Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries

 69,50

Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?

This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.

This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Quick View

Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries

 69,50

Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?

This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.

This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)

 39,20

Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in de openbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.

Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezicht in beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed van cameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.

Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologie van het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact die cameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgens worden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen (zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeks aanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht al dan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Jill Mortelé is master in de sociologie en junior onderzoekster in het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.
Hans Vermeersch is doctor in de sociologie en als senior onderzoeker en docent verbonden aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc. Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker binnen de UGent, faculteit Sociologie.
Evelien De Pauw is master in de criminologie en coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), departement Ipsoc. Tevens is zij docent binnen de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid. Verder maakt zij deel uit van de Raad van Bestuur van het CPS, de stuurgroep van de VVC en de redactie van Cahiers Integrale Veiligheid (Maklu) en is zij correspondent van de Cahiers Politiestudies (Maklu).
Wim Hardyns is doctor in de criminologie, docent binnen de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en gastdocent binnen de Master in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Verder werkt hij als postdoctoraal onderzoeker binnen de vakgroepen Strafrecht-Criminologie en Huisartsgeneeskunde-Eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.
Famke Deprins is master in de criminologie en verbonden als onderzoekster en docent aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.

In de pers:
Camera's schrikken vooral overlastplegers af (Bron: Gazet van Antwerpen)

Placeholder Image
Quick View

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)

 39,20

Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in de openbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.

Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezicht in beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed van cameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.

Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologie van het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact die cameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgens worden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen (zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeks aanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht al dan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Jill Mortelé is master in de sociologie en junior onderzoekster in het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.
Hans Vermeersch is doctor in de sociologie en als senior onderzoeker en docent verbonden aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc. Daarnaast is hij vrijwillig wetenschappelijk medewerker binnen de UGent, faculteit Sociologie.
Evelien De Pauw is master in de criminologie en coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), departement Ipsoc. Tevens is zij docent binnen de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid. Verder maakt zij deel uit van de Raad van Bestuur van het CPS, de stuurgroep van de VVC en de redactie van Cahiers Integrale Veiligheid (Maklu) en is zij correspondent van de Cahiers Politiestudies (Maklu).
Wim Hardyns is doctor in de criminologie, docent binnen de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel en gastdocent binnen de Master in de Veiligheidswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Verder werkt hij als postdoctoraal onderzoeker binnen de vakgroepen Strafrecht-Criminologie en Huisartsgeneeskunde-Eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.
Famke Deprins is master in de criminologie en verbonden als onderzoekster en docent aan respectievelijk het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid en de opleiding Bachelor Maatschappelijke Veiligheid, Katho Hogeschool Kortrijk (Vives), Departement Ipsoc.

In de pers:
Camera's schrikken vooral overlastplegers af (Bron: Gazet van Antwerpen)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?

 47,00
Hebben burgers-rechters een plaats in het hof van assisen? Zijn professionele magistraten even feilbaar als niet-geschoolde lekenrechters? Is lekenparticipatie in rechtspraak een vorm van democratische controle? Voor- en tegenstanders van jury’s in strafzaken steunen hun standpunten op uiteenlopende argumenten.

Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?

In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.

Guaranteed Peer Reviewed Content

Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij deeltijds postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen aan de Universiteit Antwerpen.

Placeholder Image
Quick View

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?

 47,00
Hebben burgers-rechters een plaats in het hof van assisen? Zijn professionele magistraten even feilbaar als niet-geschoolde lekenrechters? Is lekenparticipatie in rechtspraak een vorm van democratische controle? Voor- en tegenstanders van jury’s in strafzaken steunen hun standpunten op uiteenlopende argumenten.

Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?

In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.

Guaranteed Peer Reviewed Content

Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij deeltijds postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)

 29,00

NEDERLANDS

De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.

In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd en worden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagement en de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) en auditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie van de prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is van abnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.

In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, een verband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.

Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks



FRANCAIS

L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.

Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définie et ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés, notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) et la qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008- 2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesure il existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.

Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grande prudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honoraires d’audit et la qualité d’audit.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Prof. dr. Diane Breesch, prof. dr. Joël Branson en drs. Jan De Muylder zijn verbonden aan de faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen & Solvay Business School van de Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Business resp. Accountancy, Auditing en Corporate finance.

Dr. Kris Hardies is verbonden aan het departement Accounting and Financing van de Universiteit Antwerpen.

De Stichting ‘Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat’ of ‘ICCI’ is opgericht door het Instituut van Bedrijfsrevisoren en heeft tot doel objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over vraagstukken die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen.

Placeholder Image
Quick View

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)

 29,00

NEDERLANDS

De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.

In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd en worden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagement en de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) en auditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie van de prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is van abnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.

In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, een verband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.

Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks



FRANCAIS

L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.

Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définie et ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés, notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) et la qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008- 2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesure il existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.

Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honoraires d’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grande prudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honoraires d’audit et la qualité d’audit.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Prof. dr. Diane Breesch, prof. dr. Joël Branson en drs. Jan De Muylder zijn verbonden aan de faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen & Solvay Business School van de Vrije Universiteit Brussel, Vakgroep Business resp. Accountancy, Auditing en Corporate finance.

Dr. Kris Hardies is verbonden aan het departement Accounting and Financing van de Universiteit Antwerpen.

De Stichting ‘Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat’ of ‘ICCI’ is opgericht door het Instituut van Bedrijfsrevisoren en heeft tot doel objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over vraagstukken die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013

 45,00

Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.

Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Voorwoord

Inhoudsopgave

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013

 45,00

Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.

Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Voorwoord

Inhoudsopgave

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde

 42,00

De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.

Doorheen het hele boek zijn de relevante wettelijke bepalingen opgenomen. Ook toepasselijke overwegingen van grote denkers uit verschillende disciplines worden aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de praktijk illustreren de materie.

Michel Piette en Els De Letter zijn verbonden aan het Forensisch Instituut - Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen voor verschillende parketten en rechtbanken.

Placeholder Image
Quick View

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde

 42,00

De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.

Doorheen het hele boek zijn de relevante wettelijke bepalingen opgenomen. Ook toepasselijke overwegingen van grote denkers uit verschillende disciplines worden aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de praktijk illustreren de materie.

Michel Piette en Els De Letter zijn verbonden aan het Forensisch Instituut - Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen voor verschillende parketten en rechtbanken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)

 65,00

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.

Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met een rechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.

Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.

Voorwoord


Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?

L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.

A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.

Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Avant-propos


Placeholder Image
Quick View

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)

 65,00

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.

Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met een rechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.

Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.

Voorwoord


Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?

L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.

A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.

Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Avant-propos


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)

 65,00

Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.

Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.

Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren, advocaten en magistraten.

Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide wetenschappelijke aandacht aan deze materie.

Onder impuls van Marc Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige ‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu verschenen.

Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder verscheen in de reeks Politiestudies.

Placeholder Image
Quick View

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)

 65,00

Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.

Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.

Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren, advocaten en magistraten.

Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide wetenschappelijke aandacht aan deze materie.

Onder impuls van Marc Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige ‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu verschenen.

Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder verscheen in de reeks Politiestudies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)

 54,00

Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van de economische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige en efficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.

Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concrete toepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?

Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellen waarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manier kunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concrete noden.

‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparende tips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economisch beroep.’

Noël De Rudder is erkend accountant-belastingconsulent met een groot interesse voor software-automatisering. Hij is werkzaam als product manager bij PragmaTools waar hij zijn praktijkkennis combineert met software-analyse. In deze functie treedt hij op als schakel tussen de professionele wereld van de economische beroepen en deze van de informatica. Verder assisteert hij kmo’s in financiële rapportering en organiseert hij praktische workshops Microsoft Excel.

Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)

 54,00

Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van de economische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige en efficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.

Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concrete toepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?

Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellen waarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manier kunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concrete noden.

‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparende tips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economisch beroep.’

Noël De Rudder is erkend accountant-belastingconsulent met een groot interesse voor software-automatisering. Hij is werkzaam als product manager bij PragmaTools waar hij zijn praktijkkennis combineert met software-analyse. In deze functie treedt hij op als schakel tussen de professionele wereld van de economische beroepen en deze van de informatica. Verder assisteert hij kmo’s in financiële rapportering en organiseert hij praktische workshops Microsoft Excel.

Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)

 36,00

Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.

De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.

Dit Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

Quick View

Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)

 36,00

Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.

De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.

Dit Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mastering Mediation Education

 27,50

Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.

This professionalization is an essential step for mediation as a respected part in the judicial process and the mediator as a respected full partner in the process of conflict management and dispute resolution. The mediator should be recognized as an expert, with specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve this, high quality education in mediation is essential. Otherwise, mediation will always be seen, particularly by other professions and professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.

  • How should this professional education be developed?

  • What roles do universities and should universities play in mediation education?

  • What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
These questions formed the theme of an international symposium in Utrecht, the Netherlands, in February 2012: Mastering Mediation Education, organized by the Universities of Utrecht and Leuven.

Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.

Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.

Placeholder Image
Quick View

Mastering Mediation Education

 27,50

Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.

This professionalization is an essential step for mediation as a respected part in the judicial process and the mediator as a respected full partner in the process of conflict management and dispute resolution. The mediator should be recognized as an expert, with specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve this, high quality education in mediation is essential. Otherwise, mediation will always be seen, particularly by other professions and professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.

  • How should this professional education be developed?

  • What roles do universities and should universities play in mediation education?

  • What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
These questions formed the theme of an international symposium in Utrecht, the Netherlands, in February 2012: Mastering Mediation Education, organized by the Universities of Utrecht and Leuven.

Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.

Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Defence Rights: International and European Developments

 35,00

The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.

Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.

The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.

Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?

At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.

This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.

Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.

Quick View

Defence Rights: International and European Developments

 35,00

The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.

Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.

The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.

Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?

At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.

This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.

Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    7
    Uw winkelwagen
    ×