Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Set (Beeldboek + Werkboek + Handleiding)
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema. Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
De set ´Nu en straks´ (beeldboek, werkboek en handboek) maakt deze moeilijke onderwerpen bespreekbaar.
Beeldboek
Het Beeldboek kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Meer info
Werkboek
Naast het Beeldboek is er een Werkboek, dat in de eerste plaats bestemd is voor de zieke zelf. Hij kan hierin zelf, of iemand uit het netwerk, gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Meer info
Handboek
De Handleiding biedt achtergrondinformatie voor begeleiders en hulpverleners, zoals familieleden, artsen, paramedici en iedereen die betrokken is bij de zieke. Het is immers niet gemakkelijk om over ziekte en sterfte te praten. Bovendien moeten keuzes worden gemaakt om de levenskwaliteit zo lang mogelijk optimaal te houden. Dat is een hele opgave naarmate de situatie ernstiger wordt.
Naast toelichting over onderwerpen als ongeneeslijke ziekte, verstandelijke beperking, palliatieve zorg, bevat de Handleiding heel concrete tips bij het gebruik van het Beeldboek.
Meer info
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Set (Beeldboek + Werkboek + Handleiding)
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema. Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
De set ´Nu en straks´ (beeldboek, werkboek en handboek) maakt deze moeilijke onderwerpen bespreekbaar.
Beeldboek
Het Beeldboek kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Meer info
Werkboek
Naast het Beeldboek is er een Werkboek, dat in de eerste plaats bestemd is voor de zieke zelf. Hij kan hierin zelf, of iemand uit het netwerk, gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Meer info
Handboek
De Handleiding biedt achtergrondinformatie voor begeleiders en hulpverleners, zoals familieleden, artsen, paramedici en iedereen die betrokken is bij de zieke. Het is immers niet gemakkelijk om over ziekte en sterfte te praten. Bovendien moeten keuzes worden gemaakt om de levenskwaliteit zo lang mogelijk optimaal te houden. Dat is een hele opgave naarmate de situatie ernstiger wordt.
Naast toelichting over onderwerpen als ongeneeslijke ziekte, verstandelijke beperking, palliatieve zorg, bevat de Handleiding heel concrete tips bij het gebruik van het Beeldboek.
Meer info
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Van De Stijl en Het Overzicht tot De Driehoek. Belgisch-Nederlandse netwerken in het modernistische interbellum.
Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er interessante Belgisch- Nederlandse netwerken van modernistische kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jozef Peeters en Michel Seuphor. Zij werkten samen in gemeenschappelijke projecten, bespraken elkaars werk in de ter beschikking staande media en construeerden zo hun reputaties. Uiteraard ook door te intrigeren, door werk te antedateren, door te roddelen en elkaar vliegen af te vangen.
Theo van Doesburg was in al deze strategieën zeer gehaaid en verschool zich zelfs bij gelegenheid achter een destijds niet bekende alter ego als I.K. Bonset. Maar ook de Antwerpenaren Peeters en Seuphor, redacteuren van het tijdschrift Het Overzicht, lieten zich niet onbetuigd om de steun te winnen van onder anderen Paul van Ostaijen, Carel Willink, E. du Perron, Wobbe Alkema en diens collega’s bij de Groninger Kunstkring De Ploeg. De oprichting van de tijdschriften De Driehoek en later Avontuur zijn het resultaat van deze coöperatie. Ook andere samenwerkingsverbanden komen aan de orde, zoals de relatie tussen Charley Toorop en de Brusselse kunsthandel Sélection.
Door de vele citaten uit brieven en essays brengt van dit boek de bijzondere en dynamische
wereld van het modernistische interbellum tot leven.
Sjoerd van Faassen is werkzaam bij het Letterkundig Museum
in Den Haag en is ook redacteur van het literair-historische
tijdschrift Zacht Lawijd.
August Hans den Boef was tot voor kort werkzaam aan de
Hogeschool van Amsterdam. In Nederlandse en Vlaamse
tijdschriften verschijnen geregeld bijdragen van zijn hand
over moderne literatuur en geschiedenis, politiek en religie,
en popmuziek.
Van De Stijl en Het Overzicht tot De Driehoek. Belgisch-Nederlandse netwerken in het modernistische interbellum.
Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er interessante Belgisch- Nederlandse netwerken van modernistische kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jozef Peeters en Michel Seuphor. Zij werkten samen in gemeenschappelijke projecten, bespraken elkaars werk in de ter beschikking staande media en construeerden zo hun reputaties. Uiteraard ook door te intrigeren, door werk te antedateren, door te roddelen en elkaar vliegen af te vangen.
Theo van Doesburg was in al deze strategieën zeer gehaaid en verschool zich zelfs bij gelegenheid achter een destijds niet bekende alter ego als I.K. Bonset. Maar ook de Antwerpenaren Peeters en Seuphor, redacteuren van het tijdschrift Het Overzicht, lieten zich niet onbetuigd om de steun te winnen van onder anderen Paul van Ostaijen, Carel Willink, E. du Perron, Wobbe Alkema en diens collega’s bij de Groninger Kunstkring De Ploeg. De oprichting van de tijdschriften De Driehoek en later Avontuur zijn het resultaat van deze coöperatie. Ook andere samenwerkingsverbanden komen aan de orde, zoals de relatie tussen Charley Toorop en de Brusselse kunsthandel Sélection.
Door de vele citaten uit brieven en essays brengt van dit boek de bijzondere en dynamische
wereld van het modernistische interbellum tot leven.
Sjoerd van Faassen is werkzaam bij het Letterkundig Museum
in Den Haag en is ook redacteur van het literair-historische
tijdschrift Zacht Lawijd.
August Hans den Boef was tot voor kort werkzaam aan de
Hogeschool van Amsterdam. In Nederlandse en Vlaamse
tijdschriften verschijnen geregeld bijdragen van zijn hand
over moderne literatuur en geschiedenis, politiek en religie,
en popmuziek.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar ‘jonge wilden’. Joodse schrijvers over de Shoah (Academisch Literair, nr. 8)
Overleven in verhalen biedt een vergelijkend historisch overzicht van literatuur over de Shoah van voornamelijk Europese en Israëlische auteurs.
Het boek schetst een breed panorama dat laat zien hoe verschillende generaties auteurs de Holocaust tot uitdrukking hebben gebracht.
Er is aandacht voor de literatuur van ooggetuigen (Primo Levi, Elie Wiesel, Jean Améry, Paul Steinberg), voor de literatuur van auteurs die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kinderen waren (Jona Oberski, Ischa Meijer, Ruth Klüger, Aharon Appelfeld, Saul Friedländer, Lisette Lewin, Chaja Polak, Judith Herzberg) en voor de overgang van autobiografie naar fictieve verbeelding (Imre Kertész). Ook de omgekeerde beweging van fictie naar biografie komt aan de orde (Amos Oz).
In de latere hoofdstukken zijn auteurs aan het woord die gekozen hebben voor het experiment: Hans Keilson, Edgar Hilsenrath en Romain Gary als vertegenwoordigers van het ‘morele experiment’, David Grossman en Marcel Möring als vertegenwoordigers van het ‘literaire experiment’. Arnon Grunberg heeft naast Maxim Biller en Alessandro Piperno een plaats in het hoofdstuk over de ‘jonge wilden’. Met Daniel Mendelsohn ten slotte komt een vertegenwoordiger van de derde generatie in Amerika aan het woord.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Elrud Ibsch was hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam van 1976 tot 2000.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar ‘jonge wilden’. Joodse schrijvers over de Shoah (Academisch Literair, nr. 8)
Overleven in verhalen biedt een vergelijkend historisch overzicht van literatuur over de Shoah van voornamelijk Europese en Israëlische auteurs.
Het boek schetst een breed panorama dat laat zien hoe verschillende generaties auteurs de Holocaust tot uitdrukking hebben gebracht.
Er is aandacht voor de literatuur van ooggetuigen (Primo Levi, Elie Wiesel, Jean Améry, Paul Steinberg), voor de literatuur van auteurs die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kinderen waren (Jona Oberski, Ischa Meijer, Ruth Klüger, Aharon Appelfeld, Saul Friedländer, Lisette Lewin, Chaja Polak, Judith Herzberg) en voor de overgang van autobiografie naar fictieve verbeelding (Imre Kertész). Ook de omgekeerde beweging van fictie naar biografie komt aan de orde (Amos Oz).
In de latere hoofdstukken zijn auteurs aan het woord die gekozen hebben voor het experiment: Hans Keilson, Edgar Hilsenrath en Romain Gary als vertegenwoordigers van het ‘morele experiment’, David Grossman en Marcel Möring als vertegenwoordigers van het ‘literaire experiment’. Arnon Grunberg heeft naast Maxim Biller en Alessandro Piperno een plaats in het hoofdstuk over de ‘jonge wilden’. Met Daniel Mendelsohn ten slotte komt een vertegenwoordiger van de derde generatie in Amerika aan het woord.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Elrud Ibsch was hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam van 1976 tot 2000.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Binding en burgerschap. Buurtbetrokkenheid in Rotterdam en Den Haag
Over stedelijk burgerschap worden levendige discussies gevoerd. Het gaat daarbij onder meer om succesfactoren van burgerinitiatieven, de relatie tussen burger en overheid, de rol die sociale netwerken spelen bij burgerparticipatie, en om hoe verschillende bevolkingsgroepen vorm geven aan actief burgerschap.
Dit boek wil een bijdrage leveren aan de discussies over stedelijk burgerschap, gebaseerd op onderzoeken die zijn uitgevoerd in Rotterdam en Den Haag. Hieraan hebben zowel studenten en docenten van hogeschool Inholland als externe deskundigen meegewerkt.
De huidige stand van het onderzoek naar burgerschap wordt weergegeven. Actuele vormen van binding en burgerschap worden in kaart gebracht op Noordereiland in Rotterdam en in het Statenkwartier in Den Haag. Een onderzoek uit 1963 op het Noordereiland werd recent enigszins herhaald, zodat je als lezer twee ‘plaatjes’ van binding en burgerschap met elkaar kunt vergelijken. Op het Noordereiland is ook gekeken naar community art in relatie tot burgerschap. In Den Haag is bovendien gekeken naar de ervaringen met een aantal burgerinitiatieven en hoe de gemeente daarmee is omgegaan.
Het boek laat zien hoe in verschillende buurten de
inzet voor de publieke zaak uiteenlopende vormen
van stedelijk burgerschap oplevert. Niet alle vormen
worden door de overheid gezien en op waarde
geschat. Een gemiste kans, aangezien die
(terugtredende) overheid een actieve en omvangrijke
civil society wil.
Arend Odé studeerde sociale geografie aan de Universiteit Utrecht en is associate lector Dynamiek van de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de stad.
Meer informatie over het lectoraat op www.inholland.nl/dynamiekvandestad.
Eerder verschenen bij het lectoraat Dynamiek van de Stad:
Binding en burgerschap. Buurtbetrokkenheid in Rotterdam en Den Haag
Over stedelijk burgerschap worden levendige discussies gevoerd. Het gaat daarbij onder meer om succesfactoren van burgerinitiatieven, de relatie tussen burger en overheid, de rol die sociale netwerken spelen bij burgerparticipatie, en om hoe verschillende bevolkingsgroepen vorm geven aan actief burgerschap.
Dit boek wil een bijdrage leveren aan de discussies over stedelijk burgerschap, gebaseerd op onderzoeken die zijn uitgevoerd in Rotterdam en Den Haag. Hieraan hebben zowel studenten en docenten van hogeschool Inholland als externe deskundigen meegewerkt.
De huidige stand van het onderzoek naar burgerschap wordt weergegeven. Actuele vormen van binding en burgerschap worden in kaart gebracht op Noordereiland in Rotterdam en in het Statenkwartier in Den Haag. Een onderzoek uit 1963 op het Noordereiland werd recent enigszins herhaald, zodat je als lezer twee ‘plaatjes’ van binding en burgerschap met elkaar kunt vergelijken. Op het Noordereiland is ook gekeken naar community art in relatie tot burgerschap. In Den Haag is bovendien gekeken naar de ervaringen met een aantal burgerinitiatieven en hoe de gemeente daarmee is omgegaan.
Het boek laat zien hoe in verschillende buurten de
inzet voor de publieke zaak uiteenlopende vormen
van stedelijk burgerschap oplevert. Niet alle vormen
worden door de overheid gezien en op waarde
geschat. Een gemiste kans, aangezien die
(terugtredende) overheid een actieve en omvangrijke
civil society wil.
Arend Odé studeerde sociale geografie aan de Universiteit Utrecht en is associate lector Dynamiek van de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de stad.
Meer informatie over het lectoraat op www.inholland.nl/dynamiekvandestad.
Eerder verschenen bij het lectoraat Dynamiek van de Stad:
