(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
€ 25,00
Door de nauwe contacten met duizenden tinnituspatiënten gedurende de afgelopen jaren werd de auteur één ding heel duidelijk: mensen zijn op zoek naar antwoorden op de talrijke vragen die de klacht tinnitus oproept. WAT is tinnitus? HOE heb ik dit gekregen? Is er iets ERNSTIGS aan de hand? Geraak ik hier ooit nog van VERLOST? Deze vragen gaan vaak gepaard met ongerustheid en angst. Het niet vinden van antwoorden en/of de nodige ondersteuning geeft aanleiding tot nog meer vragen, bezorgdheden en angsten.
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
€ 25,00
Door de nauwe contacten met duizenden tinnituspatiënten gedurende de afgelopen jaren werd de auteur één ding heel duidelijk: mensen zijn op zoek naar antwoorden op de talrijke vragen die de klacht tinnitus oproept. WAT is tinnitus? HOE heb ik dit gekregen? Is er iets ERNSTIGS aan de hand? Geraak ik hier ooit nog van VERLOST? Deze vragen gaan vaak gepaard met ongerustheid en angst. Het niet vinden van antwoorden en/of de nodige ondersteuning geeft aanleiding tot nog meer vragen, bezorgdheden en angsten.
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
€ 20,50
Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich vanaf de vroege kleuterjaren niet in hun sas. Het sterke contrast tussen hun heel snelle cognitieve ontwikkeling en de andere ontwikkelingsaspecten, is vaak een bron van irritatie en onzekerheid.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
€ 20,50
Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich vanaf de vroege kleuterjaren niet in hun sas. Het sterke contrast tussen hun heel snelle cognitieve ontwikkeling en de andere ontwikkelingsaspecten, is vaak een bron van irritatie en onzekerheid.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
€ 65,00
Dit vademecum biedt handvaten voor het ontwerpen van groene ruimten vanuit een duurzame ambitie. Eerst komen een aantal sleutelbegrippen aan bod. Vervolgens toont het aan hoe een geïntegreerde synthese van meerschalig, meerlagig en meervoudig ontwerpen kan leiden tot kwalitatieve en duurzame groene ruimten. Specifieke aandacht gaat hierbij naar praktische ‘tips and tricks’. Daarnaast bevat dit vademecum een draaiboek dat in zeven fasen het projectproces beschrijft om groene ruimten te maken, ongeacht hun schaal, complexiteit of context. Ten slotte biedt het ook een overzicht van hulpmiddelen, zoals analyse-instrumenten, methodieken, toetsingsinstrumenten en planvormen. Voorbeeldprojecten uit binnen- en buitenland illustreren elk deel.
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
€ 65,00
Dit vademecum biedt handvaten voor het ontwerpen van groene ruimten vanuit een duurzame ambitie. Eerst komen een aantal sleutelbegrippen aan bod. Vervolgens toont het aan hoe een geïntegreerde synthese van meerschalig, meerlagig en meervoudig ontwerpen kan leiden tot kwalitatieve en duurzame groene ruimten. Specifieke aandacht gaat hierbij naar praktische ‘tips and tricks’. Daarnaast bevat dit vademecum een draaiboek dat in zeven fasen het projectproces beschrijft om groene ruimten te maken, ongeacht hun schaal, complexiteit of context. Ten slotte biedt het ook een overzicht van hulpmiddelen, zoals analyse-instrumenten, methodieken, toetsingsinstrumenten en planvormen. Voorbeeldprojecten uit binnen- en buitenland illustreren elk deel.
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Btw-eetjes deel 20
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het twintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarophet antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 20
€ 43,00
Dit boek vormt intussen reeds het twintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit twintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarophet antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
€ 25,00
Themanummer 20 jaar Geïntegreerde Politie in België (deel 2).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
€ 25,00
Themanummer 20 jaar Geïntegreerde Politie in België (deel 2).
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
€ 25,60
Als hechten moeilijk is gaat over kinderen en jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen. Het boek is met name geschreven voor ambulante werkers in de jeugdzorg.
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
€ 25,60
Als hechten moeilijk is gaat over kinderen en jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen. Het boek is met name geschreven voor ambulante werkers in de jeugdzorg.
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
€ 15,00
Ton Vink
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken?In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken?In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
€ 15,00
Ton Vink
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken?In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken?In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
€ 32,50
Engaged Learning enables students to apply theory to a context outside of the University by addressing societal concerns, challenges or needs, while producing knowledge in an equitable, mutually beneficial partnership. Through participating in Engaged Learning, students develop self-efficacy and enhance their employability, while local communities benefit from the skills and knowledge of a supervised student researcher.
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
€ 32,50
Engaged Learning enables students to apply theory to a context outside of the University by addressing societal concerns, challenges or needs, while producing knowledge in an equitable, mutually beneficial partnership. Through participating in Engaged Learning, students develop self-efficacy and enhance their employability, while local communities benefit from the skills and knowledge of a supervised student researcher.
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
€ 35,00
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on their localities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contexts outside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. Engaged Learning provides students with the skills which increase their employability, and improve their personal and professional development, while communities gain access to skills to help develop, evaluate, or communicate their work about actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
€ 35,00
Globally, there are growing calls for Higher Education Institutions to become more civically engaged and socially relevant while increasing public interest in the impact of universities on their localities and regions. Engaged Learning facilitates students to apply theory to real-world contexts outside of the University and to co-produce knowledge with and for the community. Engaged Learning provides students with the skills which increase their employability, and improve their personal and professional development, while communities gain access to skills to help develop, evaluate, or communicate their work about actual societal challenges.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
€ 26,50
Hoe word je een folkmuzikant? Het is een muzikale en persoonlijke reis langs veel verschillende wegen. Folkmuzikant worden is een proces waar bij de context van groot belang is: de gemeenschap van folkmuzikanten, de inbedding in de traditie, de sociale beleving van muziek spelen en het leren van elkaar.
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
€ 26,50
Hoe word je een folkmuzikant? Het is een muzikale en persoonlijke reis langs veel verschillende wegen. Folkmuzikant worden is een proces waar bij de context van groot belang is: de gemeenschap van folkmuzikanten, de inbedding in de traditie, de sociale beleving van muziek spelen en het leren van elkaar.
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
€ 25,00
Themanummer 20 jaar Geïntegreerde Politie in België (deel 1).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
€ 25,00
Themanummer 20 jaar Geïntegreerde Politie in België (deel 1).
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
€ 35,00
De migratie van de voorbije eeuw maakt onze samenleving vandaag superdivers. Dat zie je ook in gezinnen. Steeds meer kinderen groeien op in gezinnen waar een of beide ouders een migratieachtergrond hebben. Steeds meer gezinnen leven over grenzen heen, als deel van transnationale families.
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
€ 35,00
De migratie van de voorbije eeuw maakt onze samenleving vandaag superdivers. Dat zie je ook in gezinnen. Steeds meer kinderen groeien op in gezinnen waar een of beide ouders een migratieachtergrond hebben. Steeds meer gezinnen leven over grenzen heen, als deel van transnationale families.
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.