Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)

 100,00

Subscription details

Contents:

Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns

Articles

Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas

Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang

Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman

Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

Placeholder Image
Quick View

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)

 100,00

Subscription details

Contents:

Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns

Articles

Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas

Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang

Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman

Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Macht en mediation

 28,30

De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.

In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.

Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.

Placeholder Image
Quick View

Macht en mediation

 28,30

De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.

In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.

Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht en duurzame ontwikkeling

 30,80

Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.

Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.



Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.

Geen voorraad
Quick View

Recht en duurzame ontwikkeling

 30,80

Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.

Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.



Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs

 31,90

Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.

Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.



Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Quick View

Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs

 31,90

Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.

Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.



Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek Neurologische communicatiestoornissen

 35,90

Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).

De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.

Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.



Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.

Quick View

Handboek Neurologische communicatiestoornissen

 35,90

Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).

De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.

Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.



Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty

 100,00

Subscription details

Contents:

Introduction
M. Egan

Articles

Tackling Trafficking in Human Beings in a security integrated Europe
Addressing the challenges using Trafficking Schematics

A.Koulouri (1)

Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking schematics to capture and visualise THB in its entirety. Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges, such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas. To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding of the phenomenon and facilitating collaboration to address it. The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.

Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory

(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.

Migration and crime
A spatial analysis in a borderless Europe

A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)

Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and inform crime reduction policies.

Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention

(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.

EU Integrated and Re-Integrated Security
The Position of the UK after the Opt-Out – or Brexit?

S. Hufnagel (1)

Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission, in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35 measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would be

Geen voorraad
Quick View

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty

 100,00

Subscription details

Contents:

Introduction
M. Egan

Articles

Tackling Trafficking in Human Beings in a security integrated Europe
Addressing the challenges using Trafficking Schematics

A.Koulouri (1)

Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking schematics to capture and visualise THB in its entirety. Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges, such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas. To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding of the phenomenon and facilitating collaboration to address it. The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.

Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory

(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.

Migration and crime
A spatial analysis in a borderless Europe

A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)

Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and inform crime reduction policies.

Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention

(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.

EU Integrated and Re-Integrated Security
The Position of the UK after the Opt-Out – or Brexit?

S. Hufnagel (1)

Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission, in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35 measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would be

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen