Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethodeis: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethodeis: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Van keukentafel tot ‘God’. Belgische, Italiaanse en Marokkaanse ouders over identiteit en opvoeding
€ 39,00
Waarom gebruiken Italiaanse Belgen een keukentafel om
zich van Belgen, en ‘God’ om zich van Marokkanen te
onderscheiden? Op welke wijze onderscheiden autochtone
Belgen en Marokkaanse Belgen zich van ‘de andere’? Meer
nog, wat betekent dit voor de opvoeding van hun kinderen?
Het gezin is de plek bij uitstek waar het socialisatieproces van
kinderen zich voltrekt. Identiteiten worden er geconstrueerd
en overgedragen met de ouders als spilfi guren. In dit boek
worden de ideeën en ervaringen van ouders omtrent etnische
identiteiten en genderidentiteiten bestudeerd. Hiervoor
werden 42 ouders van Belgische, Italiaanse en Marokkaanse
origine bevraagd.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Van keukentafel tot ‘God’. Belgische, Italiaanse en Marokkaanse ouders over identiteit en opvoeding
€ 39,00
Waarom gebruiken Italiaanse Belgen een keukentafel om
zich van Belgen, en ‘God’ om zich van Marokkanen te
onderscheiden? Op welke wijze onderscheiden autochtone
Belgen en Marokkaanse Belgen zich van ‘de andere’? Meer
nog, wat betekent dit voor de opvoeding van hun kinderen?
Het gezin is de plek bij uitstek waar het socialisatieproces van
kinderen zich voltrekt. Identiteiten worden er geconstrueerd
en overgedragen met de ouders als spilfi guren. In dit boek
worden de ideeën en ervaringen van ouders omtrent etnische
identiteiten en genderidentiteiten bestudeerd. Hiervoor
werden 42 ouders van Belgische, Italiaanse en Marokkaanse
origine bevraagd.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Geen voorraad

Geen voorraad

Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
