Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
€ 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
€ 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
€ 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
€ 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
€ 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht.
De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag
naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht)
en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen
huwelijken.
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
€ 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht.
De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag
naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht)
en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen
huwelijken.
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding
€ 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd
door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in
samenwerking met diverse partners aan beide kanten
van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende
editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek
uit te geven, met als rode draad de evolutie
inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de
Scheldemonding.
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding
€ 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd
door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in
samenwerking met diverse partners aan beide kanten
van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende
editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek
uit te geven, met als rode draad de evolutie
inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de
Scheldemonding.
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.
Substantive Criminal Law of the European Union
€ 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition,
the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
Substantive Criminal Law of the European Union
€ 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition,
the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )
€ 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )
€ 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution
€ 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute
resolution processes.
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.
Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution
€ 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute
resolution processes.
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.
Geen voorraad

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011
€ 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die
vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011
€ 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die
vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave
€ 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuring
van onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzake
huishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,
de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijke
overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen
een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te
worden op deze “verhuurovereenkomsten”.
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave
€ 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuring
van onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzake
huishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,
de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijke
overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen
een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te
worden op deze “verhuurovereenkomsten”.
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen is niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexe handeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieve onroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgische rechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aan bod.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.


