“Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century” is toegevoegd aan je winkelwagen. Bekijk winkelwagen
Framing Europe. Television news and European integration
door C.H. de Vreese
Uitgever Spinhuis
€ 24,00
Op voorraad
Bestel nu!
SKU:
9789055892341
Categorie
Spinhuis
Boek informatie
ISBN 13
9789055892341
Aantal pagina's
232
Auteur(s)
C.H. de Vreese
NUR
756 - Sociologie algemeen
Gerelateerde producten
Money be man
door Senah
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.
Money be man
door Senah
€ 12,39
Health care policy should be based on understanding of what takes place at the community level. This study explores how people in a coastal village in Ghana perceive and use modern pharmaceuticals. In this G speaking community, 35 kilometers from the capital, there are no proper health care facilities. Most people purchase their medicines in two drugstores which sell products that they are not supposed to sell according to government rules. The author focuses on local perceptions of anatomy and etiology and on people's health expenditure. His book is a search for- the social and cultural basis of the popularity of pharmaceuticals. "Money be man", an inscription on a local lorry, captures the villagers' main concern: without money one cannot remain healthy.

De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.
€ 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers).
TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten.
Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.
De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.
€ 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers).
TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten.
Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
door J.L. van Zanden, L. Soltow
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).
Income and wealth inequality in the Netherlands 16th-20th century
door J.L. van Zanden, L. Soltow
€ 29,50
The ''new inequality'' of the 1980''s and 1990''s has recently given rise to a lively debate about the relationship between economic growth and income distribution. This debate is the background of the study by Lee Soltow an Jan Luiten van Zanden, who, staying close to the sources, have mapped in some detail the long-term development of income and wealth inequality in the Netherlands between c. 1500 and the present.
Their starting point is the hypothesis of Simon Kuznets that income inequality increased during the first phase of modern economic growth, but that in the second phase, which begins in most Western countries around the turn of the twentieth century, a marked levelling out of income differences followed. The development of inequality during the Golden Age, when growth resulted in a marked increase in inequality seems to confirm this idea. However, the analysis of the connection between growth and inequality in the nineteenth and twentieth century leads them to question the Kuznets hypothesis.
Lee Soltow is professor of Economics at Ohio University (Athens).
Among his publications on the subject are: ''Distribution of wealth and income in the United States in 1978'' (1989) and ''Men and wealth in the United States 1850-1870'' (1975).
Jan Luiten van Zanden is professor of Economic and Social History at Utrecht University (the Netherlands).
Among his publications on the subject are: ''The economic history of the Netherlands 1914-1955: a small open economy in the ''long'' twentieth century'' (1998). ''The economic development of the Netherlands since 1870'' (1996) and ''The rise and decline of Holland''s economy: merchant capitalism and the labour market'' (1993).
Stad en land. Over bewoners en woonmilieus.
€ 25,00
Dit afscheidsboek voor Rob van Engelsdorp Gastelaars, van 1984 tot 2003 hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie en Planologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, laat iets zien van de wetenschappelijke inspiratie die hij heeft weten over te dragen op promovendi, collega’s en studenten, én op auteurs buiten het vakgebied van de stadsgeografie. Dat dit boek binnen de gestelde kaders - stad en land, bewoners en woonmilieus - een grote reikwijdte aan onderwerpen behandelt, mag als een eresaluut aan de emeritus worden gezien.
De bijdragen laten voor een belangrijk deel zien hoe bepalend lokale woonmilieus zijn en hoe zij worden gevormd door handelende bewoners en hun instituties. Om hier een oud en beroemd begrippenpaar te hanteren: weerslag en neerslag bijten elkaar in de loop der jaren voortdurend in hun staart. Dat daarbij het Amsterdamse laboratorium nog steeds het schouwtoneel bij uitstek is, zeker in de huidige meer regionale omschrijving, blijkt overduidelijk.
Stad en land. Over bewoners en woonmilieus.
€ 25,00
Dit afscheidsboek voor Rob van Engelsdorp Gastelaars, van 1984 tot 2003 hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie en Planologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, laat iets zien van de wetenschappelijke inspiratie die hij heeft weten over te dragen op promovendi, collega’s en studenten, én op auteurs buiten het vakgebied van de stadsgeografie. Dat dit boek binnen de gestelde kaders - stad en land, bewoners en woonmilieus - een grote reikwijdte aan onderwerpen behandelt, mag als een eresaluut aan de emeritus worden gezien.
De bijdragen laten voor een belangrijk deel zien hoe bepalend lokale woonmilieus zijn en hoe zij worden gevormd door handelende bewoners en hun instituties. Om hier een oud en beroemd begrippenpaar te hanteren: weerslag en neerslag bijten elkaar in de loop der jaren voortdurend in hun staart. Dat daarbij het Amsterdamse laboratorium nog steeds het schouwtoneel bij uitstek is, zeker in de huidige meer regionale omschrijving, blijkt overduidelijk.







