De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
De foute oorlog. Schuld en nederlaag in het Vlaamse proza over de Tweede Wereldoorlog (Academisch Literair, nr. 9)
De Tweede Wereldoorlog speelt een centrale rol in de collectieve herinnering. Heel wat opvattingen en vraagstellingen rond ideologie, ethiek en identiteit worden door de oorlogsherinnering gekleurd. Die herinnering neemt ook in literatuur een prominente plaats in. Zo bevat het Vlaamse fictionele proza alleen al zowat 300 boeken die expliciet met de Tweede Wereldoorlog aan de slag gaan.
De foute oorlog is de eerste omvattende studie van deze literaire oorlogssporen, met een speciale focus op vijf centrale thema’s: de gebeurtenissen rond mei 1940, het verzet, de collaboratie, de repressie en de jodenvervolging. Voor elk ervan biedt dit boek een overzicht van relevante romans en novelles, met analyse van thematische tendensen en inzicht in de kenmerken en ontwikkelingen van de literaire beeldvorming. De rode draad is de vaststelling dat de literaire oorlogsherinnering doordrongen is van een scherpe kritiek op het morele en politieke gedrag van de eigen gemeenschap tijdens en na de oorlog. Wordt de bezetter afgebeeld als een ongewenste maar herkenbare tegenstander, dan verschijnen leden van de eigen gemeenschap als onbetrouwbare en onberekenbare wezens. In plaats van een goede herinnering, gedragen door overwinning en bevrijding, ontstaat het beeld van een foute oorlog waarin nederlaag en schuld overheersen; een beeld dat in de Vlaamse collectieve herinnering vaak is weggedrukt, maar dat Vlaamse auteurs telkens opnieuw op het voorplan hebben gebracht.
Door zijn brede opzet, zijn aandacht voor belichte en onderbelichte thema’s, het bijeenbrengen van gecanoniseerde en vergeten auteurs, en door de toegankelijke synthese van kenmerken en ontwikkelingen in de Vlaamse literaire herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vormt het boek een essentiële aanvulling tot de studie van de naoorlogse Nederlandse literatuur.
Jan Lensen is als postdoctoraal onderzoeker van de Deutsche Forschungsgemeinschaft verbonden aan het Institut für Deutsche und Niederländische Philologie van de Freie Universität Berlin. Hij verricht comparatief onderzoek naar beeldvormingsprocessen van de Tweede Wereldoorlog in het hedendaagse Duitse, Nederlandse en Vlaamse proza.
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie (Reeks Omtrent Filosofie nr 5)
Dit boek biedt een kritische inleiding in de godsdienstfilosofie, aan de hand van een confrontatie tussen enerzijds G.W.F. Hegels filosofie van de monotheïstische religies en anderzijds godsdienstwetenschappelijke inzichten in en vanuit de godsdiensten zelf. Het doel is te komen tot een wijsgerige verheldering van wat deze religies kenmerkt. Wat kan een filosofische benadering van de verschillende godsdiensten, zoals die van Hegel, bijdragen aan een beter begrip ervan? Hoe zou de godsdienstfilosofie een rol kunnen spelen in het actuele debat over religie, en de verhouding daarvan tot de grondslagen van recht en politiek?
De manier waarop we over God denken en dus hoe we geloven,
beïnvloedt onze moraal en ons recht, de wetten die we maken en
de wijze waarop we die toepassen. Hegel had veel op met het christendom.
In zijn ogen vormde het christelijk geloof ten opzichte van
andere, eerdere godsdiensten een vervolmaking en een voltooiing
van de religie. Filosofisch bezien is het christendom de religie van
vrijheid en van verzoening van God en de mens met elkaar. Alle
godsdiensten die voorafgingen aan het christendom, beschouwt hij
als beperkter en eenzijdiger: de ‘ware geest’ is daarin nog onvoldoende
ontwikkeld. Deze hoogst controversiële claim wordt in dit
boek aan een nader, kritisch onderzoek onderworpen.
Bart Labuschagne en Timo Slootweg doceren rechtsfilosofie aan
de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Rico Sneller doceert wijsgerige antropologie aan het Instituut voor
Wijsbegeerte van deze universiteit.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Orthopedagogiek: State of the art (O&A-Reeks, nr. 7)
Hoe is het tegenwoordig met de orthopedagogiek gesteld? Wat is ‘the state
of the art’? Deze uitgave biedt een update omtrent de stand van zaken in
de diverse deelgebieden waar de orthopedagogiek zich mee bezig houdt. Daarbij
wordt steeds de opvoedingscontext als een noodzakelijke invalshoek gehanteerd.
De orthopedagogische praktijk is gefundeerd in wetenschappelijk onderzoek.
In de eerste plaats is dit boek bedoeld voor allen die werkzaam zijn in het orthoagogische
veld. Maar omdat het kind centraal staat in alle beschreven interventies,
via de opvoeders, al of niet aangevuld met professionals met specialistische kennis
en vaardigheden, is het boek van belang voor iedereen die met kinderen omgaat.
Deze publicatie markeert het 110-jarig bestaan van de Vereniging O&A – Vereniging
ter bevordering van Ortho-Agogische Activiteiten, die onder meer verantwoordelijk
was voor de uitgave van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, dat thans als
maandblad verschijnt onder de titel Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Paul Goudena is emeritus hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.
Zijn focus ligt op psychologische individuatie binnen een opvoedingscontext. Tot
voor kort was hij redactielid van OOP – Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Roel de Groot doceerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
was vele jaren hoofdredacteur van Tijdschrift voor Orthopedagogiek, thans OOP
– Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk. Hij is coredacteur van de O&A-Reeks
en directeur van het Psychologisch-Orthopedagogisch Adviesbureau, gevestigd in
Hattem.
Jan Janssens is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Hij is ook voorzitter van de Vereniging O&A.
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 8)
Tot waar reikt de taak van leerkrachten om te onderwijzen en vanaf waar of op
welke vlakken zijn ze ook opvoeders? En hoe zit dat bij de ouders: zij voeden op, maar
vanaf waar hebben ze ook een onderwijsfunctie? Ouders en leerkrachten hebben
met andere woorden verschillende, maar ook verwante verantwoordelijkheden bij de
vorming van kinderen.
Dit boek vraagt zich af hoe leerkrachten en ouders, in hun respectieve onderwijs- en
opvoedingsfunctie, zich samen kunnen inzetten bij de vorming van kinderen, meer
bepaald bij de relationele en seksuele vorming. Het gaat daarbij vooral om de vraag
hoe relationele en seksuele vorming herdacht kan worden op een manier dat ouders
in ruime mate kunnen participeren aan de vorming van hun kinderen op dat vlak in
de school.
Maatschappelijke veranderingen hebben er voor gezorgd dat opvoeden een gedeelde
verantwoordelijkheid is van burgers, instellingen en overheden. De uitdaging is het
Afrikaanse gezegde It takes a village to raise a child een modern kleedje te geven. In een
schoolcontext betekent dit onder andere dat ouderbetrokkenheid erg belangrijk is.
Op de basisschool ‘Ten Dorpe’ in Mortsel is het pakket voor relationele en seksuele
vorming herdacht en herzien met expliciete betrokkenheid van ouders. Deze uitgave
rapporteert over dit project.
Sofie Dieltjens is master in de familiale en seksuologische wetenschappen en bachelor in gezinswetenschappen. Zij is halftijds werkzaam als klinisch seksuoloog in een zelfstandige praktijk in Lier, halftijds op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding GO!CLB in Lier en ze werkt mee in de groepspraktijk De Braam in Heist-op-den- Berg.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie van de KU Leuven en aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van HU Brussel.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Preventie morgen. Bouwstenen voor een goede praktijk.
Is preventie vandaag goed voor morgen? Dit boek reikt kritische analyses, tips en handvatten aan om op een constructieve, effectieve en ethisch verantwoorde manier met preventie aan de slag te gaan.
Wie rond preventie werkt, wordt geconfronteerd met nieuwe trends, uitdagende
mogelijkheden en weerbarstige knelpunten. Over het muurtje kijken en expertise
bijtanken kan dan helpen om de juiste beslissingen te nemen. In dit boek delen
auteurs hun kennis en ervaring vanuit verscheidene sectoren. Er komen bijdragen
aan bod vanuit de welzijnssector, de gezondheidszorg, de onderwijssector,
de bijzondere jeugdzorg, de drugshulpverlening, het stedelijk lokaal beleid,
opvoedingsondersteuning en de criminologie. Zowel praktijkwerkers, beleidsactoren
en wetenschappers belichten en ontrafelen boeiende, levende thema’s over preventie.
Van emancipatorische tot evidencebased preventie, van de probleemanalyse tot
de implementatie van preventie, van het risico op overdaad aan preventie tot de
zoektocht naar proportionele preventie. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die
van ver of dichtbij met preventie te maken krijgt.
Dieter Burssens, maatschappelijk assistent en master in de criminologische
wetenschappen, is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor
Criminalistiek en Criminologie.
Peter Goris, doctor in de criminologische wetenschappen, is hoofdredacteur van het
tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek.
Bie Melis, maatschappelijk assistent en master in de criminologische wetenschappen,
is lector en onderzoeker aan de Karel de Grote-Hogeschool, Departement Sociaal-
Agogisch Werk in Antwerpen.
Nicole Vettenburg, doctor in de criminologische wetenschappen, was als onderzoeker
verbonden aan de KU Leuven en als docente aan de UGent. Zij is eindredacteur van
het tijdschrift Welwijs, wisselwerking onderwijs en welzijnswerk.
Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond
preventie verder wil ontwikkelen.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Zwangerschap en obesitas. Handboek voor de zorgverlener
Obesitas komt steeds vaker voor. Dit betekent dat ook almaar meer zwangeren en moeders te kampen hebben met een té hoog gewicht. Dat geeft in de periode voor en tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamperiode niet alleen meer problemen voor de moeder, maar heeft ook een negatieve invloed op het kind. In deze context spreekt men van een intergenerationeel probleem van obesitas. Preventie van deze chronische aandoening dient te beginnen in de periode vóór de geboorte.
Omdat er de laatste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek is verricht, specifiek bij reproductieve vrouwen met een té hoog gewicht, is het hoogtijd om deze inzichten te bundelen in een overzichtelijk, wetenschappelijk gefundeerd handboek voor de betrokken zorgverleners. Dit eerste Nederlandstalige boek over dit onderwerp bevat bijdragen van (para)medische experts, clinici en onderzoekers. Het bespreekt de zorg en de begeleiding van de zwaarlijvige (obese) vrouw in de reproductieve periode (18-45 jaar). Het is bestemd voor artsen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen en alle andere begeleiders en hulpverleners die hierbij betrokken zijn.
Annick Bogaerts werkte als vroedvrouw op de materniteit en verloskamer van het Salvatorziekenhuis in Hasselt. Zij studeerde ook medisch-sociale wetenschappen aan de KU Leuven, waar ze promoveerde. Ze is onderzoeker binnen de expertisecel ‘Healthy Living’ van de Hogeschool UC Leuven-Limburg in Hasselt en doctor-assistent aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Ronald Devlieger, gynaecoloog, is afdelingshoofd feto-maternale geneeskunde bij het UZ Leuven. Hij werkt als clinicus en onderzoeker binnen UZ en KU Leuven en als consulent in het AZ Sint-Augustinus in Wilrijk.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst
Dit leesboek hoort bij Spoken op school: Faalangstpreventie. Het bevat tal van situaties en ervaringen, observaties en interpretaties in verhaalvorm, gebaseerd op ware gebeurtenissen. Sam is een meisje met normale begaafdheid. Ze beschikt over alle mogelijkheden en competenties om een efficiënte en succesvolle ontwikkeling op te bouwen. Toch functioneert ze op school niet optimaal, niet op cognitief, niet op sociaal-emotioneel en niet op motorisch vlak. Ze heeft het erg moeilijk met opdrachten die meetellen voor punten. Ze stelt ongepast gedrag, maakt werkjes niet en vermijdt bepaalde situaties. Ze klaagt over buik- of hoofdpijn. Ze is maar voor weinig dingen gemotiveerd. Achter dit gedrag schuilt haar faalangst, waaraan met goed gevolg kan worden gesleuteld.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs. Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch- Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk als logopediste in Oostende.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Spoken op school: Faalangstpreventie
Heel wat kinderen, zowel in het basis- als in het secundair/voortgezet onderwijs, hebben faalangst. Die kan zo groot zijn dat naar school gaan een echte pijniging wordt, met alle gevolgen van dien. Het is een complexe problematiek.
Leraren, begeleiders en ook ouders moeten eerst een goed inzicht hebben in de mogelijke oorzaken, de gevolgen, de sterktes en de zwaktes bij de kinderen. Al te vaak wordt hieraan te vluchtig voorbijgegaan. Daarna moeten ze de methodieken kennen en kunnen gebruiken om er wat aan te doen. Naast de theoretische toelichting gaat veel aandacht naar het praktische deel met een ruim pakket aan activiteiten waarmee de faalangst kan worden teruggedrongen. Als bijzonder hulpmiddel is er een apart leesboek voor de kinderen: Sam(en) tegen spoken op school. Leesboek over faalangst.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nathalie Cornillie is van oorsprong logopediste. Daarnaast volgde ze opleidingen
tot zorgcoördinator en leerkracht buitengewoon/specifiek onderwijs.
Momenteel is zij G.on-begeleidster (geïntegreerd onderwijs) bij het Medisch-
Pedagogisch Instituut in Koksijde en voert ze een zelfstandige praktijk
als logopediste in Oostende.
Kristel Geers volgde een lerarenopleiding en studeerde daarna klinische psychologie.
Zij is lector aan de Hogeschool Vives, Campus Tielt.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Frans in de balans. Van peilingsonderzoek naar toetspraktijk
Wil je weten hoe het peilingsinstrument Frans voor de derde graad aso, kso en tso werd ontwikkeld en hoe goed onze leerlingen de eindtermen Frans luisteren beheersen? Geef jij Frans en wil je de kwaliteit van je lees- en luistertoetsen bewaken? Wil je nog beter weten wat je moet toetsen en hoe je dat kan doen?
Het eerste deel van dit boek geeft algemene informatie over het concept van het peilingsonderzoek in Vlaanderen en legt uit hoe het peilingsonderzoek de luistervaardigheid van leerlingen in de derde graad in kaart te brengen. Daarna wordt gekeken wat je als leraar uit de resultaten van dit peilingsonderzoek kunt leren.
Het tweede deel is een praktische gids voor leraren die hun toetsbekwaamheid willen verhogen, de kwaliteit van hun toetsen willen bewaken en hun onderwijspraktijk maximaal willen afstemmen op de eindtermen. De inzichten die we als toetsontwikkelaars kregen worden naar een uitgewerkt stappenplan vertaald met concrete, haalbare tips.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Bart Lamote is als leraar Frans verbonden aan de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was toetsontwikkelaar voor de peilingsinstrumenten Frans voor de eerste graad A-stroom en de derde graad aso, kso en tso, en lid van de leerplancommissies Frans voor de tweede en de derde graad aso (VVKSO). Nu is hij inhoudelijk coördinator bij de Examencommissie voor het secundair onderwijs (AKOV).
Piet Desmet is gewoon hoogleraar Franse taalkunde en taaldidactiek aan de KU Leuven & KU Leuven Kulak. Ook is hij vakdidacticus Frans binnen de Specifieke Lerarenopleiding van de KU Leuven. Hij was bovendien copromotor van alle recente peilingsonderzoeken Frans en van het ESLC-onderzoek.
Rianne Janssen is hoofddocent aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven. Vanuit haar expertise op het vlak van ‘educational measurement’ is ze promotor-coördinator van de Vlaamse onderwijspeilingen.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.
Op hun eigen manier. Ergotherapeutische handleiding in kort bestek voor kinderen met autismespectrumstoornissen
Hoewel autisme een veel besproken onderwerp is, weten vele mensen niet wat de stoornis precies inhoudt. Bovendien is er over het algemeen weinig aandacht voor de bijkomende problemen, zoals de motoriek, de zintuigen en de cognitieve aspecten, die een rol spelen bij autisme. Hierdoor stuiten kinderen met autisme op onbegrip. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders, is het moeilijk om tegen de menigte op te boksen.
Doelbewust is dit boek beknopt gehouden, want het is bedoeld
voor lezers voor wie autisme grotendeels of helemaal
onbekend is. Eerst legt de auteur uit wat autisme is, daarna
behandelt zij drie ‘praktische’ gebieden waarop kinderen met
autisme moeilijkheden ondervinden: zelfredzaamheid, productiviteit
en ontspanning. Afhankelijk van de oorzaken voor
die problemen worden, met vele voorbeelden, oplossingen
beschreven die bruikbaar zijn in de praktijk. Dit boek licht ook
toe hoe belangrijk het is dat kinderen met autisme de kans
krijgen zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past.
Nisette Huisman – is ergotherapeut en arbeidsdeskundige en
woont in Alblasserdam. Geregeld publiceert zij in De Gezinsgids
over diverse thema’s binnen haar vakgebied.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Maria, de kortste weg naar Jezus (Fracarita-reeks, nr. 2)
Maria neemt in de heilsgeschiedenis een bijzondere plaats in. Ze is niet zomaar dat gewone meisje uit Nazareth dat zonder enige voorbereiding een stem hoorde van een engel die haar de boodschap kwam brengen dat ze de moeder van God zou worden. In de christelijke traditie was Maria daartoe voorbereid door haar onbevlekte ontvangenis. Geen gemakkelijk woord voor vandaag.
In dit boek gaat de auteur dieper in op de figuur van Maria om haar ware wezen beter te leren kennen. Hij gaat daarvoor in de leer bij mensen die heel veel hebben nagedacht en geschreven over Maria, en ook bij de concilieteksten die aan Maria werden gewijd, waarbij vooral de geschriften van Paus Johannes Paulus II richtinggevend zijn.
Gelovigen leren Maria op een heel bijzondere wijze kennen bij het
bidden van de rozenkrans, een heel oud gebruik. Wordt dit bidden
geplaatst in het licht van de 20 mysteries die de rozenkrans letterlijk
omkransen, dan lijkt het een tocht aan de hand van Maria’s dagboek
door het leven van Jezus zelf. Dat wordt dan echt ‘door Maria naar
Jezus’.
René Stockman is de generale overste van de Broeders van Liefde. Hij
begon zijn loopbaan aan het Instituut Guislain in Gent, waar hij onder
meer conservator is van het Museum Guislain. Hij promoveerde
in de maatschappelijke gezondheidszorg aan de KU Leuven en is nu
ook gastdocent aan diverse universiteiten. De Fracarita-reeks is een
initiatief van de Broeders van Liefde.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.
Social Work in an International Perspective. History, views, diversity and human rights (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 2)
In this work academics and practitioners from all five continents highlight the history of the social work profession and its underlying academic and social paradigms. The authors come from Australia, Austria, Brazil, Belgium, Canada, Ghana, Great Britain, India, New Zealand, South Africa and the United States. The structure of this work allows the reader to trace back the historical and political influences in the interpretation of social work in the authors’ countries. Special attention is given to the notions of human rights and social diversity. Are human rights universal and which impact does this universality have on the social work profession? How does categorical work relate to generalist practice and does this in its turn relate to the conception of diversity? The authors approach these main queries in an exemplary and balanced manner using both theoretical analysis and case studies.
The editors are the founding members of Mix!t, a forum for research, documentation
and education in living/together, University College Ghent.
Charlotte De Kock has a degree in African and cultural studies. She is active
in practice oriented research projects with a focus on intercultural society,
marital migration, integration policies, elderly migrants and intra-European
migration.
Christian Van Kerckhove is a scientist, philosopher and world traveller. He
is head of the Social Work Degree program at University College Ghent and
director of Mix!t. He teaches philosophy, social philosophy and ethics and is (co)
promoter of several research projects.
Eva Vens is a social worker and has a degree in comparative cultural sciences.
She teaches cultural anthropology at University College Ghent and is (co)
promotor of several research projects. With colleague Christian Van Kerckhove
she is responsible for the development of a diversity policy for the Faculty.




