Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie

