Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
€ 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Leven met dyslexie (Studies over Taalonderwijs, nr. 5)
€ 29,00
Dyslexie is te omschrijven als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en /of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Deze stoornis kan, als zij niet onderkend en behandeld wordt, tot grote stagnaties in het schoolse functioneren leiden en een levenslange bron van emotionele schade vormen. Het is dus van groot belang om in de begeleidingspraktijk, de wetenschap en op het niveau van onderwijs- en gezondheidszorgbeleid alles op alles te zetten om goed met dit probleem om te (leren) gaan.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Dit boek behandelt dyslexie in een breed perspectief. Na een verkennende inleiding zijn de hoofdstukken ondergebracht in vijf delen: dyslexie bij jonge kinderen, dyslexie in het primair onderwijs, dyslexie in het voortgezet onderwijs, dyslexie bij volwassenen en dyslexiebeleid. De lezer krijgt zo een uitstekend overzicht van wat er op het gebied van dylexie aan het begin van de eenentwintigste eeuw in het Nederlandse taalgebied gaande is.
Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945
€ 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Leiding moeten zij hebben. Geschiedenis van de sociaal-pedagogische zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in Nederland tussen 1900-1945
€ 32,50
In 1917 ging in Nederland een nieuwe professionele vorm van hulpverlening van start, die zich specifiek richtte op mensen met een lichte verstandelijke handicap. Deze ''nazorg'' was in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog nauw verbonden met het Buitengewoon Lager Onderwijs, dat zich op dezelfde doelgroep richtte. De nazorg zag zichzelf, zoals de naam al zegt, als een vervolg op het speciale onderwijs voor deze groep kinderen. In deze publicatie wordt het ontstaan van deze specifieke vorm van hulpverlening beschreven en het hoe en waarom van de keuzes die daarbinnen gemaakt werden. Waarom werd er, bijvoorbeeld, gekozen voor hulp in de maatschappij, in plaats van segregatie, zoals in enkele ons omringende landen gebeurde? En waarom werd zo zwaar de nadruk gelegd op het belang van het verrichten van arbeid? Deze studie geeft inzicht in de bronnen van de maatschappelijke hulp aan mensen met een verstandelijke handicap, die aanvankelijk wortelden in de filantropische hulpverlening van de negentiende eeuw maar die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een zelfstandige professionele discipline die zich een plaats wist te verwerven in het brede hulpverleningsveld. Belangrijk daarbij was vooral de Amsterdamse Nazorgambtenaar Pier de Boer (1889-1945), die als pionier zowel inhoudelijk als praktisch aan de wieg van de maatschappelijke hulp aan mensen met een lichte verstandelijke handicap in Nederland heeft gestaan.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Luc Brants studeerde culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was werkzaam als begeleider van Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers en later als coördinator van VluchtelingenWerk op een asielzoekerscentrum. Sinds eind 2003 heeft hij een eigen onderzoeksbureau en sinds mei 2004 is hij ook werkzaam als projectleider diversiteitsbeleid in de Kinderopvang. Eerder publiceerde hij onder meer, met Ad van Gennep, een studie naar de geschiedenis van de Willem Schrikker Stichting, een jeugdhulpverleningsinstelling voor kinderen met een handicap.
Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens
€ 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Het methodische vermoeden. Het professioneel-helpende gesprek bekeken door een sociaal-constructionistische lens
€ 36,00
Het sociaal-constructionisme is een postmodern, systemisch hulpverleningsmodel.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Dit boek behandelt de fundamenten van dit model en zoomt in op vier specifieke werkwijzen die onder diezelfde noemer vallen.
De moderne opvatting de hulpverlener ''juiste'' inzichten te laten overbrengen en gerichte interventies te laten doen, verschoof naar een postmoderne kijk: hulpverlening als het samen creëren van een communicatief proces, waarin de cliënt (het systeem) voortdurend wordt aangesproken op zijn capaciteit om het eigen leven te herverhalen. Hierdoor worden nieuwe visies op het eigen leven en manieren om ermee om te gaan ''zichtbaar''. ''Systemisch'' wil zeggen dat gedrag, ideeën, zelfbeeld, identiteit en gevoelens erkend worden als betekenisvol, begrijpbaar en beïnvloedbaar in een sociale context.
Dit boek richt zich naar een brede professionele groep hulpverleners: therapeuten, gezins- en individuele begeleiders, trajectbegeleiders, maatschappelijk werkers... Cruciaal is dat zowel cliënt als hulpverlener zich vanaf het begin van hun contact helder bewust zijn van de specifieke werkcontext en van het mandaat van waaruit de hulpverlener werkt. Het denkkader van het sociaal-constructionisme en vele van de concrete werkwijzen zijn bruikbaar in diverse werkcontexten.
Het geeft de lezer een evenwichtige voeling met theorie en praktijk, in het bijzonder door de tientallen praktische voorbeelden en oefeningen.
Didier Tritsmans is van opleiding maatschappelijk werker. Hij was sociotherapeut in de psychiatrie, gezinsbegeleider en coördinator binnen de bijzondere jeugdzorg en therapeut in een centrum geestelijke gezondheidszorg. Momenteel is hij zelfstandig therapeut, vormingswerker en supervisor in het algemene welzijnswerk, de bijzondere jeugdzorg en de bejaardenzorg.
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Basisboek
€ 32,50
Principes
- Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de school, in het bijzonder voor kleuters die extra aandacht vragen.
- Groeiboek stelt de vakkennis van de kleuterleidster centraal en is in de eerste plaats voor haar bestemd, als hulpmiddel bij kwaliteitsvol werken.
- Essentieel in extra zorg is het planmatig werken. Daarom is sprake van een zorgsysteem.
- Groeiboek wil in de eerste plaats systematisering van wat de school en de leidsters nu al doen vooraleer ''nieuwe dingen'' in te voeren. Het zorgsysteem stimuleert de kleuterleidsters en scholen dus om goede ervaringen (methodes, werkwijzen, middelen) te behouden en ze met elkaar te delen.
- Om extra zorg te realiseren is overleg over kinderen en hun vorderingen (het multidisciplinair overleg of mdo, overleg met zorgcoördinator, collega''s, ouders, leerlingbegeleiders,…) van groot belang. Groeiboek pleit sterk voor het efficiënt uitbouwen van deze vormen van overleg. Als leerkracht sta je er nooit alléén voor.
- Het zorgsysteem omvat drie belangrijke stappen: (1) volgen en signaleren, (2) analyseren en (3) handelen.
Kenmerken
- Het vertrekpunt is een brede kijk op de globale ontwikkeling van kinderen. Alle ontwikkelingsdomeinen, inclusief de lichamelijke ontwikkeling, zijn in het systeem opgenomen.
- Bovendien wordt steeds gekeken naar de ontwikkeling in haar context. Het systeem houdt speciaal rekening met de invloed van omgevingsfactoren en vertrekt in de extra zorg voor kleuters expliciet vanuit die omgeving om afstemming te zoeken met de zorgbehoeften van het kind.
- Groeiboek biedt een doorlopend systeem voor de hele kleuterschool, met aandacht voor de instap in de kleuterschool en de overgang naar de lagere school. Het suggereert het hanteren van verschillende opvolgdocumenten en een kinddossier.
- Signalering staat volledig in functie van het hulpverlenend handelen van de kleuterleidster. Het systeem pleit in dit verband voor stapsgewijs werken en geeft duidelijk de weg aan van ''zien van problemen'' naar ''bieden van extra zorg''. Groeiboek biedt handreikingen om de vastgestelde problemen te analyseren en op zoek te gaan naar goede pedagogische en didactische interventies, afgestemd op de behoeften van zorgkleuters.
- Groeiboek focust heel bewust vooral op kinderen met een specifieke zorgvraag. Voor kinderen met een ''zorgeloze'' ontwikkeling volstaat de gewone aanpak en legt de leidster enkel een basisdossier aan. Voor de zorgkleuters moet zeker de stap ''analyse'' goed worden verzorgd. Groeiboek biedt daarbij ondersteuning.
- Groeiboek wil de inspanningen van de kleuterleidster beter kanaliseren en zinvoller benutten zonder de werklast te verhogen.
- Groeiboek houdt rekening met de eigenheid van elke school en is flexibel inpasbaar en aanpasbaar. Het biedt ruimte aan kleuterleidsters om eigen ervaringen en middelen in te lassen en is in die zin nooit ''af''.
- Groeiboek is maximaal afgestemd op ontwikkelingsdoelen, gelijke onderwijskansen en ontwikkelingsplan, leerplannen.
- In de kleuterschool zijn ouders erg betrokken op hun jonge kind. Vooral bij problemen vragen de contacten en het overleg met de ouders bijzondere aandacht. Groeiboek gaat uit van een zorgbeleid als een ''gedeelde zorg'' en geeft hierbij suggesties.
- Groeiboek geeft aan hoe school en leerlingbegeleiding kunnen samenwerken in hun zorg voor kinderen. Het laat zien hoe en wanneer de leidster kan terugvallen op de centra voor leerlingenbegeleiding.
- Groeiboek is helemaal ''manueel'' te hanteren. Alle werkformulieren e.d. zijn ook digitaal beschikbaar.
Inhoud
De inhoud is voor aanpassingen vatbaar en geldt dan ook als globale aanduiding.
1. Basisboek
Uitgangspunten - Ontwikkeling van het jonge kind - Kleuteronderwijs en zorg in de kleuterschool - Invoering van Groeiboek - Stappenplan ''extra zorg'' - Korte ro
Groeiboek. Zorg- en volgsysteem voor kleuters. Basisboek
€ 32,50
Principes
- Groeiboek is een hulpmiddel bij de uitbouw van een zorgbeleid in de school, in het bijzonder voor kleuters die extra aandacht vragen.
- Groeiboek stelt de vakkennis van de kleuterleidster centraal en is in de eerste plaats voor haar bestemd, als hulpmiddel bij kwaliteitsvol werken.
- Essentieel in extra zorg is het planmatig werken. Daarom is sprake van een zorgsysteem.
- Groeiboek wil in de eerste plaats systematisering van wat de school en de leidsters nu al doen vooraleer ''nieuwe dingen'' in te voeren. Het zorgsysteem stimuleert de kleuterleidsters en scholen dus om goede ervaringen (methodes, werkwijzen, middelen) te behouden en ze met elkaar te delen.
- Om extra zorg te realiseren is overleg over kinderen en hun vorderingen (het multidisciplinair overleg of mdo, overleg met zorgcoördinator, collega''s, ouders, leerlingbegeleiders,…) van groot belang. Groeiboek pleit sterk voor het efficiënt uitbouwen van deze vormen van overleg. Als leerkracht sta je er nooit alléén voor.
- Het zorgsysteem omvat drie belangrijke stappen: (1) volgen en signaleren, (2) analyseren en (3) handelen.
Kenmerken
- Het vertrekpunt is een brede kijk op de globale ontwikkeling van kinderen. Alle ontwikkelingsdomeinen, inclusief de lichamelijke ontwikkeling, zijn in het systeem opgenomen.
- Bovendien wordt steeds gekeken naar de ontwikkeling in haar context. Het systeem houdt speciaal rekening met de invloed van omgevingsfactoren en vertrekt in de extra zorg voor kleuters expliciet vanuit die omgeving om afstemming te zoeken met de zorgbehoeften van het kind.
- Groeiboek biedt een doorlopend systeem voor de hele kleuterschool, met aandacht voor de instap in de kleuterschool en de overgang naar de lagere school. Het suggereert het hanteren van verschillende opvolgdocumenten en een kinddossier.
- Signalering staat volledig in functie van het hulpverlenend handelen van de kleuterleidster. Het systeem pleit in dit verband voor stapsgewijs werken en geeft duidelijk de weg aan van ''zien van problemen'' naar ''bieden van extra zorg''. Groeiboek biedt handreikingen om de vastgestelde problemen te analyseren en op zoek te gaan naar goede pedagogische en didactische interventies, afgestemd op de behoeften van zorgkleuters.
- Groeiboek focust heel bewust vooral op kinderen met een specifieke zorgvraag. Voor kinderen met een ''zorgeloze'' ontwikkeling volstaat de gewone aanpak en legt de leidster enkel een basisdossier aan. Voor de zorgkleuters moet zeker de stap ''analyse'' goed worden verzorgd. Groeiboek biedt daarbij ondersteuning.
- Groeiboek wil de inspanningen van de kleuterleidster beter kanaliseren en zinvoller benutten zonder de werklast te verhogen.
- Groeiboek houdt rekening met de eigenheid van elke school en is flexibel inpasbaar en aanpasbaar. Het biedt ruimte aan kleuterleidsters om eigen ervaringen en middelen in te lassen en is in die zin nooit ''af''.
- Groeiboek is maximaal afgestemd op ontwikkelingsdoelen, gelijke onderwijskansen en ontwikkelingsplan, leerplannen.
- In de kleuterschool zijn ouders erg betrokken op hun jonge kind. Vooral bij problemen vragen de contacten en het overleg met de ouders bijzondere aandacht. Groeiboek gaat uit van een zorgbeleid als een ''gedeelde zorg'' en geeft hierbij suggesties.
- Groeiboek geeft aan hoe school en leerlingbegeleiding kunnen samenwerken in hun zorg voor kinderen. Het laat zien hoe en wanneer de leidster kan terugvallen op de centra voor leerlingenbegeleiding.
- Groeiboek is helemaal ''manueel'' te hanteren. Alle werkformulieren e.d. zijn ook digitaal beschikbaar.
Inhoud
De inhoud is voor aanpassingen vatbaar en geldt dan ook als globale aanduiding.
1. Basisboek
Uitgangspunten - Ontwikkeling van het jonge kind - Kleuteronderwijs en zorg in de kleuterschool - Invoering van Groeiboek - Stappenplan ''extra zorg'' - Korte ro
Als je mama of papa … Handleiding
€ 9,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa … Handleiding
€ 9,90
Psychische problemen zijn een maatschappelijke realiteit. Heel wat kinderen groeien op in een gezin waarin één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Als je mama of papa… is een middel om actief en persoonlijk met kinderen en jongeren - individueel en in groep - rond dit thema te werken.
Als je mama of papa… bestaat uit twee boeken: een Handleiding en een Werkboek.
Het is een actief doe-boek dat…:
- wil stilstaan bij wat het kan betekenen om op te groeien in een gezin waar één van de ouders een psychisch probleem heeft. Welke belasting kan dit betekenen voor de verschillende gezinsleden? Welke gevoelens kunnen er leven bij kinderen en jongeren die in zo’n situatie opgroeien? Hoe kan je omgaan met het gevoel plots minder aandacht te krijgen? Hoe kan je als kind omgaan met het gevoel van verantwoordelijkheid en het gevoel zorg te moeten dragen voor je gezinsleden?
- een aantal mogelijke kanalen bespreekt waar deze kinderen en jongeren terecht kunnen voor informatie en hulp.
- het kind of de jongere informeert over ziektebeelden, behandelingswijzen, erfelijkheid…
Als je mama of papa… is een handig werkinstrument voor iedereen die in contact komt met kinderen en jongeren van wie één van de ouders een psychisch probleem heeft.
Peggy Janssen is orthopedagoge. Ze volgde ook de opleidingen Gezinsgericht Werken en Gezinsbegeleiding en Contextuele Hulpverlening. Wendy Schellekens is pedagoge. Zij volgde een bijkomende opleiding Systeemtheorie.
Beiden zijn verbonden aan Dagcentrum Kameleon, een Dagcentrum voor Integrale Gezinsbegeleiding binnen de Bijzondere Jeugdbijstand en een afdeling van vzw De Waaiburg in Geel.
Fitness tussen muren
€ 27,70
Ieder van ons heeft lichaamsbeweging nodig om zich goed in zijn vel te voelen. Maar door onze drukke levensstijl ontbreekt het ons dikwijls aan tijd of moed om een fitnesszaal te bezoeken.
Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.
Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.
Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Fitness tussen muren
€ 27,70
Ieder van ons heeft lichaamsbeweging nodig om zich goed in zijn vel te voelen. Maar door onze drukke levensstijl ontbreekt het ons dikwijls aan tijd of moed om een fitnesszaal te bezoeken.
Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.
Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Dit boek wil hieraan tegemoetkomen en toont hoe je zelfs in een beperkte ruimte - zoals een kantoor, een studio of een cel - toch aan zinvolle lichaamsbeweging kunt doen om zo een uitstekende conditie te ontwikkelen of te behouden. Dit boek is de ideale gids om dit zelf te verwezenlijken: conditietests helpen je je niveau te bepalen, waarna je met individuele schema’s en oefeningen aan je kracht, uithouding en lenigheid kunt werken. Ervoor gaan en toch verantwoord sporten zijn de hoofdbestanddelen van deze individuele training.
Ook voor fitnessbegeleiders en sportmonitoren is dit boek een handig hulpmiddel bij het opstellen van trainingsprogramma’s voor specifieke doelgroepen.
Tom Huys werkt in het kader van het project ‘Naar een actief sportbeleid ten aanzien van gedetineerden’ als sportpromotor in de gevangenis van Antwerpen. Dit proefproject, dat in de gevangenissen van Antwerpen en de Noorderkempen loopt, wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
Arduin. Lijnen naar de toekomst. Het burgerschapsparadigma. Kijken over de horizon. Een nieuwe toekomst (Arduin-serie, nr. 5)
€ 19,00
Medeburgers met een ondersteuningsvraag en/of zorgvraag wensen niets liever dan tussen de gewone burgers te wonen, te werken en te leven.Wij zijn het die hen apart willen en kunnen zetten, natuurlijk vanwege onze goede bedoelingen om hen te beschermen. Of vanwege ons gevoel dat wij het beste voor hebben met de minderbedeelden onder ons. Maar is dat wel zo? Hebben niet alle medeburgers met of zonder ondersteuningsvraag het recht om sowieso tussen ons te verkeren? Ontnemen wij deze medeburgers met een handicap niet hun mogelijke bijdrage aan de maatschappij door hen apart te zetten? Deze vorm van apartheid brengt met zich mee dat "gewone" burgers hun gedrag dus niet hoeven aan te passen. Gelukkig kiezen steeds meer medeburgers met een ondersteuningsvraag er voor om op zichzelf en tussen de gewonen mensen te wonen. Een hele doodgewone woonvorm dus. Indien zij niet over voldoende vaardigheden beschikken om op deze manier te kunnen wonen vragen zij om professionele ondersteuning. Er is niks mis met die vraag!
Dit 5de boek uit de Arduin-serie beschrijft en geeft inzicht in een verdere stap naar de vermaatschappelijking van de zorg voor medeburgers met zorg- of ondersteuningsvragen. Het scheiden van vraag en aanbod zal leiden tot een grotere mate van zelfbepaling voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. In dit boek wordt dit concept nader uitgewerkt in de vorm van een regionale supportorganisatie.
Kwaliteit van leven en bestaan is alleen realiseerbaar tussen en met de gewone mensen.Wonen met alleen ondersteuning of zorg is een te eng begrip, vereenzaming is dan het gevolg. Zingeving aan tijd heeft en geeft een grotere betekenis aan een zinvol bestaan en dat geldt voor alle mensen. Daginvulling en ondersteuning bij deze tijdsinvulling is dan onontkoombaar. De nieuwe Wet op de Maatschappelijke Zorg moet hier antwoord op geven. Gemeenschapszorg komt nooit tot stand als de Community (Gemeenten) zich hier niet verantwoordelijk voor voelen.
Mr. drs. Jaap Jan L.M. Brouwer (1957) studeerde Medicijnen en Rechten in Groningen. Na zijn studie werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij een van de managing partners van CinC Management Consultants te Den Haag.
Piet van den Beemt trad in 1994 aan als interim-manager van Vijvervreugd, de voorloper van Arduin en is thans werkzaam als Raad van Bestuur van Arduin.
Dit 5de boek uit de Arduin-serie beschrijft en geeft inzicht in een verdere stap naar de vermaatschappelijking van de zorg voor medeburgers met zorg- of ondersteuningsvragen. Het scheiden van vraag en aanbod zal leiden tot een grotere mate van zelfbepaling voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. In dit boek wordt dit concept nader uitgewerkt in de vorm van een regionale supportorganisatie.
Kwaliteit van leven en bestaan is alleen realiseerbaar tussen en met de gewone mensen.Wonen met alleen ondersteuning of zorg is een te eng begrip, vereenzaming is dan het gevolg. Zingeving aan tijd heeft en geeft een grotere betekenis aan een zinvol bestaan en dat geldt voor alle mensen. Daginvulling en ondersteuning bij deze tijdsinvulling is dan onontkoombaar. De nieuwe Wet op de Maatschappelijke Zorg moet hier antwoord op geven. Gemeenschapszorg komt nooit tot stand als de Community (Gemeenten) zich hier niet verantwoordelijk voor voelen.
Mr. drs. Jaap Jan L.M. Brouwer (1957) studeerde Medicijnen en Rechten in Groningen. Na zijn studie werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij een van de managing partners van CinC Management Consultants te Den Haag.
Piet van den Beemt trad in 1994 aan als interim-manager van Vijvervreugd, de voorloper van Arduin en is thans werkzaam als Raad van Bestuur van Arduin.
Arduin. Lijnen naar de toekomst. Het burgerschapsparadigma. Kijken over de horizon. Een nieuwe toekomst (Arduin-serie, nr. 5)
€ 19,00
Medeburgers met een ondersteuningsvraag en/of zorgvraag wensen niets liever dan tussen de gewone burgers te wonen, te werken en te leven.Wij zijn het die hen apart willen en kunnen zetten, natuurlijk vanwege onze goede bedoelingen om hen te beschermen. Of vanwege ons gevoel dat wij het beste voor hebben met de minderbedeelden onder ons. Maar is dat wel zo? Hebben niet alle medeburgers met of zonder ondersteuningsvraag het recht om sowieso tussen ons te verkeren? Ontnemen wij deze medeburgers met een handicap niet hun mogelijke bijdrage aan de maatschappij door hen apart te zetten? Deze vorm van apartheid brengt met zich mee dat "gewone" burgers hun gedrag dus niet hoeven aan te passen. Gelukkig kiezen steeds meer medeburgers met een ondersteuningsvraag er voor om op zichzelf en tussen de gewonen mensen te wonen. Een hele doodgewone woonvorm dus. Indien zij niet over voldoende vaardigheden beschikken om op deze manier te kunnen wonen vragen zij om professionele ondersteuning. Er is niks mis met die vraag!
Dit 5de boek uit de Arduin-serie beschrijft en geeft inzicht in een verdere stap naar de vermaatschappelijking van de zorg voor medeburgers met zorg- of ondersteuningsvragen. Het scheiden van vraag en aanbod zal leiden tot een grotere mate van zelfbepaling voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. In dit boek wordt dit concept nader uitgewerkt in de vorm van een regionale supportorganisatie.
Kwaliteit van leven en bestaan is alleen realiseerbaar tussen en met de gewone mensen.Wonen met alleen ondersteuning of zorg is een te eng begrip, vereenzaming is dan het gevolg. Zingeving aan tijd heeft en geeft een grotere betekenis aan een zinvol bestaan en dat geldt voor alle mensen. Daginvulling en ondersteuning bij deze tijdsinvulling is dan onontkoombaar. De nieuwe Wet op de Maatschappelijke Zorg moet hier antwoord op geven. Gemeenschapszorg komt nooit tot stand als de Community (Gemeenten) zich hier niet verantwoordelijk voor voelen.
Mr. drs. Jaap Jan L.M. Brouwer (1957) studeerde Medicijnen en Rechten in Groningen. Na zijn studie werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij een van de managing partners van CinC Management Consultants te Den Haag.
Piet van den Beemt trad in 1994 aan als interim-manager van Vijvervreugd, de voorloper van Arduin en is thans werkzaam als Raad van Bestuur van Arduin.
Dit 5de boek uit de Arduin-serie beschrijft en geeft inzicht in een verdere stap naar de vermaatschappelijking van de zorg voor medeburgers met zorg- of ondersteuningsvragen. Het scheiden van vraag en aanbod zal leiden tot een grotere mate van zelfbepaling voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. In dit boek wordt dit concept nader uitgewerkt in de vorm van een regionale supportorganisatie.
Kwaliteit van leven en bestaan is alleen realiseerbaar tussen en met de gewone mensen.Wonen met alleen ondersteuning of zorg is een te eng begrip, vereenzaming is dan het gevolg. Zingeving aan tijd heeft en geeft een grotere betekenis aan een zinvol bestaan en dat geldt voor alle mensen. Daginvulling en ondersteuning bij deze tijdsinvulling is dan onontkoombaar. De nieuwe Wet op de Maatschappelijke Zorg moet hier antwoord op geven. Gemeenschapszorg komt nooit tot stand als de Community (Gemeenten) zich hier niet verantwoordelijk voor voelen.
Mr. drs. Jaap Jan L.M. Brouwer (1957) studeerde Medicijnen en Rechten in Groningen. Na zijn studie werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij een van de managing partners van CinC Management Consultants te Den Haag.
Piet van den Beemt trad in 1994 aan als interim-manager van Vijvervreugd, de voorloper van Arduin en is thans werkzaam als Raad van Bestuur van Arduin.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking: Leerlingenmap Nederlands (set van 5 ex.)
€ 29,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerlingenmap Nederlands. Ze bevat beoordelingsfiches voor luisteren, spreken, lezen, schrijven en taalbeschouwing. Daarnaast zijn er blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerlingenmap Nederlands. Ze bevat beoordelingsfiches voor luisteren, spreken, lezen, schrijven en taalbeschouwing. Daarnaast zijn er blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking: Leerlingenmap Nederlands (set van 5 ex.)
€ 29,00
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerlingenmap Nederlands. Ze bevat beoordelingsfiches voor luisteren, spreken, lezen, schrijven en taalbeschouwing. Daarnaast zijn er blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerlingenmap Nederlands. Ze bevat beoordelingsfiches voor luisteren, spreken, lezen, schrijven en taalbeschouwing. Daarnaast zijn er blanco antwoordbladen voor de genormeerde toetsen.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking: Leerkrachtenmap Nederlands
€ 23,50
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerkrachtenmap Nederlands. Ze bevat al het materiaal dat de leerkracht nodig heeft: gestandaardiseerde en genormeerde toetsen voor lezen en taalbeschouwing, verbetersleutel, modellen van portfolio''s, observatielijsten en aanbodroosters.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerkrachtenmap Nederlands. Ze bevat al het materiaal dat de leerkracht nodig heeft: gestandaardiseerde en genormeerde toetsen voor lezen en taalbeschouwing, verbetersleutel, modellen van portfolio''s, observatielijsten en aanbodroosters.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking: Leerkrachtenmap Nederlands
€ 23,50
WOTO — Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden. Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert. DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerkrachtenmap Nederlands. Ze bevat al het materiaal dat de leerkracht nodig heeft: gestandaardiseerde en genormeerde toetsen voor lezen en taalbeschouwing, verbetersleutel, modellen van portfolio''s, observatielijsten en aanbodroosters.
Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Deze deelpublicatie van DOK is de Leerkrachtenmap Nederlands. Ze bevat al het materiaal dat de leerkracht nodig heeft: gestandaardiseerde en genormeerde toetsen voor lezen en taalbeschouwing, verbetersleutel, modellen van portfolio''s, observatielijsten en aanbodroosters.

