Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)

 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst, en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland vinden tevens een plaats.

Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

Quick View

Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)

 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst, en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland vinden tevens een plaats.

Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)

 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.

De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?



La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.

En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Placeholder Image
Quick View

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)

 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.

De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?



La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.

En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België

 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de Negationismewet van 1995.

De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.

Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.

Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5

Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.

Quick View

Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België

 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de Negationismewet van 1995.

De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.

Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.

Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5

Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Preventieve mediation

 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities - al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.

Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.

Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.

Quick View

Preventieve mediation

 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities - al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.

Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.

Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)

 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht. Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag 1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’ regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde. Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.

Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.

Quick View

Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)

 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht. Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag 1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’ regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde. Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.

Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij

 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht, staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van de vraag waar de politie voor staat.

Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.

In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

Quick View

De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij

 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht, staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van de vraag waar de politie voor staat.

Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.

In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)

 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust, eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.

The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.

Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.

This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

Placeholder Image
Quick View

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)

 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust, eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.

The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.

Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.

This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)

 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)

 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Placeholder Image
Quick View

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis

 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.

Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.

Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.

Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Placeholder Image
Quick View

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis

 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.

Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.

Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.

Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Taalgebruik in het bedrijfsleven

 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van de wetgeving die in België het taalgebruik in het bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.

In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Placeholder Image
Quick View

Taalgebruik in het bedrijfsleven

 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van de wetgeving die in België het taalgebruik in het bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.

In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)

 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt, en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’ voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische ‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in het ‘evidence based’ debat.

Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.

Quick View

Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)

 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt, en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’ voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische ‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in het ‘evidence based’ debat.

Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×