Aanraking in tijden van huidhongerMet beklijvende verhalen van en voor jong en oud
€ 32,00
Op huidhonger staat geen leeftijd of jaartal. Van de eerste zucht tot de laatste adem: iedereen heeft tot op zekere hoogte nood aan menselijk contact, verbondenheid en aanraking.
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat datnet de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat datnet de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Aanraking in tijden van huidhongerMet beklijvende verhalen van en voor jong en oud
€ 32,00
Op huidhonger staat geen leeftijd of jaartal. Van de eerste zucht tot de laatste adem: iedereen heeft tot op zekere hoogte nood aan menselijk contact, verbondenheid en aanraking.
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat datnet de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat datnet de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
€ 32,00
De jaren zestig waren een confronterende tijd voor veel schrijvers. Terwijl betogingen en sit-ins de straten kleurden in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten, leken de aloude literaire middelen enkel afstand te creëren tussen auteur en wereld. Schrijvers wilden deelnemen en experimenteerden met manieren om tekstueel met de geobserveerde en gewenste veranderingen in de buitenwereld om te gaan. In Tegen het verzinnen bestudeert de auteur de ‘documentaire tendens’ die in die context opgang maakte: een diverse groep auteurs besloot namelijk om afstand te nemen van de traditionele fictie om in de plaats daarvan de werkelijkheid te documenteren. Er verschenen interviewboeken, collages met daarin allerhande ‘realiteitsfragmenten’ en auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus besloten om reportages te gaan schrijven. Tegen het verzinnen biedt een overzicht van die verzameling experimenten, met veel aandacht voor de context van de lange jaren zestig enenkele diepgaande analyses van opmerkelijke case-studies.
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
€ 32,00
De jaren zestig waren een confronterende tijd voor veel schrijvers. Terwijl betogingen en sit-ins de straten kleurden in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten, leken de aloude literaire middelen enkel afstand te creëren tussen auteur en wereld. Schrijvers wilden deelnemen en experimenteerden met manieren om tekstueel met de geobserveerde en gewenste veranderingen in de buitenwereld om te gaan. In Tegen het verzinnen bestudeert de auteur de ‘documentaire tendens’ die in die context opgang maakte: een diverse groep auteurs besloot namelijk om afstand te nemen van de traditionele fictie om in de plaats daarvan de werkelijkheid te documenteren. Er verschenen interviewboeken, collages met daarin allerhande ‘realiteitsfragmenten’ en auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus besloten om reportages te gaan schrijven. Tegen het verzinnen biedt een overzicht van die verzameling experimenten, met veel aandacht voor de context van de lange jaren zestig enenkele diepgaande analyses van opmerkelijke case-studies.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
€ 18,90
Iedereen kan een ledemaat, een spier of een weefsel overbelasten of beschadigen,ook personen met AD(H)D en ASS. Voor het herstel ervan kun jeeen beroep doen op een fysiotherapeut (in Nederland) of een kinesitherapeut(in België). Maar niet altijd is een fysio- of kinesitherapeut voldoendeingespeeld op patiënten met AD(H)D en ASS. Deze patiënten vinden hetbehandelingstraject dan psychisch te zwaar en breken trajecten dan voortijdigaf, zodat de lichamelijke klachten onnodig lang blijven duren. En datis jammer, want enkele kleine aanpassingen in de behandeling zouden eengroot verschil kunnen maken.
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandelingvan deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat debehandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandelingvan deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat debehandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
€ 18,90
Iedereen kan een ledemaat, een spier of een weefsel overbelasten of beschadigen,ook personen met AD(H)D en ASS. Voor het herstel ervan kun jeeen beroep doen op een fysiotherapeut (in Nederland) of een kinesitherapeut(in België). Maar niet altijd is een fysio- of kinesitherapeut voldoendeingespeeld op patiënten met AD(H)D en ASS. Deze patiënten vinden hetbehandelingstraject dan psychisch te zwaar en breken trajecten dan voortijdigaf, zodat de lichamelijke klachten onnodig lang blijven duren. En datis jammer, want enkele kleine aanpassingen in de behandeling zouden eengroot verschil kunnen maken.
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandelingvan deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat debehandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandelingvan deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat debehandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
€ 21,50
Veel mensen met dementie laten zien dat een menswaardig leven mogelijkis na de diagnose van dementie. Naast lijden is er ook kwaliteit van leven. Demeeste mensen met dementie worden niet dement, maar blijven mensenmet gevoel die steeds meer leven op de dag, in het hier en nu. In dit boekkomen zoveel mogelijk mensen met dementie zelf aan het woord. Een mozaïekvan de belevingswereld van zichzelf en de wereld om hen heen. Mensenmet dementie zijn kwetsbaar en afhankelijk van anderen om zich heelte kunnen voelen. Als wij begrijpen wat zij van ons nodig hebben, kunnenwij hen ondersteunen om goed en waardig te kunnen leven. Mensen metdementie kunnen ons op hun beurt veel leren over de zin van het leven, hetouder worden en de dood. Lessen over de kracht van kwetsbaarheid.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
€ 21,50
Veel mensen met dementie laten zien dat een menswaardig leven mogelijkis na de diagnose van dementie. Naast lijden is er ook kwaliteit van leven. Demeeste mensen met dementie worden niet dement, maar blijven mensenmet gevoel die steeds meer leven op de dag, in het hier en nu. In dit boekkomen zoveel mogelijk mensen met dementie zelf aan het woord. Een mozaïekvan de belevingswereld van zichzelf en de wereld om hen heen. Mensenmet dementie zijn kwetsbaar en afhankelijk van anderen om zich heelte kunnen voelen. Als wij begrijpen wat zij van ons nodig hebben, kunnenwij hen ondersteunen om goed en waardig te kunnen leven. Mensen metdementie kunnen ons op hun beurt veel leren over de zin van het leven, hetouder worden en de dood. Lessen over de kracht van kwetsbaarheid.
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
€ 55,00
The island States which are geographically the lowest lying in the world can be found in thePacific Ocean (Tuvalu, Kiribati, the Marshall Islands) and the Indian Ocean (the Maldives).These four States are populated by over half a million people. Together their Exclusive EconomicZones – important for fishing and other exploration and exploitation rights – accountfor over 7 million km², an area which compares to 20 times the size of Germany. Due to theirlow-lying nature, these island States are highly threatened by rising sea levels caused by climatechange. They are the first to experience a significant loss of territory due to climate change.
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
€ 55,00
The island States which are geographically the lowest lying in the world can be found in thePacific Ocean (Tuvalu, Kiribati, the Marshall Islands) and the Indian Ocean (the Maldives).These four States are populated by over half a million people. Together their Exclusive EconomicZones – important for fishing and other exploration and exploitation rights – accountfor over 7 million km², an area which compares to 20 times the size of Germany. Due to theirlow-lying nature, these island States are highly threatened by rising sea levels caused by climatechange. They are the first to experience a significant loss of territory due to climate change.
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
€ 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven datdeze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
€ 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven datdeze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
€ 49,00
Met dit boek hebben wij de statistische verschilanalysetechniek heel toegankelijk, zeer onderwijsbaar en bruikbaar gemaakt voor onderzoek waar verschillen moeten worden bewezen.
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
€ 49,00
Met dit boek hebben wij de statistische verschilanalysetechniek heel toegankelijk, zeer onderwijsbaar en bruikbaar gemaakt voor onderzoek waar verschillen moeten worden bewezen.
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
€ 32,00
De problematiek van hoogsensitiviteit wordt vaak besproken vanuit de psychologie en de psychotherapie. In dit boek vertrekt de auteur van een andere invalshoek: het werken via hetlichaam van de persoon en de intense verbondenheid en wederzijdse beïnvloeding van lichaam en geest. De auteur belicht, naast de psychologische, ook de lichamelijke aspecten vanhooggevoeligheid. Persoonlijke groei kan zelfs starten vanuit het lichaam: via het ‘wijze’ lichaam kan iemand zijn weke en emotionele hooggevoeligheid laten evolueren naar een veerkrachtigefijngevoeligheid.
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
€ 32,00
De problematiek van hoogsensitiviteit wordt vaak besproken vanuit de psychologie en de psychotherapie. In dit boek vertrekt de auteur van een andere invalshoek: het werken via hetlichaam van de persoon en de intense verbondenheid en wederzijdse beïnvloeding van lichaam en geest. De auteur belicht, naast de psychologische, ook de lichamelijke aspecten vanhooggevoeligheid. Persoonlijke groei kan zelfs starten vanuit het lichaam: via het ‘wijze’ lichaam kan iemand zijn weke en emotionele hooggevoeligheid laten evolueren naar een veerkrachtigefijngevoeligheid.
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
€ 33,00
Armoede kenmerkt deze tijd en is een hot topic in tv-programma’s,tijdschriften en glossy’s, maar ook in de gemeentelijke en landelijkepolitiek en in de jeugd- en ouderenzorg. Iedereen heeft een meningen velen willen helpen. Dagelijks worden nieuwe initiatievengeboren maar de grootste zorg wordt verleend door de professionelebewindvoerders. Zij zijn diegenen die iedere dag opnieuw voor dezegroep mensen met een minimum aan financiële middelen, binnenhet kader van de wettelijke mogelijkheden en verplichtingen, hetmaximale eruit halen.
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
€ 33,00
Armoede kenmerkt deze tijd en is een hot topic in tv-programma’s,tijdschriften en glossy’s, maar ook in de gemeentelijke en landelijkepolitiek en in de jeugd- en ouderenzorg. Iedereen heeft een meningen velen willen helpen. Dagelijks worden nieuwe initiatievengeboren maar de grootste zorg wordt verleend door de professionelebewindvoerders. Zij zijn diegenen die iedere dag opnieuw voor dezegroep mensen met een minimum aan financiële middelen, binnenhet kader van de wettelijke mogelijkheden en verplichtingen, hetmaximale eruit halen.
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
€ 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de bestevrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaarverbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht inbeleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
€ 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de bestevrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaarverbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht inbeleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgenvoor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel oudersals siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht datze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen,zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden,bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt,wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan wordenmet de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandelingvan siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfdeals unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken wevan het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven.Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het KenniscentrumGezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de InternationaleDag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
€ 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
€ 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.