Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Quick View

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

 55,00

Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

 55,00

Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

 61,40

In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Quick View

Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

 61,40

In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Quick View

Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Quick View

Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

 50,90

Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


Geen voorraad
Quick View

Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

 50,90

Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Quick View

Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

Quick View

Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Placeholder Image
Quick View

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Quick View

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Quick View

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×