Leren met dyslexie – Deel 1: Onderzoek
€ 15,90
Hoe leren met mensen met dyslexie in het basis- en voortgezet onderwijs? Dit in beeld brengen
was het doel van de internet-enquête die aan de basis ligt van dit onderzoek. De auteur vroeg aan
mensen met dyslexie een antwoord op vragen als: Wat waren de b… meer
Op voorraad
Hoe leren met mensen met dyslexie in het basis- en voortgezet onderwijs? Dit in beeld brengen
was het doel van de internet-enquête die aan de basis ligt van dit onderzoek. De auteur vroeg aan
mensen met dyslexie een antwoord op vragen als: Wat waren de best behaalde resultaten in het basis-
en voortgezet onderwijs? Welk onderdeel binnen de taalvakken leidde tot de beste resultaten?
Wat was de reden van de goede resultaten?
Bijzonder aan dit onderzoek is dat het nagaat wat er wél goed gaat bij het leren met dyslexie, in
plaats van te focussen op wat er steeds fout loopt. Er tekenen zich een aantal opvallende lijnen af.
Mensen met dyslexie blijken een groot vermogen te hebben om verschillende leerstrategieën toe
te passen. Verrassend is ook dat het merendeel van de deelnemers aan het onderzoek goed in staat
blijken te zijn om te lezen en te schrijven, maar ze kunnen dit niet foutloos. Deze resultaten zijn
de aanleiding om na te gaan of de strategieën die men toepast om te kunnen leren, ook specifiek
toegepast kunnen worden bij het leren van de taalvakken, en dan met name bij het schrijven en lezen.
De resultaten worden uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd in Leren met dyslexie
Deel 2: Reflectie.
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.
Boek informatie
Gerelateerde producten
Dyslectisch… en dan?
Eerst legt zij uit welke leerstoornissen er bestaan en wat dyslexie precies is. Ze geeft vele voorbeelden uit het dagelijkse leven, anekdotes en tips.
Maar dyslexie hebben heeft niet alleen nadelen. Vooral voor kinderen is het erg belangrijk dat hun omgeving hun pluspunten bekrachtigt, ook wanneer het om ‘buitenschoolse’ talenten gaat. Tot slot volgt een overzicht van zeer eenvoudige maar afdoende hulpmiddelen voor in de klas, thuis en daarbuiten.
Rode draad door het hele boek zijn de concrete tips, de vaak humoristische verhalen en de korte doe-momenten. Mensen met dyslexie, van welke leeftijd ook, zullen zich gesteund voelen door het aanstekelijke optimisme van de auteur en zullen baat hebben bij alle inside tips.
Leerkrachten en ouders horen uit eerste hand wat het is om dyslexie te hebben en hoe ze het best kunnen helpen.
Bieke De Becker is leerkracht lichamelijke opvoeding aan Scholengemeenschap De Kraal in Herent. Voor Joker begeleidt ze (jongeren)reizen in Afrika. Zij heeft zelf dyslexie.
Dyslectisch… en dan?
Eerst legt zij uit welke leerstoornissen er bestaan en wat dyslexie precies is. Ze geeft vele voorbeelden uit het dagelijkse leven, anekdotes en tips.
Maar dyslexie hebben heeft niet alleen nadelen. Vooral voor kinderen is het erg belangrijk dat hun omgeving hun pluspunten bekrachtigt, ook wanneer het om ‘buitenschoolse’ talenten gaat. Tot slot volgt een overzicht van zeer eenvoudige maar afdoende hulpmiddelen voor in de klas, thuis en daarbuiten.
Rode draad door het hele boek zijn de concrete tips, de vaak humoristische verhalen en de korte doe-momenten. Mensen met dyslexie, van welke leeftijd ook, zullen zich gesteund voelen door het aanstekelijke optimisme van de auteur en zullen baat hebben bij alle inside tips.
Leerkrachten en ouders horen uit eerste hand wat het is om dyslexie te hebben en hoe ze het best kunnen helpen.
Bieke De Becker is leerkracht lichamelijke opvoeding aan Scholengemeenschap De Kraal in Herent. Voor Joker begeleidt ze (jongeren)reizen in Afrika. Zij heeft zelf dyslexie.
Psychiaters te koop
Walter Vandereycken is hoogleraar psychiatrie aan de KU Leuven en verbonden aan de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen in Tienen. Hij is hoofdredacteur van PsychoPraxis en auteur van talrijke boeken over psychiatrie, psychotherapie en eetstoornissen. Ron van Deth, psycholoog, is eindredacteur van PsychoPraxis en verbonden aan onder meer het Europees Instituut voor Educatie/De Baak in Driebergen. Samen met Walter Vandereycken schreef hij In therapie en Wegw!jze psychische problemen.
Psychiaters te koop
Walter Vandereycken is hoogleraar psychiatrie aan de KU Leuven en verbonden aan de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen in Tienen. Hij is hoofdredacteur van PsychoPraxis en auteur van talrijke boeken over psychiatrie, psychotherapie en eetstoornissen. Ron van Deth, psycholoog, is eindredacteur van PsychoPraxis en verbonden aan onder meer het Europees Instituut voor Educatie/De Baak in Driebergen. Samen met Walter Vandereycken schreef hij In therapie en Wegw!jze psychische problemen.
Het filosofisch café in acht vragen
Maar deze praktijk roept ook zelf filosofische en andere vragen op: Hoe laagdrempelig is zo’n cafe? Hoe overbodig de gespreksleider? Wat maakt een gesprek filosofisch?... Acht moderatoren en organisatoren maakten de oefening. Ze formuleerden voor dit boek een eigen vraag en geven ook hun antwoorden. Daarbij vormen realistisch-verbeelde gespreksfragmenten het onderzoeksmateriaal, zodat de lezer een duidelijk beeld krijgt van hoe het er in een filosofisch café of filocafé aan toe gaat. Zijn dit goede antwoorden? Maakt de auteur de juiste overwegingen? De lezer wordt meteen uitgenodigd om kritisch te lezen en hier mee over na te denken.
Sandra Aerts, master in Nederlandse en Duitse taal- en letterkunde en bachelor filosofie, is moderator bij het filocafé in Antwerpen en geeft opleidingen voor moderatoren. Ze begeleidt ook Socratische gesprekken, onder andere bij Vormingplus, een organisatie met 30 regionale centra.
Het filosofisch café in acht vragen
Maar deze praktijk roept ook zelf filosofische en andere vragen op: Hoe laagdrempelig is zo’n cafe? Hoe overbodig de gespreksleider? Wat maakt een gesprek filosofisch?... Acht moderatoren en organisatoren maakten de oefening. Ze formuleerden voor dit boek een eigen vraag en geven ook hun antwoorden. Daarbij vormen realistisch-verbeelde gespreksfragmenten het onderzoeksmateriaal, zodat de lezer een duidelijk beeld krijgt van hoe het er in een filosofisch café of filocafé aan toe gaat. Zijn dit goede antwoorden? Maakt de auteur de juiste overwegingen? De lezer wordt meteen uitgenodigd om kritisch te lezen en hier mee over na te denken.
Sandra Aerts, master in Nederlandse en Duitse taal- en letterkunde en bachelor filosofie, is moderator bij het filocafé in Antwerpen en geeft opleidingen voor moderatoren. Ze begeleidt ook Socratische gesprekken, onder andere bij Vormingplus, een organisatie met 30 regionale centra.
Willen we het weten? Leven met de ziekte van Huntington
De ziekte van Huntington is een ongeneeslijke neurologische aandoening die het denken en doen aantast en de persoonlijkheid uiteindelijk totaal verandert.
De eerste symptomen manifesteren zich doorgaans tussen het 35ste en 50ste levensjaar. De ziekte is erfelijk: Elk kind van een zieke ouder heeft 50% kans om de ziekte te krijgen. Dit brengt moeilijke dilemma’s met zich mee: Moet je je als kind van een ouder met Huntington laten testen? Heb je het recht om niet te weten? Maar wat als je zelf kinderen wil? Ook het leven van de partners van mensen met Huntington wordt omgegooid. Welke ondersteuning is er voor het gezin?
De auteur praatte met 31 familiaal betrokken personen (zieken, partners, kinderen met een 50% risico, gendragers) en verwerkte hun getuigenissen tot een fictieve familiegeschiedenis.
De hoofdrolspelers zijn Alma, haar partner Ludo en hun vier kinderen, een oudtante en een nicht. Door de wisselende perspectieven komen alle aspecten van de ziekte en de beleving ervan aan bod.
Het boek vervolgt met een wetenschappelijke uiteenzetting over de ziekte en predictief testen.
In het laatste deel worden ook concrete tips gegeven voor de zorg voor mensen met Huntington in de thuissituatie. Dit vraagt immers een aanpak op maat van deze aandoening.
Marjon Mol was coördinator van de Sociale Dienst bij de Huntington Liga. Ze begeleidde en trainde professionele zorgverleners in hun werk met personen met de ziekte van Huntington in de thuiszorg en de instellingenzorg in Zweden.
Willen we het weten? Leven met de ziekte van Huntington
De ziekte van Huntington is een ongeneeslijke neurologische aandoening die het denken en doen aantast en de persoonlijkheid uiteindelijk totaal verandert.
De eerste symptomen manifesteren zich doorgaans tussen het 35ste en 50ste levensjaar. De ziekte is erfelijk: Elk kind van een zieke ouder heeft 50% kans om de ziekte te krijgen. Dit brengt moeilijke dilemma’s met zich mee: Moet je je als kind van een ouder met Huntington laten testen? Heb je het recht om niet te weten? Maar wat als je zelf kinderen wil? Ook het leven van de partners van mensen met Huntington wordt omgegooid. Welke ondersteuning is er voor het gezin?
De auteur praatte met 31 familiaal betrokken personen (zieken, partners, kinderen met een 50% risico, gendragers) en verwerkte hun getuigenissen tot een fictieve familiegeschiedenis.
De hoofdrolspelers zijn Alma, haar partner Ludo en hun vier kinderen, een oudtante en een nicht. Door de wisselende perspectieven komen alle aspecten van de ziekte en de beleving ervan aan bod.
Het boek vervolgt met een wetenschappelijke uiteenzetting over de ziekte en predictief testen.
In het laatste deel worden ook concrete tips gegeven voor de zorg voor mensen met Huntington in de thuissituatie. Dit vraagt immers een aanpak op maat van deze aandoening.
Marjon Mol was coördinator van de Sociale Dienst bij de Huntington Liga. Ze begeleidde en trainde professionele zorgverleners in hun werk met personen met de ziekte van Huntington in de thuiszorg en de instellingenzorg in Zweden.











