium. Centrum voor het non-fictionboek heeft opgericht.
Het essay verschijnt als afzonderlijk boekje naar aanleiding van de lancering van het tijdschrift Ruimte en Maatschappij - Vlaams Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken.
Paul Blondeel, sociaal pedagoog, is oprichter-directeur van Studio Stadsonderzoek. Hij deed langdurig onderzoek in de Antwerpse stationsbuurt.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Globalisering, groei en ontwikkeling. Een andere kijk op internationale politieke economie
Dit boek laat deze en andere contradicties aan bod komen en biedt tegelijk een aantal methodologische nieuwigheden. Zo heeft de auteur er bewust voor gekozen om een ''niet-Eurocentrische'' sociaal-economische geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw te schrijven. De traditionele historiografie viseert al te veel de ''Noord-Atlantische'' of zogenaamde ''Westerse'' geschiedenis. Ook stereotypes als ''Het Westen'' en ''Het Oosten'' doorbreekt dit boek. Concepten als moderniteit, traditionalisme en spiritualiteit hebben immers geen windrichting...
Gerrit De Vylder doceert Internationale Politieke Economie en Economische Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en is geassocieerd onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Als gastdocent doceert hij ook Globalization en Problems of Economic Growth aan de Polonia University in Czestochowa, Polen. Hij publiceert vooral over India, Turkije, de geschiedenis van de internationale handel, bedrijfsgeschiedenis, de relatie tussen godsdienst en economie, en tussen literatuur en economie. Ondermeer als studiebeursstudent, vertegenwoordiger van ontwikkelingsorganisaties, cultuurreisleider en gastprofessor bereisde hij intensief regio’s zoals het Midden-Oosten, Centraal-, Zuid- en Zuid-Oost-Azië, Oost-Europa en Latijns Amerika. Familiaal bevindt hij zich zowel in de christelijke, West-Europese als in de islamitische, Zuid-Aziatische wereld.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Inclusie – zeggenschap – support. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is
Aan de hand van de begrippen inclusie, zeggenschap en support laten de auteurs van dit boek zien, dat het daadwerkelijk invulling geven aan deze begrippen betekent dat we ver over de grenzen van de huidige zorg heen moeten kijken. En dat levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning.
De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Het klinkt eenvoudig en dat is het eigenlijk ook. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of andere reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Filosofie in honderd woorden
Op die manier stuurt de auteur aan op het zelf ontdekken van nieuwe perspectieven. De pijnlijke reductie die de hier gedrukte tekst tentoonspreidt, bevat een oproep aan het leespubliek en minstens ook een wens: dát we schrijven. Misschien voegen we een onderwerp toe omdat het ontbreekt, of plaatsen we vraagtekens of uitroeptekens in de kantlijn. Misschien lezen we zonder sporen na te laten in het boek, maar wel in de wereld. Lezen is schrijven als we niet vergeten wat er staat. En schrijven is lezen als we iets anders zien dan wat er staat.
Ann Van Sevenant is doctor in de Wijsbegeerte en voormalig docent Filosofie (Hogeschool Antwerpen). Ze is auteur van talrijke artikels en boeken, en houdt lezingen in binnen- en buitenland.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Protocollen – Versie Nederland – Werkboek voor adolescenten
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Ella Swets is freelance diëtist en gezondheidspsycholoog in Terneuzen.
