“Ziekenwerk. Een kleine sociologie van alledaags ziekenleven” is toegevoegd aan je winkelwagen. Bekijk winkelwagen

Aantrekkelijke politiek? Jongeren en popularisering van politiek
door Chris Aalberts
Uitgever Spinhuis
€ 22,50
Op voorraad
Bestel nu!
SKU:
9789055892662
Categorie
Spinhuis
Aanvullende informatie
| Gewicht | 0,016 kg |
|---|---|
| Afmetingen | 22,5 × 15,1 × 1,6 cm |
Boek informatie
ISBN 13
9789055892662
Aantal pagina's
256
Auteur(s)
Chris Aalberts
NUR
754 - Politicologie
Gerelateerde producten

De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.
€ 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers).
TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten.
Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.
De straat aan de jeugd. Een ontwikkelingsgericht onderzoek naar drie jaar ‘Thuis Op Straat’.
€ 18,00
‘Thuis Op Straat’ (TOS) is de naam van een nieuwe manier van werken, gericht op kinderen en jongeren, om de leefbaarheid van buurten en wijken te vergroten door het scheppen van een duidelijk, gemoedelijk, fatsoenlijk en veilig klimaat op pleinen en straten, het hele jaar door, zeven dagen in de week. Met tevens de bedoeling dat er meer meisjes en meer jonge kinderen van de buitenruimte gebruikmaken. Dit gebeurt onder leiding van een professionele TOS-baas, samen met TOS-medewerkers (I&D-ers en Wiw-ers).
TOS hanteert daarbij geen standaardmethode maar werkt dynamisch: kijken wat op dat plein, in die wijk nodig is en van daaruit activiteiten organiseren. Hierbij speelt verbinding en verbreding een belangrijke rol: verbinding met ouders en buurtbewoners, verbreding naar partners in hetzelfde domein. In 1996 ging het eerste project van start in Rotterdam. Spoedig volgden andere gemeenten.
Drie jaar hebben de onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Masson, Karyotis en De Jong, TOS-projecten in Rotterdam, Dordrecht, Leiden en Gouda op verzoek van de Provincie Zuid-Holland, de betrokken gemeenten en het ministerie van VWS gevolgd. In deze evaluatie wordt uitvoerig verslag gedaan van hun bevindingen op een viertal niveaus: welke TOS-activiteiten zijn er uitgevoerd, hoe was het gesteld met het personeel en de interne organisatie, hoe was de samenwerking met en participatie van andere organisaties in de buurten, en zijn de projecten geslaagd in hun oorspronkelijke opzet. De studie wordt afgesloten met aanbevelingen voor de lopende en toekomstige TOS-projecten.

Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
door Willemijn Dicke
€ 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention.
The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society.
Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.
Bridges & Watersheds. A narrative analysis of watermanagement in England, Wales and the Netherlands
door Willemijn Dicke
€ 22,50
What is good water management, if we take scarcity of water, combined with climate change, the rise of sea level and a growing world population into account? Can water management be privatized? Or should the role and the position of the nation state even be strengthened to protect the environment and the citizens? Dicke has conducted a narrative analysis of water management in England, Wales and the Netherlands. Hundred years ago, water used to be a national public good. The nation state was pivotal in water management. Nowadays, water is considered to be part of a global water system. This view transforms water from a national to a global public good. As a result, the nation state is not the only actor, which has a say in the management of this global public good. This transformation places the public private divide once again at the center of attention.
The present debate about privatization, both in England and in the Netherlands, is incomplete. It does not take all dimensions of the public private divide into account. Dicke suggests that both visibility (transparency) and collectivity (water belongs to us all) should be considered. The issue is not whether water management is provided by a nation state or not. The issue should be whether the dimensions of collectivity and visibility are well balanced. This can only be achieved through a restoration of the link between water and society.
Willemijn Dicke is assistant professor at Delft University of Technology at the Department of Public Management Organisation & Management.
Marine Insurance in the Netherlands 1600-1870. A comparative institutional approach
door H. van Solinge, M. de Vries
€ 39,90
Marine insurance has been of great importance to the expansion of long distance trade and economic growth in the early modern period, in particular for seafaring nations such as the Dutch Republic. The Amsterdam market became Europe's leading insurance market and within the Republic other insurance systems also emerged. Little is known about the differing institutional frameworks governing these industries and the interaction between the institutions and the actors in the industry. This study will examine the development of marine insurance in the Netherlands in Amsterdam, Rotterdam and the province of Groningen from c. 1600 to 1870 from an institutional point of view. It will examine how the behaviour of authorities, insurers, underwriters and brokers was affected by the formal and informal constraints of the industry and how in turn their conduct has influenced the institutional framework and induced institutional change. A comparative institutional analysis will be made of three insurance systems in the Netherlands, each with its own distinctive characteristics. The interaction between institutions and actors will be studied in relation to the effects of technological innovations and international geo-political changes. By examining developments over a period of two and half centuries the path of long-term institutional change becomes discernable.
Marine Insurance in the Netherlands 1600-1870. A comparative institutional approach
door H. van Solinge, M. de Vries
€ 39,90
Marine insurance has been of great importance to the expansion of long distance trade and economic growth in the early modern period, in particular for seafaring nations such as the Dutch Republic. The Amsterdam market became Europe's leading insurance market and within the Republic other insurance systems also emerged. Little is known about the differing institutional frameworks governing these industries and the interaction between the institutions and the actors in the industry. This study will examine the development of marine insurance in the Netherlands in Amsterdam, Rotterdam and the province of Groningen from c. 1600 to 1870 from an institutional point of view. It will examine how the behaviour of authorities, insurers, underwriters and brokers was affected by the formal and informal constraints of the industry and how in turn their conduct has influenced the institutional framework and induced institutional change. A comparative institutional analysis will be made of three insurance systems in the Netherlands, each with its own distinctive characteristics. The interaction between institutions and actors will be studied in relation to the effects of technological innovations and international geo-political changes. By examining developments over a period of two and half centuries the path of long-term institutional change becomes discernable.
Stad en land. Over bewoners en woonmilieus.
€ 25,00
Dit afscheidsboek voor Rob van Engelsdorp Gastelaars, van 1984 tot 2003 hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie en Planologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, laat iets zien van de wetenschappelijke inspiratie die hij heeft weten over te dragen op promovendi, collega’s en studenten, én op auteurs buiten het vakgebied van de stadsgeografie. Dat dit boek binnen de gestelde kaders - stad en land, bewoners en woonmilieus - een grote reikwijdte aan onderwerpen behandelt, mag als een eresaluut aan de emeritus worden gezien.
De bijdragen laten voor een belangrijk deel zien hoe bepalend lokale woonmilieus zijn en hoe zij worden gevormd door handelende bewoners en hun instituties. Om hier een oud en beroemd begrippenpaar te hanteren: weerslag en neerslag bijten elkaar in de loop der jaren voortdurend in hun staart. Dat daarbij het Amsterdamse laboratorium nog steeds het schouwtoneel bij uitstek is, zeker in de huidige meer regionale omschrijving, blijkt overduidelijk.
Stad en land. Over bewoners en woonmilieus.
€ 25,00
Dit afscheidsboek voor Rob van Engelsdorp Gastelaars, van 1984 tot 2003 hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie en Planologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, laat iets zien van de wetenschappelijke inspiratie die hij heeft weten over te dragen op promovendi, collega’s en studenten, én op auteurs buiten het vakgebied van de stadsgeografie. Dat dit boek binnen de gestelde kaders - stad en land, bewoners en woonmilieus - een grote reikwijdte aan onderwerpen behandelt, mag als een eresaluut aan de emeritus worden gezien.
De bijdragen laten voor een belangrijk deel zien hoe bepalend lokale woonmilieus zijn en hoe zij worden gevormd door handelende bewoners en hun instituties. Om hier een oud en beroemd begrippenpaar te hanteren: weerslag en neerslag bijten elkaar in de loop der jaren voortdurend in hun staart. Dat daarbij het Amsterdamse laboratorium nog steeds het schouwtoneel bij uitstek is, zeker in de huidige meer regionale omschrijving, blijkt overduidelijk.
