Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Hoogbegaafd opvoeden in de praktijk.Lessen van een ervaren moeder om je hoogbegaafd kind nog beter te begrijpen
Hoe kunnen ouders van (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen hun kindhet beste begeleiden in zijn ontwikkelingsvoorsprong? In haar praktijkSamen Slimmer Groeien werkt de auteur met een team dat gespecialiseerd isin hoogbegaafdheid en onderpresteren.
Het boek vertrekt van haar eigen hoogbegaafd opvoeden, dat gekoppeld isaan recent wetenschappelijk onderzoek. Elk van haar drie kinderen heeft zein zijn eigenheid laten opgroeien. Alle kinderen zijn immers uniek. In hunhoogbegaafd zijn hebben zij elk hun uitdagingen gekend (en nog): niet alleende hoogbegaafdheid op zich, maar ook leer- en ontwikkelingsproblemen totgewoonweg niet begrepen worden. Vandaag zijn ze succesvolle volwassenenmet hun eigen verhaal.
Hoogbegaafd opvoeden in de praktijk.Lessen van een ervaren moeder om je hoogbegaafd kind nog beter te begrijpen
Hoe kunnen ouders van (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen hun kindhet beste begeleiden in zijn ontwikkelingsvoorsprong? In haar praktijkSamen Slimmer Groeien werkt de auteur met een team dat gespecialiseerd isin hoogbegaafdheid en onderpresteren.
Het boek vertrekt van haar eigen hoogbegaafd opvoeden, dat gekoppeld isaan recent wetenschappelijk onderzoek. Elk van haar drie kinderen heeft zein zijn eigenheid laten opgroeien. Alle kinderen zijn immers uniek. In hunhoogbegaafd zijn hebben zij elk hun uitdagingen gekend (en nog): niet alleende hoogbegaafdheid op zich, maar ook leer- en ontwikkelingsproblemen totgewoonweg niet begrepen worden. Vandaag zijn ze succesvolle volwassenenmet hun eigen verhaal.
Dyslexie: stoornis of intelligentie
Dat dyslectici een groot probleem hebben met de taal, is vaakmaar al te duidelijk. Taal is in onze maatschappij een overheersendgegeven dat bijna al onze interactie met elkaar bepaalt. Als iemanddan niet zo goed is in het automatiseren van taal, levert dit al gauwonzekerheid en spanning op. Dat is precies waarom dyslectici,wanneer zij leren lezen en schrijven, al op jonge leeftijd faalangst inde vorm van prestatiedrang of uitstelgedrag ontwikkelen.
Dyslexie: stoornis of intelligentie is geschreven voor en overvolwassenen met dyslexie. De auteurs nemen stelling tegen deovertuiging dat dyslexie een stoornis is. Dyslexie komt in belangrijkemate voort uit een andere manier van denken, die in dit boek hetconceptuele denken wordt genoemd. Het is die manier van denkendie de basis vormt tot het hebben van succes en tot het ontwikkelenvan een eigen manier van werken in de studie of op het werk. In dieeigen manier van werken is het mogelijk om sneller te lezen, beter teschrijven, duidelijker te communiceren en een brug te leggen tussenconceptuele denkers en lijndenkers.
Het boek geeft de lezer inzicht in wat dyslexie is, wat de oorzakenvan faalangst zijn en hoe deze twee fenomenen hand in hand gaan.Wanneer de faalangst vermindert, hebben dyslectici ook minderlast van hun dyslexie. Door anders naar dyslexie te kijken, zullendyslectici hun dyslexie beter kunnen accepteren en een positieverzelfbeeld kunnen opbouwen. Een positief zelfbeeld geeft ruimte envrijheid in het leven en is een goed fundament voor het hebben vansucces.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Dyslexie: stoornis of intelligentie
Dat dyslectici een groot probleem hebben met de taal, is vaakmaar al te duidelijk. Taal is in onze maatschappij een overheersendgegeven dat bijna al onze interactie met elkaar bepaalt. Als iemanddan niet zo goed is in het automatiseren van taal, levert dit al gauwonzekerheid en spanning op. Dat is precies waarom dyslectici,wanneer zij leren lezen en schrijven, al op jonge leeftijd faalangst inde vorm van prestatiedrang of uitstelgedrag ontwikkelen.
Dyslexie: stoornis of intelligentie is geschreven voor en overvolwassenen met dyslexie. De auteurs nemen stelling tegen deovertuiging dat dyslexie een stoornis is. Dyslexie komt in belangrijkemate voort uit een andere manier van denken, die in dit boek hetconceptuele denken wordt genoemd. Het is die manier van denkendie de basis vormt tot het hebben van succes en tot het ontwikkelenvan een eigen manier van werken in de studie of op het werk. In dieeigen manier van werken is het mogelijk om sneller te lezen, beter teschrijven, duidelijker te communiceren en een brug te leggen tussenconceptuele denkers en lijndenkers.
Het boek geeft de lezer inzicht in wat dyslexie is, wat de oorzakenvan faalangst zijn en hoe deze twee fenomenen hand in hand gaan.Wanneer de faalangst vermindert, hebben dyslectici ook minderlast van hun dyslexie. Door anders naar dyslexie te kijken, zullendyslectici hun dyslexie beter kunnen accepteren en een positieverzelfbeeld kunnen opbouwen. Een positief zelfbeeld geeft ruimte envrijheid in het leven en is een goed fundament voor het hebben vansucces.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
Ticket to ride. Praktijkonderzoek in muziekeducatie
Wanneer je een muziekleraar vraagt of hij zichzelf als ‘onderzoeker’
ziet, is het antwoord wellicht negatief. Het begrip ‘onderzoek’ wordt
doorgaans geassocieerd met wetenschap en met de academische
wereld, niet met de onderwijspraktijk. Bovendien hebben leraren
het al druk genoeg.
De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de ‘leraar als
onderzoeker’. Het gaat dan onder meer over het toepassen van resultaten
van (wetenschappelijk) onderzoek, het reflecteren en ter
discussie stellen van het eigen functioneren, het zicht krijgen op en
bevragen van de eigen beroepsopvattingen, maar ook het uitvoeren
van eigen praktijkonderzoek.
Het uitgangspunt van dit boek is dat praktijkonderzoek niet vrijblijvend
is, maar aan de kern van een (volwaardig) professioneel leraarschap
raakt. Het reflecteren over de onderwijspraktijk en het
opzetten van eigen onderzoek zou vanzelfsprekend moeten zijn
voor een ‘volbloed’ muziekleraar. Het boek is een ‘ticket to ride’, een
‘kaartje’ voor een verkennende rit in het boeiende domein van praktijkonderzoek
in muziekeducatie, maar het kan ook een ‘gids’ zijn die
de lezer onder de arm kan houden bij het uitvoeren van eigen onderzoek.
Het wil een open en uitnodigende inspiratiegids of handreiking
zijn voor de leraar (in opleiding).
Adri de Vugt studeerde Schoolmuziek, Pedagogiek en Onderwijskunde.
Hij werkt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als
docent onderwijs- en muziekpedagogiek.
Tine Castelein studeerde Muziekpedagogie. Ze is doctoraatsassistent
aan LUCA School of Arts campus Lemmens in Leuven en leraar
in het deeltijds kunstonderwijs.
Thomas De Baets studeerde Muziekpedagogie. Hij is doctor in de
Kunsten en doceert aan LUCA School of Arts campus Lemmens in
Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de educatieve muziekopleidingen.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
HistoriANT 5-2017. Jaarboek voor Antwerpse geschiedenis
Veel is er de laatste jaren te doen rond de heraanleg van de leien
en de vernieuwing van het Koninklijk Museum voor Schone
Kunsten van Antwerpen. In dit kader wordt in een eerste artikel
aandacht geschonken aan de opgravingen van belangrijke
onderdelen van de zestiende-eeuwse citadel, die gedurende
eeuwen het stadsbeeld van het zuiden van de stad domineerde.
In een tweede bijdrage wordt een vergeten bron voor de geschiedenis
van Antwerpen voor de schijnwerpers geworpen:
een manuscript dat nooit eerder gepubliceerd iconografisch
materiaal bevat.
Een mooi overzicht van de spectaculaire ontwikkeling van de
Antwerpse pers gedurende de negentiende eeuw wordt in een
volgende bijdrage beschreven.
In een vierde artikel wordt uitvoerig toegelicht dat Antwerpen
naar het einde van de negentiende eeuw de belangrijkste haven
was in Europa wat de invoer van graan en de handel ervan
betreft.
Een laatste bijdrage in het jaarboek beschrijft nauwkeurig hoe
de Antwerp Waterworks Cy Ltd, een Engelse maatschappij die als
eerste voor de waterbevoorrading van de stad Antwerpen en de
haven zorgde, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog
haar taak opnam.
Kronieken over de werking van het Genootschap voor Antwerpse
Geschiedenis, van de Antwerpse erfgoedbibliotheken,
het onroerend erfgoed van de stad Antwerpen en de talrijke
Antwerpse musea ronden het jaarboek af.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. EricBroekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden isgeweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarineen aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelenvan de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze tekstengeven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denkenvan prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogieken meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistischebenadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden eenaantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de VakgroepOrthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boekin en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievormingén ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistischebenadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
De integratief-holistische orthopedagogiek van Professor Eric Broekaert
Dit boek is opgedragen aan en belicht het levenswerk van prof. dr. EricBroekaert (1951-2016), die gedurende zijn hele loopbaan verbonden isgeweest aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.Het is geen ‘klasssiek’ liber amicorum geworden, maar een boek waarineen aantal belangrijke (in het Nederlands vertaalde) peer-reviewed artikelenvan de hand van prof. Broekaert werden verzameld. Deze tekstengeven een goed beeld van de achtergronden en evoluties in het denkenvan prof. Broekaert met betrekking tot de theoretische orthopedagogieken meer specifiek met betrekking tot zijn integratief-holistischebenadering van de handelingsorthopedagogiek. Daarnaast leiden eenaantal hoofdstukken, geschreven door medewerkers van de VakgroepOrthopedagogiek en jarenlange collega’s van prof. Broekaert, het boekin en uit.
Het boek is relevant voor iedereen die in orthopedagogische theorievormingén ondersteuning is geïnteresseerd. Volgens de integratiefholistischebenadering van prof. Broekaert zijn deze twee elementen(theorie en praktijk) immers delen van hetzelfde geheel.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Wat als werken toch niet leuk was? Paradox van de positieve psychologie in HR
De positieve psychologie heeft zich in HR vertaald in een aantal trends zoals
talentontwikkeling, participatie, zelfsturende teams, het nieuwe werken en
werkbaar werk. Begrippen en theorieën waarbij werknemers het gevoel krijgen
dat werken altijd leuk moet zijn, dat het perfect kan aansluiten bij hun passie
en hobby, dat ze alleen nog zullen doen wat ze graag doen, zelf zullen bepalen
waar en wanneer ze het zullen doen en dat het in perfecte harmonie kan met
hun privéleven.
De realiteit is echter anders. En dan dreigt er gevaar. Als het enige wat we kennen
welbehagen is, dan wordt het bijzonder moeilijk om een onbehaaglijke
situatie te verdragen zoals we die onvermijdelijk zullen tegenkomen. Hiermee
komen we tot een dreigende paradox in de wereld van HR.
Het boek is aanvankelijk geen goednieuwsshow en een tegengewicht voor alle
recente HR-boeken en -theorieën die vooral gebaseerd zijn op de positieve
psychologie. Dit betekent niet dat we pessimistisch of conservatief moeten
worden. Twee begrippen die zich wellicht zullen opdringen bij het lezen van
dit boek en die vaak worden verward met realisme. Met dit boek wil de auteur
de boodschap brengen dat we meer realisme aan de dag moeten leggen wanneer
het gaat om het motiveren en ondersteunen van medewerkers, en dat we
voldoende kritisch moeten blijven ten opzichte van de stortvloed aan hypes.
Nicolas Desmet is coördinator van en HR-consultant bij EPO2 vzw. Hij versterkt sociale ondernemingen op het vlak van HR door middel van training, advies en ondersteuning. Zijn ervaring in HR start in de reguliere economie en gaat via de sociale economie naar de socialprofitsector, zowel in de rol van HR-verantwoordelijke in een organisatie als in de rol van HR-consultant.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie kan veranderen.
Hoop is het hart van de economie. Droomt niet elke rechtgeaarde ondernemer
van een economie in dienst van een gelukkiger samenleving?
Maar hoe komt het dan dat business as usual deze geest van hoop
zo weinig uitstraalt? Waarom die kloof tussen economische rationaliteit
en het verlangen naar zin en toekomst?
Op deze vragen zoekt dit boek een antwoord en een oplossing. Het wil
de spirituele kracht van hoop en zingeving op het spoor komen op de
plaats zelf waar ze schijnbaar ontbreekt: in de wetten van de economie.
Dat ondernemen diepe spirituele wortels heeft, is een fascinerende ontdekking.
Luk Bouckaert is emeritus hoogleraar ethiek aan de KU Leuven. Van vorming is hij filosoof en economist. Met enkele collega’s startte hij in 1987 het interdisciplinaire Centrum voor Economie en Ethiek in Leuven. In 2000 stichtte hij het interlevensbeschouwelijke SPES-forum dat zich lokaal en internationaal inzet voor spirituele herbronning in economie en samenleving. Zijn vele publicaties situeren zich vooral op het terrein van bedrijfsethiek en spiritualiteit.
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Orthopedagogische werkvelden in beweging. Recente evoluties en veranderingen in Vlaanderen (KOP-Serie,nr 33)
De structuren van de orthopedagogische zorg en ondersteuning voor kinderen
en jongeren in kwetsbare leefsituaties in Vlaanderen zijn ingrijpend
veranderd. Niet alleen hertekende de Integrale Jeugdhulp de toegang tot
en organisatie van het hulpverleningslandschap voor minderjarigen, ook
de afzonderlijke sectoren ondergingen een aantal grondige wijzigingen. De
sector Jongerenwelzijn, die tussenkomt in situaties van verontrusting, evolueerde
naar een meer vraaggerichte en modulair georganiseerde jeugdhulp.
Het M-decreet zorgde voor een ommekeer in het onderwijs aan kinderen en
jongeren met specifieke leerbehoeften, waardoor redelijke aanpassingen en
inclusie voortaan de norm zijn. De begeleiding en ondersteuning van personen
met een beperking vertrekt sinds kort vanuit de inschaling van zorgen
ondersteuningsbehoeften en persoonsvolgende financiering. Binnen de
geestelijke gezondheidszorg werden de Vlaamse bevoegdheden aanzienlijk
uitgebreid en staan de-institutionalisering en vermaatschappelijking van de
zorg centraal. De erkenning van het statuut van ‘klinisch orthopedagoog’ als
gezondheidsberoep opent tenslotte heel wat perspectieven voor (toekomstige)
orthopedagogen en een meer kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg.
Deze en andere evoluties binnen het orthopedagogische werkveld worden
in dit boek belicht, aan de hand van een overzicht van de historiek, huidige
zorgorganisatie en op til zijnde veranderingen in vier sectoren: jongerenwelzijn,
onderwijs voor leerlingen met specifieke leerbehoeften, zorg en
ondersteuning voor personen met een beperking en de geestelijke gezondheidszorg.
Hierbij worden de belangrijkste gemeenschappelijke tendensen
en sectoroverschrijdende evoluties beschreven, zoals de Integrale Jeugdhulp
en erkenning van de ‘klinisch orthopedagoog’, die het uitzicht van het orthopedagogisch
werkveld in de toekomst zullen bepalen.
Wouter Vanderplasschen is hoofddocent Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent (UGent). Stijn Vandevelde en Sarah De Pauw zijn als docent verbonden aan dezelfde vakgroep, waar Lore Van Damme als postdoctoraal onderzoeker werkt. Claudia Claes is gastprofessor bij de vakgroep Orthopedagogiek van de UGent en decaan van de Faculteit Mens en Welzijn van de Hogeschool Gent (HoGent).
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.
Het verhaal van Thomas. Lees-en werkboek voor echtscheidingskinderen,ouders en begeleiders
Als ouders uit elkaar gaan, is dat voor kinderen een ingrijpend gebeuren
dat ze moeten verwerken. Allerlei gedachten en gevoelens steken
de kop op. Ook een loyaliteitsconflict kan optreden. Ieder kind zal de
echtscheiding van zijn ouders op zijn eigen manier verwerken.
Thomas, een jongen van 11 jaar, vertelt in zijn Dagboek hoe hij omgaat
met de scheiding van zijn ouders. Hij schrijft over de ruzies van zijn
ouders, de echtscheiding zelf en het nieuw samengesteld gezin van zijn
moeder.
Dit boek is bedoeld voor ouders, begeleiders, leraars en andere opvoeders,
maar ook voor de kinderen zelf. Het is zowel een leesboek als een
werkboek. Volwassenen kunnen het samen met de kinderen lezen. De
vragen in het boek zijn een leidraad om met kinderen over de echtscheiding
van hun ouders te praten.
Echtscheidingskinderen zullen ongetwijfeld heel wat van hun eigen
ervaringen herkennen in het verhaal van Thomas. Zo leren zij om hun
gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Dat helpt hen om
de scheiding van hun ouders te verwerken. Ouders, leraars en andere
begeleiders leren de belevingswereld van echtscheidingskinderen kennen
en begrijpen. Dat helpt hen om de kinderen beter te begeleiden.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkte ruim 38 jaar in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / litp Campus Noord-Limburg in Overpelt. Hij publiceerde eerder bij Garant diverse boeken omtrent psychologische problemen bij kinderen en adolescenten.