
Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten
Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).

Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten
Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Werkboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basisboek en een werkboek. In dit werkboek vindt u werkbladen, een methode om stap voor stap het Timbolied aan te leren, de Timbokijkwijzer en beloningsstickers.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Werkboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basisboek en een werkboek. In dit werkboek vindt u werkbladen, een methode om stap voor stap het Timbolied aan te leren, de Timbokijkwijzer en beloningsstickers.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking (SOB-Katernen, nr. 9)
We schetsen een aantal uitgangspunten die de schoolvisie op sociaal-emotionele ontwikkeling beïnvloeden. Het bepalen van de beginsituatie van de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling is het vertrekpunt om doelen te selecteren. Hoe we doelen realiseren vindt u terug in de aanpak. We beschrijven hierbij heel wat concrete suggesties en voorbeelden. Het evalueren van de sociaal-emotionele ontwikkeling helpt ons om te komen tot een nieuwe beeldvorming. De betrokkenheid van ouders zorgt ervoor dat wat we aanleren, functioneel en zinvol is.
Deze uitgave kwam tot stand door én voor mensen die in de praktijk werken met leelringen met een matige of ernstige verstandelijke beperking. Het boek biedt een houvast of kader om een individueel handelingsplan, groepswerkplan of schoolwerkplan op te stellen waarin het sociaal-emotioneel functioneren van deze kinderen of jongeren een belangrijke plaats heeft.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking (SOB-Katernen, nr. 9)
We schetsen een aantal uitgangspunten die de schoolvisie op sociaal-emotionele ontwikkeling beïnvloeden. Het bepalen van de beginsituatie van de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling is het vertrekpunt om doelen te selecteren. Hoe we doelen realiseren vindt u terug in de aanpak. We beschrijven hierbij heel wat concrete suggesties en voorbeelden. Het evalueren van de sociaal-emotionele ontwikkeling helpt ons om te komen tot een nieuwe beeldvorming. De betrokkenheid van ouders zorgt ervoor dat wat we aanleren, functioneel en zinvol is.
Deze uitgave kwam tot stand door én voor mensen die in de praktijk werken met leelringen met een matige of ernstige verstandelijke beperking. Het boek biedt een houvast of kader om een individueel handelingsplan, groepswerkplan of schoolwerkplan op te stellen waarin het sociaal-emotioneel functioneren van deze kinderen of jongeren een belangrijke plaats heeft.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Schopenhauer lezen
In deze publicatie staan hedendaagse filosofen uit Vlaanderen en Nederland stil bij Schopenhauers filosofie en gaan ze na wat ze betekent voor hun eigen denken. Waarom lezen zij Schopenhauer? De thema’s die hierbij aan bod komen, behoren tot de domeinen van de epistemologie, de metafysica, de esthetiek, de ethiek en de filosofie van de religie.
Torben Wolfs, filosoof en theoloog, is als mandaatassistent verbonden aan het Departement Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen.
Schopenhauer lezen
In deze publicatie staan hedendaagse filosofen uit Vlaanderen en Nederland stil bij Schopenhauers filosofie en gaan ze na wat ze betekent voor hun eigen denken. Waarom lezen zij Schopenhauer? De thema’s die hierbij aan bod komen, behoren tot de domeinen van de epistemologie, de metafysica, de esthetiek, de ethiek en de filosofie van de religie.
Torben Wolfs, filosoof en theoloog, is als mandaatassistent verbonden aan het Departement Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen.

De leraar als pedagoog en didacticus? Bijdragen van onderwijsonderzoekers
Vragen die je daarbij kan stellen zijn: wat betekent dit voor de feitelijkeonderwijsleeromgeving? Waar ligt de bewijskracht dat de leraar een goedepedagoog is die ook in didactisch opzicht optimaal functioneert?
Vanuit deze gezichtspunten is de auteurs gevraagd te beschrijven wat zij vanuithun specifieke deskundigheid noodzakelijk vinden om de vraag te beantwoordenhoe een balans te vinden is tussen pedagogisch sensitief en didactisch verantwoordhandelen in het onderwijs.Deze bijdragen worden aangevuld met hoofdstukken van gerenommeerdeonderzoekers die over hun werk binnen het thema ‘De leraar als pedagoog endidacticus?’ rapporteren.

De leraar als pedagoog en didacticus? Bijdragen van onderwijsonderzoekers
Vragen die je daarbij kan stellen zijn: wat betekent dit voor de feitelijkeonderwijsleeromgeving? Waar ligt de bewijskracht dat de leraar een goedepedagoog is die ook in didactisch opzicht optimaal functioneert?
Vanuit deze gezichtspunten is de auteurs gevraagd te beschrijven wat zij vanuithun specifieke deskundigheid noodzakelijk vinden om de vraag te beantwoordenhoe een balans te vinden is tussen pedagogisch sensitief en didactisch verantwoordhandelen in het onderwijs.Deze bijdragen worden aangevuld met hoofdstukken van gerenommeerdeonderzoekers die over hun werk binnen het thema ‘De leraar als pedagoog endidacticus?’ rapporteren.
De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief
Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.
In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.
Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.
Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.
Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.
Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.
Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.
De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief
Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.
In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.
Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.
Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.
Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.
Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.
Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.
De ontwikkeling van kinderen met problemen. Gewoon anders
Kinderen met (dreigende of al ernstig gebleken) problemen ontwikkelen zich opvallend. Ze kunnen onder andere opvallen ten opzichte van een algemene standaard, bijvoorbeeld wanneer de gemiddelde ontwikkeling als norm geldt, maar ook ten opzichte van hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld als daarin op een bepaald moment om wat voor interne of externe reden dan ook een niet-verwachte verandering optreedt. Een ontwikkeling die zó opvallend is dat ze als ‘niet-normaal’ wordt beschouwd, roept vragen op: Wie bepaalt de norm voor wat ‘normaal’ is? Wanneer zijn betrouwbare uitspraken over afwijkingen van de norm mogelijk? Zijn zulke problemen te voorkomen? Is het ethisch verantwoord om preventief in een ontwikkeling te interveniëren voor een probleem dat wellicht nooit ontstaat? Wat is het doel van interventie: het bereiken of zo dicht mogelijk benaderen van de ‘normale’ ontwikkeling? In dit boek bekennen pedagogen kleur en expliciteren ze de vaak impliciete stellingen die tegenover zulke vragen worden ingenomen. Ze geven aan wat voor hen de actuele richtinggevende ideeën zijn op het gebied van diagnostiek en interventie. Zo is het boek meteen een interessante toetssteen voor elke pedagogische hulpverlener die wil reflecteren over de eigen opvattingen en interpretaties.
Dit boek verscheen ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Bieuwe van der Meulen en prof. dr. Tjalling Zandberg, beiden hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De redacteuren zijn allen verbonden aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn hoogleraar, Han Nakken is emeritus-hoogleraar, Ineke Oenema-Mostert is universitair docent, Johan Strijker is universitair hoofddocent. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn ook (co)auteur en co redacteur van verscheidene andere Garant-publicaties.
De ontwikkeling van kinderen met problemen. Gewoon anders
Kinderen met (dreigende of al ernstig gebleken) problemen ontwikkelen zich opvallend. Ze kunnen onder andere opvallen ten opzichte van een algemene standaard, bijvoorbeeld wanneer de gemiddelde ontwikkeling als norm geldt, maar ook ten opzichte van hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld als daarin op een bepaald moment om wat voor interne of externe reden dan ook een niet-verwachte verandering optreedt. Een ontwikkeling die zó opvallend is dat ze als ‘niet-normaal’ wordt beschouwd, roept vragen op: Wie bepaalt de norm voor wat ‘normaal’ is? Wanneer zijn betrouwbare uitspraken over afwijkingen van de norm mogelijk? Zijn zulke problemen te voorkomen? Is het ethisch verantwoord om preventief in een ontwikkeling te interveniëren voor een probleem dat wellicht nooit ontstaat? Wat is het doel van interventie: het bereiken of zo dicht mogelijk benaderen van de ‘normale’ ontwikkeling? In dit boek bekennen pedagogen kleur en expliciteren ze de vaak impliciete stellingen die tegenover zulke vragen worden ingenomen. Ze geven aan wat voor hen de actuele richtinggevende ideeën zijn op het gebied van diagnostiek en interventie. Zo is het boek meteen een interessante toetssteen voor elke pedagogische hulpverlener die wil reflecteren over de eigen opvattingen en interpretaties.
Dit boek verscheen ter gelegenheid van het emeritaat van prof. dr. Bieuwe van der Meulen en prof. dr. Tjalling Zandberg, beiden hoogleraar in de Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De redacteuren zijn allen verbonden aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn hoogleraar, Han Nakken is emeritus-hoogleraar, Ineke Oenema-Mostert is universitair docent, Johan Strijker is universitair hoofddocent. Erik Knorth en Wied Ruijssenaars zijn ook (co)auteur en co redacteur van verscheidene andere Garant-publicaties.

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.

Arduin – Meer dan een dak boven je hoofd. Het einde van de inrichting. Toen werd wonen weer heel gewoon (Arduin-Serie, nr. 9)
Zij worden nauwelijks als serieuze medeburgers gezien. ‘Inclusie’ is een nieuw en uitdagend begrip. In een inclusieve samenleving is plaats voor iedereen. ‘Mogen meedoen’ is dan geen vraag meer. Ook mensen met een verstandelijke beperking horen er, vanzelfsprekend, bij.
Vele inrichtingen zijn geworteld in oude gedachten en tradities. Wat eens als gewin voor zwakke en ontheemde mensen mocht gelden, is nu niet meer dan een bron tot aangeleerde hulpeloosheid en een geringe kwaliteit van leven.
Arduin is de organisatie in Nederland die de inrichting totaal heeft ontmanteld. Cliënten wonen in een normale woning, hebben werk, kunnen zich scholen en nemen deel aan maatschappelijke processen. Moeilijker is het diepgewortelde beheersdenken te doorbreken in het process naar ondersteuningsgericht werken.
Dit boek geeft praktijkvoorbeelden over hun wonen en de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking. Zij blijken veel meer te kunnen dan de gemiddelde opinie doet denken. Cliënten, ouders en medewerkers komen aan het woord. Tevens geeft het boek aanvulling op de visie en organisatorische opzet van de stichting Arduin, zoals die in eerdere boeken uit de Arduin-serie beschreven staan.
Onno Jongewaard werkte van 1994 tot 2008 als lijnmanager bij Arduin in Middelburg.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De aarde heeft kamers genoeg. Hoe vertalers omgaan met culturele identiteit in het werk van Erwin Mortier (Taal en cultuur in vertaling, nr. 2)
De redacteurs, Michaël Hinderdael, Lieve Jooken en Heili Verstraete zijn verbonden aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Advertising research. Message, Medium and Context
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
Advertising research. Message, Medium and Context
This book compiles the best research reports presented at the 7th ICORIA - International Conference on Research in Advertising - conference, organized by the European Advertising Academy (E.A.A.).
Patrick De Pelsmacker is Professor of Marketing at the University of Antwerp and Ghent University. His research focuses upon the study of marketing communication, advertising effectiveness, social marketing and consumer behaviour in general.
Nathalie Dens works as FWO (Research Foundation) fellow in the Marketing Department of the University of Antwerp, Faculty of Applied Economics. Her research interests are in marketing communications in general and the effectiveness of advertising for different branding strategies in particular.
