Garant
Garant

Garant is een informatief- en algemeen-wetenschappelijke uitgeverij voor studie, praktijk en onderzoek.

Garant richt de aandacht vooral op boeken als studie-instrument.

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)

 150,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.



Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.

Quick View

Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)

 150,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.



Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)

 32,00
De jaren zestig waren een confronterende tijd voor veel schrijvers. Terwijl betogingen en sit-ins de straten kleurden in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten, leken de aloude literaire middelen enkel afstand te creëren tussen auteur en wereld. Schrijvers wilden deelnemen en experimenteerden met manieren om tekstueel met de geobserveerde en gewenste veranderingen in de buitenwereld om te gaan. In Tegen het verzinnen bestudeert de auteur de ‘documentaire tendens’ die in die context opgang maakte: een diverse groep auteurs besloot namelijk om afstand te nemen van de traditionele fictie om in de plaats daarvan de werkelijkheid te documenteren. Er verschenen interviewboeken, collages met daarin allerhande ‘realiteitsfragmenten’ en auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus besloten om reportages te gaan schrijven. Tegen het verzinnen biedt een overzicht van die verzameling experimenten, met veel aandacht voor de context van de lange jaren zestig en enkele diepgaande analyses van opmerkelijke case-studies.



Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.

Quick View

Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)

 32,00
De jaren zestig waren een confronterende tijd voor veel schrijvers. Terwijl betogingen en sit-ins de straten kleurden in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten, leken de aloude literaire middelen enkel afstand te creëren tussen auteur en wereld. Schrijvers wilden deelnemen en experimenteerden met manieren om tekstueel met de geobserveerde en gewenste veranderingen in de buitenwereld om te gaan. In Tegen het verzinnen bestudeert de auteur de ‘documentaire tendens’ die in die context opgang maakte: een diverse groep auteurs besloot namelijk om afstand te nemen van de traditionele fictie om in de plaats daarvan de werkelijkheid te documenteren. Er verschenen interviewboeken, collages met daarin allerhande ‘realiteitsfragmenten’ en auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus besloten om reportages te gaan schrijven. Tegen het verzinnen biedt een overzicht van die verzameling experimenten, met veel aandacht voor de context van de lange jaren zestig en enkele diepgaande analyses van opmerkelijke case-studies.



Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS

 18,90
Iedereen kan een ledemaat, een spier of een weefsel overbelasten of beschadigen, ook personen met AD(H)D en ASS. Voor het herstel ervan kun je een beroep doen op een fysiotherapeut (in Nederland) of een kinesitherapeut (in België). Maar niet altijd is een fysio- of kinesitherapeut voldoende ingespeeld op patiënten met AD(H)D en ASS. Deze patiënten vinden het behandelingstraject dan psychisch te zwaar en breken trajecten dan voortijdig af, zodat de lichamelijke klachten onnodig lang blijven duren. En dat is jammer, want enkele kleine aanpassingen in de behandeling zouden een groot verschil kunnen maken.

Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.



Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.

Quick View

Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS

 18,90
Iedereen kan een ledemaat, een spier of een weefsel overbelasten of beschadigen, ook personen met AD(H)D en ASS. Voor het herstel ervan kun je een beroep doen op een fysiotherapeut (in Nederland) of een kinesitherapeut (in België). Maar niet altijd is een fysio- of kinesitherapeut voldoende ingespeeld op patiënten met AD(H)D en ASS. Deze patiënten vinden het behandelingstraject dan psychisch te zwaar en breken trajecten dan voortijdig af, zodat de lichamelijke klachten onnodig lang blijven duren. En dat is jammer, want enkele kleine aanpassingen in de behandeling zouden een groot verschil kunnen maken.

Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.



Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie

 21,50
Veel mensen met dementie laten zien dat een menswaardig leven mogelijk is na de diagnose van dementie. Naast lijden is er ook kwaliteit van leven. De meeste mensen met dementie worden niet dement, maar blijven mensen met gevoel die steeds meer leven op de dag, in het hier en nu. In dit boek komen zoveel mogelijk mensen met dementie zelf aan het woord. Een mozaïek van de belevingswereld van zichzelf en de wereld om hen heen. Mensen met dementie zijn kwetsbaar en afhankelijk van anderen om zich heel te kunnen voelen. Als wij begrijpen wat zij van ons nodig hebben, kunnen wij hen ondersteunen om goed en waardig te kunnen leven. Mensen met dementie kunnen ons op hun beurt veel leren over de zin van het leven, het ouder worden en de dood. Lessen over de kracht van kwetsbaarheid.



Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.

Quick View

Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie

 21,50
Veel mensen met dementie laten zien dat een menswaardig leven mogelijk is na de diagnose van dementie. Naast lijden is er ook kwaliteit van leven. De meeste mensen met dementie worden niet dement, maar blijven mensen met gevoel die steeds meer leven op de dag, in het hier en nu. In dit boek komen zoveel mogelijk mensen met dementie zelf aan het woord. Een mozaïek van de belevingswereld van zichzelf en de wereld om hen heen. Mensen met dementie zijn kwetsbaar en afhankelijk van anderen om zich heel te kunnen voelen. Als wij begrijpen wat zij van ons nodig hebben, kunnen wij hen ondersteunen om goed en waardig te kunnen leven. Mensen met dementie kunnen ons op hun beurt veel leren over de zin van het leven, het ouder worden en de dood. Lessen over de kracht van kwetsbaarheid.



Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)

 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven dat deze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.

Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.

In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?

In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.

Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.

In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?

Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.

Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?

Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.



Geen voorraad
Quick View

‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)

 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven dat deze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.

Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.

In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?

In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.

Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.

In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?

Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.

Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?

Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid

 32,00
De problematiek van hoogsensitiviteit wordt vaak besproken vanuit de psychologie en de psychotherapie. In dit boek vertrekt de auteur van een andere invalshoek: het werken via het lichaam van de persoon en de intense verbondenheid en wederzijdse beïnvloeding van lichaam en geest. De auteur belicht, naast de psychologische, ook de lichamelijke aspecten van hooggevoeligheid. Persoonlijke groei kan zelfs starten vanuit het lichaam: via het ‘wijze’ lichaam kan iemand zijn weke en emotionele hooggevoeligheid laten evolueren naar een veerkrachtige fijngevoeligheid.

In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.

Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.



Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.

Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.

Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.

Quick View

Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid

 32,00
De problematiek van hoogsensitiviteit wordt vaak besproken vanuit de psychologie en de psychotherapie. In dit boek vertrekt de auteur van een andere invalshoek: het werken via het lichaam van de persoon en de intense verbondenheid en wederzijdse beïnvloeding van lichaam en geest. De auteur belicht, naast de psychologische, ook de lichamelijke aspecten van hooggevoeligheid. Persoonlijke groei kan zelfs starten vanuit het lichaam: via het ‘wijze’ lichaam kan iemand zijn weke en emotionele hooggevoeligheid laten evolueren naar een veerkrachtige fijngevoeligheid.

In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.

Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.



Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.

Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.

Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)

 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de beste vrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaar verbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht in beleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.



Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.

Quick View

Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)

 31,00
Broers en zussen, kortweg 'siblings', dat zijn relaties voor het leven. Soms zijn ze de beste vrienden, soms komt er afstand in hun relatie, toch blijven ze voor altijd met elkaar verbonden. Vreemd genoeg krijgt deze unieke gezinsrelatie maar weinig aandacht in beleid, hulpverlening of onderzoek.
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.



Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving

 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.

Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.

Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.

Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?

Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.

In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.



Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.

Quick View

Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving

 42,00
Wat heeft probleemgedrag met autisme te maken? Eigenlijk niets: autisme maakt kinderen niet agressief of gevaarlijk. Veel vaker zijn kinderen met autisme zelfs slachtoffer van agressie dan dader.

Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.

Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.

Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?

Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.

In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.



Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII

 15,00
Wiskunde schijnt voor velen op zichzelf al luguber, maar hier gaat het over verhalen waarin een verwijzing zit naar wiskunde en schedels, moorden of WOII. Het woord wiskunde staat in de titel tussen aanhalingstekens, niet alleen omdat de vermelde wiskunde voor diehardmathematici geen ‘echte’ wiskunde is, maar ook omdat ze in de besproken voorbeelden al eens fout wordt toegepast.

Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.

Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.



Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.

Quick View

Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII

 15,00
Wiskunde schijnt voor velen op zichzelf al luguber, maar hier gaat het over verhalen waarin een verwijzing zit naar wiskunde en schedels, moorden of WOII. Het woord wiskunde staat in de titel tussen aanhalingstekens, niet alleen omdat de vermelde wiskunde voor diehardmathematici geen ‘echte’ wiskunde is, maar ook omdat ze in de besproken voorbeelden al eens fout wordt toegepast.

Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.

Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.



Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3

 19,00
Blikopener
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten

Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox

Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk

Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo

Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten

Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten


Geen voorraad
Quick View

Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3

 19,00
Blikopener
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten

Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox

Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk

Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo

Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten

Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lineair programmeren in de bedrijfskunde

 19,60
In dit boek wordt de wiskundige techniek van het lineair programmeren zo behandeld dat ook geïnteresseerden met een niet-wiskundige achtergrond er terecht kunnen.
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.



Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.

Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.

Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.

De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.

Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.

Quick View

Lineair programmeren in de bedrijfskunde

 19,60
In dit boek wordt de wiskundige techniek van het lineair programmeren zo behandeld dat ook geïnteresseerden met een niet-wiskundige achtergrond er terecht kunnen.
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.



Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.

Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.

Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.

De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.

Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat

 22,90
Tijdens de coronacrisis kwam de vraag op waarom de Europese Unie (EU) niet actiever ingrijpt. In dit boek wordt dit uit de doeken gedaan. Jammerkreten over ‘te veel EU’ en ‘te weinig EU’ wisselen elkaar af sinds de start van de Europese eenwording. De auteurs nemen duidelijk stelling: de kracht van de EU wordt bepaald door de kracht van de samenstellende delen, dus van de 27 lidstaten, zelfstandig opererende natiestaten, met hun eigen geschiedenis, tradities, taal en cultuur. Tegen die achtergrond worden actuele ontwikkelingen binnen de EU bekritiseerd, met meteen daarop aansluitend een tegengeluid van een andere auteur om de lezer zelf zijn conclusies te laten trekken.
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.



Quick View

Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat

 22,90
Tijdens de coronacrisis kwam de vraag op waarom de Europese Unie (EU) niet actiever ingrijpt. In dit boek wordt dit uit de doeken gedaan. Jammerkreten over ‘te veel EU’ en ‘te weinig EU’ wisselen elkaar af sinds de start van de Europese eenwording. De auteurs nemen duidelijk stelling: de kracht van de EU wordt bepaald door de kracht van de samenstellende delen, dus van de 27 lidstaten, zelfstandig opererende natiestaten, met hun eigen geschiedenis, tradities, taal en cultuur. Tegen die achtergrond worden actuele ontwikkelingen binnen de EU bekritiseerd, met meteen daarop aansluitend een tegengeluid van een andere auteur om de lezer zelf zijn conclusies te laten trekken.
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    ×