Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
















