Keizer Karel V in Andalusië. Wittebroodsweken
€ 19,50
Na het huwelijk van de jonge Karel V met Isabella van Portugal
in 1526 werd Granada een tijdlang het centrum van de
wereld. Welke invloed had het verblijf van Karel V en zijn hof
op stad en land?
Deze uitgave geeft een gedetailleerd verslag van de … meer
Op voorraad
Na het huwelijk van de jonge Karel V met Isabella van Portugal
in 1526 werd Granada een tijdlang het centrum van de
wereld. Welke invloed had het verblijf van Karel V en zijn hof
op stad en land?
Deze uitgave geeft een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen
in die tijd: de bruiloft van Karel en Isabella in Sevilla
en de feestelijkheden naar aanleiding daarvan, het conflict
van Karel V met de paus en met de lastige koning Frans I van
Frankrijk, problemen met de oorspronkelijke Moorse bevolking,
de verblijfplaats van het jonggehuwde paar enz. Er
wordt zelfs aandacht besteed aan de gerechten die bij Karel V
op tafel kwamen en wat hij in zijn vrije tijd deed.
Juan Antonio Vilar Sánchez studeerde middeleeuwse geschiedenis
in Keulen en moderne geschiedenis in Granada.
Hij promoveerde in de moderne en contemporaine geschiedenis
aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is internationaal
expert op het gebied van de Spaans-Nederlandse
betrekkingen in de 16de-17de eeuw. Ruim 30 jaar is hij onder
meer officieel gids bij de provincie Granada.
Mathilde F.L. Dresscher studeerde psychologie aan de Universiteit
Utrecht. Zij verbleef lange tijd in Granada, studeerde
Spaans en doceerde Spaans bij het volwassenenonderwijs
op diverse plaatsen in Nederland.
Aanvullende informatie
| Afmetingen | 21 × 15 cm |
|---|
Boek informatie
Gerelateerde producten
Leren met dyslexie – Deel 1: Onderzoek
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.
Leren met dyslexie – Deel 1: Onderzoek
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.

Slimmer dan je baas. Dyslexie op het werk – 2de licht gewijzigde druk
Veel dyslectici krijgen tijdens hun schooltijd te horen dat er beter van ze wordt verwacht, dat ze slim genoeg zijn maar zich meer moeten inzetten of zelfs dat ze dom of lui zijn. Ook als volwassene op de arbeidsmarkt krijgen veel dyslectici vaak het label ‘vreemd’ of ‘onnauwkeurig’ opgespeld. Dit boek biedt weerwoord, door het begrip dyslexie in een breder kader te plaatsen en te laten zien dat dyslectisch denken weliswaar afwijkend kan zijn, maar daardoor juist verfrissend en aanvullend kan werken.
Aan de hand van heldere voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en citaten uit tal van interviews met dyslectici, wordt meer inzicht gegeven in onder andere de werking van het dyslectische brein en in de psychologische gevolgen van dyslexie. Daarnaast worden concrete handvatten en talrijke tips geboden om beter om te gaan met de lastige kanten van het lezen, schrijven, communiceren en organiseren. Er worden suggesties gedaan voor meer wederzijds begrip en ook de arbeidsrechtelijke positie van dyslectici komt aan bod.
Dat maakt van Slimmer dan je baas een bron van informatie en inzicht, zowel voor dyslectici als voor hun (werk)omgeving.
Sjan Verhoeven is directeur van Dynamika, een bureau voor organisatie-advies, training en coaching voor volwassenen met dyslexie.
Jan van Nuland geeft met Valk&Uil, workshops dyslexie voor studenten en docenten in het Hoger Onderwijs.
Slimmer dan je baas. Dyslexie op het werk – 2de licht gewijzigde druk
Veel dyslectici krijgen tijdens hun schooltijd te horen dat er beter van ze wordt verwacht, dat ze slim genoeg zijn maar zich meer moeten inzetten of zelfs dat ze dom of lui zijn. Ook als volwassene op de arbeidsmarkt krijgen veel dyslectici vaak het label ‘vreemd’ of ‘onnauwkeurig’ opgespeld. Dit boek biedt weerwoord, door het begrip dyslexie in een breder kader te plaatsen en te laten zien dat dyslectisch denken weliswaar afwijkend kan zijn, maar daardoor juist verfrissend en aanvullend kan werken.
Aan de hand van heldere voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en citaten uit tal van interviews met dyslectici, wordt meer inzicht gegeven in onder andere de werking van het dyslectische brein en in de psychologische gevolgen van dyslexie. Daarnaast worden concrete handvatten en talrijke tips geboden om beter om te gaan met de lastige kanten van het lezen, schrijven, communiceren en organiseren. Er worden suggesties gedaan voor meer wederzijds begrip en ook de arbeidsrechtelijke positie van dyslectici komt aan bod.
Dat maakt van Slimmer dan je baas een bron van informatie en inzicht, zowel voor dyslectici als voor hun (werk)omgeving.
Sjan Verhoeven is directeur van Dynamika, een bureau voor organisatie-advies, training en coaching voor volwassenen met dyslexie.
Jan van Nuland geeft met Valk&Uil, workshops dyslexie voor studenten en docenten in het Hoger Onderwijs.
Dit is mijn hoofd niet meer. Over-leven met een gekwetst brein.
Er is een leven vóór en een leven ná het hersenletsel. En die twee zijn heel verschillend. Je hele bestaan wordt overhoop gehaald. Je gaat aan de slag om te revalideren. Tijdens de eerste periode kun je op heel wat steun rekenen en je probeert andere manieren te vinden om nog te doen wat je graag doet. Maar het stopt niet na die eerste periode. Stilaan wordt duidelijk met welke beperkingen je moet leren leven. En dan begint ook het gevecht tegen onbegrip.
Wie zelf een hersenletsel opgelopen heeft, herkent wellicht de situaties die de auteur beschrijft. Wie in zijn omgeving te maken krijgt met iemand met een gekwetst brein, leest hoe belangrijk blijvend begrip en steun voor de patiënt zijn. Laat dit boek een inspiratie zijn, ook als je niemand kent met een hersenletsel, want kleine gebaren van begrip en uitzonderingen op de standaardprocedure kunnen voor sommigen een wereld van verschil maken.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Dit is mijn hoofd niet meer. Over-leven met een gekwetst brein.
Er is een leven vóór en een leven ná het hersenletsel. En die twee zijn heel verschillend. Je hele bestaan wordt overhoop gehaald. Je gaat aan de slag om te revalideren. Tijdens de eerste periode kun je op heel wat steun rekenen en je probeert andere manieren te vinden om nog te doen wat je graag doet. Maar het stopt niet na die eerste periode. Stilaan wordt duidelijk met welke beperkingen je moet leren leven. En dan begint ook het gevecht tegen onbegrip.
Wie zelf een hersenletsel opgelopen heeft, herkent wellicht de situaties die de auteur beschrijft. Wie in zijn omgeving te maken krijgt met iemand met een gekwetst brein, leest hoe belangrijk blijvend begrip en steun voor de patiënt zijn. Laat dit boek een inspiratie zijn, ook als je niemand kent met een hersenletsel, want kleine gebaren van begrip en uitzonderingen op de standaardprocedure kunnen voor sommigen een wereld van verschil maken.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Schrijven met dyslexie
Dyslexie hoeft ook geen belemmering te zijn om een passende positie te verwerven in de maatschappij. Als hart onder de riem verzamelt dit boek verhalen, gedichten en brieven die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie van 6 tot 16 jaar. De auteur wil ‘lotgenoten’, maar ook de maatschappij laten zien dat kinderen met dyslexie vaak juist wel in staat zijn om creatief te schrijven, ook al kunnen ze dit niet foutloos.
Waar het om gaat, is de aandacht te verleggen naar wat wel goed gaat: de inhoud.
Deze boeiende bundel brengt een selectie verhalen, gedichten en brieven, die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie in het kader van het project ‘Schrijven met dyslexie’.
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, was lange tijd orthoagogisch werker. Hij verricht nu zelfstandig onderzoek vanuit een eigen praktijk in Deventer en publiceert over dyslexie.
Schrijven met dyslexie
Dyslexie hoeft ook geen belemmering te zijn om een passende positie te verwerven in de maatschappij. Als hart onder de riem verzamelt dit boek verhalen, gedichten en brieven die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie van 6 tot 16 jaar. De auteur wil ‘lotgenoten’, maar ook de maatschappij laten zien dat kinderen met dyslexie vaak juist wel in staat zijn om creatief te schrijven, ook al kunnen ze dit niet foutloos.
Waar het om gaat, is de aandacht te verleggen naar wat wel goed gaat: de inhoud.
Deze boeiende bundel brengt een selectie verhalen, gedichten en brieven, die geschreven zijn door kinderen en jongeren met dyslexie in het kader van het project ‘Schrijven met dyslexie’.
Léon Biezeman, zelf dyslectisch, was lange tijd orthoagogisch werker. Hij verricht nu zelfstandig onderzoek vanuit een eigen praktijk in Deventer en publiceert over dyslexie.


