Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
€ 49,95
Dit boek maakt deel uit van de reeks “Grondbeginselen van de btw” en behandelt de procedure inzake btw.
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
€ 49,95
Dit boek maakt deel uit van de reeks “Grondbeginselen van de btw” en behandelt de procedure inzake btw.
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Boksen met jongerenEen nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelenReeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
€ 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Boksen met jongerenEen nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelenReeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
€ 21,90
De laatste jaren merken we steeds meer interesse voor lichaamsgerichte methodieken in het werken met jongeren. Binnen verschillende sectoren zoals het onderwijs, jeugdwerk, sportverenigingsleven, straathoekwerk en hulpverlening gaan begeleiders aan de slag met diverse activiteiten en methodieken. In dit boek zoomen we in op het pedagogisch boksen. Het idee om boksen in te zetten als een therapeutische, gezondheidsgerichte of sociaalpedagogische interventie is niet nieuw, maar blijft een onderbenut en vaak ook onbekend terrein.
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
--Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166).--
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
€ 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
€ 15,00
Waarom niet lezen?” kun je uiteraard op meer dan één manier lezen. Het zou uitleg kunnen geven over de redenen om niet te lezen. En aanbevelen om daarvoor in de plaats alle praatshows op de televisie te bekijken. Het zou echter ook kunnen uitleggen waarom je niet zou lezen in plaats van alle praatshows op televisie te bekijken. Hoe dan ook, voorafgegaan door een toelichtend ‘woord vooraf’ van Leon Pijnenburg die voor de vertaling zorgde, volgt de bijdrage van Jürgen Habermas “Waarom niet lezen?”
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Btw-eetjes Deel 17
€ 44,00
Dit boek vormt intussen reeds het zeventiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zeventiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes Deel 17
€ 44,00
Dit boek vormt intussen reeds het zeventiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zeventiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
€ 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
€ 29,00
Het Sensoa Vlaggensysteem is een methodiek die het voor mensen makkelijker maakt om met elkaar in gesprek te gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem werkt met situatietekeningen, een systeem van kleuren van vlaggen bij de inschatting van een seksuele situatie en bij het beoordelen van de ernst van eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het duiden van de ernst van het gedrag is een belangrijk onderdeel: het geeft houvast met behulp van zes objectieve criteria. Hierdoor ontstaat inzicht bij alle partijen in de principes van seksueel gewenst en seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Onrust en samenleven in EuropaOver rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
€ 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Onrust en samenleven in EuropaOver rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
€ 18,50
Het boek ‘Onrust en samenleven in Europa. Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie’ gaat in op de actuele onvrede in onze samenleving en de oorzaken daarvan. We onderscheiden 3 hoofdoorzaken: de onvrede over een maatschappij die niet als rechtvaardig gepercipieerd wordt, de zorg rond duurzaamheid en het gevoel onvoldoende te kunnen participeren in de samenleving (of een gebrek aan verbondenheid). Na een algemeen deel over de hedendaagse context (diversiteit en globalisering) en basisbegrippen voor een goede samenlevingsopbouw (mensenrechten, het algemeen belang) werkt de auteur achtereenvolgens de 3 hoofdthema’s uit. De nadruk ligt daarbij minder op analyse (daarvoor wordt eerder verwezen naar andere werken), maar vooral op principes, ideeën en concrete voorstellen om tot meer rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie te komen. De samenhang tussen deze 3 kernbegrippen wordt beklemtoond.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
€ 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
€ 42,00
In het werkveld van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zijn de ontwikkelingspsychologie en -pedagogie erg belangrijk om antwoorden te vinden op eenvoudige en complexe opvoedings- en begeleidingsvragen. ‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in typen draden. Het is een metafoor voor hechting en voor de verbinding tussen mensen die groeit door de verschillende ontwikkelingsstappen heen. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen van de cliënt, maar om de verbondenheid met zijn zorgfiguren.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepasteingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruikenin hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Natiestaat contra RepubliekDe ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
€ 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Natiestaat contra RepubliekDe ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
€ 22,00
“Nationalisten beweren dat de liberale natiestaat de noodzakelijke voorwaarde is voor een moderne democratie. Maar is dat zo? Stefaan Marteel breekt een lans voor republicanisme gegrond in universele mensenrechten en postnationaal burgerschap op basis van gelaagde politieke participatie. Zijn pleidooi staat op de schouders van republikeinse denkers die het nationalistisch postulaat al eeuwen uitdagen. Het is een herontdekking en herwaardering van een uitdagend gedachtengoed en verplichte lectuur voor nationalisten en hun tegenstanders.”
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
€ 29,95
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engagedand socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on theirlocalities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contextsoutside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. EngagedLearning provides students with the skills which increase their employability, and improvetheir personal and professional development, while communities gain access to skills to helpdevelop, evaluate, or communicate their work with regard to actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
€ 29,95
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engagedand socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on theirlocalities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contextsoutside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. EngagedLearning provides students with the skills which increase their employability, and improvetheir personal and professional development, while communities gain access to skills to helpdevelop, evaluate, or communicate their work with regard to actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
€ 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
€ 24,50
Dit boek helpt je als leidinggevende in het onderwijs om op basis van vijf thema’s uit de filosofie denkinstrumenten in te zetten, waarmee je medewerkers kunt aansturen. Deze instrumenten ondersteunen je bovendien in het reflecteren op jouw werkwijze in het leidinggeven aan een team.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.