Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)

 19,50

In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.

De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.



Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog en programmaleider werkzaam bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht. In 2006 promoveerde hij op diagnostische aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar klinische ouderenpsychologie verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

Ouderen met karakter (Reeks Senioren in de maatschappij, nr. 3)

 19,50

In dit derde boek in de reeks Senioren in de maatschappij, staat de samenhang van persoonlijkheid en ouder worden centraal. Het boek geeft informatie over de vorming van de persoonlijkheid in de jeugd en de persoonlijkheidsontwikkeling tijdens de levensloop. In zes hoofdstukken wordt toegewerkt naar de interactie tussen het karakter en veroudering. Speciale aandacht bestaat er voor problemen bij het ouder worden die samenhangen met persoonlijkheidsproblematiek.

De auteurs beschrijven praktijksituaties en recente wetenschappelijke inzichten op dit intrigerende terrein van de psychologie en psychiatrie. Het boek is bestemd voor een breed publiek van geïnteresseerden, maar in het bijzonder voor mensen die werkzaam zijn in de welzijns- en gezondheidszorg voor ouderen.



Drs. G.J.J.A (Noud) Engelen studeerde psychogerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkte vele jaren als klinisch ouderenpsycholoog in de ambulante geestelijke gezondheidszorg en verrichtte wetenschappelijk onderzoek op het terrein van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Sinds 2001 is hij directeur van Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht.
Prof. dr. S.P.J (Bas) van Alphen is als gezondheidszorgpsycholoog en programmaleider werkzaam bij Mondriaan Ouderen in Heerlen-Maastricht. In 2006 promoveerde hij op diagnostische aspecten van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds 2012 is hij als bijzonder hoogleraar klinische ouderenpsychologie verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling

 25,60

Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.

Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.



Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.

Quick View

United colors of beton. Stedelijke ruimte als ethische vraagstelling

 25,60

Tussen de Vlaamse steden bevinden zich nog wel rurale gebieden, maar die worden almaar kleiner. De problematiek van de stedelijke ruimte vinden we niet langer enkel in steden, maar ook in de kernen van grotere dorpen. Architecten en urbanisten inspireren zich aan wat elders in de wereld door vedetten en grote bureaus in hun branche wordt gerealiseerd. Stadsmarketing is een vast gegeven geworden, maar ook dat leidt vaak tot kopieergedrag van andere steden. Recent raken ook heel wat ‘gewone burgers’ actief betrokken bij allerlei stedenbouwkundige projecten, van protestacties tot juridische discussies die soms jarenlang aanslepen.

Dit boek reikt ethische handvatten aan die helpen te bepalen of de overheid (vanuit haar politieke overwegingen), de experts (vanuit hun specialistische kennis en met hun rapporten die vaak vol niet te controleren data staan) of de betrokken burgers (vanuit hun eigen ervaringskennis) in een concreet dossier het gelijk aan hun kant hebben. Ze kunnen helpen voorliggende projecten en voorstellen te evalueren en bij te sturen. In die zin kunnen alle betrokkenen inspiratie opdoen. Daartoe kijkt de auteur van buiten de discipline naar het fenomeen ‘stedelijke ruimte’. En dit vanuit zijn eigen specialisme: de ethische reflectie. Op zoek naar een antwoord op de vraag wat en hoe de inrichting van onze stedelijke ruimte (ethisch) verantwoord maakt.



Herman Siebens, doctor in de onderwijswetenschappen, advanced master in business ethics en master godsdienstwetenschappen. Hij heeft verscheidene publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. Hij gidste rondleidingen in Brussel, Antwerpen, Brugge, Gent en Parijs. Hij is medestichter en actief lid van ALB – Architectuur-Liefhebbers Boom.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bevrijdingstheologie actueel

 36,00

Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.

Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.



Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.

Quick View

Bevrijdingstheologie actueel

 36,00

Verzet tegen uitbuiting, onderdrukking en kolonialisme begon in Zuid-Amerika. Theologen sloten zich erbij aan en schetsten omtrekken van een theologie van bevrijding. Bevrijdingstheologie blijft van cruciaal belang maar haar rol is zo ingrijpend veranderd dat je van een paradigmashift kunt spreken. Andere teams, in het begin aangevoerd door Dorothee Sölle, staan in het veld, wereldwijd. Dikwijls gaan vrouwen voorop. Zij bekommeren zich om het (over)leven van mens en milieu. Ecofeministische spiritualiteit voert bij hen de boventoon en garandeert nieuw elan. L’chaim, op het leven, op toekomstig zijn, is het motto.

Dit boek wil de gelederen van de bevrijdingstheologie een hart onder de riem steken door andere verhalen te vertellen, een andere chokma (wijsheid) te verspreiden en andere gesprekspartners aan het woord te laten, zoals Isaiah Berlin, Joachim Gauck, Nelson Mandela en Amartya Sen. Onbevangen confrontatie met de wereld is het machtsmiddel van bevrijdingstheologie. Haar macht komt niet uit de loop van een geweer, maar van de rondetafel waar zij aanschuift om te dialogiseren, dwars te liggen, vooruit te kijken en te werken aan de transformatie van verkeerde, meestal neokapitalische verhoudingen. Wie zich in deze zin engageert, is vervuld van toekomstverwachting.



Jurjen Wiersma is emeritus hoogleraar aan de Protestantse Faculteit in Brussel, waar hij ethiek, hermeneutiek en filosofie doceerde. Hij is betrokken bij het Nederlandstalige en het Internationale Bonhoeffer Werkgezelschap. Verder werkt hij mee aan de Etty Hillesum Studies, een project van het EHOC – het Etty Hillesum Onderzoeks Centrum in Middelburg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken

 16,50

Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?

Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.

Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.



Quick View

Kolom Kortom. Kolomscholen en Afkortingen- en websitegids voor onderwijs en jeugdzorg Amsterdam en omstreken

 16,50

Vliegen de afkortingen je bij besprekingen ook wel eens om de oren? Moet je je vaak door documenten met vreemde lettercombinaties worstelen? Kortom, vraag jij je wel eens af hoe je kunt overleven in die afkortingensoep?

Met deze gids zit je snel op het goede spoor. De afkortingen die aan bod komen, zijn vooral afkomstig uit het primair, voortgezet en speciaal onderwijs met bijzondere aandacht voor de regio Amsterdam. Naast gangbare afkortingen wordt stilgestaan bij alle Kolomscholen en bevat het boek een lijst met interessante websites over kinderen, onderwijs en jeugdzorg.

Deze uitgave is een initiatief van Kolom, Stichting voor Speciaal Onderwijs met vestigingen in Amsterdam en Haarlem.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2

 26,00

Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.

Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.



The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.

The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman

Editorial Board

Quick View

International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2

 26,00

Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.

Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.



The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.

The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman

Editorial Board

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?

 32,90

De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen. Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen, evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.



Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Quick View

Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?

 32,90

De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen. Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen, evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.



Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie, Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart

 60,70

‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.

Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.



Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.

Quick View

Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart

 60,70

‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.

Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.



Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.

 19,60

Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.

De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.



Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.

Quick View

Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.

 19,60

Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.

De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.



Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jongereninformatie- en -advieswerk.

 30,80

Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.

In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.



Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.

Quick View

Jongereninformatie- en -advieswerk.

 30,80

Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.

In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.



Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave

 29,60

Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie. Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken, zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA), oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.). Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische beroepen.



Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-, keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn domein.

Quick View

Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave

 29,60

Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie. Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken, zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA), oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.). Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische beroepen.



Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-, keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn domein.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties

 14,40

Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.

In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!



Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.

Quick View

Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties

 14,40

Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.

In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!



Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)

 28,70

De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar? Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.



Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.

Quick View

De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)

 28,70

De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar? Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.



Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    1
    Uw winkelwagen
    Jongereninformatie- en -advieswerk.
    Jongereninformatie- en -advieswerk.
    Aantal: 1
    Prijs: 30,80
     30,80
    ×