Hoe wetenschappelijk is de psychiatrie?
€ 20,50
mirtazapine buy online
buy mirtazapineVanuit verschillende invalshoeken belichten de auteurs de wetenschappelijke status van de psychiatrie: vanuit de biologische psychiatrie, en Marc De Kese vanuit de filosofie, Jim vanuit de psychiatrische epidemiologie, Hubert Van E en vanuit de psychoanalytische praktijk en Mooij vanuit een filosofisch dualisme. De meeste auteurs pleiten voor een integratie van de uiteenlopende standpunten en anderen wijzen die mogelijkheid ronduit af. Volgens deze laatste groep is de wetenschap niet bij machte de eenheid van het verschijnsel mens te denken en herbergt het mens zijn zelf een gespletenheid die het mogelijk maakt om mens te zijn.
De bijdragen getuigen van een grote interesse in het onderwerp ''Hoe wetenschappelijk is de psychiatrie?'' Eerder wordt het interessegebied geproblematiseerd dan dat er pasklare blauwdrukken van een wetenschappelijke psychiatrie worden geleverd. Doordat de lichaam-geest problematiek in alle bijdragen in mindere of meerdere mate aan de orde komt, wordt aansluiting gevonden bij een thema dat opnieuw actueel is.
Hoe wetenschappelijk is de psychiatrie?
€ 20,50
mirtazapine buy online
buy mirtazapineVanuit verschillende invalshoeken belichten de auteurs de wetenschappelijke status van de psychiatrie: vanuit de biologische psychiatrie, en Marc De Kese vanuit de filosofie, Jim vanuit de psychiatrische epidemiologie, Hubert Van E en vanuit de psychoanalytische praktijk en Mooij vanuit een filosofisch dualisme. De meeste auteurs pleiten voor een integratie van de uiteenlopende standpunten en anderen wijzen die mogelijkheid ronduit af. Volgens deze laatste groep is de wetenschap niet bij machte de eenheid van het verschijnsel mens te denken en herbergt het mens zijn zelf een gespletenheid die het mogelijk maakt om mens te zijn.
De bijdragen getuigen van een grote interesse in het onderwerp ''Hoe wetenschappelijk is de psychiatrie?'' Eerder wordt het interessegebied geproblematiseerd dan dat er pasklare blauwdrukken van een wetenschappelijke psychiatrie worden geleverd. Doordat de lichaam-geest problematiek in alle bijdragen in mindere of meerdere mate aan de orde komt, wordt aansluiting gevonden bij een thema dat opnieuw actueel is.
Minister Dixit. Een geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid
€ 19,90
Cultuur en beleid: het heeft iets van een verstandshuwelijk. De ene partner: cultuur, altijd om geld verlegen maar bedacht voor inmenging van bovenaf. De andere partner: de beleidsmaker, houdt bij het inzetten van middelen steeds zijn eigen visie op de samenleving voor ogen. Sinds de culturele autonomie is het cultuurbeleid een Vlaams huwelijk geworden.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Minister Dixit. Een geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid
€ 19,90
Cultuur en beleid: het heeft iets van een verstandshuwelijk. De ene partner: cultuur, altijd om geld verlegen maar bedacht voor inmenging van bovenaf. De andere partner: de beleidsmaker, houdt bij het inzetten van middelen steeds zijn eigen visie op de samenleving voor ogen. Sinds de culturele autonomie is het cultuurbeleid een Vlaams huwelijk geworden.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Eed van Hippokrates. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen
€ 24,90
Zwangerschapsbegeleiding, voortplantingsgeneeskunde, orgaantransplantatie, behandeling van terminale patiënten, … plaatsen artsen voor grote ethische uitdagingen. Al deze ontwikkelingen hebben een diepgaande impact op de maatschappelijke gezondheidszorg in het algemeen en de relatie arts-patiënt in het bijzonder.
In alle ethische debatten hierover is er één opvallende constante: altijd weer verwijst men naar de hippocratische traditie. Te pas én helaas ook te onpas wordt de hippocratische Eed hierbij als een gezagsargument aangewend. Vaak zonder veel kritische zin worden citaten uit de Eed gebruikt – en ook misbruikt – om het eigen standpunt kracht bij te zetten, wat dan weer door anderen in twijfel wordt getrokken.
Hiermee is duidelijk hoe belangrijk de hippocratische traditie blijft voor de medische ethiek. Er zijn weinig disciplines met een eeuwenoude inspiratiebron die nog zo kernachtig de huidige praktijk beïnvloedt. Dit boek analyseert de ware draagwijdte en betekenis van de hippocratische Eed en de medisch-ethische context waarin hij tot stand is gekomen. De betekenis ervan voor het actuele ethische debat in de geneeskunde is groot.
Deze uitgave is uiteraard van grote importantie voor elke medicus.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er onder meer psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde, cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Hiermee is duidelijk hoe belangrijk de hippocratische traditie blijft voor de medische ethiek. Er zijn weinig disciplines met een eeuwenoude inspiratiebron die nog zo kernachtig de huidige praktijk beïnvloedt. Dit boek analyseert de ware draagwijdte en betekenis van de hippocratische Eed en de medisch-ethische context waarin hij tot stand is gekomen. De betekenis ervan voor het actuele ethische debat in de geneeskunde is groot.
Deze uitgave is uiteraard van grote importantie voor elke medicus.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er onder meer psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde, cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Eed van Hippokrates. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen
€ 24,90
Zwangerschapsbegeleiding, voortplantingsgeneeskunde, orgaantransplantatie, behandeling van terminale patiënten, … plaatsen artsen voor grote ethische uitdagingen. Al deze ontwikkelingen hebben een diepgaande impact op de maatschappelijke gezondheidszorg in het algemeen en de relatie arts-patiënt in het bijzonder.
In alle ethische debatten hierover is er één opvallende constante: altijd weer verwijst men naar de hippocratische traditie. Te pas én helaas ook te onpas wordt de hippocratische Eed hierbij als een gezagsargument aangewend. Vaak zonder veel kritische zin worden citaten uit de Eed gebruikt – en ook misbruikt – om het eigen standpunt kracht bij te zetten, wat dan weer door anderen in twijfel wordt getrokken.
Hiermee is duidelijk hoe belangrijk de hippocratische traditie blijft voor de medische ethiek. Er zijn weinig disciplines met een eeuwenoude inspiratiebron die nog zo kernachtig de huidige praktijk beïnvloedt. Dit boek analyseert de ware draagwijdte en betekenis van de hippocratische Eed en de medisch-ethische context waarin hij tot stand is gekomen. De betekenis ervan voor het actuele ethische debat in de geneeskunde is groot.
Deze uitgave is uiteraard van grote importantie voor elke medicus.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er onder meer psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde, cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Hiermee is duidelijk hoe belangrijk de hippocratische traditie blijft voor de medische ethiek. Er zijn weinig disciplines met een eeuwenoude inspiratiebron die nog zo kernachtig de huidige praktijk beïnvloedt. Dit boek analyseert de ware draagwijdte en betekenis van de hippocratische Eed en de medisch-ethische context waarin hij tot stand is gekomen. De betekenis ervan voor het actuele ethische debat in de geneeskunde is groot.
Deze uitgave is uiteraard van grote importantie voor elke medicus.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er onder meer psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde, cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Tussen één en allen. Residentiële behandeling van het moeilijk opvoedbare kind – Herwerkte versie (KOP-serie, nr 17)
€ 19,00
De residentiële hulpverlening aan kinderen en adolescenten kende de laatste decennia een enorme ontwikkeling. In plaats van een verzorgende of gezinsvervangende functie, kreeg ze veeleer een therapeutische opdracht. Men verwacht dat ze nieuwe groeikansen kan bieden aan kinderen die in hun ontwikkeling vastgelopen zijn. Centraal hierin staat het gebruik maken van gewone dagdagelijkse ervaringen, het zgn. therapeutische milieu. Hoe kan een instellingsteam deze opgave realiseren? Wat zijn de belangrijkste oriëntatiepunten bij de behandeling? Welke valkuilen zal men vermijden? Hoe kan men de gebruikte methodiek in therapeutisch perspectief plaatsen? Kunnen kritische incidenten ook tot een verdieping van de behandeling leiden? De titel van het boek, "Tussen één en allen", wijst op de spanning die vaak opgeroepen wordt tussen het beluisteren van het kind en de werkelijkheid van elke dag. De ontmoeting tussen het kind en de hulpverlener wordt er als de kern van de behandeling gezien. Dit is evenwel vaak een doelstelling op langere termijn. Intussen moet het kind ook zijn verweer en wantrouwen kunnen uitdrukken. De behandeling kent in deze zin een procesmatig verloop. Hierbij wordt enkel een beroep gedaan op gewone middelen. In een tijd van gesofisticeerde methodieken klinkt dit als een verfrissende boodschap.
In een eenvoudige taal en aan de hand van talloze voorbeelden verdedigt de auteur de methodiek van het residentiële werk vanuit een psycho-dynamisch standpunt.
Wilfried SMIS, doctor in de psychologie, is verbonden aan "De Berkjes", een Observatie- en Behandelingscentrum in Brugge.
Wilfried SMIS, doctor in de psychologie, is verbonden aan "De Berkjes", een Observatie- en Behandelingscentrum in Brugge.
Tussen één en allen. Residentiële behandeling van het moeilijk opvoedbare kind – Herwerkte versie (KOP-serie, nr 17)
€ 19,00
De residentiële hulpverlening aan kinderen en adolescenten kende de laatste decennia een enorme ontwikkeling. In plaats van een verzorgende of gezinsvervangende functie, kreeg ze veeleer een therapeutische opdracht. Men verwacht dat ze nieuwe groeikansen kan bieden aan kinderen die in hun ontwikkeling vastgelopen zijn. Centraal hierin staat het gebruik maken van gewone dagdagelijkse ervaringen, het zgn. therapeutische milieu. Hoe kan een instellingsteam deze opgave realiseren? Wat zijn de belangrijkste oriëntatiepunten bij de behandeling? Welke valkuilen zal men vermijden? Hoe kan men de gebruikte methodiek in therapeutisch perspectief plaatsen? Kunnen kritische incidenten ook tot een verdieping van de behandeling leiden? De titel van het boek, "Tussen één en allen", wijst op de spanning die vaak opgeroepen wordt tussen het beluisteren van het kind en de werkelijkheid van elke dag. De ontmoeting tussen het kind en de hulpverlener wordt er als de kern van de behandeling gezien. Dit is evenwel vaak een doelstelling op langere termijn. Intussen moet het kind ook zijn verweer en wantrouwen kunnen uitdrukken. De behandeling kent in deze zin een procesmatig verloop. Hierbij wordt enkel een beroep gedaan op gewone middelen. In een tijd van gesofisticeerde methodieken klinkt dit als een verfrissende boodschap.
In een eenvoudige taal en aan de hand van talloze voorbeelden verdedigt de auteur de methodiek van het residentiële werk vanuit een psycho-dynamisch standpunt.
Wilfried SMIS, doctor in de psychologie, is verbonden aan "De Berkjes", een Observatie- en Behandelingscentrum in Brugge.
Wilfried SMIS, doctor in de psychologie, is verbonden aan "De Berkjes", een Observatie- en Behandelingscentrum in Brugge.
Rozen in de knop. Over de kunst in het postmetafysische tijdperk
€ 19,90
Tegenover de eigentijdse kunst heersen overwegend reacties van onwennigheid tot vijandigheid. Toch is het fenomeen er en blijft het de opdracht zich er over te bezinnen.
Rozen in de knop reflectereert over de kunst van 1970 tot heden. Aan de hand van een aantal concrete werken dialogeert de auteur met deze kunst.
Het “metafysische” is de grote leidraad door het boek. Ons tijdperk heeft zichzelf uitgeroepen tot postmetafysisch. Een eerste vraag is: wat betekent dat? Het blijkt dat de kunst met al haar vezels verbonden is met dit einde van de metafysica. Zij werpt derhalve een verhelderend licht op wie wij thans zijn. En niet alleen dat. De hedendaagse kunst draagt zelf actief bij tot de bevrijding van eenduidige denkwijzen en waarheden. Maar is een postmetafysische mens wel mogelijk of wenselijk? Een kunst die zich blijvend wil handhaven in het ametafysische, is wellicht tenslotte uitzichtloos. Net zoals een a-metafysiche cultuur onleefbaar zou kunnen zijn. Mogelijk ligt de toekomst erin dat het metafysische, na de dood van de metafysica, opnieuw voorzichtig een weg kan zoeken. Ook daarvan zijn zekere sporen te ontdekken in de actuele kunst. Geven we die een kans of blijven we liever volharden in de “metafysische paranoia” die het Westen kenmerkt?
Rozen in de knop reflectereert over de kunst van 1970 tot heden. Aan de hand van een aantal concrete werken dialogeert de auteur met deze kunst.
Het “metafysische” is de grote leidraad door het boek. Ons tijdperk heeft zichzelf uitgeroepen tot postmetafysisch. Een eerste vraag is: wat betekent dat? Het blijkt dat de kunst met al haar vezels verbonden is met dit einde van de metafysica. Zij werpt derhalve een verhelderend licht op wie wij thans zijn. En niet alleen dat. De hedendaagse kunst draagt zelf actief bij tot de bevrijding van eenduidige denkwijzen en waarheden. Maar is een postmetafysische mens wel mogelijk of wenselijk? Een kunst die zich blijvend wil handhaven in het ametafysische, is wellicht tenslotte uitzichtloos. Net zoals een a-metafysiche cultuur onleefbaar zou kunnen zijn. Mogelijk ligt de toekomst erin dat het metafysische, na de dood van de metafysica, opnieuw voorzichtig een weg kan zoeken. Ook daarvan zijn zekere sporen te ontdekken in de actuele kunst. Geven we die een kans of blijven we liever volharden in de “metafysische paranoia” die het Westen kenmerkt?
Rozen in de knop. Over de kunst in het postmetafysische tijdperk
€ 19,90
Tegenover de eigentijdse kunst heersen overwegend reacties van onwennigheid tot vijandigheid. Toch is het fenomeen er en blijft het de opdracht zich er over te bezinnen.
Rozen in de knop reflectereert over de kunst van 1970 tot heden. Aan de hand van een aantal concrete werken dialogeert de auteur met deze kunst.
Het “metafysische” is de grote leidraad door het boek. Ons tijdperk heeft zichzelf uitgeroepen tot postmetafysisch. Een eerste vraag is: wat betekent dat? Het blijkt dat de kunst met al haar vezels verbonden is met dit einde van de metafysica. Zij werpt derhalve een verhelderend licht op wie wij thans zijn. En niet alleen dat. De hedendaagse kunst draagt zelf actief bij tot de bevrijding van eenduidige denkwijzen en waarheden. Maar is een postmetafysische mens wel mogelijk of wenselijk? Een kunst die zich blijvend wil handhaven in het ametafysische, is wellicht tenslotte uitzichtloos. Net zoals een a-metafysiche cultuur onleefbaar zou kunnen zijn. Mogelijk ligt de toekomst erin dat het metafysische, na de dood van de metafysica, opnieuw voorzichtig een weg kan zoeken. Ook daarvan zijn zekere sporen te ontdekken in de actuele kunst. Geven we die een kans of blijven we liever volharden in de “metafysische paranoia” die het Westen kenmerkt?
Rozen in de knop reflectereert over de kunst van 1970 tot heden. Aan de hand van een aantal concrete werken dialogeert de auteur met deze kunst.
Het “metafysische” is de grote leidraad door het boek. Ons tijdperk heeft zichzelf uitgeroepen tot postmetafysisch. Een eerste vraag is: wat betekent dat? Het blijkt dat de kunst met al haar vezels verbonden is met dit einde van de metafysica. Zij werpt derhalve een verhelderend licht op wie wij thans zijn. En niet alleen dat. De hedendaagse kunst draagt zelf actief bij tot de bevrijding van eenduidige denkwijzen en waarheden. Maar is een postmetafysische mens wel mogelijk of wenselijk? Een kunst die zich blijvend wil handhaven in het ametafysische, is wellicht tenslotte uitzichtloos. Net zoals een a-metafysiche cultuur onleefbaar zou kunnen zijn. Mogelijk ligt de toekomst erin dat het metafysische, na de dood van de metafysica, opnieuw voorzichtig een weg kan zoeken. Ook daarvan zijn zekere sporen te ontdekken in de actuele kunst. Geven we die een kans of blijven we liever volharden in de “metafysische paranoia” die het Westen kenmerkt?

Digitaal onderwijs is anders
€ 9,50
Het lijkt erop dat de tijd van volle boekentassen definitief voorbij is. De computer rukt op in het onderwijs. Internet dient zich aan als de snelle en actuele leverancier van inhouden waarmee leerlingen aan de slag kunnen. Het oefenen van vaardigheden met behulp van de computer is aantrekkelijk, interactief en past bij het verlangen ''maatwerk'' te leveren in het onderwijs.
Maar het werken met computers, de toepassing van Internet in het onderwijs, vraagt om een nieuwe didactiek. Groepswerk met behulp van computers stelt andere eisen dan het werken met groepjes in de klas. Internet en de royale mogelijkheden van software bieden voor leerlingen ongekende mogelijkheden. Maar hoe bewaken en beoordelen we in school de prestaties van leerlingen, hoe beschermen we de privacy?
De auteurs zijn allen verbonden aan WIJS in Onderwijs (WiO). Deze organisatie organiseert een scala aan conferenties en cursussen voor het onderwijs. Wi0 speelt in op actuele veranderingen en problematiek binnen het onderwijs.
Digitaal onderwijs is anders is tot stand gekomen in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam en School voor de Toekomst.
Maar het werken met computers, de toepassing van Internet in het onderwijs, vraagt om een nieuwe didactiek. Groepswerk met behulp van computers stelt andere eisen dan het werken met groepjes in de klas. Internet en de royale mogelijkheden van software bieden voor leerlingen ongekende mogelijkheden. Maar hoe bewaken en beoordelen we in school de prestaties van leerlingen, hoe beschermen we de privacy?
De auteurs zijn allen verbonden aan WIJS in Onderwijs (WiO). Deze organisatie organiseert een scala aan conferenties en cursussen voor het onderwijs. Wi0 speelt in op actuele veranderingen en problematiek binnen het onderwijs.
Digitaal onderwijs is anders is tot stand gekomen in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam en School voor de Toekomst.

Digitaal onderwijs is anders
€ 9,50
Het lijkt erop dat de tijd van volle boekentassen definitief voorbij is. De computer rukt op in het onderwijs. Internet dient zich aan als de snelle en actuele leverancier van inhouden waarmee leerlingen aan de slag kunnen. Het oefenen van vaardigheden met behulp van de computer is aantrekkelijk, interactief en past bij het verlangen ''maatwerk'' te leveren in het onderwijs.
Maar het werken met computers, de toepassing van Internet in het onderwijs, vraagt om een nieuwe didactiek. Groepswerk met behulp van computers stelt andere eisen dan het werken met groepjes in de klas. Internet en de royale mogelijkheden van software bieden voor leerlingen ongekende mogelijkheden. Maar hoe bewaken en beoordelen we in school de prestaties van leerlingen, hoe beschermen we de privacy?
De auteurs zijn allen verbonden aan WIJS in Onderwijs (WiO). Deze organisatie organiseert een scala aan conferenties en cursussen voor het onderwijs. Wi0 speelt in op actuele veranderingen en problematiek binnen het onderwijs.
Digitaal onderwijs is anders is tot stand gekomen in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam en School voor de Toekomst.
Maar het werken met computers, de toepassing van Internet in het onderwijs, vraagt om een nieuwe didactiek. Groepswerk met behulp van computers stelt andere eisen dan het werken met groepjes in de klas. Internet en de royale mogelijkheden van software bieden voor leerlingen ongekende mogelijkheden. Maar hoe bewaken en beoordelen we in school de prestaties van leerlingen, hoe beschermen we de privacy?
De auteurs zijn allen verbonden aan WIJS in Onderwijs (WiO). Deze organisatie organiseert een scala aan conferenties en cursussen voor het onderwijs. Wi0 speelt in op actuele veranderingen en problematiek binnen het onderwijs.
Digitaal onderwijs is anders is tot stand gekomen in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam en School voor de Toekomst.
Onderwijskansen voor jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Een verkenning
€ 23,00
Jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen stellen hun directe omgeving, het onderwijs en de samenleving op de proef. Erg vaak verloopt hun schoolcarrière allesbehalve rimpelloos.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
Onderwijskansen voor jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Een verkenning
€ 23,00
Jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen stellen hun directe omgeving, het onderwijs en de samenleving op de proef. Erg vaak verloopt hun schoolcarrière allesbehalve rimpelloos.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
De Vlaamse Onderwijsraad onderzoekt in deze probleemverkenning hoe men de onderwijskansen van deze jongeren kan verbeteren, in de eerste plaats in het buitengewoon secundair onderwijs. Wat kenmerkt deze leerlingen? Hoe kan een school een beter inzicht krijgen in de problemen van deze jongeren om zo betere leervoorwaarden te scheppen? Welke rol kunnen vrienden en familie spelen? Hoc kan men de onderwijsvoorzieningen beter aanpassen aan dc noden van deze leerlingen? Wat komt de conflictpreventie ten goede?
Op de achtergrond is altijd de zorg aanwezig voor de professionele en emotionele uitdagingen waaraan de leraar het hoofd moet bieden. Hoc kan men leraren beter ondersteunen? Welke begeleidings- of opleidingsbehoeften hebben zij? De Vlor belicht ook de noodzaak om de netwerkvorming tussen scholen onderling en tussen scholen en zorginstanties te versterken.
De wetenschappers en ervaringsdeskundigen die hebben meegewerkt aan deze probleemverkenning, behandelen het thema vanuit uiteenlopende invalshoeken. Een bewuste keuze omdat jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen precies behoefte hebben aan een geïntegreerde, multidisciplinaire benadering.
Le français du XXIe siècle. Introduction à la francophonie. Eléments de phonétique, de phonologie et de morphologie
€ 29,00
Quelle est la place du français parmi les 6.500 à 7.000 langues dans le monde? Qu''est-ce que la francophonie? Quel(s) français et quels dialectes parle-t-on en France - dans l''Hexagone - et qu''en est-il du français non hexagonal? Comment faire une bonne description scientifique du français et quelles techniques la linguistique contemporaine applique-t-elle à cet effet? Voici quelques questions fondamentales auxquelles nous tentons de répondre dans les trois premiers chapitres de cet ouvrage.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Le français du XXIe siècle. Introduction à la francophonie. Eléments de phonétique, de phonologie et de morphologie
€ 29,00
Quelle est la place du français parmi les 6.500 à 7.000 langues dans le monde? Qu''est-ce que la francophonie? Quel(s) français et quels dialectes parle-t-on en France - dans l''Hexagone - et qu''en est-il du français non hexagonal? Comment faire une bonne description scientifique du français et quelles techniques la linguistique contemporaine applique-t-elle à cet effet? Voici quelques questions fondamentales auxquelles nous tentons de répondre dans les trois premiers chapitres de cet ouvrage.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Suit alors une étude approfondie des sons et des mots du français. Comment l''homme produit-il et entend-il les sons? Qu''est-ce qu''un son et comment acquiert-il une fonction linguistique? Comment passe-t-on du son au mot? Quelles sortes de mots y a-t-il? Cette introduction à la francophonie, à la phonétique, à la phonologie et à la morphologie constitue une première prise de connaissance d''une approche scientifique d''une langue vivante, en l''occurrence du français contemporain.
Blindness and the multi-sensorial city (met cd-rom)
€ 44,00
What is the result of developing a very specific dialogue, between people with a visual impairment and non-disabled people, in a very specific environment, the historic environment of a city? This dialogue process, wich defines a cultural model of disability, is the central theme in this book. It builds on the need for adapting and modifying the environment rather than the person. This book envisions the making of a multi-sensorial city, one in which a visual esthetics is questioned by the need for functionality, other forms of perception such as tactile and auditory, and considering the co-existence of the historical and the supermodern, including the impact of new technologies. By taking visual limitations as a starting point, fresh departures are taken with questions on the development of a local accessibility policy, the design of multi-sensorial environments, and possible applications in tourism and education. At a more fundamental theoretical level, this book inquires about the nature of disability, the city and their dialectics.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Blindness and the multi-sensorial city (met cd-rom)
€ 44,00
What is the result of developing a very specific dialogue, between people with a visual impairment and non-disabled people, in a very specific environment, the historic environment of a city? This dialogue process, wich defines a cultural model of disability, is the central theme in this book. It builds on the need for adapting and modifying the environment rather than the person. This book envisions the making of a multi-sensorial city, one in which a visual esthetics is questioned by the need for functionality, other forms of perception such as tactile and auditory, and considering the co-existence of the historical and the supermodern, including the impact of new technologies. By taking visual limitations as a starting point, fresh departures are taken with questions on the development of a local accessibility policy, the design of multi-sensorial environments, and possible applications in tourism and education. At a more fundamental theoretical level, this book inquires about the nature of disability, the city and their dialectics.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Patrick Devlieger is associate professor in the Department of Social and Cultural Anthropology, University of Leuven (Belgium) and research assistant professor at the Department of Disability and Human Development, University of Illinois at Chicago.
Frank Renders is a graduate student researcher in anthropology at the University of Leuven.
Hubert Froyen is professor in architecture at the Provinciale Hogeschool Limburg.
Kristel Wildiers is equal chances consultant at the City of Leuven.
Van Clovis tot … di Rupo. De lange weg van de naties in de Lage Landen (Reeks Historama, nr. 1)
€ 30,00
175 jaar geleden voltooide België, als eerste land op het Europese continent, zijn omvorming van een eeuwenoude Ancien Régime-samenleving tot een moderne natiestaat. Uit het enthousiasme van die Revolutie van 1830 ontstond een beweging voor het alzijdig gebruiken van de volkstaal als cultuur- en bestuurstaal. Die “Vlaamse beweging” schiep, in de loop van generaties, een Vlaamse subnatie binnen de Belgische natie, en lokte als reactie een Waalse beweging uit. In de twintigste eeuw keerden beide bewegingen zich tegen het unitaire België. In 1970 werd de federalisering ingezet, die sindsdien leidde tot een steeds verdergaande ontmanteling van de Belgische staat.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Van Clovis tot … di Rupo. De lange weg van de naties in de Lage Landen (Reeks Historama, nr. 1)
€ 30,00
175 jaar geleden voltooide België, als eerste land op het Europese continent, zijn omvorming van een eeuwenoude Ancien Régime-samenleving tot een moderne natiestaat. Uit het enthousiasme van die Revolutie van 1830 ontstond een beweging voor het alzijdig gebruiken van de volkstaal als cultuur- en bestuurstaal. Die “Vlaamse beweging” schiep, in de loop van generaties, een Vlaamse subnatie binnen de Belgische natie, en lokte als reactie een Waalse beweging uit. In de twintigste eeuw keerden beide bewegingen zich tegen het unitaire België. In 1970 werd de federalisering ingezet, die sindsdien leidde tot een steeds verdergaande ontmanteling van de Belgische staat.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Lode Wils, emeritus hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de K.U. Leuven, beschreef het ontstaan en de ontwikkeling van ons proto-nationaal en nationaal bewustzijn, vanaf de Middeleeuwen tot nu. Als eerste heeft hij hiervoor gebruik gemaakt van de heel verhelderende inzichten, verworden door het internationaal historisch en sociologisch onderzoek naar het fenomeen natievorming.
Grootse patiënten, kleine therapeuten. Narcisme en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 1)
€ 15,90
Het is een populaire opvatting de narcist te zien als iemand die niet in staat is een ander lief te hebben en die alleen zichzelf graag ziet en bewondert. We kunnen ons ook een persoon voorstellen die mooi en aantrekkelijk denkt te zijn en wiens autocentrisme de vorm aanneemt van fascinatie door en voor het eigen imago.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Grootse patiënten, kleine therapeuten. Narcisme en psychotherapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 1)
€ 15,90
Het is een populaire opvatting de narcist te zien als iemand die niet in staat is een ander lief te hebben en die alleen zichzelf graag ziet en bewondert. We kunnen ons ook een persoon voorstellen die mooi en aantrekkelijk denkt te zijn en wiens autocentrisme de vorm aanneemt van fascinatie door en voor het eigen imago.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Sinds Freud in 1914 dit begrip introduceerde, zijn de opvattingen zowel over de psychopathologie, de psychodynamiek als de psychogenese sterk geëvolueerd. Hiermee gaan uiteenlopende strekkingen over de psychotherapeutische implicaties gepaard. Zo maakt het met name een groot verschil of we het narcisme beschouwen als een fixatie in de ontwikkeling dan wel als een secundaire, defensieve formatie: of narcisme deel uitmaakt van de algemeen menselijke psychologie dan wel verwijst naar een stoornis.
Hoe kunnen we het psychisch lijden van de narcistische patiënt begrijpen? Hoe kunnen we hem uit de gevangenis van het spiegelpaleis of van de echokamer bevrijden? En wat als zijn narcisme soelaas biedt voor nog grotere pijnen? En hoe zit het met narcisme in onze cultuur?
Wellicht mede door de soms hevige tegenoverdrachtsgevoelens van o.a. onmacht en nietigheid die narcistische patiënten oproepen genieten psychoanalytische therapeuten het (voor sommige twijfelachtige) voorrecht zich over deze problematiek te ontfermen. Het is en blijft immers een harde nood om te kraken. Uit diverse psychoanalytische windstreken wordt vanuit hedendaagse inzichten rond psychotherapie en narcisme gereflecteerd.
Met bijdragen van Jan Cambien, Marc Hebbrecht, Thierry Simonelli, Erik Ceysens, Luc Moyson en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is hoofdgeneesheer van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem, Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Luc Moyson is beleidspsycholoog in een residentieel psychoanalytisch programma voor adolescenten in het U.C. Sint- Jozef in Kortenberg, psychoanalytisch psychotherapeut, opleider en supervisor in de Specialisatie Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven en heeft een zelfstandige praktijk. Hij is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en bestuurslid van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapies.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Leven met een hoofdprobleem. Neuropsychologische gevolgen van een niet-aangeboren hersenletsel
€ 18,90
Bij patiënten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) komen neuropsychologische problemen veelvuldig voor. Neuropsychologische problemen kunnen cognitieve stoornissen (bv. Geheugenproblemen), emotionele problemen (bv. Depressieve stemming en verwerkingsproblemen) en gedragsveranderingen (bv. Onverschillig of ontremd gedrag) zijn.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Leven met een hoofdprobleem. Neuropsychologische gevolgen van een niet-aangeboren hersenletsel
€ 18,90
Bij patiënten met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) komen neuropsychologische problemen veelvuldig voor. Neuropsychologische problemen kunnen cognitieve stoornissen (bv. Geheugenproblemen), emotionele problemen (bv. Depressieve stemming en verwerkingsproblemen) en gedragsveranderingen (bv. Onverschillig of ontremd gedrag) zijn.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
Dit boek wil in begrijpbare taal de neuropsychologische problemen uitleggen die een NAH-patiënt kan hebben. Het laat de lezer kennis maken met de wetenschap, met name de neuropsychologie, die toelaat deze problemen te onderzoeken en te behandelen.
Kurt Beeckmans, neuropsycholoog, werkt in het Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen in Duffel en is als assistent-docent verbonden aan de Vakgroep Cognitieve en Fysiologische Psychologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Karla Michiels, neuropsychologe, werkt bij de Dienst Motorische Revalidatie van het Universitair Ziekenhuis Leuven (Campus Pellenberg).
Beide auteurs hebben ruime ervaring op het vlak van neuropsychologische revalidatie van patiënten met een NAH.
